Baten en lasten bibliotheken

Bibliotheken zijn voor het grootste deel van hun inkomsten afhankelijk van subsidies. Hoewel het subsidieniveau tussen 2010 en 2017 met 10% is gedaald, bestaat 78% van de inkomsten nog uit gemeentelijke subsidies en bijdragen. De uitgaven en inkomsten blijven in balans, er is niet of nauwelijks sprake van het vormen of aanspreken van reserves. De bezuinigingen op de gemeentelijke subsidies hebben sinds 2010 onder andere bijgedragen aan een terugloop van personeel, krimp van de collectie en een daling van het aantal vestigingen. Dit is vooral zichtbaar in de personeelskosten, de grootste kostenpost voor bibliotheken. Tussen 2010 en 2017 zijn de personeelskosten met 10% gedaald, van 254 miljoen euro naar 230 miljoen (KB, 2018; CBS, 2018).

Subsidies grootste inkomstenbron bibliotheken

De belangrijkste inkomstenbron van bibliotheken zijn subsidies. In 2017 bestond 81% van de inkomsten van bibliotheken uit gemeentelijke subsidies en bijdragen. De 149 openbare bibliotheekorganisaties ontvingen in 2017 voor 415 miljoen euro aan subsidies. Daarvan kwam het overgrote deel, 410 miljoen, van gemeenten. Provinciale subsidies telden op tot 2,4 miljoen, en 2,6 miljoen kwam uit overige bronnen (KB, 2018; CBS, 2018).

Bron: KB, 2018.

Voorzichtige verschuiving in de oorsprong van subsidiebudgetten

Het grootste deel van de subsidies voor bibliotheken komt nog steeds uit de cultuurbegroting van de gemeente. Toch is de laatste jaren een voorzichtige verschuiving te zien. Het bereik en de activiteiten van de bibliotheek gaan tegenwoordig verder dan het culturele domein. Bibliotheken verbreden hun dienstverlening naar het sociale domein en gaan ook samenwerkingsverbanden aan met partners als maatschappelijke dienstverleners, zorginstellingen, organisaties gericht op persoonlijke ontwikkeling en financiële en juridische dienstverleners (KB, 2018). Deze verbreding heeft ook effect op de financiering van projecten en programma’s. Steeds vaker is er sprake van aanvullende financiering uit andere beleidsportefeuilles. Zo is er, zowel op nationaal als lokaal niveau, aanvullende financiële ondersteuning voor de aanpak van laaggeletterdheid en de dienstverlening rondom basisvaardigheden. Dit maakt pilots mogelijk en stimuleert de ontwikkeling van nieuwe programma’s (bijvoorbeeld de landelijke inkoopregeling Digisterker en het convenant met de Belastingdienst).

Subsidies afgenomen

Tussen 2005 en 2010 groeiden de subsidieinkomsten van openbare bibliotheken aanzienlijk. Vanaf 2010 liep de omvang van het Gemeentefonds terug door de economische recessie. Dat leidde eerst tot een stabilisatie en daarna een gevoelige teruggang van de inkomsten. Tussen 2010 en 2017 is het subsidieniveau met 10% gedaald. Dat gebeurde vooral tussen 2010 en 2014 (KB, 2018; CBS, 2018). In 2010 had 30% van de bibliotheken te maken met vastgestelde bezuinigingen (Kasperkovitz, 2010). Een jaar later was dit al bijna verdubbeld naar 59% (Kasperkovitz, 2011). Over de periode 2012-2014 kreeg maar liefst driekwart van de bibliotheken te maken met bezuinigingen (Hartveld et al., 2015).

Relatief kleine dalingen na 2014

Ook na 2014 is een daling in de subsidies zichtbaar, al is deze minder groot dan in de voorgaande jaren. Van 2016 op 2017 is de gemeentelijke subsidie met minder dan 1% gedaald. In de jaren daarvoor daalde de gemeentelijke subsidie met 1% ten opzichte van het voorgaande jaar (KB, 2018; CBS, 2018). Ook deze relatief kleine dalingen kunnen direct merkbare gevolgen hebben voor de bibliotheken. Gemeentelijke subsidies blijven immers veruit de belangrijkste inkomstenbron.

Impact van bezuinigingen

De bezuinigingen op de gemeentelijke subsidies hebben in de afgelopen jaren de volgende beleidswijzigingen geleid:

De eigen inkomsten van bibliotheken zijn ten opzichte van 2016 met 8% gedaald, van 62,2 miljoen in 2016 naar 58 miljoen in 2017 (KB, 2018). Dit ondanks de verkenning van nieuwe mogelijkheden om meer inkomsten te genereren. Met oog op het nog steeds dalende aantal volwassen leden is het de vraag hoe deze ontwikkeling zich in de toekomst voortzet.

