Bibliotheeklocaties en -faciliteiten

Vermindering aantal bibliotheekorganisaties

Het aantal bibliotheekorganisaties nam in 2019 af tot 145 organisaties, 1 minder dan 2018, toen Nederland 146 openbare bibliotheekinstellingen telde. Tijdens de Bibliotheekvernieuwingsoperatie tussen 2001 en 2008 was het beleid om grotere organisatorische eenheden samen te stellen. Gemeentebibliotheken fuseerden tot basisbibliotheken, die in meerdere gemeenten bibliotheekdiensten verleenden. In de jaren negentig van de vorige eeuw piekte het aantal zelfstandige bibliotheekorganisaties boven de 600, ongeveer evenveel als er gemeenten waren. In 2000 telde Nederland 542 openbare bibliotheekorganisaties; in de periode van Bibliotheekvernieuwing liep dit af tot 194 in 2008. Dat aantal nam hierna – in een lager tempo – verder af, tot 140 in 2020. Dat houdt ook in dat het werkgebied van bibliotheken in de loop der jaren is vergroot. Zo kennen 18 bibliotheekorganisaties inmiddels een werkgebied van 5 of meer gemeenten (Van de Burgt & Van de Hoek, 2021).

Stabilisatie aantal (hoofd)vestigingen

Over de teruggang van het aantal bibliotheekorganisaties en -locaties is de afgelopen jaren een publieke en politieke discussie gevoerd. Angstige voorspellingen dat een derde van de vestigingen zou worden gesloten, bleken niet uit te komen. Het aantal (hoofd)vestigingen daalde tussen 2012 en 2015 met 9%. Vanaf 2015 is het aantal (hoofd)vestigingen redelijk stabiel en schommelt het totaal aantal bibliotheeklocaties tussen de 1200 en 1300. In 2020 telde Nederland 1.209 fysiek te bezoeken bibliotheeklocaties, waaronder 757 (hoofd)vestigingen en 158 servicepunten (Van de Burgt & Van de Hoek, 2021).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2021.*

*Het onderscheid tussen (hoofd)vestigingen en servicepunten kan vanaf 2012 worden gemaakt; eerdere aantallen kunnen niet worden uitgesplitst.

Minder locaties met brede dienstverlening

Met 757 (hoofd)vestigingen in 2020 was 63% van alle bibliotheeklocaties een bemande vestiging met minimaal 15 openingsuren per week. Hoewel het aandeel (hoofd)vestigingen binnen het totale aantal locaties de afgelopen jaren is toegenomen, worden de locaties waar burgers terechtkunnen bij gekwalificeerd personeel en gebruik kunnen maken van de brede dienstverlening vanuit de kernfuncties die de wet voorschrijft steeds schaarser (Van de Burgt & Van de Hoek, 2021). Naar aanleiding van de evaluatie van de Wsob en het advies van de Raad van Cultuur wordt met het Bibliotheekconvenant 2020-2023 ingezet op één toekomstbeeld voor het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen: dat iedere inwoner van Nederland de komende jaren binnen een redelijke afstand toegang heeft tot een volwaardige openbare bibliotheek. Een bibliotheek die alle vijf de bibliotheekfuncties uit de Wsob vervult en vanuit die hoedanigheid een relevante bijdrage levert aan de maatschappelijke opgaven en intensief samenwerkt met partners op lokaal, regionaal en landelijk niveau (VOB et al., 2020). Het Bibliotheekconvenant kreeg begin 2021 concrete uitwerking in de Netwerkagenda: een samenwerking tussen bijna meer dan honderd mensen uit het bibliotheekveld, verdeeld in twaalf programmateams, gefocust op de thema’s uit het convenant. Deze worden in de komende twee jaar uitgevoerd (KB et al., 2021).

Soort bibliotheeklocatie

2012

2014

2016

2018

2019

2020

(Hoofd)vestigingen

843

802

767

763

743

757

Servicepunten

220

209

194

168

178

158

Bibliotheekbushaltes

499

212

187

139

131

129

Afhaalpunten

0

31

63

75

70

74

Miniservicepunten

106

59

56

51

58

59

Zelfbedieningsbibliotheken

6

4

19

22

27

32

Totaal

1.674

1.317

1.286

1.218

1.207

1.209

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2021.

