Dossier Digitaal burgerschap

Leeswijzer

Voorwoord

Over dit dossier

De digitale kloof

Over de groeiende verschillen tussen de digitale haves en have-nots

Schaduwkanten van de digitale samenleving

Over de keerzijde van de groeiende online mogelijkheden

Publieke waarden en technologisch burgerschap

Over digitale upgrades voor burger en overheid

Digitale kennis op Bibliotheekinzicht

Meer lezen in KB-artikelen

Lees-, kijk-en luistertips

Boeken, films, podcasts en meer om je kennis te vergrote

Grip op data

Hoe willen we onze gedigitaliseerde samenleving inrichten?

 

AI dichtbij

Kunstmatige intelligentie in het dagelijks levenB

Jargonbuster

De belangrijkste begrippen op het gebied van digitaal burgerschap

Wees niet bang om AI te gebruiken

Betoog om kunstmatige intelligentie niet enkel te wantrouwen

Colofon

Wie werkten mee aan dit dossier?

Zie alle rubrieken

Lees het hele voorwoord

Voorwoord

Maatschappelijke pijler

Dit jaar staat het Nationale Bibliotheekcongres in het teken van digitaal burgerschap – een steeds belangrijker thema, zowel voor de samenleving in het algemeen als bibliotheken in het bijzonder. Volgens het Bibliotheekconvenant is het digitaal vaardig maken en houden van de Nederlandse burger een van de drie grootste maatschappelijke opgaven van het moment, waaraan de komende drie jaar door bibliotheken en de overheid extra aandacht zal worden besteed.

Digitaliserende samenleving

Lang niet iedereen kan gelijke tred houden met de digitalisering van de samenleving. Een groeiende tweedeling ligt op de loer tussen hen die wel volwaardig kunnen deelnemen aan de digitale maatschappij en hen die dat niet kunnen. Informatie is niet langer enkel afkomstig van één betrouwbare bron, maar raakt versnipperd, waardoor verschillende waarheden ontstaan. Tegelijkertijd brengt deze nieuwe wereld ons ook veel. De inzet van kunstmatige intelligentie, robots en nanotechnologie zorgen ervoor dat we sprongen maken in de wetenschap én in het dagelijks leven. De vraag is hoe we deze ontwikkelingen kunnen inzetten voor het welbevinden van de hele gemeenschap – en wat bibliotheken daarin kunnen betekenen.

 

 

Rol van de bibliotheek

Bibliotheken kunnen in het aangaan van deze maatschappelijke opgaven een doorslaggevende rol spelen. Zij hebben tenslotte als taak burgers zo toe te rusten dat zij volwaardig kunnen deelnemen van de samenleving. Ook bieden bibliotheken vrije toegang tot publieke informatie en spelen zij een gidsrol in het bepalen welke informatie wel en welke niet betrouwbaar is.

Verschillende invalshoeken

In dit dossier belichten we digitaal burgerschap vanuit verschillende invalshoeken, met de relevantie voor bibliotheken als voornaamste focus. We richten ons daarbij zowel op de verre toekomst als op het heden – zodat we kunnen blijven dromen en vooruitkijken, maar het geleerde ook praktisch kunnen toepassen binnen de eigen bibliotheek. Daarbij zoeken we de verbinding met zaken die tijdens het Nationale Bibliotheekcongres aan bod komen, en haken we aan bij de gesprekken die tijdens dat evenement worden gevoerd. Denk bijvoorbeeld aan analyses over de groeiende digitale ongelijkheid, de inrichting van de digitale samenleving en de positie van de burger in een datagestuurde stad, maar ook aan praktische lees-, kijk- en luistertips over digitaal burgerschap en ideeën van belangrijke denkers op dit gebied.

Nooit uitgepraat

Over digitaal burgerschap raken we nooit uitgepraat. Daarom wordt dit dossier continu aangevuld met nieuwe informatie en inzichten. Zo blijven we met elkaar in gesprek over een van de grootste uitdaging van het heden én de toekomst.

Lees de hele analyse

De digitale kloof

De samenleving is in rap tempo gedigitaliseerd, maar het lukt bij lange na niet iedereen om het tempo van technologische versnelling bij te houden. Deze technologische versnelling werkt ongelijkheid tussen burgers in de hand. Steeds meer mensen kunnen met moeite omgaan met de enorme toevloed aan informatie en nemen slechts ten dele kennis van ontwikkelingen. Meer mensen trekken zich terug in de persoonlijke informatiebubbel, en de voedingsbodem voor desinformatie en complotdenken groeit. Bibliotheken hebben een rol te vervullen in het zorgen voor digitaal vaardige burgers en gelijke toegang tot betrouwbare bronnen.

De digitale kloof

Verschillen tussen leeftijden en opleidingsniveaus

Digitale vaardigheden zijn noodzakelijk om succesvol te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Nederlanders scoren over het algemeen goed op digitale vaardigheden: 79% van de Nederlanders beschikt over voldoende digitale basisvaardigheden. Dit ligt ruim boven het Europese gemiddelde van 58%. Tussen leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus bestaan echter grote verschillen. Met name de vaardigheden van ouderen lopen onderling sterk uiteen. Het gebrek aan digitale basisvaardigheden in de hogere leeftijdsgroepen wordt voornamelijk veroorzaakt door een gebrek aan softwarevaardigheden, zoals het kunnen werken met programma's als Word en Excel (Eurostat, 2019; Rathenau Instituut, 2020).

Bron: CBS, 2019b.

Eén op zes internetgebruikers niet-digivaardig

Hoewel veel Nederlanders het niveau van hun digitale vaardigheden op orde hebben, is dat voor circa 4 miljoen burgers niet hoog genoeg om zelfstandig zaken met de overheid te doen (Bommeljé & Keur, 2013; Israël et al., 2016). Hoewel bijna alle Nederlanders thuis internet hebben en gebruiken, beschikt een deel van hen over te weinig ICT-vaardigheden om er goed mee uit de voeten te kunnen. Dit geldt met name voor internetgebruikers van 65 jaar en ouder en laagopgeleiden (CBS, 2019a-b). Wanneer ook wordt gekeken naar zaken als bewust, kritisch en actief om te gaan met digitale media (mediawijsheid), blijkt een nog grotere groep van ruim 5 miljoen volwassen moeite te hebben om me te komen. En ook op het gebied van mediawijsheid zijn ouderen en mensen met een lagere sociaaleconomische status kwetsbare doelgroepen (Plantinga & Kaal, 2018).

Internet vergroot digitale ongelijkheid

Ouderen, laagopgeleiden en mensen met een lager inkomen hebben een lager niveau op het gebied van digitale vaardigheden. Ook hebben zij een lagere motivatie en negatievere attitude, beschikken zij over minder goede apparatuur om te internetten en maken zij beperkter gebruik van het internet. Juist de groepen die het meest van internetgebruik kunnen profiteren, bijvoorbeeld voor het vinden van werk of het volgen van een opleiding, staan er het slechtst voor. Andersom geldt hetzelfde: hoe meer middelen iemand tot zijn beschikking heeft (zoals inkomen, bezit of een sociaal netwerk), des te meer levert het internet op. Het internet versterkt, kortom, de bestaande digitale ongelijkheid (Van Deursen, 2018).

 

 

5
miljoen volwassen Nederlanders niet mediawijs
4
miljoen Nederlanders niet digivaardig genoeg voor contact met de overheid
700.000
telefoontjes bij de Belastingdienst over hulp bij aangiften
99%
van de bibliotheekorganisaties biedt producten en diensten rondom digitale vaardigheden aan

Steeds meer Nederlanders zoeken digitale hulp

Digitale vaardigheden zijn steeds harder nodig om te kunnen deelnemen aan de maatschappij, bijvoorbeeld om zaken te kunnen doen met de overheid. Het gebruik van de digitale overheid is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Meer dan de helft van de contactmomenten met de overheid verloopt via een digitaal kanaal (Kanne & Löb, 2016). Steeds meer Nederlanders zoeken daarbij digitale hulp. Zo werden bij de Belastingdienst in 2018 53 duizend afspraken voor aangiftehulp gemaakt en kwamen er 769 duizend telefoontjes en 2,8 duizend vragen via sociale media binnen (Belastingdienst, 2019). Daarnaast blijkt uit onderzoek van de Nationale Ombudsman dat een grote groep MijnOverheid-gebruikers niet uit de voeten kan met de Berichtenbox (De Nationale Ombudsman, 2017). Onderzoek in opdracht van Mediawijzer.net toont aan dat het aandeel burgers dat hulp nodig heeft bij digitale diensten zoals DigiD, de Berichtenbox en online belastingaangifte in vergelijking met het gemiddelde bijna twee keer zo groter is onder de kwetsbare doelgroep, die met name bestaat uit ouderen en mensen met een lagere sociaaleconomische status (Plantinga & Kaal, 2018). 

Angst voor verdieping digitale kloof

De digitale kloof die ontstaat, dreigt steeds dieper te worden. Wie goed uit de voeten kan met digitale middelen, vindt op die manier sneller een baan, leeft gezonder en heeft toegang tot betrouwbaardere informatie. Wie die vaardigheden niet bezit, dreigt daardoor tussen wal en schip te vallen. De recente coronacrisis versterkt dit effect: deze crisis noodzaakte burgers nog meer online te doen, waardoor het verschil tussen de digitale haves en have nots (of high en low skilled) wordt versterkt.

Landelijke initiatieven streven naar verbetering

Gelukkig is er steeds meer aandacht voor dit probleem. Met de Agenda Digitale Overheid en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie zet de overheid breed in op de digitale samenleving, het benutten van kansen en het borgen van rechten. Een adequaat niveau van digitale vaardigheden is een basisvoorwaarde en een van de vijf speerpunten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Ook in het landelijke actieprogramma Tel mee met Taal is aandacht voor digitale vaardigheden. Met de Vervolgaanpak Laaggeletterdheid 2020-2024 heeft de Rijksoverheid extra geld uitgetrokken voor de samenhang tussen taal, rekenen en digitale vaardigheden. In het budget van 85 miljoen euro per jaar is een bedrag van 2 miljoen euro per jaar opgenomen ter bevordering van digitale vaardigheden (Van Engelshoven et al., 2019).

