De bibliotheek voor baby's, peuters en kleuters

Achterstand werkt lang door

Al voordat kinderen naar de basisschool gaan, zijn er significante verschillen in vaardigheden tussen de verschillende sociaaleconomische groepen in Nederland. Kinderen van ouders met een lager inkomen of opleidingsniveau presteren minder goed op het gebied van taal en rekenen dan kinderen van ouders met een hoger inkomen of opleidingsniveau. Een vroege achterstand in vaardigheden heeft negatieve gevolgen voor de langere termijn: ze zijn mede bepalend voor iemands latere arbeidsmarktkansen. Als bepaalde groepen kinderen minder gestimuleerd worden in hun ontwikkeling en er minder geïnvesteerd wordt in hun vaardigheden, kan dit lang doorwerken. Voor- en vroegschoolse educatie en het onderwijs kunnen bijdragen aan het verkleinen van de ongelijkheid in de vroege jeugd, mits de programma’s van goede kwaliteit en voldoende omvang zijn (Zumbuehl & Dillingh, 2020).

Voorlezen startpunt van taalontwikkeling

Voor de doelgroep jeugd zijn de basisschool en de bibliotheek essentiële voorzieningen om laaggeletterdheid te voorkomen. Door goed leesonderwijs te bieden en kinderen wegwijs te maken in de wereld van boeken, zorgen zij ervoor dat kinderen kunnen en willen lezen. Goede lezers die gemotiveerd zijn om te lezen, houden vanzelf hun leesvaardigheid op peil, ook nadat zij de school hebben verlaten. In de periode voorafgaand aan de basisschool kunnen ouders en de kinderopvang al een grote bijdrage aan de taalontwikkeling leveren. Het helpt bijvoorbeeld als zij kinderen voorlezen uit (prenten)boeken (Broekhof, 2017).

Voorleesklimaat in kindcentra

Kindcentra zijn over het algemeen tevreden over hun eigen voorleesklimaat. Men is met name  name positief over de mogelijkheid voor kinderen om zelf boeken te pakken, de variëteit van het boekenaanbod en de aansluiting van het boekenaanbod op het niveau van de kinderen. Kritischer zijn de kindcentra over de deelname van de instelling aan een lokaal leesbevorderingsnetwerk, het coördineren en budgetteren van leesbevordering en het stimuleren van ouderbetrokkenheid. Managers van BoekStartinstellingen beoordelen hun centrum op alle deelaspecten van het voorleesklimaat positiever dan managers van niet-BoekStartinstellingen (Hazeleger & Kaal, 2020).

Effect voorlezen zichtbaar op basisschool en in latere leven

Kinderen die worden voorgelezen, hebben een grotere woordenschat. Ook hebben ze een grotere kans om goede lezers te worden dan kinderen die niet worden voorgelezen (Bus et al., 1994). Peuters die dagelijks 15 minuten worden voorgelezen, presteren later op school beter in taal en rekenen. Daarnaast hebben kinderen die van jongs af aan worden voorgelezen een voorsprong op andere kinderen in hun cognitieve, sociaal-emotionele, lichamelijke en creatieve ontwikkeling (o.a. Murray & Egan, 2014; Hansen et al., 2010). Deze effecten van voorlezen zijn het beste merkbaar in de eerste jaren op de basisschool. Bij het leren lezen helpt het als kinderen thuis bezig zijn geweest met letters en woorden (Bus et al., 1994). Aan het eind van de basisschool hebben kinderen die als kleuter zijn voorgelezen nog altijd een voorsprong op andere kinderen, zowel op het gebied van leesvaardigheid als bij bredere cognitieve vaardigheden (Kalb & Ours, 2013). Kinderen die op kleuterleeftijd veel zijn voorgelezen, lezen als adolescent beter. Ook zijn ze meer gemotiveerd om te lezen en bereiken ze als volwassene uiteindelijk een hoger opleidingsniveau (Gottfried et al., 2015). Zie ook de Leesmonitor voor meer informatie over voorlezen.

