Leden van de openbare bibliotheek

De bibliotheek is voor iedereen toegankelijk, maar om materialen te lenen, moet men lid zijn. Elke bibliotheekorganisatie stelt specifieke voorwaarden voor het lenen van fysieke materialen. Dit hangt samen met de lokale financiering van de bibliotheek door de desbetreffende gemeente. Deze subsidiërende gemeente(n) kunnen voorwaarden stellen aan de contributie die verschillende doelgroepen van de bibliotheek moeten betalen. Het aantal bibliotheekleden schommelt. Sinds 2012 is zelfs een geleidelijke afname te zien. De ontwikkelingen binnen deze ledenaantallen en mogelijke verklaringen voor deze veranderingen zijn in dit artikel weergegeven.

Instroom jeugdleden na invoering Wet bibliotheekwerk

Het aantal leden van openbare bibliotheken in Nederland wordt bijgehouden sinds 1950, met een korte onderbreking van 1996 tot en met 1998. In de periode 1950 tot en met 1994 is een langzame start van de ledenaantallen te zien, gevolgd door een versnelling en afremming. In diezelfde tijd stegen ook het aantal inwoners van Nederland en het aantal bibliotheekvestigingen. De invoering van de Wet op het openbare bibliotheekwerk in 1975 zorgde voor een extra instroom van jeugdleden tot 18 jaar, omdat zij vanaf dat moment gratis lid konden worden (Schneiders, 1997).

Leden van openbare bibliotheken op de BES-eilanden

Vanuit de Nederlandse wetgeving is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) ook op de BES-eilanden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba – van toepassing. In 2018 heeft de KB als onderdeel van de jaarlijkse Gegevenslevering Wsob voor het eerst ook de bibliotheken op de BES-eilanden gevraagd om gegevens over het kalenderjaar 2017. De resultaten voor de BES-eilanden zijn echter beperkter en niet direct met de resultaten voor Europees Nederland te vergelijken. Daarom zijn de ledenaantallen van bibliotheken op de BES-eilanden niet in dit artikel verwerkt, maar zijn alle resultaten rondom deze bibliotheken gebundeld in een artikel over openbare bibliotheken op de BES-eilanden.

Ruim 3,6 miljoen bibliotheekleden in 2018

Tot halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw nam het aantal leden van de openbare bibliotheken in Nederland vrijwel continu toe. In de periode 1996-1998 vond een omslag plaats en daalde het aantal leden. Tussen 2006 en 2012 leek het totaal aantal bibliotheekleden zich te stabiliseren en schommelde het rond de 4 miljoen. Daarna zette een afname in: sinds 2011 is het aantal leden niet meer boven de 4 miljoen gekomen. Sinds 2014 ligt het aantal bibliotheekleden rond de 3,7 miljoen, waarbij jaarlijks een lichte afname zichtbaar is. In 2018 telden de 146 Nederlandse openbare bibliotheekinstellingen samen ruim 3,6 miljoen leden (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019a). Tegenover deze daling van het aantal fysieke leden staat een stijging van het aantal gebruikers van de online Bibliotheek van 234 duizend gebruikers in 2015 tot bijna 411 duizend eind 2018 (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019b).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019a.

Leden van de digitale bibliotheek

Sinds de start in 2014 heeft de online Bibliotheek een forse groei doorgemaakt. Destijds werden via Bibliotheek.nl ruim 80 duizend nieuwe e-book accounts aangemaakt. Eind 2016 hadden 346 duizend bibliotheekleden een e-book account, eind 2018 waren dat er bijna 411 duizend. Bijna alle leden van de digitale bibliotheek zijn tevens lid van een lokale bibliotheek (96%) (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Een op de vijf Nederlanders is lid van de bibliotheek

Ten tijde van de lidmaatschapsgroei was de stijging van het aantal bibliotheekleden veel groter dan de toename van het aantal inwoners. In de periode 1950-1994 steeg het lidmaatschapspercentage fors, van 2% tot 30%. Toen eind jaren negentig een omslag plaatsvond, groeide de bevolking harder dan het ledenaantal en begon het lidmaatschapspercentage weer te dalen. In 2015 was 25% van de Nederlandse bevolking nog lid van de bibliotheek. In 2018 daalde dit verder tot 21%: circa een op de vijf Nederlanders is dus lid van de openbare bibliotheek. Het lidmaatschapspercentage per provincie loopt uiteen van 18% in Zuid-Holland tot 30% in Flevoland (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019a; CBS, 2019c). Het aandeel Nederlanders dat gebruik maakt van een bibliotheekabonnement is vermoedelijk groter: de helft van de actieve bibliotheekleden leent wel eens materialen op zijn of haar pas voor anderen – vaak partner of kinderen (Peters & Van Strien, 2019).  