Bibliotheken dragen steentje bij

Het bibliotheekaanbod op het gebied van digitale vaardigheden is de afgelopen jaren sterk geprofessionaliseerd. Vanuit het programma de Bibliotheek en basisvaardigheden boden in 2019 bijna alle bibliotheekorganisaties producten en diensten voor volwassenen rondom digitale vaardigheden aan (99%) en/of e-overheid (90%). De landelijke programma’s Klik & Tik en Digisterker zijn inmiddels verankerd in het aanbod van respectievelijk 94% van de bibliotheken (Van de Hoek & Van de Burgt, 2020). In 2009 bood nog maar de helft van de bibliotheken in alle of tenminste enkele vestigingen internetcursussen aan (Kasperkovitz et al., 2009). Ook komt de komende jaren in elke bibliotheek een Informatiepunt Digitale Overheid (IDO), dat is bedoeld om kwetsbare groepen te helpen bij het gebruik van de digitale overheid. Verder richten steeds meer bibliotheken programma’s rondom mediawijsheid en digitale geletterdheid in, die zijn gericht op het voorkomen van achterstanden. Daarnaast richt het openbarebibliotheeknetwerk zich de komende jaren op haar rol binnen het domein van digitaal burgerschap, zodat de digitale kloof wordt verkleind.


Bron: Van de Hoek & Van de Burgt, 2020.

Bronnen

Lees alle items

Schaduwkanten van de digitale samenleving

Het digitale debat kent zowel fervente techoptimisten als felle techpessimisten. Ze verschillen van mening over de vraag of we de rap voortschrijdende digitale ontwikkelingen te vieren of juist te wantrouwen. Daarover hebben de volgende denkers zo hun ideeën: zij zien dat de wereld onherroepelijk veranderd is en zoeken naar manieren om het nieuwe met het goede te combineren. Lees meer over hun kritische gedachten over de ondoorzichtigheid van algoritmes, de pretenties die met de ontwikkeling van artificiële intelligentie gepaard gaan en het techutopisme, dat gelooft dat het menselijk falen kan worden opgelost door onfeilbare technologieën.

Marleen Stikker: het internet is stuk

Het internet is stuk, aldus Marleen Stikker, oprichter van Waag, een leidend Europees onderzoeksinstituut voor technologie en maatschappij. In haar gelijknamige boek schetst Stikker de veelbelovende begintijd van het internet, toen het leek alsof het wereldwijde web nog een democratisch vormgegeven plek zou kunnen worden. De opkomst van techreuzen gooide echter roet in het eten: we worden afgeluisterd, gestuurd, gevolgd, geleefd. Onze persoonlijke soevereiniteit is op het spel komen te staan – en dat hebben we zelf laten gebeuren. Hoe trekken we de macht over ons digitale leven weer naar ons toe? Hoe repareren we het internet? Gelukkig is het daarvoor volgens Stikker nog niet te laat. We kunnen het ontwerp aanpassen, opdat maatschappelijke belangen weer gaan heersen over economische. Dat doen we door het publieke belang centraal te stellen en het te benaderen als commons. Daarin ligt een taak voor de overheid: zij kan door wet- en regelgeving en het bouwen van alternatieven een veilige publieke ruimte garanderen en de Big Tech bestrijden. Ook moet meer aandacht komen voor het stimuleren van een kritisch bewustzijn en een makermindset, bijvoorbeeld via het onderwijs.

Kijk naar de Zomergasten-aflevering met Marleen Stikker >

Shoshana Zuboff: surveillancekapitalisme

Volgens Shoshana Zuboff leven we in een wereld van surveillancekapitalisme. Grote techbedrijven oogsten informatie over individuen en bieden ons op basis daarvan diensten en producten aan. Die benadering maakt de mens tot niets meer dan een wandelende portemonnee zonder enige vorm van autonomie. En daar helpen we zelf aan mee: door cookies te accepteren, apps te installeren, accounts aan te maken en gebruiksvoorwaarden te negeren. Sturende advertenties en voortdurende tracking van ons digitale én analoge gedrag zijn het gevolg. En steeds meer apparaten worden smart: niet alleen onze telefoon en laptop kijken tegenwoordig met ons mee, maar ook onze televisie, koelkast en oven weten in de nabije toekomst meer over ons dan we denken. Een omgekeerde beweging kunnen we alleen maken door ons bewust te worden van al die afdracht van informatie en ons ertegen te verzetten, betoogt Zuboff. AI is het niet zozeer op persoonlijk vlak te remmen, maar eerder een structureel maatschappelijk probleem dat ook als zodanig moet worden geadresseerd.

Lees het artikel De mens als grondstof van De Groene Amsterdammer over Zuboffs gedachtegoed >

Kriti Sharma: AI for Good

Hoewel AI vaak met angstige ogen wordt bekeken, zet Kriti Sharma deze techologie juist in om de grootste uitdadingen van onze tijd aan te pakken – van huiselijk geweld tot seksuele gezondheid en ongelijkheid. Ze creëerde een digitale metgezel voor Zuid-Afrikaanse vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld. Ook lanceerde ze Dr. Sneha, een digitaal personage dat met jonge mensen in gesprek gaat over hun seksuele gezondheid, een onderwerp dat in India nog steeds als een taboe wordt beschouwd. Zo ontstaan mensvriendelijke algoritmen, die lijnrecht staat tegenover het gebrek aan diversiteit waarmee AI-technologie normaal gesproken is behept.

Bekijk de TEDtalk van Kriti Sharma en het interview met Biebapalooza >

Cathy O'Neil: Weapons of Math Destruction

In haar boek Weapons of Math Destruction onderzoekt de Amerikaanse wiskunde Cathy O’Neil de invloed van het gebruik van big data en algoritmes op allerlei gebieden in ons leven, waaronder verzekeringen, reclame en het onderwijs. Haar conclusie: algoritmen – hoewel vaak gezien als neutrale wiskundige instrumenten - vergroten de kloof tussen de haves en de have-nots. Ze trekken de rijken voor en benaderen de armen, versterken racisme en vergoten ongelijkheid. Als voorbeeld van zo’n discriminerend effect noemt ze de arme student die geen lening kan krijgen omdat dat op grond van zijn postcode te riskant wordt gevonden, waardoor het onderwijs dat hem uit zijn beperkte leefwereld kan trekken hem wordt ontzegd. Deze vicieuze cirkel moeten we volgens O’Neil doorbreken. Ze roept de bouwers van deze algoritmen op meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun producten en vraagt beleidsmakers met klem het gebruik ervan te reguleren.

Bezoek de website over Weapons of Math Distruction >

Brittany Kaiser: De datadictatuur

Brittany Kaiser mag met recht een insider in de datadictatuur worden genoemd: ze was directeur bij Cambridge Analytica, het bedrijf dat op Facebook op grote schaal gegevens verzamelde van gebruikers en hun vrienden. Adverteerders konden deze data tegen betaling gebruiken om hun advertenties nog beter af te stemmen op hun doelgroep. Dat klinkt onschuldig, maar niets is minder waar: op die manier zorgde Cambridge Analytica ervoor dat miljoenen mensen werden gemanipuleerd in hun gedachten en gedrag, leidend tot andere aankopen, handelingen en keuzes in het stemhokje. Was Groot-Brittannië zonder deze data wel uit de Europese Unie gestapt? Had Donald Trump ooit de Amerikaanse verkiezingen kunnen winnen? Na het grote privacyschandaal rondom Facebook kwam het bedrijf in het voorjaar van 2018 ten val – mede door klokkenluider Brittany Kaiser. In De datadictatuur. Hoe je wordt gemanipuleerd in wat je doet, denkt en stemt vertelt zij hoe zij als jonge, ambitieuze, idealistische vrouw verstrikt raakte in het wereldwijde web van dataverzameling, data-analyse en dataverkoop, en wat haar verhaal ons kan leren over digitale privacy.

Lees het verhaal van Brittany Kaiser in De Morgen >

Platform Bescherming Burgerrechten: overheidsinformatie

Begin 2018 daagden schrijvers Maxim Februari en Tommy Wieringa, in navolging van een groep burgers, de Nederlandse staat voor de rechter. Zij verzetten zich tegen de verzameling van gegevens over burgers door de overheid. Het Rijk gebruikt zulke informatie bijvoorbeeld om te voorspellen hoe groot de kans is dat iemand zal frauderen, zodat diegene extra in de gaten kan worden gehouden. Tegen deze Systeem Risico Indicatie (SyRI), die sinds 2014 door de overheid wordt gebruikt, kwam het Platform Bescherming Burgerrechten in opstand. De burger is tenslotte niet op de hoogte van de selectie van deze gegevens en de manier waarop wordt vastgesteld wie wel en wie geen risico vormt. Zij wisten zich gesteund door Stichting Privacy First en het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten. Ook de Raad van State en het toenmalige College Bescherming Persoonsgegevens hadden bij de inwerkingstelling van het systeem al bezwaren.

Ga naar de website van het Platform Bescherming Burgerrechten >

Lees de hele analyse

Publieke waarden en technologisch burgerschap

De technologische vernieuwingen die onze samenleving in een hogere versnelling hebben gebracht, roepen nieuwe vragen op over de manier waarop we onze samenleving willen inrichten. Het Rathenau Instituut, gericht op vraagstukken rond wetenschap, technologie en innovatie, publiceerde meerdere rapporten over de gevolgen van de digitale samenleving en wat zij ‘technologisch burgerschap’ noemt. De digitale werkelijkheid moet worden geüpgraded: zij moet worden gevormd op basis van publieke waarden, zodat iedereen kan deelnemen, en zodat technologie wordt ingezet ter verbetering van de samenleving als geheel. Ook vanuit burgers is een upgrade nodig, om ervoor te zorgen iedereen de kans heeft om in gelijke mate te profiteren van de technologische vooruitgang.

