Bibliotheeklocaties en -faciliteiten

Vermindering aantal bibliotheekorganisaties

Het aantal bibliotheekorganisaties nam in 2018 af tot 146 organisaties, 3 minder dan 2017, toen Nederland 149 openbare bibliotheekinstellingen telde. Tijdens de Bibliotheekvernieuwingsoperatie tussen 2001 en 2008 was het beleid om grotere organisatorische eenheden samen te stellen. Gemeentebibliotheken fuseerden tot basisbibliotheken, die in meerdere gemeenten bibliotheekdiensten verleenden. In de jaren negentig van de vorige eeuw piekte het aantal zelfstandige bibliotheekorganisaties boven de 600, ongeveer evenveel als er gemeenten waren. In 2000 telde Nederland 542 openbare bibliotheekorganisaties; in de periode van Bibliotheekvernieuwing liep dit af tot 194 in 2008. Dat aantal nam hierna – in een lager tempo – verder af, tot 146 in 2018. Dat houdt ook in dat het werkgebied van bibliotheken is vergroot. Zo kennen 20 bibliotheekorganisaties inmiddels een werkgebied van 5 of meer gemeenten (KB, 2019a).

Stabilisatie aantal (hoofd)vestigingen

Over de teruggang van het aantal bibliotheekorganisaties en -locaties is de afgelopen jaren een publieke en politieke discussie gevoerd. Angstige voorspellingen dat een derde van de vestigingen zou worden gesloten, bleken niet uit te komen. Het aantal (hoofd)vestigingen daalde tussen 2012 en 2015 met 9%. Vanaf 2015 is het aantal (hoofd)vestigingen redelijk stabiel en schommelt het totaal aantal bibliotheeklocaties tussen de 1200 en 1300. In 2018 telde Nederland 1.218 fysiek te bezoeken bibliotheeklocaties, waarvan 763 (hoofd)vestigingen en 168 servicepunten. Het aantal bibliotheekservicepunten blijft dalen. Dit zijn bibliotheeklocaties met een beperkte collectie, waar 5 tot 15 uur per week professioneel personeel aanwezig is. Deze servicepunten zijn vaak onderdeel van een multifunctionele accommodatie (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019*.

*Het onderscheid tussen (hoofd)vestigingen en servicepunten kan vanaf 2012 worden gemaakt; eerdere aantallen kunnen niet worden uitgesplitst.

Wat is het verschil tussen een vestiging, servicepunt en afhaalpunt?

In 2018 heeft de KB de definities voor bibliotheeklocaties aangescherpt en de categorie indeling aangepast. Vanaf 2018 is deze indeling gebaseerd op het aantal openingsuren (bemand en onbemand) en de aanwezigheid van een collectie.

 

De volgende definities worden gehanteerd voor de verschillende typen locaties.

  • Vestiging: een locatie waar een collectie aanwezig is en die meer dan 15 uur per week bemand geopend is;
  • Servicepunt: een locatie waar een collectie aanwezig is en die 5 tot 15 uur per week bemand geopend is;
  • Miniservicepunt: een locatie waar een collectie aanwezig is en die minder dan 5 uur per week bemand geopend is;
  • Zelfbedieningsbibliotheek: een locatie waar een collectie aanwezig is en die 0 uur per week bemand geopend is;
  • Afhaalpunt: een locatie waar geen collectie aanwezig is;
  • Bibliobushalte: een halte waar de bibliobus stopt, in een gebied waar andere locaties ontbreken. 

Minder locaties met brede dienstverlening

Met 763 (hoofd)vestigingen in 2018 was 63% van alle bibliotheeklocaties een bemande vestiging met minimaal 15 openingsuren per week. Hoewel het aandeel (hoofd)vestigingen binnen het totale aantal locaties de afgelopen jaren is toegenomen, worden de locaties waar burgers terechtkunnen bij gekwalificeerd personeel en gebruik kunnen maken van de brede dienstverlening vanuit de kernfuncties die de wet voorschrijft steeds schaarser. Er zijn steeds meer afhaalpunten, miniservicepunten en zelfbedieningsbibliotheken (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Aantal bibliotheeklocaties per soort per jaar

Soort bibliotheeklocatie

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

(Hoofd)vestigingen

843

810

802

770

767

776

763

Servicepunten

220

225

209

232

194

175

168

Bibliotheekbushaltes

499

262

212

141

187

203

139

Afhaalpunten

0

14

31

56

63

114

75

Miniservicepunten

106

87

59

56

56

54

51

Zelfbedieningsbibliotheken

6

4

4

11

19

61

22

Totaal

1.674

1.402

1.317

1.266

1.286

1.383

1.218

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Definities bibliotheeklocaties aangescherpt in 2018

In 2018 heeft de KB de definities voor bibliotheeklocaties aangescherpt en de categorie indeling aangepast. Vanaf 2018 is deze indeling gebaseerd op het aantal openingsuren – bemand en onbemand – en de aanwezigheid van een collectie. Voorheen konden bibliotheken deze indeling zelf categoriseren. Hierdoor lijkt het alsof het aantal locaties tussen 2017 en 2018 is afgenomen; deze verschillen komen echter grotendeels voort uit deze veranderde werkwijze.

