De bibliotheek en laaggeletterdheid

Ruim 1 op 9 Nederlanders laaggeletterd

Nederland telt circa 2,5 miljoen volwassenen (van 16 jaar en ouder) die laaggeletterd en/of laaggecijferd zijn. In Nederland zijn er 1,3 miljoen laaggeletterden in de groep mensen tussen 16 en 65 jaar; dat is ruim 1 op de 9 inwoners. In een nadere analyse van deze groep komt naar voren dat er meer vrouwen (57%) dan mannen (43%) laaggeletterdheid zijn. Daarnaast is 65% van deze groep autochtoon. Ook blijkt dat de provincies Zuid-Holland en Flevoland oververtegenwoordigd zijn. Verder is opleidingsniveau nog een belangrijke bepalende factor; het merendeel van de laaggeletterden in Nederland heeft alleen lager onderwijs (42%) of vmbo of mbo-1 (38%) genoten (Stichting Lezen & Schrijven, 2016).

Volwaardig meedoen

Iemand die laaggeletterd is heeft moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met omgaan met een computer. Het niveau om volwaardig mee te doen in de Nederlandse samenleving is door de overheid vastgesteld op eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3 (niveau 2F binnen de standaarden en eindtermen volwasseneneducatie). Laaggeletterden missen dit minimale niveau.

Gecijferdheid

Gecijferdheid is de combinatie van kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten die iemand nodig heeft om in het dagelijks leven met getallen en cijfers om te kunnen gaan.

Groeiende kloof

Laaggeletterdheid is in de meeste westerse landen een groot probleem. Nederland scoort wat betreft geletterdheid én gecijferdheid boven het Europese gemiddelde. Ook het aantal zeer laaggeletterden in Nederland is relatief laag (Buisman & Houtkoop, 2014). Wel is er reden tot zorg. In Nederland wordt de kloof tussen laaggeletterdheid en excellente geletterdheid groter: zowel het aantal laaggeletterden als excellent geletterden neemt toe (De Greef et al., 2016).

Laaggeletterden in Nederland

Laaggeletterdheid in Nederland
Bron: Stichting Lezen & Schrijven, 2016.

Gevolgen voor gezondheid, financiën en welzijn

Geletterdheid is een essentiële voorwaarde om volwaardig mee te doen in de samenleving. Mensen die laaggeletterd zijn, hebben diverse moeilijkheden in het dagelijks leven. Naast gevolgen voor het lezen, schrijven, rekenen en de digitale vaardigheden heeft laaggeletterdheid vergaande materiële en immateriële gevolgen, zoals effecten op de gezondheid, financiën en het welzijn.

Gezondheid

Laaggeletterdheid is een risicofactor voor de gezondheid. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, zijn en voelen zich vaker minder gezond dan niet-laaggeletterden. Laaggeletterden missen namelijk vaak de vaardigheden om goed om te gaan met informatie over gezondheid, ziekte en zorg. Zo kunnen ze de bijsluiters van medicijnen niet lezen (Van der Heide & Rademakers, 2015). Onderzoek toont verder aan dat laaggeletterdheid samenhangt met roken, overgewicht, gebrek aan beweging, diabetes en depressie (De Greef & Segers, 2016).

Financieel

Laaggeletterdheid kost de Nederlandse samenleving ruim 1,1 miljard euro per jaar (PWC, 2018). Zo hebben laaggeletterden een lagere productiviteit en onvoldoende vaardigheden om goed te presteren. Verder kost deze groep in relatie tot niet-laaggeletterden meer op het gebied van onder andere zorg, uitkeringen en belastingen: ze moeten vaker naar huisarts en worden vaker in ziekenhuis opgenomen, hebben vaker een werkloosheidsuitkering en betalen minder loonbelasting (De Greef et al., 2014a; Van der Heide & Rademakers, 2015; Christoffels et al., 2016; Sijbers et al., 2016; Madern et al., 2016).

Welzijn

Laaggeletterden leven vaker in armoede en bevinden zich meer dan anderen in een sociaal isolement. Veelal schamen ze zich voor hun laaggeletterdheid. Een betere taalbeheersing zorgt ervoor dat mensen zelfredzamer, sociaal actiever en gelukkiger zijn. Een aanzienlijk deel van de laaggeletterden die deelnemen aan leer- en taaltrajecten krijgt een betere plek in de samenleving. Hun welzijn verbetert significant (De Greef et al., 2014).


Bron: Veldhuijsen & Schaufeli, 2018.

Laaggeletterdheid en digitale vaardigheden

Mensen die minder geletterd zijn, hebben slechtere informatievaardigheden. Zij hebben moeite met lezen en schrijven, hetgeen invloed heeft op het kunnen oriënteren en navigeren op internet (Universiteit Twente, 2010). Er is een groep van 300.000 Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar die én laaggeletterd is én nooit een computer gebruikt (Buisman et al., 2013). Het computer- en internetgebruik van mensen die laaggeletterd zijn, is in de afgelopen jaren wel toegenomen. De aard van het gebruik verschilt van degenen die wél taalvaardig zijn. Mensen die laaggeletterd zijn, weten wel hoe ze een computer moeten bedienen, maar zijn onvoldoende vaardig in het gericht zoeken en vinden van voor hen bruikbare informatie (Baay et al., 2015).