Digitale samenleving

Technologisering van de samenleving

De samenleving is in rap tempo gedigitaliseerd en geglobaliseerd. Het internet wordt ook wel de vierde industriële revolutie genoemd. Inmiddels evolueren we richting een super smart society 5.0. Techniek geeft vorm aan hoe we handelen en de wereld begrijpen. Techniek verbindt ons met de wereld met ons heen. Desalniettemin lopen regelgeving en beleid achter op de snelheid van deze technologische innovaties. Daardoor komen democratische waarden onder druk te staan. Waarden als autonomie, transparantie en privacy zijn van wezenlijk belang voor het functioneren van een democratie. Juist die waarden zouden door het klakkeloos implementeren van technologie in het gedrang kunnen komen.

 

Stroom aan data

In een digitale wereld werken dingen anders dan in de werkelijkheid zoals we die voorheen kenden. Privacy, bijvoorbeeld, betekent niet alleen dat achter je voordeur niemand meekijkt, maar ook dat je je in de publieke ruimte, op straat, vrij kunt bewegen zonder dat al je bewegingen en tussenstops worden gevolgd en gebruikt om je de volgende keer een bepaalde kant op te sturen. En toch vinden we het in de online wereld vrij normaal dat over al onze bewegingen, onze vragen en onze aankopen, gegevens worden bijgehouden. Gegevens waarvan we niet eens helder hebben waaróm ze verzameld worden, door wie, en aan wie ze worden doorgegeven. Met alle bewegingen die we maken, alle aankopen die we doen, elk bericht dat we aanklikken, laten we gegevens achter. Die berg aan ongestructureerde gegevens en onnavolgbare datastromen noemen we big data.

Meer toepassingen van AI

Met de opkomst van big data lijkt de toepassing van AI eveneens in een stroomversnelling te zijn geraakt. Om iets van deze gegevensbrij te kunnen maken, vertrouwen we op het gebruik van slimme algoritmes om patronen en verbanden te vinden die we met het blote oog niet meer zien. Algoritmes laten ons de wereld op een nieuwe manier begrijpen. Kunstmatige intelligentie of artificial intelligence (AI) is geen sciencefiction, het is allang overal om ons heen. Denk aan algoritmen die de prijs van een overnachting bepalen, aanbevelingen voor het kijken van bepaalde series, het doen van aankopen, de berichten die verschijnen in je newsfeed, de spamfilters in je mailbox.

 

 

Uitvergroten van menselijke zwakheden

AI wordt toegepast op steeds meer terreinen, van zorg tot handhaving, van cultuur tot rechtspraak. Het inzetten van AI helpt om processen beter te laten verlopen, maar het gaat nog lang niet altijd goed. Het is duidelijk dat AI de tekortkomingen van mensen, zoals een bepaalde vooringenomenheid en selectieve waarneming, kan uitvergroten en scheeftrekken. Denk aan de discriminerende sollicitatierobot van Amazon, die nieuw personeel selecteerde op basis van de eigenschappen van de vooral mannelijke werknemers die al bij het bedrijf in dienst waren. Of wat dacht je van Microsofts chatbot Tay, die binnen een dag transformeerde in een twitterbot vol racistische, seksistische uitlatingen? Vanuit het oogpunt van inclusiviteit moeten we ervoor zorgen dat die algoritmes die we gebruiken niet alleen op de goede manier zijn ontworpen, maar dat ze vooral goed worden ingebed in de praktijk.

Governance versterken

Langzaamaan begint het besef te ontstaan dat we met elkaar – overheid, toezichthouders, bedrijfsleven en burgers – moeten nadenken over de samenleving die we wensen, en hoe we binnen die samenleving omgaan met de gevolgen van dataficering. In het rapport Opwaarderen. Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving (Rathenau Instituut, 2017) worden de fundamentele vragen uiteengezet die de digitalisering van de samenleving oproept. Het Rathenau Instituut roept op om publieke waarden te borgen door de governance over maatschappelijke en ethische aspecten van digitalisering te versterken.

Technologisch burgerschap

Daarnaast is een upgrade van burgers nodig om te voorkomen dat de ongelijkheid tussen digitaal vaardigen en digibeten toeneemt. Het Rathenau Instituut spreekt in dit kader van technologisch burgerschap: wat moeten we als burgers en professionals weten over AI? Technologisch burgerschap gaat over het kunnen gebruiken van technologie voor je persoonlijke en professionele leven, over weerbaarheid en bewustzijn van de werking van technologie en sociale media én over de institutionele kaders waarbinnen burgers en professionals mogen meepraten over het ontwerp en gebruik van technologie.

Immersieve technologie

De nieuwste technologie zit letterlijk steeds dichter op de huid. Denk aan wearables,  toepassingen van virtual reality (VR), gezichtsherkenning en spraaktechnologie. Met de doorbraak van deze immersieve technologieën gaat de digitale samenleving een nieuwe fase in. De fysieke en digitale wereld raken meer dan ooit met elkaar verknoopt. Nu gaat het debat nog over privacy en veiligheid, maar er is meer in het geding. Dankzij VR, augmented reality (AR) en spraaktechnologie zal het onderscheid tussen de ‘echte’ wereld en de virtuele werkelijkheid steeds meer vervagen. Daarmee komen ook waarden als gelijke behandeling, menselijke waardigheid en gelijke machtsverhoudingen in het geding.

Ontwerpeisen aan de samenleving

De urgente maatschappelijke en politieke vragen die dit oproept, zijn voor het Rathenau Instituut aanleiding geweest voor het opstellen van een nieuw manifest, waarin tien ontwerpeisen zijn opgesteld aan de digitale samenleving van morgen, die vragen om actie van de overheid, bedrijven en burgers. Een van de eisen gaat uit van bescherming tegen manipulatie en beïnvloeding. De intieme gegevens die bedrijven verzamelen, geven hun bijvoorbeeld tal van inzichten in iemands gedrag en voorkeuren. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor gerichte reclames, die op een direct en onbewust niveau kunnen inspelen op iemands voorkeuren, maar ook mogelijkheden om deep fakes in te zetten voor beïnvloeding en manipulatie.

De rol van de bibliotheek

Zien bibliotheken voor zichzelf een rol in deze ontwikkelingen weggelegd? Het is tenslotte hun taak om toegang te bieden tot offline én online informatie. Daarbij hoort ook het aanleren van de vaardigheden om te kunnen deelnemen aan de digitale samenleving. Dat houdt onder meer in dat bibliotheken burgers bewust kunnen maken van rechten en risico’s, maar ook dat bibliotheken hun eigen rol kritisch bezien. Hoe om te gaan met de inzet van AI? Hoe kunnen privacy en anonimiteit van bezoekers gewaarborgd blijven? Hoe zorgen we ervoor dat de publieke ruimte die de bibliotheek is, dat ook blijft, inclusief en pluriform? Een concrete stap is het ervoor zorgen dat iedereen basale kennis heeft van technologische ontwikkelingen en AI, zowel binnen de eigen organisatie als voor burgers die gebruikmaken van de bibliotheek. Dat kan bijvoorbeeld door het laten zien van wat er speelt, online en in de bibliotheek.

Voorbeelden uit de bibliotheeksector

Data Detox Kit
Met de Data Detox Kit volg je een achtdaagse kuur, waarbij je elke dag een onderdeel van je digitale persoonlijkheid behandelt. Het doel is niet om je smartphone en sociale media minder te gebruiken, maar om er bewuster gebruik van te maken. De Data Detox Kit is een initiatief van het Fries Bibliotheken Netwerk.

The Glass Room
Hoeveel (persoonlijke) data wordt er verzameld en wat gebeurt daarmee? De Glass Room, een tijdelijke tentoonstelling gericht op jongeren vanaf 10 jaar, maakt dit inzichtelijk. Het zet aan tot gesprekken over privacy en data delen en leert te doorzien wat het verband is tussen dataverzameling en nepnieuws. Ook maken bezoekers kennis met praktische tools om hier zelf meer grip op te krijgen, zoals de Data Detox Kit. Deze tentoonstelling was te zien in bibliotheken in Amsterdam en Leeuwarden. Ook werden bibliotheekmedewerkers getraind.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op rapporten van het Rathenau Instituut. Wie zich meer wil informeren over de impact van technologie op de samenleving, bevelen we sterk aan deze rapporten te lezen.

Bronnen

Lees het hele artikel

Digitale kennis op Bibliotheekinzicht

Bibliotheekinzicht presenteert feiten en cijfers over Nederlandse bibliotheken, ook op digitaal gebied. Een overzicht van de artikelen over digitale zaken, waaronder digitale vaardigheden, de digitale overheid en opgroeien met digitale media.

De bibliotheek en digitale vaardigheden

Digitale vaardigheden worden de afgelopen jaren steeds noodzakelijker om succesvol te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Toch is een deel van de Nederlandse bevolking onvoldoende digitaal vaardig. Dat versterkt ongelijkheid tussen jong en oud, hoog- en laagopgeleiden en mensen met een hoog en een laag inkomen. Overheidscommunicatie vindt tegenwoordig bijvoorbeeld steeds meer via het internet plaats. De overheid zet daarom in op digitale vaardigheden, onder meer in samenwerking met bibliotheken.

Lees het artikel >

De bibliotheek en de digitale overheid

De bibliotheek wil leden en bezoekers zo goed mogelijk begeleiden bij het gebruik van de digitale overheid. Dit sluit aan bij de ontwikkeling de klassieke uitleenbibliotheek naar de brede maatschappelijke bibliotheek, die ook op lokaal niveau helpt digitale informatie te ontsluiten. Deze begeleiding krijgt onder meer vorm in de structurele samenwerking met de Belastingdienst, de aanwezigheid van informatiepunten en deelname aan het programma rondom digitale inclusie.