Openbare bibliotheken op de BES-eilanden

In 2018 waren er naast de 1.218 bibliotheeklocaties in Europees Nederland drie openbare bibliotheken gevestigd in Caribisch Nederland. Vanuit de Nederlandse wetgeving is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) ook op de BES-eilanden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba – van toepassing. In 2018 vroeg de KB als onderdeel van de jaarlijkse Gegevenslevering Wsob voor het eerst ook de openbare bibliotheken op de BES-eilanden om gegevens over het kalenderjaar 2017. De resultaten voor de BES-eilanden zijn echter beperkter en niet direct te vergelijken met de resultaten voor Europees Nederland. Daarom zijn bibliotheekorganisaties op de BES-eilanden niet in dit artikel verwerkt, maar zijn alle resultaten rondom deze bibliotheken gebundeld in een artikel over openbare bibliotheken op de BES-eilanden.

Meer dan standaardfaciliteiten

Bezoekers kunnen bij bibliotheken terecht voor meer dan het lenen van boeken. Op het merendeel van de bibliotheeklocaties en op vrijwel alle (hoofd)vestigingen kunnen bezoekers gebruik maken van één of meer faciliteiten. De standaardfaciliteiten zoals wifi, pc’s met internet, een leestafel of print- en kopieerfaciliteiten worden op de meeste locaties (bijna 900) aangeboden. Maar de bibliotheek biedt meer: bezoekers kunnen hier ook terecht om te werken of studeren, gebruik te maken van cursus- of vergaderruimten, horeca of zaalverhuur. In ongeveer de helft van alle bibliotheeklocaties in Nederland (circa 600) worden speciaal hier voor ingerichte werk- of studieplekken aangeboden. Vier op de tien (hoofd)vestigingen, circa 300, bieden tevens cursus-, vergader- of expositieruimte aan (KB, 2019a). In het groeiende aanbod aan faciliteiten zien we de verschuiving van de klassieke uitleenbibliotheek naar de brede maatschappelijke bibliotheek terug, evenals in het toenemende aantal bezoeken en activiteiten.

Hoe krijgen deze faciliteiten vorm in lokale bibliotheken?

Om in beeld te brengen hoe bibliotheken invulling geven aan deze faciliteiten, brengt de KB begin 2020 een publicatie uit met aansprekende voorbeelden. Deze publicatie is het tweede deel in een reeks van publicaties waarmee het verhaal achter de cijfers in beeld gebracht wordt.

 

In het eerste deel uit deze publicatiereeks is in beeld gebracht hoe bibliotheken invulling geven aan de vijf kernfuncties: De Bibliotheek doet meer. Deze publicatie laat het verhaal zien achter de cijfers: het aantal georganiseerde activiteiten rondom de kernfuncties. Dit verhaal kan door openbare bibliotheken worden gebruikt om stakeholders te laten zien wat de bibliotheek van nu doet. Bibliotheken uit het hele land, die illustratief zijn voor wat zich in vele lokale bibliotheken afspeelt, dienen als voorbeeld (KB, 2019b).

Groei door de Bibliotheek op school

De ontwikkeling van het aantal bibliotheeklocaties hangt nauw samen met de introductie van de Bibliotheek op school in het basis- en het voortgezet onderwijs. Het aantal locaties van de Bibliotheek op school is sinds 2012 sterk toegenomen, maar wordt niet meegerekend in het totaal aantal bibliotheeklocaties. In het schooljaar 2018-2019 waren er 3.213 Bibliotheken op school in het primair- en 239 in het voortgezet onderwijs (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a; Van de Burgt & Van de Hoek, 2020b).

Aantal locaties de Bibliotheek op school

 

Primair onderwijs

Voortgezet onderwijs

Provincie

2017-2018

2019-2020

2017-2018

2019-2020

Drenthe

185

202

4

8

Flevoland

60

88

4 5

Friesland

216

241

11 16

Gelderland

371

394

23 31

Groningen

119

138

10 12

Limburg

202

209

7 16

Noord Brabant

607

598

46 53

Noord Holland

235

257

21 24

Overijssel

282

262

18 21

Utrecht

88

97

4 4

Zeeland

140

144

0 1

Zuid Holland

529

583

14 48

Nederland

3.043

3.213

162 239

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a; Van de Burgt & van de Hoek, 2020b.

