De bibliotheek voor jongvolwassenen

Circa 1,5 miljoen jongvolwassenen in Nederland

Nederland telt circa 1,5 miljoen jongvolwassenen tussen de 18 en 25 jaar oud (CBS, 2020). Tot 18 jaar nemen bijna alle jongeren deel aan een vorm van onderwijs; tussen de leeftijden van 18 en 25 jaar is dat nog 59,7% (CBS, 2019a). Op die leeftijd verruilen jongeren school voor een betaalde baan, worden ze actiever op de arbeidsmarkt, gaan ze samenwonen en/of starten ze met het stichten van een gezin. De netto arbeidsparticipatie van deze groep is bijna 70% (CBS, 2019b).

Wat verstaan we onder jongvolwassenen?

In het beleid voor en onderzoek naar leesgedrag en leesbevordering voor jeugd worden verschillende leeftijdsindelingen voor jeugd en jongeren gehanteerd. In de landelijke programmalijnen zien we vaak de volgende indelingen terug:

  • Kinderen van 0 tot 4 jaar (voor- en vroegschoolse educatie, BoekStart);
  • Kinderen van 4 tot 12 jaar (primair onderwijs, de Bibliotheek op school);
  • Jongeren van 12 tot 18 jaar (voortgezet onderwijs, de Bibliotheek op school).

De afbakening die voor de groep jongvolwassen wordt gehanteerd, verschilt per onderzoek. Bibliotheekinzicht sluit zich aan bij de definitie van jongvolwassenen (18 tot 25 jaar) zoals onder andere de Jeugdmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (Pleijers et al., 2020) en de Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB) (Peters & Van Strien, 2018) aanhouden. In dit artikel worden ook bronnen aangehaald waarin deze leeftijdsgroep is meegenomen die een andere leeftijdsgrens hanteren. Waar dat het geval is, zijn de leeftijdsgrenzen expliciet benoemd.

De groep jongvolwassenen valt na de grens van 18 jaar niet meer binnen de doelgroep jeugd, maar vertoont qua leesgedrag en -beleving wellicht nog meer overeenkomsten met de groep jongeren dan met de doelgroep volwassenen.

Jeugdleden beslaan 63% van ledenbestand

Voor jongvolwassenen verandert de dienstverlening van de bibliotheek op een belangrijk punt, namelijk het betaalde lidmaatschap. Tot 18 jaar is de jeugd vaak gratis lid, maar daarna niet meer. Vanaf het 18e jaar loopt het lidmaatschap van de bibliotheek sterk terug. Van de jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar is 21% lid. Dit daalt bij 21- tot en met 25-jarigen naar 14%, tegenover meer dan een derde van de 12-17-jarigen (Peters & Van Strien, 2018). In totaal maken jeugdleden het grootste gedeelte uit van het totale ledenbestand van de bibliotheek: 63%. Dat zijn circa 2,3 miljoen jeugdigen (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Bron: Peters & Van Strien, 2018.

Boeken lenen en inleveren belangrijkste reden bibliotheekbezoek

Jongvolwassenen zijn minder vaak lid van de bibliotheek en zij bezoeken de openbare bibliotheek in eigen stad of dorp weinig. Iets meer dan twee derde van de jongvolwassenen (leden en niet-leden) bezoekt de bibliotheek bijna nooit (minder dan een keer per jaar). Zij geven als redenen dat ze geen boeken lezen of dat ze deze ergens anders lenen of  kopen. Als deze leeftijdsgroep wel de bibliotheek bezoekt, dan is dat voornamelijk om boeken te komen lenen of inleveren. Iets minder dan een vijfde van de jongvolwassenen komt naar de bibliotheek om te studeren of iets te lezen, zoals een boek, tijdschrift of krant (Peters & Van Strien, 2018).

Samenwerking tussen bibliotheken en scholen via de Bibliotheek op school

Naast de openbare bibliotheek staat ook de Bibliotheek op school tot de beschikking van jongeren en jongvolwassenen. Bibliotheken en scholen werken structureel samen volgens dit landelijke programma. Daarbij maken bibliotheek, school en gemeente gezamenlijke afspraken over hun beleid op het gebied van lezen en mediawijsheid. Bibliotheek en school zetten bovendien hun deskundigheid in om, samen met ouders, het lezen thuis en op school en om het werken met digitale media te verbeteren. De Bibliotheek op school is met name gericht op het primair onderwijs. Daarnaast gaan ook steeds meer middelbare scholen een samenwerking volgens dit programma aan. Het gaat hierbij met name om vmbo-scholen. Ook kent de Bibliotheek op school een variant voor het mbo. Deze aanpak wordt geëvalueerd via de Monitor de Bibliotheek op school. Deze is onderverdeeld in vragen voor studenten, docenten en de bibliotheek. Een ruime meerderheid van de 853 mbo-studenten die de Monitor over 2019 hebben ingevuld, geeft aan dat ze lezen belangrijk vindt. De meest voorkomende leesbevorderende activiteiten door docenten in het mbo zijn het geven van boekentips aan studenten (61%), gevolgd door de studenten met elkaar in gesprek brengen over boeken (50%) en voorlezen (46%). Bijna de helft van de deelnemende onderwijsinstellingen heeft een taalbeleidsplan (44%); slechts 22% geeft aan te werken met een leesplan. Op 78% van de scholen is een taalcoördinator aanwezig (Donkers & Mens, 2020).