Wat is het verschil tussen een vestiging, servicepunt en afhaalpunt?

In 2018 heeft de KB de definities voor bibliotheeklocaties aangescherpt en de categorie indeling aangepast. Vanaf 2018 is deze indeling gebaseerd op het aantal openingsuren – bemand en onbemand – en de aanwezigheid van een collectie. Voorheen konden bibliotheken deze indeling zelf categoriseren. Hierdoor lijkt het alsof het aantal locaties tussen 2017 en 2018 is afgenomen; deze verschillen komen echter grotendeels voort uit deze veranderde werkwijze. De volgende definities worden gehanteerd voor de verschillende typen locaties:

  • Vestiging: een locatie waar een collectie aanwezig is en die meer dan 15 uur per week bemand geopend is;
  • Servicepunt: een locatie waar een collectie aanwezig is en die 5 tot 15 uur per week bemand geopend is;
  • Miniservicepunt: een locatie waar een collectie aanwezig is en die minder dan 5 uur per week bemand geopend is;
  • Zelfbedieningsbibliotheek: een locatie waar een collectie aanwezig is en die 0 uur per week bemand geopend is;
  • Afhaalpunt: een locatie waar geen collectie aanwezig is;
  • Bibliobushalte: een halte waar de bibliobus stopt, in een gebied waar andere locaties ontbreken.

 

Openbare bibliotheken op de BES-eilanden

In 2019 waren er naast de 1.207 bibliotheeklocaties in Europees Nederland drie openbare bibliotheken gevestigd in Caribisch Nederland. Vanuit de Nederlandse wetgeving is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) ook op de BES-eilanden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba – van toepassing. In 2018 vroeg de KB als onderdeel van de jaarlijkse Gegevenslevering Wsob voor het eerst ook de openbare bibliotheken op de BES-eilanden om gegevens over het kalenderjaar 2017. De resultaten voor de BES-eilanden zijn echter beperkter en niet direct te vergelijken met de resultaten voor Europees Nederland. Daarom zijn bibliotheekorganisaties op de BES-eilanden niet in dit artikel verwerkt, maar zijn alle resultaten rondom deze bibliotheken gebundeld in een artikel over openbare bibliotheken op de BES-eilanden.

Meer dan standaardfaciliteiten

Bezoekers kunnen bij bibliotheken terecht voor meer dan het lenen van boeken. Op het merendeel van de bibliotheeklocaties en op vrijwel alle (hoofd)vestigingen kunnen bezoekers gebruik maken van één of meer faciliteiten. De standaardfaciliteiten zoals wifi, pc’s met internet en een leestafel worden op de meeste locaties (circa 800) aangeboden. Maar de bibliotheek biedt meer: bezoekers kunnen hier ook terecht om te werken of studeren, gebruik te maken van cursus- of vergaderruimten, horeca of zaalverhuur. In ongeveer de helft van alle bibliotheeklocaties in Nederland (ruim 600) worden speciaal hier voor ingerichte werk- of studieplekken aangeboden. Vier op de tien locaties, circa 300, bieden tevens cursus-, vergader- of expositieruimte aan (KB, 2021). In het groeiende aanbod aan faciliteiten zien we de verschuiving van de klassieke uitleenbibliotheek naar de brede maatschappelijke bibliotheek terug, evenals in het toenemende aantal bezoeken en activiteiten. 

Bibliotheekleden positief over gebouw

Ondanks de krimp in het aantal bibliotheeklocaties is het merendeel van de bibliotheekleden overwegend positief over het bibliotheekgebouw, de locatie, inrichting en sfeer. Dat blijkt uit onderzoek van BiebPanel in 2019 onder bijna 14 duizend bibliotheekleden. Bijna alle leden voelen zich welkom in hun bibliotheekvestiging. Twee derde vindt dat de bibliotheek uitnodigt om er vaak te komen en lang te verblijven. Als de bibliotheekleden iets aan het gebouw of de inrichting mochten veranderen, dan zouden zij zich met name richten op een duidelijke indeling van de bibliotheek en de collectie, meer zitplekken, het huiskamergevoel en betere of meer parkeergelegenheid (Probiblio, 2020).