Lees het artikel >

Opgroeien met digitale media

Digitale media winnen aan populariteit – ook onder kinderen en jongeren. Zij gebruiken deze apparaten vooral om te communiceren met anderen, maar ook muziek- en videoapplicaties en games zijn populair. Ook worden tablets, laptops en smartphones en andere elektronica steeds meer ingezet in het onderwijs. In tegenstelling tot veelgehoorde angsten verdringen digitale media het papier niet: het een gaat niet ten koste van het ander. Ook andere zorgen, zoals digitaal geweld en pesten, zijn niet altijd terecht: jongeren zijn zich vaak goed bewust van de risico’s. 

Lees het artikel >

Leesbevordering in een veranderende leescultuur

Steeds minder mensen lezen. Met name het percentage jeugdlezers daalt. Hoewel de meeste lezers de voorkeur houden voor papier, is ook digitaal lezen in opkomst. Het boek wordt ook via nieuwe wegen gepromoot, zoals via literaire festivals en vlogs. Zo ontstaan ook nieuwe vormen van literatuur, die niet per se het boek als drager hebben. De grens tussen schrijver en lezer vervaagt. Het collectie- en programma-aanbod van de bibliotheek speelt in op deze ontwikkelingen.

Lees het artikel >

Lees-, kijk- en luistertips

Er valt genoeg te lezen, kijken en luisteren over digitaal burgerschap. Vergaap je bijvoorbeeld aan een twaalf uur durende talkshow over vijftig jaar world wide web, duik in de schaduwkant van de internetsamenleving, luister je wijzer over internetprivacy en denk mee over ethiek, wereldeconomie en nieuwe technologieën.

Bits of Freedom & De BalieBits of Freedom & De Balie: The Internet Marathon

In The Internet Marathon namen Bits of Freedom en De Balie in september 2020 een duik in de kosten en baten van vijftig jaar internet. In een twaalf uur durend programma verkenden zij samen met dertig nationale en internationale gasten alle hoeken en gaten van het wereldwijde web – van de kabels onder de grond tot de satellieten in de lucht, van de meest bezochte pagina's tot ondergrondse weblogs. Ook KB-curator digitale collecties Kees Teszelszky en congrescurator Marleen Stikker waren te gast.

Bekijk de opening van The Internet Marathon >

Huib ModderkolkHuib Modderkolk: Het is oorlog maar niemand die het ziet

Zes jaar lang deed onderzoeksjournalist Huib Modderkolk onderzoek naar de schaduwkant van internet. Iedere ontdekking riep nieuwe vragen op. Wie leest mee met onze appjes? Hoe ver reiken de tentakels van Nederlandse veiligheidsdiensten? Wat betekent het als staten internet gebruiken om te controleren en te saboteren? In Het is oorlog maar niemand die het ziet laat Modderkolk zien hoe kwetsbaar een samenleving is die steeds meer vertrouwt op techniek.

Lees meer over het boek van Huib Modderkolk >

Maurits Martijn & Dimitri TokmetzisMaurits Martijn en Dimitri Tokmetzis: Je hebt wél iets te verbergen. Over het levensbelang van privacy

In Je hebt wél iets te verbergen laten onderzoeksjournalisten Maurits Martijn (1981) en Dimitri Tokmetzis (1975) zien waarom privacy het meest bedreigde mensenrecht van onze tijd is. Grote techbedrijven weten alles over ons doen en laten: Facebook is ervan op de hoogte bij wie we op bezoek gaan, Apple houdt bij hoelang we blijven, Samsung hoort wat we zeggen en Google wist zelfs al dat we dit bezoek hadden gepland. Martijn en Tokmetzis leggen bloot welke gegevens burgers allemaal weggeven aan welke instanties en welke ingrijpende gevolgen dat heeft.

Lees meer over het boek van Martijn en Tokmetzis >

Marietje SchaakeNooit Meer Slapen: Marietje Schaake

Marietje Schaake is internet- en privacy-expert. Van 2009 tot 2019 hield ze zich namens D66 in het Europees Parlement bezig met de macht van grote technologiebedrijven. Vorig jaar werd ze docent én directeur internationaal beleid bij het Cyber Policy Center van de prestigieuze Amerikaanse universiteit Stanford in Californië, waar ze zich bezighoudt met technologiebeleid en kunstmatige intelligentie. De afgelopen tijd richtte ze haar pijlen onder meer op de polarisatie die in de Verenigde Staten gaande is en de invloed daarvan op de verkiezingen van 2020. Pieter van der Wielen van radioprogramma Nooit Meer Slapen sprak vlak voor de verkiezingen met Schaake. In dit gesprek doet ze uitspraken die nu, achteraf, profetisch blijken te zijn.

Luister naar Marietje Schaake >

Jan Willem van WesselJan Willem van Wessel: AI en de bibliotheek

Kunstmatige intelligentie en de bibliotheek – je zou denken dat weinig begrippen verder uit elkaar liggen dan die twee. De bibliotheek staat voor eeuwen van gestolde, door mensen gecureerde kennis. AI bestaat nauwelijks een paar decennia en gaat over machines die razendsnel leren, informatie verwerken, analyseren en verbanden zien. De bibliotheek is altijd de onbetwiste autoriteit geweest op het gebied van het ordenen van informatie en het beschikbaar maken van kennis. Kunstmatige intelligentie daarentegen wordt zowel verheerlijkt als verketterd en levert resultaten die niet door iedereen op dezelfde waarde worden geschat. In een serie blogs staat Jan Willem van Wessel, hoofd van de sector Verwerking en Behoud (V&B) van de KB, stil bij dit markante duo.

Lees de openingsblog van Jan Willem van Wessel >

David LankesDavid Lankes: AI en bibliothecarissen

Hoe beïnvloedt kunstmatige intelligentie de dagelijkse taken van bibliotheekmedewerkers? Daarover ging de KB in gesprek met bibliotheekgoeroe David Lankes tijdens Bieb-a-palooza. Lankes benadrukt dat AI weliswaar een deel van de taken van bibliothecarissen overneemt, maar dat de mens altijd nodig blijft om de taak van de bibliotheek goed te kunnen blijven uitvoeren. Daarnaast wordt de gidsfunctie van de bibliotheek door het digitale landschap steeds belangrijker.

Bekijk het KB-college >

Roland DuongRoland Duong: De slag om het internet

In De slag om het internet van VPRO Tegenlicht gaat Roland Duong op zoek naar een eerlijker, veiliger en socialer internet. Daarover gaat hij in gesprek met tech- en privacyexperts, journalisten, filosofen en beleidsmakers, in de vorm van podcasts, livestreams, artikelen en blogs. Zijn centrale vraag: hoe kunnen we ons verweren tegen algoritmes, desinformatie en smartphoneverslavingen, die leiden tot polarisatie en ontwrichting in onze samenleving? Hij stelt niet alleen digitale misstanden aan de kaak, maar gaat ook op zoek naar oplossingen.

Ga naar de website >

Big FiveBNR Big Five: De macht van Big Tech

Eind 2020 raakte de wereld in de ban van de Netflix-documentaire The Social Dilemma, waarin wordt gewaarschuwd de hoeveelheid macht die de algoritmes van sociale netwerken op ons leven hebben. Maar wat vinden reclamemakers daarvan? Zij kunnen immers niet meer zonder. BNR-presentatoren Diana Matroos en Art Rooijakkers gingen in gesprek met Jasper Hauser, oprichter van Darkroom en DFFRNT Lab en voorheen designmanager bij Facebook, Hans Schnitzler, techfilosoof en schrijver van het boek Kleine filosofie van de digitale onthouding, Constance Scholten van Slingshot, Constantijn van Oranje van TechLeap en Victor Knaap van MediaMonks en S4 Capital.

Beluister alle gesprekken >

Nationale AI-cursusDe Nationale AI-cursus

AI komt steeds dichterbij. En dus is het belangrijk dat Nederlanders zich goed laten voorlichten. Dat kan met de gratis Nationale AI-cursus, met lezingen van experts en voorbeelden van toepassingen van kunstmatige intelligentie in het dagelijks leven. Dankzij deze verschillende casussen krijg je inzicht in de wereld van AI op de werkvloer, bij de overheid, in de zorg en meer. Als je je alvast wilt voorbereiden, kun je van tevoren deze korte geschiedenis van AI bekijken.

Meld je aan voor de Naionale AI-cursus >

Lees alle items

Lees de hele analyse

Grip op data

Bij vrijwel alles wat we doen, staan we data af: het nieuws dat we lezen en liken, de route die we afleggen, waar we parkeren, tanken, de auto opladen, een broodje kopen… Veel van die data komen in handen van bedrijven en overheden, die deze informatie inzetten voor hun eigen doelen, zoals verkeersveiligheid, crowd management of geld verdienen. Vaak is onhelder welke data precies gebruikt worden en hoe beslissingen op basis van data tot stand komen. Van wie zijn die data eigenlijk? Wie bepaalt wat ermee mag gebeuren, wie profiteren ervan? Deze vragen vormen de basis van onderzoek en experimenten met het ‘teruggeven’ van data aan burgers, aan de samenleving, en data te zien als een common good. Marianne Hermans, adviseur Onderzoek bij de KB, en Emiel Rijshouwer, onderzoeker aan de Universiteit van Rotterdam, laten hun licht schijnen over deze kwesties.

Datastad

Dataficering van de samenleving

Wie weleens naar de realityserie Hunted heeft gekeken, weet: onder de radar blijven is in de wereld waarin we op dit moment leven praktisch onmogelijk. Ons hele doen en laten wordt vastgelegd, vaak ongevraagd en zonder dat we ons ervan bewust zijn. Met onze telefoon bekijken we het nieuws, onderhouden we onze contacten, betalen we, tellen we onze stappen en vinden we de route. In de openbare ruimte worden we gevolgd door camera’s en sensoren en passeren we toegangspoortjes bij parken en musea. Met al deze bewegingen laten we grote hoeveelheden gegevens achter, waarvan bedrijven en overheden graag gebruikmaken voor hun eigen gewin of belangen, zoals de inrichting van steden of zelfs smart cities.

