De bibliotheek en Taalhuizen

Een belangrijke doelstelling van de overheid is om laaggeletterdheid in Nederland te voorkomen en te bestrijden. Het landelijke samenwerkingsprogramma Tel mee met Taal zorgt voor een structurele aanpak van laaggeletterdheid (2016-2018). In dat kader zijn vanaf 2012 door heel Nederland Taalhuizen ingericht, waarin maatschappelijke partners intensief samenwerken. Bibliotheken vervullen in zo’n Taalhuis vaak een sleutelrol. Zij werken daarbij nauw samen met lokale partners en bieden een diversiteit aan diensten met een steeds bredere focus. Verschillende onderzoeken laten zien dat de verschillende diensten die worden aangeboden binnen Taalhuizen succesvol kunnen zijn in de aanpak van achterstanden. In dit artikel lees je meer over de verschillende manieren waarop middels Taalhuizen deze achterstanden worden bestreden.

Taalhuis als fysieke plek

Een Taalhuis is de fysieke, herkenbare plek waar volwassenen beter kunnen leren lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer. Burgers kunnen er cursussen volgen, inloopspreekuren bezoeken, oefenen met taal of zo nodig worden doorverwezen naar andere instellingen. Lokale partners zetten samen een Taalhuis op en professionals en vrijwilligers zorgen samen voor de bemensing en het onderhoud. Vaak bevindt een Taalhuis zich in een bibliotheek. Ook komt het voor dat een Taalhuis in een ziekenhuis of bij gemeentelijke loketten is geplaatst. Naast de bibliotheek zijn de gemeente, ROC’s, private taalaanbieders, lokale vrijwilligersorganisaties en welzijnsorganisaties vaak betrokken als partner.

Taalhuis, Taalpunt, of Taalcafé?

Naast Taalhuizen zijn er ook Taalpunten en Taalcafés. Een Taalpunt is een basisvariant van een Taalhuis. Daar wordt alleen informatie verzameld en worden mensen doorverwezen. Onder de noemer Taalcafé organiseren veel bibliotheken laagdrempelige bijeenkomsten waar anderstaligen samenkomen om Nederlands te spreken en hun Nederlandse spreek- en luistervaardigheden te verbeteren of onderhouden. Het Taalcafé wordt vaak aangeboden onder de vlag van een Taalhuis, als aanvulling op andere diensten hierbinnen.

Sleutelrol voor bibliotheken

Vanuit hun kernfunctie leesbevordering hebben bibliotheken een sleutelrol in de opzet en uitvoering van Taalhuizen. In het kader van het actieprogramma Tel mee met Taal omarmen veel bibliotheken de doelstelling om de prestaties van burgers – met name laaggeletterden – op het gebied van taal significant te verbeteren. Deze doelstelling heeft onder andere geleid tot de oprichting van Taalhuizen (Bibliotheekblad, 2015).

Wat is een Taalhuis?

Om in aanmerking te komen voor ondersteuning vanuit de Koninklijke Bibliotheek, de provinciale serviceorganisaties (PSO’s) en Stichting Lezen & Schrijven moet een Taalhuis aan de volgende voorwaarden voldoen:

 

  • Het Taalhuis is een fysieke en herkenbare plek in de stad of het dorp;
  • Het Taalhuis is een samenwerkingsverband met meerdere lokale organisaties waarin het samenwerkingsprogramma Taal voor het Leven of delen ervan worden uitgevoerd. Taal voor het Leven is onderdeel van Tel mee met Taal;
  • Het Taalhuis is opgenomen in een meerjarig beleidsplan met financiële dekking;
  • In het Taalhuis kunnen bezoekers hulp krijgen bij het raadplegen van actueel aanbod via Taalzoeker.nl en Digitaalhulpplein.nl;
  • Vanuit het Taalhuis wordt actief gewerkt aan werving en scholing van laaggeletterden;
  • In het Taalhuis zijn vrijwilligers actief die (een deel van) de basistraining van Taal voor het Leven hebben gevolgd, afhankelijk van de al aanwezige kennis;
  • In het Taalhuis is een basiscollectie van fysieke en digitale lees-, les- en toetsmaterialen voor laaggeletterden beschikbaar om mee te kunnen oefenen;
  • Het Taalhuis verzekert zich van een onderwijskundig specialist voor intakes van cursisten en het helpen van vrijwilligers met didactische vragen;
  • Het Taalhuis bewaakt de kwaliteit door monitoring van effecten, registratie van aantallen en deelname aan (landelijke) intervisie (Taal voor het Leven, 2015).