Groei aantal locaties de Bibliotheek op school

De ontwikkeling van het aantal bibliotheeklocaties hangt nauw samen met de introductie van de Bibliotheek op school in het basis- en het voortgezet onderwijs. Het aantal locaties van de Bibliotheek op school is sinds 2012 sterk toegenomen, maar wordt niet meegerekend in het totaal aantal bibliotheeklocaties. In het schooljaar 2019-2020 waren er 3.014 Bibliotheken op school in het primair en 255 in het voortgezet onderwijs (Van den Dool & Van de Hoek, 2021a-b).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2021; Van den Dool & Van de Hoek, 2021a-b.

*Vanaf het schooljaar 2019-2020 zijn niet alleen locaties van de Bibliotheek op school meegenomen, maar ook soortgelijke programma’s. 

De bibliotheek gemiddeld op 2 kilometer afstand

De afname van het aantal fysiek te bezoeken bibliotheeklocaties heeft als gevolg dat de gemiddelde afstand tot de bibliotheek voor Nederlanders is toegenomen. Daarbij gaat het om de gemiddelde afstand van alle inwoners tot de dichtstbijzijnde bibliotheek, een (hoofd)vestiging of servicepunt, berekend over de weg. De gemiddelde afstand die een Nederlander in 2012 moest afleggen naar een bibliotheekvestiging was 1,7 kilometer. In 2015 stabiliseerde die afstand op 1,9 kilometer, maar in 2020 nam die toe tot 2,0 kilometer. In de meeste provincies bleef de gemiddelde afstand tot de bibliotheek gelijk, maar in Flevoland en Gelderland is de afstand licht toegenomen (CBS, 2021a). Uit aanvullend onderzoek van het CBS blijkt dat er in bepaalde provincies en gemeenten grote verschillen zijn tussen de nabijheid van de dichtstbijzijnde (hoofd)vestiging of servicepunt van de bibliotheek en de dichtstbijzijnde bibliotheeklocatie (inclusief locaties als afhaalpunten en bibliobussen). Zo is de gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde (hoofd)vestiging of servicepunt in Zeeland ruim 3 kilometer, maar de afstand tot de dichtstbijzijnde bibliotheeklocatie 1,6 km (CBS, 2021b).

Gemiddelde afstand over de weg tot dichtstbijzijnde bibliotheekvestiging of -servicepunt (in km)

Provincie

2012

2014

2016

2018

2019

2020

Nederland

1,7

1,8

1,9

1,9

1,9

2,0

Groningen

1,7

1,9

1,9

1,9

1,9

2,7

Friesland

2,1

2,9

2,9

3,1

3,1

2,8

Drenthe

2,3

2,6

2,7

2,7

2,7

3,1

Overijssel

1,6

1,6

1,7

1,9

1,9

2

Flevoland

2,5

2,5

2,5

2,7

2,7

1,9

Gelderland

2,0

2,0

2,0

2,0

1,9

2,1

Utrecht

1,4

1,5

1,6

1,7

1,7

2,2

Noord-Holland

1,5

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

Zuid-Holland

1,4

1,5

1,6

1,5

1,5

1,9

Zeeland

2,8

2,9

3,5

3,3

3,2

1,7

Noord-Brabant

1,7

1,8

2,0

2,2

2,2

3,2

Limburg

1,6

1,9

1,9

2,1

2,1

1,5

Bron: CBS, 2021a.

Behoud bibliotheken in kleine gemeenten

In 40 gemeenten is de afstand tot de bibliotheek met brede dienstverlening in 2020 toegenomen, met de grootste verschillen in Oostzaan, Reusel-De Mierden, Medemblik en Bladel. In 17 gemeenten is de afstand afgenomen, waarbij de grootste verschillen zichtbaar zijn in Bergeijk, Noardeast-Fryslân en Utrechtse Heuvelrug (CBS, 2021a). In de Rijksbegroting van 2019 is opgenomen dat het kabinet in de jaren 2019-2021 jaarlijks 1 miljoen euro reserveert voor de bereikbaarheid van de openbare bibliotheek in de regio, om te zorgen voor een instandhouding van de voorzieningen. In twaalf kleine gemeenten komt in deze periode een nieuwe bibliotheek of wordt de huidige bibliotheek met extra investeringen behouden (OCW, 2019). In 2020 zijn de gevolgen daarvan zichtbaar in de gekrompen afstand tot de bibliotheek in Noardeast-Fryslân (Bibliotheek Hallum ) en Bergeijk (CBS, 2021a). 