 

De belofte van slimme steden

De dataficering van mens en omgeving kan bijdragen aan oplossingen voor vraagstukken op het gebied van veiligheid, mobiliteit, duurzaamheid  et cetera. Door slim gebruik van data kunnen steden bijvoorbeeld duurzamer, sneller te doorkruisen, of veiliger worden, doordat op basis van data voorspeld wordt waar overlast gaat ontstaan. Maar wie bepaalt wat ‘slim’ is? Wat veilig is voor de een, kan voor de ander een beperking van de vrijheid inhouden. Wat is duurzaam, en voor wie? Kortom: welke waarden staan bij de inrichting van steden centraal en hoe kunnen we omgaan met tegengestelde belangen van groepen burgers, bedrijven en bestuurders?

Voorbeeld: Brainport Smart District

In de Helmondse wijk Brandevoort wordt de slimste wijk ter wereld ontwikkeld: Brainport Smart District (BSD). Hier worden de nieuwste inzichten en technieken op het gebied van participatie, gezondheid, data, mobiliteit, energie en circulariteit ingezet om een duurzame en mooie woonomgeving te creëren. Maar hoe ga je veilig met al die data om? Daartoe heeft BSC afspraken vastgelegd in een datamanifest, waarin staat vastgelegd wat wel en niet met de gegevens van Helmondse burgers mag gebeuren.

Van wie zijn die data?

Vanuit het oogpunt van transparantie en inclusie is het belangrijk dat burgers weten op welke wijze data tot stand zijn gekomen en wat ermee wordt gedaan De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet alleen bij bedrijven en overheden. Het gaat voor een groot deel over data die over en door burgers worden gegenereerd. Het zou daarom logisch en eerlijk zijn om die data ter beschikking te stellen aan burgers, zodat zij de bedrijven en de overheden die deze verzamelen kunnen controleren en ter verantwoording kunnen roepen en zodat zij kunnen meedenken over toepassingen die ook hun belangen dienen.

 

Empowerment van burgers

Naarmate de invloed van technologie op de samenleving toeneemt, en daarmee de macht van big tech en big government, groeit het belang om burgers te ‘empoweren’ door ze zeggenschap te geven over data. Maar hoe dan? Een mooi voorbeeld is Barcelona. Een belangrijk onderdeel van de strategie van Francesca Bria, Chief Technology Officer van de stad, is het waarborgen van de datasoevereiniteit van burgers: geef ze zeggenschap en toegang tot de data die door en over hen verzameld worden.

Barcelona geeft inwoners controle over eigen data

Barcelona was een van de eerste Europese steden die begon te experimenteren met digitale stadstechnologieën. De stad legde uitgebreide sensornetwerken aan die de overheid en de private sector voorzien van data over onder meer transport, energieverbruik, geluidsniveaus en irrigatie. De zeggenschap over de data die verzameld worden, ligt bij burgers. Luister hier naar CTO Francesca Bria’s verhaal over datasoevereiniteit.

Zeggenschap bij de burger

Hoe kunnen burgers toegang krijgen tot data? Is er een mogelijkheid om eigen gegevens te verwijderen of data ‘terug te krijgen’? Kunnen ze meedenken over het ontwikkelen van toepassingen waarvan ze zelf profiteren? Dat kan bijvoorbeeld door te werken met open source en open standaarden. Data moeten worden beheerd door burgers zelf: welke data wil ik voor mezelf houden, welke wil ik delen, met wie, en waarvoor mogen ze gebruikt worden? De basis is het beschermen van burgers én daarmee de democratie, en ervoor zorgen dat iedereen in gelijke mate van technologische ontwikkelingen profiteert.

Herover je data

In de Tegenlicht-uitzending Herover je data gaan makers op zoek naar oplossingen om onze data uit handen van de grote techbedrijven te krijgen. Ze onderzoeken welke initiatieven Europa neemt voor een meer publieke online ruimte als alternatief voor de modellen van Silicon Valley en China.

Burgers meekrijgen

Ook in Nederland zijn steden bezig met het openstellen van hun data en het transparanter maken van dataprocessen. De gemeente Den Haag is een voorloper op dit gebied. Den Haag zet open data onder meer in bij de energietransitie. Daar zijn Datalabs gehouden waarbij bewoners, bestuurders en techneuten met elkaar in gesprek gaan over het inzetten van data. Bewoners kijken met andere ogen naar lokale vraagstukken. Soms komen ze samen met ondernemers tot creatieve oplossingen, zoals bijvoorbeeld gebeurde met het leggen van zonnepanelen. Het beschikbaar stellen van data is een eerste stap, maar om mensen echt mee te krijgen, helpt het om aansprekende visualisaties te maken en gebruik te maken van overzichtssites als Waarstaatjegemeente.nl.

Burgers leveren zelf data aan

Als burgers overheidsinformatie wantrouwen of lacunes in beschikbare milieudata willen opvullen, nemen zij zelf het initiatief om gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld met sensoren voor het meten van luchtkwaliteit, geluidsoverlast of waterkwaliteit. Er zijn talloze voorbeelden waarbij burgers, met hulp, zelf data verzamelen en diensten opzetten. Denk bijvoorbeeld aan Coopcycle, dat een platform biedt aan individuele fietskoeriers om zich te verenigen in een coöperatie en zo te ontkomen aan de negatieve gevolgen van de gig-economie.

Monitor van de Stad

In de regio Tilburg heeft de Bibliotheek Midden-Brabant het voortouw genomen om burgers te betrekken bij het vergroenen de stad. Onder de noemer Monitor van de Stad worden in het FutureLab verschillende data in beeld gebracht, bijvoorbeeld over de luchtkwaliteit, het energieverbruik en het aantal parkeerplaatsen in verschillende woonwijken.

Burger ziet geen probleem

Steden zijn weliswaar bezig met het openstellen van hun data, maar eenvoudig is het niet om het grote publiek daadwerkelijk te betrekken en inspraak te geven. In de praktijk worden vooral hoger opgeleide, geïnteresseerde burgers bereikt. Dat blijkt ook uit onderzoek door het Centre for BOLD Cities, waarin men probeert burgers sterker bewust te maken van dataficering, bijvoorbeeld door het organiseren van data walks. De onderzoekers van BOLD merken dat het lastig is om mensen te activeren die digitalisering niet ervaren als een politiek of publiek probleem. Het is een onzichtbaar proces waarvan ze weinig last maar wel profijt hebben. Ze hebben daarnaast ook niet het idee dat ze invloed hebben op dataficering en digitalisering.

Centre for BOLD Cities

Het Centre for BOLD (Big, Open and Linked Data) Cities, een gezamenlijk initiatief van de Erasmus Universiteit Rotterdam, TU Delft en Universiteit Leiden, doet onderzoek naar de  afwegingen bij de inrichting van slimme steden. Met Data Empowerment Design Studios proberen zij mensen bewust te maken van de invloed van data op hun voorkeuren en gedrag. Daar gaan onderzoekers in co-creatieve sessies met burgers aan de slag om hun betrokkenheid bij de inrichting van de stad te vergroten, zoals in de Afrikaanderwijk in Rotterdam, waar een pilot werd gedaan met het bezorgen van pakketjes in de wijk.

 

Burgeremancipatie: uitdaging voor bibliotheken?

Digitaal burgerschap vraagt om emancipatie van de burger. Het onderwijs speelt daarin een grote rol, maar voor mensen die geen onderwijs volgen, kunnen bibliotheken daaraan bijdragen. De bibliotheek zou een plek kunnen zijn om data te vinden, beschikbaar te stellen en eventueel te visualiseren, zodat burgers inzicht krijgen in ontwikkelingen in de stad. Ook zouden bibliotheken hulp kunnen organiseren bij het toepassen van data, eventueel met de hulp van experts. Makerplaatsen, die in veel bibliotheken aanwezig zijn, kunnen daarvoor een plek bieden, maar ook op bredere schaal is de bibliotheek een plek waar mensen samenkomen om hun stem te laten horen en nieuwe toepassingen te ontwikkelen. Voorop staat het ontwikkelen van databewustzijn, bij burgers, en wellicht ook bij bibliotheken zelf.

Met dank aan dr. Emiel Rijshouwer, Antoine Gribnau en Miriam van den Beemt voor hun waardevolle input en voorbeelden uit de praktijk. Zij waren onze studiogasten tijdens de verdiepingssessie op het Nationaal Bibliotheekcongres over Grip op data.

Grip op data

We laten doorlopend een dataspoor achter. Wij zouden daar zelf meer zelf grip op moeten hebben, zeggen beleidsmakers. Dat is een mooi streven, maar is het ook te realiseren? En wat is de rol van de bibliotheken daarin? In deze interactieve talkshow neemt stadssocioloog en industrieel ontwerper Emiel Rijshouwer (Erasmus Universiteit, Centre for BOLD Cities) ons mee in zijn verhaal hoe je als burger de grip op data behoudt en terugkrijgt. Aan de hand van praktijkvoorbeelden laat hij zien wat werkt en wat nog niet, en welke rol bibliotheken spelen in deze ontwikkeling.

Met:

  • Emiel Rijshouwer, onderzoeker Erasmus School of Social and Behavioral Sciences (ESSB) 
  • Antoine Gribnau, informatiemanager Gemeente Den Haag
  • Miriam van den Beemt, projectleider Monitor van de Stad, de Bibliotheek Midden-Brabant

Bronnen en verder lezen

Lees alle items

AI dichtbij

Kunstmatige intelligentie: het klinkt misschien als een ver-van-je-bed-show, maar in feite komt artificial intelligence steeds dichter bij. Enkele voorbeelden van AI die waarschijnlijk al in jouw leven zijn doorgedrongen, en die je versteld doen staan van de slimheid van machines, met een focus op de kernfuncties van de bibliotheek.

Microsoft: computer als journalist

Hoe goed zou een computer nieuwsberichten kunnen schrijven? Bij MSN durven ze het wel aan. Microsoft ontsloeg in mei 2020 duizenden werknemers die zich voorheen bezighielden met het schrijven van content voor de nieuwswebsite van MSN. Die berichten zijn vaak herschreven versies van meer gerenommeerde websites van kranten. De ontslagen journalisten hadden zo hun twijfels bij deze keuze gezien de ‘strict editorial guidelines’ die volgens het platform moeten worden gehanteerd.