Bron: KB, 2018; CBS, 2018.

Subsidies provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’s)

De provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’s) ontvangen subsidies van de provincies voor het uitvoeren van de provinciale ondersteuningstaken die wettelijk zijn vastgelegd (Wsob artikel 16). Dit gaat om de distributie van fysieke werken via het interbibliothecaire leenverkeer en de ontwikkeling van innovaties voor de lokale bibliotheken. De totale subsidies op het provinciale niveau bedroegen in 2017 circa 28,8 miljoen euro (KB, 2018). Deze POI’s voeren naast de wettelijke ondersteuningstaken ook betaalde opdrachten uit voor de openbare bibliotheekorganisaties. Hieronder vallen onder meer ledenadministratie en uitleenregistratie, personeelsadministratie, beleidsadvisering en IT-diensten. Hoeveel deze inkomstenstroom (‘omzet’) bedraagt, is niet voor alle POI’s bekend.

Provinciale bijdragen in het kader van wettelijke taken (x € 1.000)

2017

Drenthe

1.602

Flevoland

1.006

Friesland

3.062

Gelderland

4.991

Groningen

1.083

Limburg

1.315

Noord-Brabant

2.601

Noord-Holland

2.389

Overijssel

2.512

Utrecht

2.080

Zeeland

1.246

Zuid-Holland

4.965

Totaal

28.853

Bron: KB, 2018.

Inkomsten gebruikers gedaald

In de periode 2005 tot 2011 schommelde het totaal aantal bibliotheekleden rond de 4 miljoen. Daarna zette een afname in, tot 3,7 miljoen leden in 2017 (zie artikel Ontwikkeling van de ledenaantallen). Daarmee nemen ook de inkomsten uit lidmaatschap af. In 2017 ontvingen de bibliotheken samen een kleine 58 miljoen euro uit lidmaatschapsbijdragen. In 2011 was dat nog 71 miljoen. Samen met inkomsten uit andere bronnen (mobiele diensten, verhuur en andere zaken) waren de totale inkomsten in 2017 525 miljoen euro. Ruim 18% van dat bedrag komt uit inkomsten van gebruikers, zoals abonnementsgelden, contributies, leengeld en boetes van ingeschreven gebruikers. De gebruikersinkomsten zijn met 8% gedaald ten opzichte van 2016 (KB, 2018; CBS, 2018).

Personeel grootste kostenpost

De uitgaven en inkomsten van openbare bibliotheekorganisaties blijven in balans. Er is niet of nauwelijks sprake van het vormen of aanspreken van reserves. De belangrijkste kostenpost voor bibliotheken is het personeel: 46% van de uitgaven van bibliotheken bestaat uit kosten voor personeel in loondienst (233 miljoen euro). De post huisvestingskosten is in grootte de tweede kostenpost: bijna een kwart van de uitgaven is bestemd voor huisvesting. Naar het aanschaffen van materialen voor de collectie gaat 11% van het budget, iets meer dan de uitgaven voor administratie (8%). De verhoudingen tussen de diverse kostenposten zijn de afgelopen jaren nagenoeg onveranderd gebleven (KB, 2018; CBS, 2018).

Bron: KB, 2018.

Grootste daling in personeels- en huisvestingskosten

Onderstaande figuur toont de ontwikkelingen in de lasten van bibliotheken over de jaren. Hoewel het totaalniveau fluctueert, blijft de verdeling tussen posten ongeveer gelijk. De grootste relatieve kostendalingen in de afgelopen jaren komen voor bij de twee grootste kostenposten: personeel en huisvesting. De bezuinigingen op de gemeentelijke subsidies in de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan een terugloop van het personeel, een daling van het aantal vestigingen en een krimp van de collectie. De personeelskosten zijn tussen 2010 en 2017 gedaald van 254 miljoen euro naar 233 miljoen. Dat is niet verrassend, want in diezelfde periode is het personeelsbestand van de bibliotheken uitgedrukt in personen met zo’n 19% in omvang teruggelopen (zie artikel Minder vast personeel, meer vrijwilligers). Tegenover een daling in uitgaven van het personeel in loondienst staat een stijging van het personeel niet in loondienst. Deze kosten zijn voor het eerst sinds 2015 weer gestegen. In 2017 werd hier 20 miljoen aan uitgegeven, 16% meer dan in 2016. De huisvestingskosten zijn tussen 2010 en 2017 met 6% gedaald, van 123 naar een kleine 116 miljoen. De grootste procentuele daling betreft de mediakosten, die zijn gedaald van 77 miljoen in 2010 tot circa 57 miljoen in 2017 (KB, 2018; CBS, 2018).

Bron: KB, 2018; CBS, 2018.

Bronnen