Gemiddelde afstand tot de bibliotheek stabiliseert

De afname van het aantal fysiek te bezoeken bibliotheeklocaties heeft als gevolg dat de gemiddelde afstand tot de bibliotheek voor Nederlanders is toegenomen tot 1,9 kilometer in 2018. Het gaat hierbij om de gemiddelde afstand van alle inwoners tot de dichtstbijzijnde bibliotheek, een (hoofd)vestiging of servicepunt, berekend over de weg. Hoewel de gemiddelde afstand tot de bibliotheek in Nederland de afgelopen jaren gelijk bleef, is de afstand in sommige provincies wel toegenomen. Sinds 2012 zijn inwoners van bijna alle provincies iets langer onderweg naar de dichtstbijzijnde bibliotheeklocatie. Uit de uitsplitsing naar provincies is op te maken dat tussen 2017 en 2018 in 8 van de 12 provincies de afstand licht is toegenomen en in slechts 1 provincie licht is afgenomen (CBS, 2019). In de Rijksbegroting van 2019 is opgenomen dat het kabinet in de jaren 2019-2021 jaarlijks 1 miljoen euro reserveert voor de bereikbaarheid van de openbare bibliotheek in de regio, om te zorgen voor een instandhouding van de voorzieningen. In twaalf kleine gemeenten komt een nieuwe bibliotheek of wordt de huidige bibliotheek met extra investeringen behouden (OCW, 2019).

Gemiddelde afstand over de weg tot dichtsbijzijnde bibliotheekvestiging of -servicepunt (in km)

Provincie

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Nederland

1,7

1,8

1,8

1,9

1,9

1,9

1,9

Groningen

1,7

1,7

1,9

1,9

1,9

1,9

1,9

Friesland

2,1

2,7

2,9

2,9

2,9

3,0

3,1

Drenthe

2,3

2,3

2,6

2,6

2,7

2,7

2,7

Overijssel

1,6

1,6

1,6

1,7

1,7

1,8

1,9

Flevoland

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

2,6

2,7

Gelderland

2

2,1

2

1,9

2

1,9

2,0

Utrecht

1,4

1,5

1,5

1,5

1,6

1,6

1,7

Noord-Holland

1,5

1,5

1,7

1,7

1,7

1,6

1,7

Zuid-Holland

1,4

1,5

1,5

1,6

1,6

1,6

1,5

Zeeland

2,8

2,9

2,9

2,9

3,5

3,3

3,3

Noord-Brabant

1,7

1,7

1,8

1,9

2

2,0

2,2

Limburg

1,6

1,8

1,9

1,9

1,9

2,0

2,1

Bron: CBS, 2019.

Gemeenten zonder openbare bibliotheek

In 2019 waren er 17 gemeenten zonder een openbare bibliotheekvoorziening conform de eisen uit de Wsob. In Buren (Gelderland), Lopik (Utrecht) en Waterland (Noord-Holland) is geen openbare, maar een commerciële bibliotheek gevestigd. In zeven gemeenten kunnen burgers enkel gebruik maken van een afhaalpunt en/of bibliobus: Albrandswaard (Zuid-Holland), Bergeijk (Noord-Brabant), Mook en Middelaar (Limburg), Rozendaal (Gelderland), Noord-Beveland en Veere (Zeeland). In twee gemeenten hebben bibliotheken het certificeringstraject doorlopen, maar zijn ze vervolgens niet gecertificeerd: Zaanstad (Noord-Holland) en Brunssum (Limburg). Acht gemeenten hebben afspraken gemaakt over het gebruik van de bibliotheekvoorziening in buurgemeenten. In de gemeenten Alphen-Chaam, Haaren (Noord-Brabant) en Montfoort (Utrecht) betalen inwoners hiervoor een meerprijs voor hun abonnement ten opzichte van de inwoners uit de ‘eigen gemeente’; in Blaricum, Uitgeest (Noord-Holland), Roerdalen, Mook en Middelaar (Limburg) en Rozendaal (Gelderland) betalen inwoners hiervoor geen meerprijs (KB, 2019).

Bibliotheek culturele voorziening met kortste reisafstand

Ook de gemiddelde afstand tot andere culturele voorzieningen is de laatste jaren relatief stabiel gebleven. De gemiddelde afstand tot de bioscoop (6,3 kilometer) is het grootst, gevolgd door podiumkunsten (4,9 kilometer in 2017) en musea (3,7 kilometer in 2017). De bibliotheek is de culturele voorziening met de kortste reisafstand. Met een gemiddelde reisafstand van 1,9 kilometer is de bibliotheek meer vergelijkbaar met een café (1,2 kilometer), middelbare school (2,4 kilometer in 2017) of warenhuis (2,7 kilometer) dan met andere culturele voorzieningen (CBS, 2019).

Raad voor Cultuur roept op tot meer vestigingen

De invoering van de Wsob op 1 januari 2015 had verschillende doelen: een breder programma in alle bibliotheken, meer samenhang in de sector en een intensiever gebruik van de digitale collectie. Na vijf jaar evalueerde KWINK groep de wet, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In februari 2020 bracht de Raad voor Cultuur op basis van dit onderzoek advies uit over de wet. Volgens KWINK groep zijn alle stakeholders positief over de komst van de Wsob. Over het algemeen bieden bibliotheken een brede verscheidenheid aan producten en diensten, waarbij zij regelmatig samenwerken met andere partijen. Desalniettemin daalt het aantal vestigingen, waardoor niet alle Nederlandse burgers even gemakkelijk toegang meer hebben tot de vijf kernfuncties van de openbare bibliotheek. De Raad voor Cultuur roept op om het tij te keren door het aantal bibliotheeklocaties te vergroten (Van Mil et al., 2020; Raad voor Cultuur, 2020).

Bronnen