Lees het nieuwsbericht van The Guardian >

Google: Talk to Books

In april 2018 kwam Google met een nieuwe zoekfunctie: Talk to Books. Met deze tool worden vragen van Google-gebruikers beantwoord met behulp van de database van Google Books. Daarvoor maakt de functie gebruik van AI-technologie, die direct reageert op de verzoeken van gebruikers door de boeken te scannen en het meest geschikte antwoord te kiezen. En daarin wordt Talk to Books steeds beter: door gebruik te maken van machine learning begrijpt de zoekfunctie steeds beter waar hij het beste antwoord vindt. Hiermee hoopt Google nog meer gebruikers het juiste antwoord op hun vragen te laten vinden – niet door een lange lijst met links te presenteren, maar door exact de juiste informatie geven: helder, beknopt en betrouwbaar, ondersteund door vakliteratuur. Een kleine kanttekening: de functionaliteit werkt vooral goed voor feitelijke zaken, en minder voor complexere vragen over geschiedenis, politiek of cultuur.

Probeer Talk to Books uit >

Novel Effect: interactief voorlezen

Als ouder doe je tijdens het dagelijkse voorleesuurtje je uiterste best de aandacht van je kind erbij te houden. Novel Effect helpt daar een handje bij: de mobiele app maakt gebruik van spraakherkenningstechnologie om muziek, geluidseffecten, stemmen en andere audio aan het verhaal toe te voegen. Door de stem van de verteller te volgen speelt de app de geluiden op het juiste moment af. Er zijn honderden verhalen beschikbaar en er worden er steeds meer toegevoegd.

Ga naar de website van Novel Effect >

DeepZen: gesproken tekst genereren

Steeds meer mensen zetten liever een stem op hun oren als ze een boek tot zich willen nemen. Toch is het maken van een luisterboek een bijzonder kostbare bezigheid. Waar schrijvers in de beginjaren hun eigen boeken nog weleens op een cd inspraken, worden tegenwoordig vaak acteurs of bekende Nederlanders ingevlogen. Tegenwoordig kunnen luisterboeken gelukkig ook automatisch worden gegenereerd: spraaksystemen worden tenslotte steeds geavanceerder, waardoor het niet langer nodig is naar een haperende voorleesstem te luisteren. Via DeepZen is het zelfs mogelijk zelf een tekst door zo’n levendige computerstem te laten voorlezen. Je kunt zelfs kiezen voor verschillende soorten stemgeluiden.

Ga naar de website van DeepZen >

Envision: visueel zoeken

Envision is een smartphone-app die alle tekst voorleest die hij tegenkomt: van voedselverpakkingen tot posters, van ondertitels tot displayschermen. De app herkent zelfs handgeschreven tekst en begrijpt meer dan zestig talen. Maar dat is niet alles: de app kan ook kleuren beschrijven, bar- en QR-codes van producten scannen en zelfs complete beschrijvingen geven van wat hij ziet. Je kunt de app zelfs gebruiken als zoekfunctie in het dagelijks leven: ben je op zoek naar je mok, sleutelbos of zelfs een persoon in een menigte, dan vraag je de app de omgeving te scannen. Niet alleen handig voor blinden en slechtzienden, maar voor iedereen die goed kijken graag uitbesteedt.

Ga naar de website van Envsion >

Google Duplex: restaurant boeken

Denk jij dat je het doorhebt wanneer je niet met een mens maar met een computer praat? Het antwoord op die vraag is waarschijnlijk veranderd wanneer je eenmaal hebt kennisgemaakt met Google Duplex. Wie in Amerika telefonisch bij een restaurant reserveert, loopt het grote risico niet door een medewerker, maar door Google te worden geholpen. Er zijn zelfs adempauzes en uhm’s ingevoegd om de stem nog menselijker te laten klinken. Vervolgens wordt de klank verder geholpen door Google Assistant, die een bevestiging van de reservering naar de klant verzendt. Toch blijkt het systeem nog niet helemaal goed te werken: in bijna veertig procent van de gevallen moet Google Duplex alsnog een mens inschakelen om het telefoongesprek tot een goed einde te brengen, zo bleek uit een onderzoek van de New York Times.

Lees meer over Google Duplex >

IBM: debatteren met een computer

Bij IBM gaan ze nog een stapje verder: daar hebben ze een computer ontwikkeld die met mensen kan debatteren over complexe onderwerpen. De Project Debater gaat daarbij uit van de miljoenen artikelen en boeken die hij tot zich heeft genomen. Het mag dan nog geen debatwedstrijden winnen, toch wist het systeem bij demonstraties twintig procent van het publiek om te praten. Volgens IBM helpt de Project Debater afleidende zaken als emotie en ambiguïteit uit te schakelen, waardoor we tijdens het debat enkel oog hebben voor wat echt telt: de sterkte van de argumenten.

Lees meer over de Project Debater >

NBD Biblion: automatisch metadateren

Het zou voor bibliotheken over de hele wereld een hoop werk schelen: niet meer ieder boek handmatig te hoeven voorzien van metadata. Niet voor niets zijn nationale bibliotheken over de hele wereld – van Duitsland tot Singapore – bezig om dit voor elkaar te krijgen. In de nabije toekomst zouden op basis van het automatisch scannen de inhoud bijvoorbeeld trefwoorden kunnen worden toegekend. In Nederland is NBD Biblion momenteel bezig met een groot project dat dit mogelijk moet maken, inclusief automatische titelverrijking, zoals toevoeging van genres, samenvattingen en recensies.

Kijk het webinar Automatisch Metadateren van NBD Biblion terug >

Online Bibliotheek: persoonlijke aanraders

Een wat oudere vorm van AI, maar zeker niet eentje om onvermeld te laten: de aanbevelingen die je aan de zijkant van je scherm krijgt wanneer je in de online Bibliotheek een e-book hebt uitgekozen. Ben je eenmaal aan De brug van Geert Mak begonnen, dan krijg je automatisch andere reisboeken als tip. Dit systeem kennen we al langer van websites als Amazon en Bol.com. Aanvankelijk werden deze aanbevelingen gegenereerd op basis van het koopgedrag van anderen; tegenwoordig worden de vergelijkingen gemaakt op basis van de inhoud van de boeken.

Ga naar de online Bibliotheek >

Jargonbuster

Beginnen al die verschillende soorten kunstmatige intelligentie je al te duizelen? Met deze jargonbuster helpen we je weer op de rit.

Algoritme

Het gaat er continu over: algoritmes. Maar wat zijn het precies? Een algoritme is een wiskundige formule – in programmeertaal: een instructie, een stukje code, om een probleem om te lossen. Denk bijvoorbeeld aan het algoritme dat berekent hoe je het snelst van het ene punt naar het andere komt – een code die je ongetwijfeld dagelijks gebruikt wanneer je digitaal naar een andere plek navigeert. Algoritmes helpen ons om sneller informatie te verwerken en om ingewikkelde keuzes te maken. Ook maken algoritmes slimme technologie zoals kunstmatige intelligentie mogelijk. Technologie met algoritmes neemt veel werk uit handen en kan helpen om ingewikkelde vraagstukken beter te overzien. Soms kunnen we met deze technieken proberen in de toekomst te kijken, bijvoorbeeld of op een bepaalde plek de kans op een misdrijf groter is; we spreken dan van voorspellende algoritmes. Zulke algoritmes werken op basis van big data: een grote hoeveelheid gegevens, die we achterlaten door ons gedrag op internet of op straat.

Big data

Wanneer we te maken hebben met grote hoeveelheden digitale informatie, spreken we van big data. Vaak is die slecht gestructureerd en daardoor vrij complex om te analyseren. Die berg met data groeit overigens mede dankzij jou: met elke stap die je in de echte en de online wereld zet wordt informatie geproduceerd over jouw doen en laten. Dat heeft voor- en nadelen: enerzijds kunnen producten en diensten beter op jouw wensen worden afgesteld, anderzijds kun je je afvragen of jouw privacy zo wel netjes gewaarborgd blijft. Veel mensen denken dat het vooral techreuzen als Google en Facebook zijn die deze data gebruiken, maar ook de overheid vaart er wel bij: zij kan deze kennis gebruiken om beleid te maken of om risico’s in te schatten.

Broad AI (ook wel Strong AI of Artificial General Intelligence)

Wanneer we spreken over kunstmatige intelligentie, kunnen we het onderscheid maken tussen broad AI en narrow AI. Broad AI staat voor een systeem waarin alle cognitieve vaardigheden van de mens samenkomen. Voor de duidelijkheid: deze opvatting van AI bestaat alleen in fictionele vorm en in filosofische bespiegelingen van AI. Dit in tegenstelling tot narrow AI, verwijzend naar een systeem dat één AI-trucje tot in perfectie beheerst. Daar worden computers steeds beter in, zelfs beter dan mensen.

Commons

Commons, van het Engelse woord voor ‘gemeenschappelijke grond’, zijn hulpbronnen die door iedereen mogen worden gebruikt. Daarbij dachten ze een paarhonderd jaar geleden waarschijnlijk vooral aan fysieke zaken, zoals een lapje grond of een waterput, maar tegenwoordig hebben we het vooral over digitale commons, zoals tekst en beeld. Die zaken kunnen weliswaar privé-eigendom zijn, maar door de eigenaar worden vrijgegeven. Een beetje als een boer die zijn land openstelt om ook andermans vee er te laten grazen. Voorwaarde voor dergelijk gebruik is natuurlijk wel dat de eigenaar ook daadwerkelijk met dit gebruik heeft ingestemd. Denk bijvoorbeeld aan auteursrecht: wanneer je leest dat ‘alle rechten voorbehouden’ zijn, betekent dit dat de maker in het geval van dit werk geen gebruiksrechten heeft vrijgegeven. Dat het niet altijd zo zwart-wit is, maakt Creative Commons (CC) wel duidelijk: het doel van dit van oorsprong Amerikaanse project, opgericht in 2001, is om het traditionele copyright te versoepelen, zodat inhoud niet achter slot en grendel verdwijnt, maar door meer mensen kan worden gebruikt en uitgebreid. Daartoe biedt Creative Commons verschillende vrije licenties aan, die copyrighthouders kunnen gebruiken om problemen te voorkomen die door de huidige auteursrechtwetgeving kunnen optreden.