Gemeenten zonder openbare bibliotheek

In 2020 waren er 16 gemeenten zonder een openbare bibliotheekvoorziening conform de eisen uit de Wsob. In Lopik (Utrecht) en Waterland (Noord-Holland) was geen openbare, maar een commerciële bibliotheek gevestigd. In vijf gemeenten konden burgers enkel gebruik maken van een afhaalpunt, zelfbedieningspunt en/of bibliobus: Albrandswaard (Zuid-Holland), Mook en Middelaar (Limburg), Noord-Beveland (Zeeland), Oostzaan (Noord-Holland) en Veere (Zeeland). In twee gemeenten hebben bibliotheken het certificeringstraject doorlopen, maar zijn ze vervolgens niet gecertificeerd: Zaanstad (Noord-Holland) en Brunssum (Limburg). Acht gemeenten hebben afspraken gemaakt over het gebruik van de bibliotheekvoorziening in buurgemeenten. In de gemeenten Alphen-Chaam, Haaren (Noord-Brabant) en Montfoort (Utrecht) betalen inwoners hiervoor een meerprijs voor hun abonnement ten opzichte van de inwoners uit de ‘eigen gemeente’; in Blaricum, Uitgeest (Noord-Holland), Roerdalen, Mook en Middelaar (Limburg) en Rozendaal (Gelderland) betalen inwoners hiervoor geen meerprijs (KB, 2020).

Bibliotheek culturele voorziening met kortste reisafstand

Ook de gemiddelde afstand tot andere culturele voorzieningen is de laatste jaren relatief stabiel gebleven. De gemiddelde afstand tot de bioscoop (6,4 kilometer) is het grootst, gevolgd door podiumkunsten (4,8 kilometer in 2019) en musea (3,9 kilometer in 2019). De bibliotheek is de culturele voorziening met de kortste reisafstand. Met een gemiddelde reisafstand van 2,0 kilometer is de bibliotheek meer vergelijkbaar met een café (1,2 kilometer in 2019), middelbare school (2,4 kilometer) of warenhuis (2,6 kilometer in 2019) dan met andere culturele voorzieningen (CBS, 2021a).

Raad voor Cultuur roept op tot meer vestigingen

De invoering van de Wsob op 1 januari 2015 had verschillende doelen: een breder programma in alle bibliotheken, meer samenhang in de sector en een intensiever gebruik van de digitale collectie. Na vijf jaar evalueerde KWINK groep de wet, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In februari 2020 bracht de Raad voor Cultuur op basis van dit onderzoek advies uit over de wet. Volgens KWINK groep zijn alle stakeholders positief over de komst van de Wsob. Over het algemeen bieden bibliotheken een brede verscheidenheid aan producten en diensten, waarbij zij regelmatig samenwerken met andere partijen. Desalniettemin daalt het aantal vestigingen, waardoor niet alle Nederlandse burgers even gemakkelijk toegang meer hebben tot de vijf kernfuncties van de openbare bibliotheek. De Raad voor Cultuur roept op om het tij te keren door het aantal bibliotheeklocaties te vergroten (Van Mil et al., 2020; Raad voor Cultuur, 2020). Het Bibliotheekconvenant 2020-2023, dat op 30 september 2020 werd ondertekend, moet de gewenste situatie dichterbij brengen. Dit convenant is gericht op een gespreid en toegankelijk lokaal netwerk van bibliotheken, zonder drempels voor de jeugd, als onderdeel van een sterk stelsel (VOB et al., 2020). Het Bibliotheekconvenant kreeg begin 2021 concrete uitwerking in de Netwerkagenda: een samenwerking tussen meer dan honderd professionals uit het bibliotheekveld, verdeeld in twaalf programmateams, gefocust op de thema’s uit het convenant. Deze worden in de komende twee jaar uitgevoerd (KB et al., 2021).

Bronnen