Lezende ouders stimuleren kinderen meer

Nederlandse ouders lezen hun kinderen vaak voor. Een kwart leest minimaal één keer per maand voor uit een digitaal dan wel een fysiek boek. Dit geldt voor 86% van de ouders van kinderen van 0 tot 6 jaar en driekwart van de ouders van de kinderen van 7-12 jaar. Ook een derde van de grootouders leest met deze frequentie voor. Ouders met kinderen van 7 tot 12 jaar hebben daarnaast ook vaak een stimulerende rol: vier op de vijf proberen hun kinderen tijdens de schoolvakanties meer te laten lezen. Hoe meer ouders zelf lezen, hoe vaker ze aan leesbevorderende activiteiten doen. Ze lezen bijvoorbeeld vaker samen een boek, discussiëren meer over gelezen boeken en geven vaker boekentips. Ook geven ze vaker het goede voorbeeld door zelf een boek te lezen en gaan ze vaker naar een boekwinkel (Nagelhout & Richards, 2020).

Voorlezen vergroot volgens ouders taalgevoel, woordenschat en fantasie

Ouders ervaren de positieve effecten van voorlezen. Van hen heeft 86% het gevoel dat door deze activiteit de woordenschat van hun kind wordt vergroot. Ook is voorlezen in hun ogen goed voor het taalgevoel en taalbegrip van hun kind (86%). Daarnaast vergroot voorlezen de vaardigheid om verhalen te begrijpen (82%) en prikkelt het de fantasie (81%). Verder is het een goede voorbereiding op het zelf leren lezen (81%) en versterkt het de band tussen voorlezer en kind (77%) (Nagelhout & Richards, 2020).

Breed aanbod bibliotheken voor 0 tot 4 jaar

Nederland telt bijna 700 duizend kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar (CBS, 2020). Gemiddeld is 32% van deze kinderen lid van de bibliotheek. In de meeste bibliotheken is dit lidmaatschap gratis. Deze kinderen vallen in de doelgroep van de dienstverlening op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Bibliotheken organiseren een breed scala aan leesbevorderende activiteiten en programma’s voor de vroege taalontwikkeling van kinderen. Ze richten zich daarmee niet alleen op kinderen van 0 tot 4 jaar, maar ook op opvoeders en intermediairs. Alle bibliotheken doen mee aan BoekStart voor baby’s en De Nationale Voorleesdagen. Daarnaast wordt de VoorleesExpress door 73% van de bibliotheken georganiseerd. Meer dan driekwart (77%) neemt deel aan BoekStart in de kinderopvang. Eén op de vier bibliotheken biedt het programma BoekStart-BoekenPret aan. Een vijfde van de bibliotheken biedt een ander – veelal provinciaal of lokaal – leesbevorderend programma voor kinderen van 0 tot 4 jaar aan, bijvoorbeeld in de vorm van thematische cafés of voorleesbijeenkomsten (Van den Dool & Van de Hoek, 2021).

Wat is BoekStart?

BoekStart is een leesbevorderingsprogramma van de bibliotheek voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Het doel is om ouders aan te moedigen hun kinderen zo vroeg mogelijk boeken en de bibliotheek te laten ontdekken. De bibliotheek heeft een coördinerende rol binnen BoekStart en maakt afspraken met de gemeente, de jeugdgezondheidszorg en kinderopvang over de uitvoering. De bibliotheek verzorgt een presentatiehoek in het consultatiebureau, reikt BoekStartpakketten uit aan ouders, richt een speciale hoek in voor baby’s in de bibliotheek en verzorgt ouderactiviteiten. Ook komt wekelijks een BoekStartcoach op het consultatiebureau om met ouders in gesprek te gaan en gerichte voorleesondersteuning te bieden. BoekStart maakt deel uit van een doorgaande lijn binnen het OCW-programma Tel mee met Taal. BoekStart vormt het begin van deze beleidslijn, gevolgd door de Bibliotheek op school voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Deze aanpak is ontwikkeld door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, als onderdeel van het programma Kunst van Lezen.

Wat doet Stichting VoorleesExpress?

Stichting VoorleesExpress zorgt ervoor dat kinderen met een taalachterstand extra aandacht krijgen. Gedurende een halfjaar komt er een vrijwilliger bij hen thuis om voor te lezen. Zo wordt er samen met de ouders aan gewerkt om taal en leesplezier een vaste plek in het gezin geven. Sinds 2006 is de VoorleesExpress uitgegroeid tot een landelijk netwerk in meer dan 100 Nederlandse gemeenten. In de afgelopen jaren zijn meer dan 30 duizend gezinnen begeleid. Door heel Nederland zijn zo’n 40 organisaties verantwoordelijk voor de lokale coördinatie in hun regio. Dit zijn welzijnsorganisaties, bibliotheken en andere organisaties die actief zijn in het sociaal domein. Deze lokale samenwerkingspartners zijn het aanspreekpunt voor gezinnen, vrijwilligers en lokale partijen. Zij zorgen ervoor dat de VoorleesExpress aansluit bij lokaal beleid en dat er een nauwe samenwerking is met lokale partners.