Overheidsbeleid gericht op aanpak van taalachterstanden

Een belangrijk onderdeel van de aanpak van laaggeletterdheid door de Rijksoverheid is het actieprogramma Tel mee met Taal (2016-2018). Hiermee wil de overheid taalachterstand tegengaan en lezen aanmoedigen. Dit gebeurt onder andere door het realiseren van een intensieve samenwerking tussen (lokale) overheden, onderwijs en andere partners (Labyrinth, 2016; Bureau Wending, 2017; Ecorys/Jonker-Verwey Instituut, 2017).

Actielijnen Taal voor het Leven en Kunst van Lezen: taal leer je lokaal

Taal voor het Leven is een van de actielijnen binnen het programma Tel mee met Taal en werd in 2012 opgestart door Stichting Lezen & Schrijven, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Doel van het project is het organiseren van taalscholing voor laaggeletterden, waarbij onder andere wordt samengewerkt met bibliotheken. Ook bij het onderdeel Kunst van Lezen hebben bibliotheken een belangrijke rol. Het motto van dit door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek uitgevoerde programma is: taal leer je lokaal. Daarom is een belangrijke taak weggelegd voor bibliotheken, wijkcentra en consultatiebureaus. Het kabinet wil dat huisartsen, consultatiebureaus, peuterspeelzalen en scholen beter taalachterstanden gaan signaleren. Bibliotheken hebben een spilfunctie, met schrijf- en leesactiviteiten voor jong en oud (Kunst van Lezen, 2015).

Positieve effecten taalprogramma’s aanpak laaggeletterdheid

Dat de aanpak van Taal voor het Leven zijn vruchten afwerpt, blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in 2014. Deelnemers aan taalprogramma’s voelen zich sociaal meer betrokken, worden actiever op de arbeidsmarkt en voelen zich psychisch en fysiek beter. Verder is bij de deelnemers een verbetering te zien op het gebied van lees- en schrijfvaardigheden (De Greef et al., 2014b). Ook ander onderzoek toont positieve effecten van taalprogramma’s. Zo ontwikkelde Capgemini Consulting een methodiek die de opbrengsten van taaltrajecten voor medewerkers én bedrijven zichtbaar maakt. Naast voordeel in euro’s leveren taaltrajecten veel op wat niet in geld is uit te drukken, zoals kansen op de arbeidsmarkt en trots en plezier bij medewerkers. De positieve effecten voor bedrijven zijn onder andere: grotere betrokkenheid bij de organisatie, meer klant- en medewerkerstevredenheid, hogere productie, minder werkdruk en stress en minder personeelsverloop (Visschers & Tops, 2015a en 2015b). Vergelijkbare maatschappelijke opbrengsten blijken ook uit een onderzoek naar het effect van taalcursussen bij PostNL (Sinzer, 2015).

Kritische geluiden evaluatie laaggeletterdheidbeleid

Tegelijkertijd zijn er ook kritische geluiden. Uit een evaluatie van De Algemene Rekenkamer komt naar voren dat in het laaggeletterdheidbeleid sprake is van een kloof tussen (de omvang van) het probleem en de gekozen aanpak. De conclusies uit deze evaluatie (Israël et al., 2016):

  • De doelen zijn erg bescheiden geformuleerd en alleen gericht op taal, en niet op geletterdheid in bredere zin;
  • Het aantal rekencursussen lijkt beperkt;
  • Diversiteit wordt mogelijk onvoldoende bediend;
  • Er is sprake van wachtlijsten;
  • Er is wel onderzoek naar effecten, maar het blijft onduidelijk wat beleid bijdraagt aan de afname in het aantal laaggeletterden;
  • De informatievoorziening aan de Tweede Kamer heeft tekortkomingen.

De curatieve rol van de bibliotheek: de bestrijding van achterstanden

Laaggeletterdheid is voor veel bibliotheken een speerpunt. In 2018 boden vrijwel alle bibliotheken producten of diensten aan op het gebied van taalvaardigheid en digitale vaardigheden (Van de Hoek & Van de Burgt, 2019). De curatieve rol van bibliotheken gericht op de bestrijding van achterstanden bij volwassenen krijgt vaak vorm in een Taalhuis. Die bieden intensieve begeleiding in taal-, reken- en digitale vaardigheden. Taalhuizen zijn in korte tijd een onlosmakelijk onderdeel van het bibliotheekaanbod geworden.

De preventieve rol van de bibliotheek: het voorkomen van achterstanden

Bibliotheken voeren hun preventieve rol bij het voorkomen van achterstanden bij de jeugd vooral uit binnen het overkoepelende programma Kunst van Lezen. Diverse programma’s hierbinnen zijn gericht op uiteenlopende doelgroepen. Zo richten bibliotheken zich met het programma Boekstart op baby’s en jonge ouders. Met de Bibliotheek op school ondersteunen zij het basis- en voortgezet onderwijs. Verder is de VoorleesExpress gericht op gezinnen met opgroeiende kinderen waarvan de ouders laagopgeleid zijn en waar kinderen thuis weinig gestimuleerd worden in de taalontwikkeling.

Positieve effecten programma’s Kunst van Lezen

Onderzoeken tonen positieve effecten van deze programma’s aan. Zo zorgt Boekstart voor een grotere woordenschat bij baby’s (Van den Berg, 2015). Daarnaast zorgt de Bibliotheek op school voor een betere leesvaardigheid van leerlingen (Nielen en Bus, 2016) en een betere leesattitude en woordenschat onder migrantenleerlingen (Kleijnen, 2016). Een effectstudie over de VoorleesExpress toont aan dat na deelname gezinnen vaker een bibliotheekabonnement hebben en meer gebruikmaken van digitale prentenboeken (De Vries et al., 2014-2015).

Bronnen