Snelle toename van Taalhuizen

In het kader van het pilotprogramma Taal voor het Leven werd in 2012 gestart met pilots in zes regio’s. Sinds 2018 is er sprake van een landelijke dekking, hiermee is een belangrijke doelstelling van het programma ‘de Bibliotheek en basisvaardigheden’ behaald. In 2018 waren er 424 Taalhuizen in Nederland, 63 meer dan het jaar ervoor. Driekwart van de Taalhuizen bevindt zich in een bibliotheek (Taal voor het Leven, 2019). In 2018 had 97% van de bibliotheken minimaal één Taalhuis in haar werkgebied (Stichting Lezen & Schrijven, 2019). Van deze bibliotheken heeft de helft (56%) een coördinerende rol. Een op de drie is een van de partners van het Taalhuis (Van de Hoek & Van de Burgt, 2019a). Een belangrijke doelstelling van het landelijke programma de Bibliotheek en Basisvaardigheden was in 2018 een Taalhuis in elke bibliotheek te hebben.

Bron: Stichting Lezen & Schrijven, 2019.

Verbreding van het Taalhuis

Van oorsprong waren de Taalhuizen er vooral voor hulp bij het verbeteren van de taalvaardigheid. Inmiddels is er steeds meer ondersteuning op het vlak van andere basisvaardigheden te krijgen. Het aanbod is verdeeld in:

  • Taalvaardigheid
  • Digitale vaardigheden (waaronder de e-overheid)
  • Rekenvaardigheid

Daarbij richt men zich vooral op de levensdomeinen gezin, gezondheid, werk en inkomen (Van de Hoek & Van de Burgt, 2019a). Deze verbreding van het aanbod komt ook tot uitdrukking in de naam (digi)Taalhuis, die op steeds meer plekken wordt gehanteerd.

Samenwerking met partners

Mensen die (digitaal) laaggeletterd zijn, vormen een belangrijke doelgroep van de bibliotheek. Om hen goed van dienst te kunnen zijn, is samenwerking noodzakelijk. De belangrijkste samenwerkingspartners van bibliotheken op het gebied van laaggeletterdheid zijn gemeenten en Stichting Lezen & Schrijven. Daarnaast wordt lokaal veel samengewerkt met Welzijnswerk, het beroepsonderwijs, Vluchtelingenwerk, ROC’s, private taalaanbieders en lokale vrijwilligersorganisaties (Van de Hoek & Van de Burgt, 2019a).

Samenwerking met de Belastingdienst

De Koninklijke Bibliotheek heeft in 2016 met de Belastingdienst een samenwerkingsconvenant afgesloten. Het convenant omvat drie pijlers: ICT- en printfaciliteiten, digivaardigheidscursussen en een belastingspreekuur. Bij dat spreekuur kunnen mensen hulp krijgen bij hun belastingaangifte. Voor de bibliotheken die deelnemen aan het convenant is een startpakket beschikbaar met flyers, posters en een banner. Daarnaast kunnen zij gebruikmaken van een speciale communicatietoolkit, die door 84% van de bibliotheken die het convenant hebben getekend is ingezet. Hierbij gaat het met name om content voor de website en persberichten. In 2017 was de ambitie om in minimaal 90 bibliotheken inloopbelastingspreekuren te organiseren. Dat aantal werd met 117 bibliotheken ruim gehaald (Van de Hoek & Van de Burgt, 2019b).

De rol van de taalvrijwilligers: supporter, maatje, coach

Een Taalhuis bestaat voor een groot deel bij de gratie van taalvrijwilligers. De snelle toename van deelnemers en Taalhuizen heeft geleid tot een grote vraag naar goed toegeruste vrijwilligers. Deze kunnen verschillende rollen vervullen. Als taalsupporter, voorlezer, taalmaatje, taalcoach of taaltrainer. De taalvrijwilligers bieden vooral ondersteuning bij het oefenen van conversatie of digitale vaardigheden. Daarnaast worden taalvrijwilligers veel ingezet voor de begeleiding van workshops. De rol die een vrijwilliger vervult, is afhankelijk van interesse, kennis en ervaring. Een onderwijsachtergrond is niet altijd noodzakelijk. Na een basistraining kan iedereen die goed Nederlands spreekt en schrijft als taalvrijwilliger aan de slag (Van Dijk en De Greef et al, 2015).