Wat zijn de Nationale Voorleesdagen?

Sinds 2003 organiseert de CPNB jaarlijks op initiatief van Stichting Lezen de campagne De Nationale Voorleesdagen. Deze campagne heeft als doel om het voorlezen aan jonge kinderen in de kinderopvang en het basisonderwijs te stimuleren. Het Voorleesontbijt vormt de belangrijkste activiteit. Tijdens deze activiteit wordt voorgelezen uit het Prentenboek van het Jaar. Dit vindt veelal plaats in bibliotheken, op kinderdagverblijven en in het basisonderwijs. Uit onderzoek blijkt dat deze campagne en de bijbehorende attributen, zoals handpoppen, zeer worden gewaardeerd (Plantinga & Van Zon, 2019).

Voortdurende groei in tien jaar BoekStart

BoekStart is van start gegaan in 2008. Sindsdien is er veel vooruitgang geboekt. De naambekendheid van BoekStart stijgt en er worden steeds meer ouders en baby’s met het programma bereikt (Kaal et al., 2018; Langendonk & Van Dalen, 2019). In het schooljaar 2019-2020 nam 98% van de bibliotheken deel aan BoekStart voor baby’s. In die periode werden in totaal ruim 56 duizend BoekStartkoffertjes naar alle bibliotheken verstuurd (Van den Dool & Van de Hoek, 2021). Daarnaast zijn circa 25 duizend baby’s en hun ouders bereikt via BoekStart in de kinderopvang en de BoekStartcoach. Mede dankzij deze actie wordt jaarlijks 10% tot 15% van de inwoners tussen de 0 en 4 jaar ingeschreven als nieuw bibliotheeklid (Van den Dool & Van de Hoek, 2021).

Collectie en boekenhoek kenmerken aanbod

Vrijwel alle bibliotheken die BoekStart voor baby’s organiseren, bieden een collectie voor 0- tot 4-jarigen aan (99%). Daarnaast biedt het merendeel van deze bibliotheken een speciaal voor baby’s ingerichte boekenhoek (81%) en voorlichting voor ouders (76%). Steeds meer bibliotheken organiseren in het kader van BoekStart voor baby’s ouder-kindactiviteiten (86%). Om de kwaliteit van de dienstverlening op peil te houden, bieden bijna alle bibliotheken bieden bovendien training of ondersteuning aan (91%), bijvoorbeeld in de vorm van trainingen voor vrijwilligers van de VoorleesExpress, pedagogisch medewerkers en ouders (Van den Dool & Van de Hoek, 2021).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Aandacht voor gezinsaanpak

Kinderen van laagtaalvaardige ouders hebben een grotere kans om laaggeletterd te worden. Om dat te voorkomen, zetten bibliotheken steeds meer in op de gezinsaanpak richting taalarme ouders en hun kinderen. Daartoe werkt bijna twee derde van de bibliotheken samen met partners die zich richten op laagtaalvaardige ouders, zoals de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus), (digi)Taalhuizen, gemeenten, maatschappelijk dienstverleners en welzijnsorganisaties. De helft van de bibliotheken organiseert verder speciale activiteiten voor taalarme gezinnen, zoals ouder-kindcafés, voorleesbijeenkomsten en dreumesuurtjes. Iets meer dan de helft van de bibliotheken (52%) voert actief beleid op een betere verbinding tussen de preventieve en curatieve aanpak van laaggeletterdheid.

Positief effect BoekStart op taalontwikkeling en bibliotheekbezoek

In het tienjarig bestaan van BoekStart in 2018 zijn er meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van deze interventie. Zo blijkt dat de kinderen van ouders die hun baby al voordat deze 8 maanden oud is, voorlezen en meedoen aan BoekStart, hoger scoren op taal. Al op de leeftijd van vijftien maanden waren er positieve effecten op de woordenschat merkbaar. Ook op latere leeftijd heeft BoekStart een positief effect: op vijf- à zesjarig leeftijd scoren deelnemers hoger op taal (De Bondt & Bus, 2019). Daarnaast beginnen ouders onder invloed van BoekStart eerder met voorlezen, bezoeken BoekStartouders vaker de bibliotheek en zijn zij meer bekend met babyboekjes (Van den Berg & Bus, 2015). Onderzoek van Kantar Public in opdracht van Stichting Lezen/Kunst van Lezen toont ook aan dat BoekStartouders zeer tevreden zijn over het BoekStartkoffertje dat zij bij de geboorte van hun kind aangeboden krijgen. Zij gebruiken de boekjes uit het koffertje redelijk vaak tot heel vaak. BoekStart heeft een positieve uitwerking op de ouders. Zij hechten meer waarde aan voorlezen, beginnen daar eerder mee en bezoeken de bibliotheek vaker dan ouders die het koffertje niet hebben opgehaald (Kaal et al., 2018).