Deep learning

Deep learning, ook wel structured learning of hierarchical learning genoemd, is een vorm van machine learning die gebruikmaakt van complexe neurale netwerken die gigantische hoeveelheden data bevatten. Met deze techniek kunnen zeer complexe problemen worden opgelost: van natural language processing tot het zelfstandig laten rijden van een auto. Dat lukt doordat deze techniek de werking van de menselijke hersenen nabootst, inclusief de immense hoeveelheid brokjes informatie die onderling met elkaar verbonden zijn. Zo’n netwerk kan heel veel verbanden tegelijk leggen, waardoor alle opties razendsnel kunnen worden afgewogen – sneller dan een mens ooit zou kunnen.

Digitaal burgerschap

Digitaal burgerschap betekent dat burgers gelijke kansen hebben en die kunnen benutten om zich kritisch, gelijkwaardig en creatief door de digitaliserende wereld te bewegen. Ze kunnen en willen online actief en democratisch meedoen en gaan online respectvol met anderen om. Verder zijn deze burgers zich bewust van de mogelijkheden en beperkingen van digitale informatie en vormen zij zelfstandig een kritisch oordeel over wat hen aan informatie wordt aangereikt. Digitaal bewuste burgers nemen niet alleen kennis tot zich, maar leren ook nieuwe vaardigheden aan: ze ontwikkelen een lerende houding, waardoor ze duurzaam actief onderdeel kunnen blijven uitmaken van de analoge én digitale maatschappij. Dit alles klinkt misschien ver van je bed, maar gaat bijvoorbeeld ook over het online kunnen invullen van je belastingaangifte en het verantwoord omgaan met sociale media.

Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie, vaker voorkomend in de Engelse variant – artificial intelligence – ofwel AI, is de intelligentie die ervoor zorgt dat machines, software en apparaten zelfstandig problemen oplossen door te reageren op data of impulsen uit hun omgeving, zodat zij zonder tussenkomst van een mens beslissingen kunnen nemen. Daarbij imiteren zij het denkvermogen van de mens: door te leren van hun eigen fouten leveren ze een steeds beter resultaat, ook wel machine learning genoemd. Deze technologie zorgt voor veel nieuwe mogelijkheden, maar brengt ook risico’s met zich mee: computers die zelfstandig opereren, nemen tenslotte lang niet altijd de juiste beslissingen. Denk bijvoorbeeld aan een zelfrijdende auto die de borden langs de weg niet goed kan lezen of een robot die je stem niet goed verstaat. Overigens ontwikkelde wetenschapper Alan Turning al in 1936 de welbekende Turingtest, waarmee hij probeerde te onderzoeken of een machine inderdaad een vorm van menselijke intelligentie kan vertonen.

Machine learning

Machine learning, ook wel machinaal leren, is een vorm van kunstmatige intelligentie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van software die zijn eigen kwaliteit verbetert, dus zonder menselijke input. In plaats daarvan maakt machine learning gebruik van geavanceerde algoritmes en grote hoeveelheden big data. Hoe meer data beschikbaar is, hoe sneller en beter de machine zijn gedrag kan verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan de gezichtsherkenning op je telefoon, productaanbevelingen op winkelwebsites en suggesties voor de snelste route op Google Maps.

Narrow AI (ook wel Weak AI)

De term Narrow AI verwijst naar een AI-systeem dat maar één trucje kan, maar dat trucje wel ontzettend goed beheerst. Op dit punt kunnen machines mensen overtreffen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan AlphaGo, het programma dat zelfs de beste Go-speler ter wereld verslaat. Narrow AI staat tegenover Broad AI: een systeem waarin alle cognitieve vaardigheden van de mens samenkomen. Dat is nog toekomstmuziek.

Natural language processing

We zeiden het al: in de huidige wereld worden grote hoeveelheden data opgeslagen, die niet altijd prettig gestructureerd zijn. Daardoor is het lastig de juiste data te pakken te krijgen. Natural language processing, ook wel afgekort tot NLP, helpt orde aan te brengen in de chaos. Deze AI-techniek maakt gebruik van machine learning om de belangrijkheid van een stukje informatie te bepalen, bijvoorbeeld door kernwoorden uit een tekst te destilleren en hun onderlinge relaties te achterhalen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door informatie over de zinsconstructie, het aantal keren dat een woord voorkomt en de gebruikte bronnen. Op basis van dergelijke informatie kunnen ook trend- en sentimentanalyses worden gemaakt over een bepaalde term, bijvoorbeeld door te kijken of die in de loop der jaren vaker in een negatieve of in een positieve context is genoemd.

Lees de hele analyse

Wees niet bang om AI te gebruiken

Heb geen angst voor kunstmatige intelligentie. Dat bepleiten Martijn Kleppe, Hoofd Onderzoek bij de KB, en Jacco van Ossenbruggen, Informaticus bij het Centrum Wiskunde & Informatica en medeoprichter van het Cultural AI Lab (CulturAIL). Experimenteer als erfgoedsector met AI en leer erover – en onderschat vooral niet welke belangrijke spelers informatieprofessionals zelf zijn in het steeds groter wordende AI-veld.

Wees niet bang om AI te gebruiken

Dataslurpende techbedrijven

De kranten, tijdschriften en vakbladen staan vol over de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie. Of beter gezegd: over de gevaren ervan. Want wie AI zegt, denkt bijna vanzelf aan beeldherkenningstechnieken die vooroordelen bevestigen. Of aan dataslurpende techbedrijven die alles van ons persoonlijk leven weten. Ook Maxim Februari pleitte in zijn gasthoofdredacteurnummer van IP | vakblad voor informatieprofessionals voor data-ethiek en betoogde dit onderwerp tot kerntaak te maken van ‘de mensen in het informatiedomein’. Zo’n pleidooi is ook goed. En een kritische houding is altijd gezond. Maar slaan we niet door? Verlamt de discussie over de mogelijke gevaren juist niet een verkenning van de mogelijkheden voor onze sector? Laten we niet achteroverleunen en afwachten, maar vooral experimenteren en leren over de mogelijkheden.

 

 

Experimenten

Gelukkig wordt ook in Nederland al op bescheiden schaal geëxperimenteerd. Dat leidt tot prachtige toepassingen en goede lessen. Met studenten van de TU Delft bekeken we bijvoorbeeld of we met behulp van beeldherkenning boeken konden aanbevelen. Je houdt de camera van je telefoon voor een boekenkast, waarna alle titels worden geanalyseerd en op basis van jouw voorkeuren suggesties worden gedaan voor andere boeken. NBD Biblion experimenteert met het automatisch genereren van beschrijvingen van boeken voor bibliotheken. Dat bevalt ze zo goed dat ze de partij waarmee ze dat doen, Bookarang, zelfs hebben overgenomen. Verschillende archieven werken momenteel met Transkribus, een systeem dat in staat is handschriften te lezen en om te zetten in computerleesbare tekst. Het Nationaal Archief heeft op die manier samen met het Noord-Hollands Archief manuscripten uit onder andere het zeventiende- en achttiende-eeuwse VOC-archief doorzoekbaar gemaakt. Bij de KB experimenteren we met het semi-automatisch beschrijven van publicaties met behulp van Natural Language Processing. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid past spraakherkenning toe om nog beter door televisieprogramma’s te kunnen zoeken. En het Noord-Hollands Archief gaat de komende tijd met beeldherkenning de collectie van Fotopersbureau De Boer doorzoekbaar maken: niet alleen met behulp van de metadata, maar ook met elementen op de foto.

Black box

Allemaal stoere toepassingen die verschillende vormen van kunstmatige intelligentie gebruiken. Een van de ingewikkeldere en ongrijpbare technieken is die van neurale netwerken. We weten niet goed wat ze precies doen, maar wel dat dit soort black boxes vaak een goed resultaat geven. Met name de ongrijpbaarheid maakt de inzet van deze netwerken voor veel mensen ingewikkeld. Zeker voor mensen die data-ethiek hoog in het vaandel hebben staan. Betekent dit dat we ze daarom niet moeten gebruiken? Wat ons betreft niet. Wel moet je goed nadenken wanneer je ze inzet en voor welke toepassing. Niet voor niets hebben we bij de KB AI-principes ontwikkeld, waarvan ‘inclusief’, ‘onpartijdig’ en ‘transparant’ onderdeel uitmaken.

Bias

Maar misschien nog wel belangrijker dan de algoritmes zelf zijn de data die gebruikt worden om algoritmes te trainen. Met name de bias, of de vooringenomenheid van de data, is daarbij cruciaal. Toen we bij de KB voor het eerst experimenteerden met beeldherkenning, merkten we dat beschikbare open source-algoritmes goed werkten om de inhoud van moderne foto’s te herkennen. Maar op historische foto’s lukte dat minder goed – en dat was ook niet zo vreemd. Imagenet, een grote dataset die de basis vormt voor veel beeldherkenningsalgoritmes, bevat namelijk alleen maar hedendaagse foto’s, en kon dus niet goed overweg met oudere afbeeldingen.

Data inbrengen

Dat brengt ons bij de unieke positie die de erfgoedsector kan spelen in het AI-domein: we kunnen de algoritmes ‘voeden’ met de prachtige (digitale) datasets die we al eeuwenlang verzamelen, beschrijven en digitaliseren. Dat brengt drie grote voordelen met zich mee. Allereerst brengen we op die manier een nieuw soort bias in, zoals historisch taalgebruik, waardoor algoritmes diverser worden. Hiermee krijgen onze datasets een tweede leven, waarmee we een waardevolle rol kunnen spelen in het debat over de eenzijdigheid van AI-algoritmes. Een tweede voordeel is dat algoritmes vervolgens ook steeds beter toepasbaar worden voor toepassing in ons domein wanneer ze getraind worden met ons soort data. Een derde voordeel is dat het trainen van  algoritmes – al dan niet open source – op publieke beschikbare (open) data het mogelijk maakt om de black box te doorbreken en onderzoek naar de bias door derde partijen mogelijk maakt.