Taalhuizen succesvol

De hoofdambitie van het programma Tel mee met Taal was om in de periode 2016-2018 in heel Nederland tenminste 45 duizend nieuwe deelnemers te laten starten met een taaltraject. Zij maakten daarbij gebruik van de materialen en de ondersteuning van vrijwilligers van Taal voor het Leven. Deze doelstelling werd medio 2017 al grotendeels gerealiseerd (Ecorys en Verwey-Jonker Instituut, 2017). In 2018 hebben de partners in de Taalhuizen ruim 32 duizend cursisten bereikt. Daarnaast waren er ruim 7 duizend getrainde vrijwilligers en 172 actieve trainers (Taal voor het Leven, 2019).

Praatjes en steun succesfactoren voor deelnemers aan taaltraject

Een voorwaarde voor het succes van Taalhuizen is verbetering bij cursisten. Dit is niet specifiek onder bezoekers van Taalhuizen onderzocht. Wel is onderzoek gedaan naar de factoren die een taaltraject voor volwassenen beïnvloeden. Hieruit komen verschillende belangrijke succesfactoren voor deelnemers aan taaltrajecten naar voren, waaronder de kwaliteit van het lesmateriaal, variatie in lessen en docenten met officiële onderwijskundige kwalificaties. Een andere succesfactor is de inzet van enthousiaste vrijwilligers met tijd voor de cursisten en aandacht voor hun individuele behoeften. Ook de interactie tussen de deelnemers blijkt bijzonder zinvol. Toevallige praatjes tussendoor en elkaar helpen en serieus nemen blijken een belangrijke bijkomende factor voor een succesvol taaltraject (De Greef et al, 2017). De tevredenheid van deelnemers aan een Taal voor het Leven-traject is over het algemeen hoog. Bijna alle deelnemers zijn positief over de ondersteuning door docenten en vrijwilligers (95%) en over het lesmateriaal (93%). Bijna 70% van deelnemers is na het afronden van de eerste cursus actief bezig gebleven met het onderhouden van hun basisvaardigheden.

Taalcafés in bibliotheken hebben effect

In 2018 lieten de Koninklijke Bibliotheek en Probiblio een kwalitatief onderzoek uitvoeren onder 12 bibliotheken. Centraal stonden het aanbod, de ervaringen en de opbrengsten van Taalcafés en cursussen digitale vaardigheden in de bibliotheek. Beide diensten worden vaak aangeboden vanuit een overkoepelend Taalhuis. Voor het onderzoek werden groepsgesprekken gevoerd en interviews gehouden met vrijwilligers, stakeholders, bezoekers en cursusdeelnemers. De resultaten laten zien dat Taalcafés een belangrijke meerwaarde kunnen hebben binnen het lokale taalaanbod. Deelnemers zijn tevreden en zeggen vaker en beter Nederlands te zijn gaan spreken. Ook helpt het oefenen in Taalcafés hen bij het overwinnen van de angst om Nederlands te spreken (Goes & Faun, 2018).

Klik & Tik-cursussen hebben toegevoegde waarde

Ook de onderzochte Klik & Tik-cursussen (voor het opdoen van digitale vaardigheden) die vaak vanuit een Taalhuis worden aangeboden blijken een educatieve en maatschappelijke waarde te hebben. Deelnemers leren er basale computervaardigheden die zij ook daadwerkelijk in hun dagelijks leven oefenen en gebruiken. Ook krijgen ze meer durf bij het gebruik van computers. Die bevindingen sluiten aan bij de positieve effecten van cursussen die worden gevonden in het periodieke monitoringsonderzoek door Next Value (Smit & Camo, 2017). Verder waarderen deelnemers het dat ze, net als bij het Taalhuis, kunnen oefenen in een veilige setting waar ze fouten kunnen maken (Goes & Faun, 2018).

Bronnen