Gebruik van gratis lidmaatschap door jongvolwassenen van 18-22 jaar

Hoe gebruiken jongvolwassenen hun bibliotheeklidmaatschap? Dat onderzocht Probiblio in samenwerking met de Boekenberg in Spijkenisse. De Boekenberg biedt momenteel een gratis abonnement aan voor jongeren tussen de 18 en 30 jaar. Met dit abonnement kunnen zij onder andere gratis 12 boeken per jaar lenen. Om een beeld te krijgen van hoe jongeren dit gratis abonnement ervaren, werden, naast observaties en korte interviews in de bibliotheek, negen diepte-interviews afgenomen met jongeren uit de doelgroep. Uit deze interviews werd duidelijk dat de Boekenberg door jongeren op drie verschillende manieren gebruikt wordt: voor het lenen en lezen van boeken, om te studeren en om activiteiten te bezoeken. Verder konden op basis van het onderzoek de volgende conclusies worden getrokken:

  1. Een deel van de jongvolwassenen is zich niet bewust van de mogelijkheden van zijn abonnement. Deze doelgroep wordt lid van de bibliotheek als dat nodig is om gebruik te kunnen maken van een bepaalde dienst, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van een bepaald boek of het gebruiken van een computer. Daardoor is men zich niet altijd bewust van de mogelijkheden van het afgesloten abonnement;
  2. Jongvolwassenen missen andere leeftijdsgenoten in de bibliotheek. Ze komen vooral jonge kinderen en hun ouders of ouderen tegen;
  3. Jongvolwassenen worden vaak niet bereikt met de huidige communicatie. Ze geven aan dat ze nieuwsbrieven wel zouden lezen als ze die zouden krijgen, of dat het een goed idee zou zijn om te investeren in een Instagram-account en posters in de stad (Van der Loo, 2020).

Leestijd van jongeren daalt

Jongeren onder de 35 jaar lezen steeds minder vaak. Minder dan de helft leest wekelijks – van papier of digitaal – een aaneengesloten tijdspanne van minstens 10 minuten. Bij jongvolwassenen is de daling het sterkst: van 87% in 2006 naar 49% in 2016. Onder 13-19-jarigen is het aantal lezers gedaald van 65% naar 40% (Wennekers et al., 2018). Dat jongvolwassenen minder lezen is nadelig omdat vrijetijdslezen van belang blijft voor de taal- en leesontwikkeling. De woordenschat, het leesbegrip en de basisvaardigheden van lezen, technisch lezen en spelling gaan vooruit naarmate mensen meer lezen. Jongvolwassenen die lezen, scoren hoger op intelligentietesten en mate van academisch succes dan hun leeftijdsgenoten die niet lezen (Mol & Bus, 2011). Ook onder jongeren komt laaggeletterdheid voor, zij het minder dan onder ouderen. In 2012 was circa 1 op de 10  jongeren tussen 16 en 24 jaar laaggeletterd en/of laaggecijferd. Dit aandeel is hoger onder mensen boven de 24 jaar (Israël et al., 2016).

Oproep tot leesbevordering: Leesoffensief en Bibliotheekconvenant

Leesvordering staat hoog op de agenda. Zo deden de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad in 2019 een oproep tot een heus leesoffensief. Bibliotheken moeten volgens dit document een leescultuur tot stand weten te brengen die wordt gedragen door leesbevorderaars en -specialisten (Raad voor Cultuur & Onderwijsraad, 2019). Hiertoe werden subsidies om deze zaken te bekostigen verhoogd (Raad voor Cultuur, 2020). Daarnaast neemt leesbevordering een belangrijke plaats in in het Bibliotheekconvenant 2020-2023, dat op 1 oktober 2020 werd ondertekend. Daarin wordt leesbevordering genoemd als een van de drie maatschappelijke opgaven waaraan de komende tijd in gezamenlijkheid wordt gewerkt. Zo komt er extra aandacht voor jongens, vmbo'ers en jongeren met een meertalige achtergrond, omdat zij vaak de meeste moeite hebben met lezen. Bibliotheken die hun collecties, expertise en activiteiten voor deze doelgroepen willen uitbreiden, kunnen hiervoor een financiële bijdrage ontvangen via de subsidieregeling Leesoffensief (VOB et al., 2020).