Stappen gezet

Natuurlijk is het beschikbaar stellen van data makkelijker gezegd dan gedaan. Naast technische expertise (hoe maak je datasets eigenlijk zo goed mogelijk beschikbaar?) kunnen auteursrecht en privacy de nodige beperkingen met zich meebrengen, waardoor datasets niet gebruikt mogen worden. Toch zijn er afgelopen tijd mooie stappen gezet. Het Nationaal Archief en Noord-Hollands Archief hebben hun modellen uit het Transkribus-project beschikbaar gesteld voor andere onderzoekers. Vanuit de KB maken we zogenaamde ground truth-datasets beschikbaar voor onder andere onderzoekers. Recent nog publiceerde Brill een dataset met afbeeldingen om algoritmes te laten ontwikkelen dat automatisch Iconclass-codes kan toekennen. En in het nieuwe project met Fotopersbureau De Boer heeft het Noord-Hollands Archief ook toegezegd de data na afloop beschikbaar te maken.

Culturele AI

Hoewel zulke initiatieven nu nog op één hand te tellen zijn, zijn het wel de stappen die we als sector moeten zetten wanneer we kunstmatige intelligentie op een verantwoorde manier willen inzetten. In onze optiek moet het zelfs leiden tot de nieuwe (sub)discipline Culturele AI. Hierin wordt digitale erfgoeddata gebruikt om algoritmes verder te ontwikkelen die steeds beter in staat zijn om menselijke culturele normen en waarden beter te begrijpen. Of: hoe kunnen we onze kennis uit en over ons (digitale) erfgoed gebruiken om AI beter te maken? Het is dé manier om niet alleen nog veel meer over kunstmatige intelligentie te leren, maar ook actief een belangrijke bijdrage te leveren die hard nodig is.

Dit is een bewerking van een artikel dat voor het eerst verscheen in IP | vakblad voor informatieprofessionals.

Lees de hele analyse

Nepnieuws als virus

De coronacrisis heeft de zwakke plekken in onze nieuwsvoorziening pijnlijk blootgelegd: tijdens de crisis nam de verspreiding van nepnieuws enorm toe, complottheorieën beleven hoogtijdagen. Hoe zorgen we als samenleving voor goed geïnformeerde burgers en hoe kunnen bibliotheken daarin een rol spelen?

Mobiel

Het internet heeft de manier waarop we informatie creëren, vindbaar maken en delen compleet veranderd. De consumptie van nieuws en informatie is voor een deel verschoven naar sociale media en on demand-diensten. Het verdienmodel van deze platforms is gebouwd op aandacht, niet op het bieden van betrouwbare en relevante informatie. De coronacrisis zorgt voor een enorme toename van nepnieuws en onbetrouwbare informatie. Door de World Health Organization (WHO) is de pandemie al bestempeld als infodemie: niet alleen de ziekte verspreidt zich in razend tempo over de wereld, maar ook foutieve informatie die het virus omringt (WHO, 2020).

Digitale tijdperk als voedingsbodem

De crisis brengt aan het licht  hoe kwetsbaar de organisatie van de digitale nieuwsvoorziening is. Het onderliggende model, met advertenties als inkomstenbron, werkt perverse mechanismen in de hand. Verrassend nieuws wordt vaker aangeklikt dan saai nieuws. Dat werkt ‘klikpulp’ in de hand, nieuws dat de aandacht trekt om maar zoveel mogelijk kliks te krijgen.

Wanneer mensen nauwelijks meer blootgesteld worden aan ongemakkelijke, uitdagende of prikkelende perspectieven, kunnen echokamers ontstaan waarin vooral bevestiging van vooringenomen ideeën plaatsheeft. Omwille van hun privacy delen mensen hun informatie weer vaker in gesloten groepen, in plaats van open voor het hele internet. Ook gepersonaliseerde nieuws-feeds kunnen leiden tot blikvernauwing en bevestiging van vooringenomen ideeën. De pluriformiteit van het Nederlandse mediamodel dempt het risico van filterbubbels en echokamers (Möller, 2019).

Social media

Sociale media kunnen een katalysator zijn voor de verspreiding van desinformatie. Sociale media en zoekmachines hebben voor een deel de rol van de traditionele media als nieuwsvoorziening overgenomen. Mensen zien, horen of lezen het nieuws vaker op hun mobiele telefoon, via een gepersonaliseerde timeline van berichten. Vooral jongeren delen nieuwsberichten via de smartphone (Beekmans, 2019). Ook maken nieuwsdiensten gebruik van sociale media om hun content te verspreiden.

Social mediaplatforms nemen maatregelen om mensen te verwijzen naar betrouwbare bronnen, maar het is de vraag hoeveel mensen daar ook gebruik van maken. Dankzij het internet en verschuivingen in nieuwsconsumptie is het onderscheid tussen betrouwbare en onbetrouwbare bronnen voor veel mensen niet meer zo helder. De WHO streed hier bijvoorbeeld tegen door zich te begeven op socialmediaplatform TikTok, om daar met name onder jongeren juiste informatie over het virus te verspreiden (WHO, 2020).

Hoewel de zorgen om nepnieuws en desinformatie wereldwijd toenemen (Reuters, 2019), lijkt de Nederlandse samenleving tot nu toe weerbaar tegen beïnvloeding door desinformatie. Nederlanders hebben veel vertrouwen in het nieuws van omroepen en krantenbedrijven, in vergelijking met mensen in andere landen In sociale media als nieuwsbron hebben ze veel minder vertrouwen (Lauf & Scholtens, 2019).

Onderzoek van het Rathenau Instituut toont aan dat de mediawijsheid van verschillende groepen burgers vaak tekort schiet (Van Keulen, et al., 2018). In het Nederlandse overheidsbeleid staat dat ze wil voorkomen dat de democratie en de rechtsorde in ons land door desinformatie worden ondermijnd. Het kabinet zet daarbij uitdrukkelijk in op verbetering van het vermogen van de burgers om desinformatie te herkennen (Rijksoverheid.nl 2019).

Remedies tegen desinformatie

Er zijn verschillende manieren om de verspreiding van desinformatie tegen te gaan, door technologieën zoals automatische identificatie en het blokkeren van nepsites, advertenties en klikpulp. Door te streven naar transparantie over de werking van algoritmes die bepalen wie welk nieuws te zien krijgt. Door strengere internationale regelgeving en het aan banden leggen van de vrijheid van grote platforms, en door te investeren in professionele journalistiek. Het blijft echter een kat- en muisspel tussen fact checkers en makers van nepnieuws.

Minstens zo belangrijk als het controleren van feiten en het corrigeren van schadelijke inhoud, is het begrijpen van de werking van desinformatie. Wat maakt mensen, zeker in tijden van crisis, zo ontvankelijk voor desinformatie, welke mechanismen bevorderen de verspreiding ervan en hoe kunnen mensen weerbaar worden gemaakt tegen nepnieuws?

Het menselijk brein is gemakzuchtig en selectief. We zoeken naar informatie die onze vermoedens bevestigt en negeren informatie die onze ideeën tegenspreekt. Wanneer we onder druk komen te staan, zoals in crisis, filteren we nog meer dan normaal: we kiezen voor de kortste gedachtenroute (Beunders, 2020). In crisistijd zoeken we naar houvast en eenduidige antwoorden. En die zijn er niet.

Debunking - prebunking

Een fundamenteel onderscheid in de bestrijding van nepnieuws is het verschil tussen debunking en prebunking. Debunking is het ontmaskeren van nepnieuws door met de feiten te komen, met tegenargumenten en alternatieve bronnen. Prebunking is juist gericht op het vóóraf weerbaar maken van mensen door ze alvast opzettelijk te confronteren met nepnieuws. Vergelijk het met de maatregelen ter voorkoming van de verspreiding van een virus door het toedienen van een vaccin, versus het zo snel mogelijk opsporen en ontmaskeren van ‘patiënt zero’. Als mensen met opzet en in een educatieve setting blootgesteld worden aan nepnieuws, zullen ze uiteindelijk gaan begrijpen hoe bepaalde mechanismen werken. Ze krijgen de argumenten in handen om misleidende informatie te herkennen, ook als die desinformatie aansluit bij hun vooropgezette ideeën. Het brein wordt getraind om minder snel de makkelijkste, vooringenomen weg te nemen.

Bibliotheken en het onderwijs kunnen met hun programma’s bijdragen aan het vergroten van de mediawijsheid van burgers door mensen te gidsen door de wirwar van informatie en te verwijzen naar betrouwbare bronnen, zoals bijvoorbeeld de bibliotheek Eindhoven doet met hun pagina over coronanieuws. Ook door het bieden van instrumenten voor fact checking, zoals de Covid-19 editie van de IFLA-infographic How to spot fake news, of bijvoorbeeld een podcast over het herkennen van nepnieuws (bibliotheek Zuid-Kennemerland). Maar vooral door het vergroten van de weerbaarheid tegen nepnieuws door mensen te trainen in het herkennen van misleidende informatie.

Maar de strijd tegen nepnieuws is niet het enige dat aandacht behoeft. Beter is het om de eenzijdige focus op desinformatie los te laten en breder in te zetten op een gezond democratisch debat. Een democratische samenleving heeft baat bij goed geïnformeerde burgers die mogen meepraten en meebepalen in een debat over de toekomst van het land, over de beste uitweg uit deze crisis, en de inrichting van de samenleving. Bibliotheken kunnen met hun kernfunctie van ontmoeting én debat bijdragen aan het faciliteren van debat en het voeden van de maatschappelijke dialoog.

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van het dossier Trends van de KB en van bronnen uit een literatuurstudie in het kader van een KIEM-onderzoek onder leiding van dr. Jos van Helvoort van de Haagse Hogeschool, Lectoraat Duurzame Talentontwikkeling. De KB is partner in het KIEM-onderzoek.

Bronnen