VoorleesExpress stimuleert leesplezier en ontwikkeling

Ook naar de effecten van de VoorleesExpress zijn veel onderzoeken uitgevoerd. Daaruit blijkt onder andere dat kinderen die gebruikgemaakt hebben van dit programma beter presteren op taalvaardigheid, zoals boekoriëntatie, begrijpend lezen en verhaalbegrip. Ouders hebben bovendien meer plezier in het voorlezen, gaan intensiever voorlezen en zien het belang van lezen meer in (o.a. Broens & van Steensel, 2019; Van Buuren & Lucassen, 2010). Ook komen zij vaker naar de bibliotheek en kijken kinderen vaker en langer in boeken (Van Buuren & Lucassen, 2010). Daarnaast wordt vijf jaar na deelname aan de VoorleesExpress door het grootste deel van de gezinnen nog steeds regelmatig (voor)gelezen. De taalomgeving thuis is verrijkt met (kinder)boeken, schrijfmateriaal en taalspelletjes. Meer dan de helft van de gezinnen ervaart vijf jaar na de VoorleesExpress meer leesplezier en een vooruitgang in het lezen (Van Doesburg, 2014).

Grote waardering BoekStartcoach

De helft van de bibliotheekorganisaties werkt met een BoekStartcoach (Van den Dool & Van de Hoek, 2021). Zij benaderen ouders op een laagdrempelige manier om hen te informeren over het belang van voorlezen. Dankzij de persoonlijke laagdrempelige aanpak en het lokale karakter lukt het de BoekStartcoach om vrijwel met alle ouders in contact te komen. Ouders waarderen de BoekStartcoach: ze ervaren diens aanwezigheid op het consultatiebureau als plezierig. Ook hebben assistenten, artsen en verpleegkundigen het gevoel dat hen werk uit handen wordt genomen. Toch zijn er ook nog verbeterpunten: wegens het grote verloop en het beperkte aantal uren dat zij tot hun beschikking hebben, kunnen BoekStartcoaches niet altijd de structurele impact maken die ze voor ogen hebben (Sikkema, 2019).

Resultaten zichtbaar dankzij Monitor BoekStart in de kinderopvang

De resultaten van BoekStart in de kinderopvang worden inzichtelijk gemaakt met de Monitor BoekStart in de kinderopvang. In de landelijke analyse worden de ontwikkelingen, de verschillen tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven en de verbanden tussen data van bibliotheekmedewerkers, voorleescoördinatoren/locatiemanagers en pedagogisch medewerkers besproken. De Monitor wordt uitgevoerd in opdracht van Stichting Lezen, vanuit het leesbevorderingsprogramma Kunst van Lezen. De resultaten laten een hechte samenwerking tussen deelnemende bibliotheken en de kinderopvang zien. Bij zowel de dagopvang als de peuteropvang wordt vaker structureel voorgelezen als er een voorleescoördinator en/of een voorleesplan aanwezig is. Sinds de start in 2017 neemt het aantal deelnemers aan Monitor jaarlijks toe. Aan de meting van 2019 namen 2.731 pedagogisch medewerkers, 707 voorleescoördinatoren en 66 BoekStartcoördinatoren deel (Heesterbeek & Hartkamp, 2020).

BoekStartmedewerker in bijna alle bibliotheken

Bij bijna alle bibliotheken die in deelnemen aan de Monitor is een medewerker specifiek verantwoordelijk voor BoekStart in de kinderopvang (98%). Bij meer dan de helft van de bibliotheken zijn er ook expliciet daarvoor bestemde personeelsuren (59%). Vrijwel alle bibliotheken bezoeken de kinderopvanglocaties om te kijken naar de voorleesomgeving en er advies over te geven (94%). Ruim een derde doet dit alleen bij de start van BoekStart in de kinderopvang (38%). Van de deelnemende locaties heeft 88% een voorleescoördinator. Bijna driekwart van de deelnemende locaties heeft een voorleesplan (71%) (Heesterbeek & Hartkamp, 2020).

Bronnen