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Meer jeugdleden dan volwassen leden

In 2005 waren voor het laatst meer volwassenen dan kinderen en jongeren lid van de bibliotheek. Vanaf 2005 nam het aantal jeugdleden (tot 18 jaar) gestaag toe, tot het zich in 2017 en 2018 leek te stabiliseren rond de 2,3 miljoen, circa 63% van het totale ledenbestand. Ook het lidmaatschapspercentage onder de jeugd nam sinds 2005 toe: van 56% van de Nederlandse jeugd in 2005 tot 68% in 2018 - zeven op de tien kinderen. Het aantal volwassen leden daalde in 2018 licht ten opzichte van 2017 tot circa 1,3 miljoen leden, 37% van het totale ledenbestand. Een op de tien volwassenen was in 2018 lid van de openbare bibliotheek (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019). Ook in de verdeling naar leeftijd is te zien dat het aandeel jeugdleden groot is. In de leeftijdsgroepen van 18 tot 40 jaar is het aandeel leden het kleinst; hier is de overgang van het - vaak gratis – jeugdlidmaatschap naar een volwassen lidmaatschap duidelijk zichtbaar (KB, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019a.

Bron: KB, 2019*.

*Deze grafiek is gebaseerd op de statistieken uit het Datawarehouse van de Koninklijke Bibliotheek. In 2018 waren nog niet alle openbare bibliotheken hier op aangesloten; 91% van de lidmaatschappen was destijds geregistreerd in het Datawarehouse. Door dit verschil in populatie en de leden waarvan de leeftijd onbekend is, telt het totaal van de leeftijdscategorieën voor jeugd en volwassenen tot andere percentages op dan de eerder genoemde aantallen.

Stimulans jeugdleden door BoekStart en de Bibliotheek op school

Voor een toe- of afname van het aantal leden zijn over het algemeen geen concrete oorzaken aan te wijzen. De toename van het aantal jeugdleden vanaf 2011 vormt hierop een uitzondering. In 2011 werden in het kader van het programma BoekStart 30 duizend kinderen van 0 tot 4 jaar lid van de bibliotheek. Dat verklaart grotendeels de stijging van het aantal jeugdleden in deze periode. Stijgingen tussen 2011 en 2017 zijn mogelijk te danken aan de aanpak de Bibliotheek op school, waarbij kinderen via de school gratis lid van de bibliotheek worden.

Stabilisatie jeugdleden door invoering AVG?

De stabilisatie van het aantal jeugdleden in 2018 is mogelijk te verklaren door de invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Om BoekStart bij ouders onder de aandacht te brengen, verstuurt de gemeente in 70% van de gevallen een brief naar de ouders. In verschillende gemeentes wordt deze brief echter niet naar ouders verstuurd, maar deelt het consultatiebureau de BoekStart waardebon uit. Dit gebeurt tijdens een regulier bezoek aan het consultatiebureau, dus er worden geen NAW-gegevens gebruikt om ouders uit te nodigen. Via deze weg worden echter minder ouders bereikt (Lankhorst, 2019).

Minder leestijd

De afname van het aantal volwassen leden is een mogelijk gevolg van een maatschappelijke trend: er wordt steeds minder gelezen. Al sinds 1975 loopt de leestijd van Nederlanders terug. Destijds besteedden Nederlanders van 12 jaar en ouder in hun vrije tijd nog 6,1 uur per week aan lezen, in 2016 was dit nog maar 3,4 uur per week. Verder daalde het aantal lezers van traditionele tekstmedia, zoals boeken, kranten en tijdschriften, tussen 2006 en 2011 sterk (van 90% naar 79%). Tussen 2011 en 2016 zette deze daling in een lager tempo voort (van 79% naar 72%) en stabiliseerde de daling onder boekenlezers. Hoewel het leesaanbod de afgelopen jaren is veranderd en het digitale aanbod groeit, lezen volwassenen nog steeds veel van papier. Digitale en online tekstmedia vervangen papier niet, maar vormen een aanvulling (Wennekers et al, 2018).

Bronnen