Vast personeel en vrijwilligers

Het aantal personeelsleden in vaste dienst van bibliotheken is de afgelopen jaren sterk afgenomen, maar steeg in 2018 voor het eerst weer licht tot bijna 7 duizend medewerkers. Een groot deel van de afname van de laatste jaren ging via natuurlijk verloop, bijvoorbeeld via pensionering. Ondanks deze uitstroom ligt de gemiddelde leeftijd van het bibliotheekpersoneel nog steeds vrij hoog. Waar de omvang van het personeelsbestand in vaste dienst jarenlang kromp, neemt de grootte van het vrijwilligersbestand toe. Ook in 2018 steeg het aantal vrijwilligers dat door bibliotheken werd ingezet, tot bijna 20 duizend (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019).

Lichte groei personeelsbestand

De economische recessie die zich vanaf 2010 in de overheidsinkomsten deed gelden, heeft tot gevolg gehad dat de subsidiebaten van bibliotheken zijn gekrompen. Deze teruggang heeft vooral gevolgen gehad voor het personeelsbestand. Dat werd, uitgedrukt in personen, tussen 2010 en 2013 zo’n 25% kleiner. In arbeidsjaren (fte’s) ging het om een teruggang van 23%. Daarna fluctueerde de omvang van de personeelsbestand nog enigszins; sinds 2016 is zowel het aantal personen als het aantal fte’s relatief stabiel. In 2018 was zelfs sprake van een lichte stijging (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019). Voor de komende jaren ligt een verdere stabilisatie in de lijn der verwachting. Zo verwacht het merendeel van de bibliotheekdirecteuren dat de personeelsformatie in de periode 2018-2020 gelijk zal blijven (Hassel & Kools, 2018). Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) is positief over de landelijke werkgelegenheidsontwikkeling en voorziet tot 2022 over alle sectoren een werkgelegenheidsgroei van gemiddeld 1% per jaar. Voor bibliothecarissen en conservatoren wordt tot 2022 daarentegen een beperkte uitbreidingsvraag van 0,3% per jaar verwacht (ROA, 2017).

Merendeel personeel werkt parttime

In 2018 waren bij alle Nederlandse openbare bibliotheken in totaal 6.743 medewerkers in loondienst, waarvan het merendeel vrouw (84%). Zowel het aantal parttimers als fulltimers steeg licht ten opzichte van 2017. Het gemiddeld aantal fte per medewerker bleef gelijk en lag net als in 2017 op 0,6 fte, op basis van een volle werkweek van 36 uur volgens de cao voor bibliotheken. Gemiddeld één op de tien bibliotheekmedewerkers heeft een contract voor een fulltime dienstverband (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Personeel van openbare bibliotheken op de BES-eilanden

Vanuit de Nederlandse wetgeving is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) ook op de BES-eilanden van toepassing. In 2018 vroeg de KB als onderdeel van de jaarlijkse Gegevenslevering Wsob voor het eerst ook de bibliotheken op de BES-eilanden om gegevens over het kalenderjaar 2017. De resultaten voor de BES-eilanden zijn echter beperkter en niet direct met de resultaten voor Europees Nederland te vergelijken. Daarom is het aantal medewerkers van bibliotheken op de BES-eilanden niet in dit artikel verwerkt, maar zijn alle resultaten rondom deze bibliotheken gebundeld in een artikel over openbare bibliotheken op de BES-eilanden.

Vergrijzing personeelsbestand

Om de bezuinigingen het hoofd te bieden, is door de bibliotheekorganisaties flink gekort op het personeel. Door de hele branche, over alle functies heen, is bezuinigd, onder andere middels gedwongen ontslagen en de inzet van meer vrijwilligers. Vanwege de relatief hoge leeftijd van het personeel was een groot deel van de uitstroom via natuurlijk verloop te realiseren (Hassel & Kools, 2018). Desondanks ligt de gemiddelde leeftijd van het personeel nog steeds vrij hoog. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt zelfs dat de groep bibliothecarissen en conservatoren de meest vergrijsde beroepsgroep van Nederland is (CBS, 2017). In 2018 was 61% van het bibliotheekpersoneel in loondienst 50 jaar of ouder. Vooral in bibliotheken met een klein werkgebied – van minder dan 50.000 inwoners – ligt de leeftijd van het personeel hoog. Circa driekwart van het personeel van deze bibliotheken is 50 jaar of ouder (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Sterke toename vrijwilligers

Dat veel vestigingen, ondanks de krimp in het personeelsbestand, open konden blijven, is mede gerealiseerd door de inzet van vrijwilligers. Bijna alle bibliotheken maakten in 2018 gebruik van vrijwilligers. Sinds 2010 is het aantal vrijwilligers flink gestegen, van circa 7 duizend tot bijna 20 duizend in 2018. De verhouding vaste medewerkers versus vrijwilligers is gemiddeld 1 op 3. In bibliotheken met een klein werkgebied – van minder dan 50.000 inwoners – is dit zelfs 1 op 6. Hoe groter het werkgebied van de bibliotheek, hoe kleiner de verhouding (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Dienstverlening buiten takenpakket personeelsleden

In welke mate vrijwilligers taken uitvoeren die eerder door betaald personeel werden uitgevoerd, is in de sector onderwerp van discussie. In 2014 en 2017 is op initiatief van de Stichting Bibliotheekwerk onderzoek gedaan naar de inzet van vrijwilligers. Ruim een kwart van de bibliotheken die met vrijwilligers werken, laat vrijwilligers taken uitvoeren die eerder in handen waren van een betaald personeelslid. Toch is nog steeds een substantieel deel van de vrijwilligersuren gewijd aan dienstverlening die buiten het normale takenpakket van het personeel ligt. Het gaat dan onder andere om ondersteuning in het logistieke proces, bijvoorbeeld het bezorgen van materialen aan huis en vervoer tussen vestigingen. Ook zetten vrijwilligers zich in als gastvrouw of gastheer bij activiteiten in de bibliotheek. Daarnaast zijn ze vaak betrokken bij het persoonlijk begeleiden van laaggeletterden en nieuwkomers bij projecten rond taal- en leesvaardigheid en digitale vaardigheden (Van den Berg, 2014; Von der Fuhr et al, 2018).

Bronnen