Lezen om in te leven en weg te dromen

Jongvolwassenen hebben vooral voorkeur voor de boekengenres spanning en avontuur. Ook humor, verfilmde boeken, boeken over liefde en seksualiteit en over relaties vinden zij interessant. Dit past over het algemeen bij hun leeftijdsfase, waarin samenwonen, trouwen of kinderen krijgen een rol gaan spelen (Smit, 2015). Bij het lezen van een boek ervaren jongvolwassenen vooral dat zij zich kunnen inleven in de personages en kunnen wegdromen bij het verhaal. In vergelijking met hun jongere generatiegenoten ervaren zij school of hun opleiding veel minder vaak als een reden om te lezen (Peters & Van Strien, 2018).

De leesvoorkeuren van jongeren en jongvolwassenen

Hoe ziet de leeswereld van jongeren en jongvolwassenen eruit? Dat onderzocht Stichting Lezen in een onderzoek onder 1036 jongeren en jongvolwassenen tussen de 12 en 25 jaar. Binnen deze groep vallen drie typen lezers te onderscheiden:

  • Boekmijders (33%): deze groep leest (vrijwel) niet en houdt niet van lezen;
  • Boektwijfelaars (39%): deze groep leest af en toe en met mild enthousiasme;
  • Boekenwurmen (28%): deze groep leest veel en graag.

 

Uit dit onderzoek blijkt dat vier op de tien jongeren en jongvolwassenen wekelijks boeken lezen. Een derde geeft aan nooit een boek te lezen. Met name onder jongens en mbo’ers bevindt zich een relatief grote groep boekmijders. Voor boektwijfelaars zijn een voorkeur voor andere vrijetijdsbestedingen en tijdgebrek de belangrijkste redenen om niet te lezen. De ondervraagde jongeren en jongvolwassenen oordelen overwegend positief over lezen. Een derde vindt lezen saai. Jongeren en jongvolwassenen lezen het liefst boeken uit de genres spanning en avontuur, humor en verfilmde boeken. De boekmijders lezen alle genres minder graag dan de boektwijfelaars en boekenwurmen, behalve humoristische boeken, stripboeken en sportboeken (Stalpers, 2020).

Inspiratie opdoen in de boekwinkel en bibliotheek

Als kinderen ouder worden, neemt het belang van zelfstandigheid en dat van vriendschappen toe. Op het vlak van leesactiviteiten, zoals elkaar tips geven of een boek cadeau doen, spelen ouders een steeds kleinere rol en vrienden een steeds grotere. Jongeren vinden hun inspiratie voor boeken zelfstandig, bijvoorbeeld wanneer zij in een boekwinkel rondlopen of online op zoek gaan. Zo krijgt 32% van de 18- tot en met 20-jarigen en 43% van de 21-25-jarigen inspiratie tijdens het rondlopen in een fysieke boekwinkel. Van de 18- tot en met 20-jarigen vindt 30% inspiratie op websites van boekwinkels en bibliotheken, onder de 21-25-jarigen is dat 33% (Peters & Van Strien 2018).

Jongvolwassenen en tieners grootste schermlezers

Onderzoek laat zien dat schermlezers vooral te vinden zijn onder jongvolwassenen en tieners: respectievelijk 40% en 36% van deze doelgroepen leest tekstmedia enkel van een scherm. We hebben het dan over boeken, tijdschriften, kranten, huis-aan-huisbladen en overige, teletekst, nieuwssites en –apps en specifieke informatie via internet. Alleen van papier lezen doet 16% van de jongvolwassenen (20-34 jaar), tegenover 55% van de lezers van 65 jaar en ouder. Wanneer puur naar traditionele tekstmedia – boeken, tijdschriften, kranten, huis-aan-huisbladen – gekeken wordt, is het aantal jonge mensen dat alleen van papier leest nog steeds de grootste groep, hoewel het aantal schermlezers groeit (Wennekers et al., 2018).

Kwart van jongvolwassenen leest alleen e-books

Het aandeel lezers van e-books is sinds 2014 nauwelijks toegenomen (Wennekers et al., 2018). Het is onder jongeren ook nog weinig bekend dat de bibliotheek e-books uitleent. Een kwart van de jongvolwassenen leest vaak alleen nog maar e-books in plaats van het papieren boek. We zien een stijging in het lezen van e-books vanaf 14 jaar, met een kleine terugval bij 21- tot en met 25-jarigen (Peters & Van Strien, 2018).

Leesactiviteit digitaal het grootst

Het leesgedrag van jongeren bestaat hoofdzakelijk uit appen, internetten en het lezen van berichten op sociale media, zoals Facebook en Instagram. Boeken lezen doen zij veel minder. Ongeveer de helft van de jongeren leest vrijwel nooit een boek, of alleen op vakantie: dit geldt voor 56% van de 18-20-jarigen en 45% van de 21-25-jarigen. De belangrijkste reden is dat ze het lezen van boeken niet leuk vinden. Het heeft er niets mee te maken dat zij geen boeken kunnen vinden: ongeveer 7 op de 10 jongvolwassenen vindt dat er meestal wel voldoende boeken beschikbaar zijn (Peters & Van Strien, 2018).

Bron: Peters & Van Strien, 2018.

Bronnen