Bibliotheken en de leesontwikkeling van jongeren

Voor de leesontwikkeling van jongeren van 12 tot 18 jaar is naast lezen op school ook het lezen in de vrije tijd essentieel. Tot in de volwassenheid heeft vrijetijdslezen invloed op de taal- en leesvaardigheid. Naarmate kinderen ouder worden, is vrijetijdslezen zelfs van groter belang voor het technisch lezen en de woordenschat. De leesmotivatie en het leesplezier van deze doelgroep neemt echter af naarmate zij opgroeien. De samenwerking tussen het voortgezet onderwijs en bibliotheken is van groot belang om kinderen een extra impuls te geven ook buiten school te lezen. Bibliotheken leveren een bijdrage aan leesbevordering met de fysieke en digitale jeugdcollectie, informatie voor werkstukken en presentaties, activiteiten en jeugdbibliotheek.nl. Ook de samenwerking met het voortgezet onderwijs en landelijke programma’s als de Bibliotheek op school dragen daar aan bij.

Vrijetijdslezen ook na de basisschool van groot belang

Kinderen die veel lezen in de vrije tijd hebben daar profijt van. Dit is onder andere te merken aan de woordenschat, Cito-scores en leesmotivatie (Bus et al, 1994; Kortlever & Lemmens, 2012; Mol & Bus, 2011). Ook na de basisschool blijft vrijetijdslezen belangrijk: de relatie tussen vrijetijdslezen en alle taal- en leesvaardigheden blijft aanwezig tot in de volwassenheid. Voor de woordenschat is de relatie met vrijetijdslezen zelfs sterker voor adolescenten dan voor basisschoolleerlingen. Vrijetijdslezen blijkt een steeds grotere rol te gaan spelen in het aantal woorden dat een scholier kent. Ook voor het technisch leesniveau wordt het verband met vrijetijdslezen sterker naarmate de leerlingen ouder worden (Mol & Bus, 2011).

Meer laaggeletterde jongeren

Nederlandse leerlingen presteren bovengemiddeld op leesvaardigheid. In het PISA-onderzoek onder 15-jarige leerlingen uit 71 landen neemt Nederland een vijftiende plek in op de internationale ranglijst voor leesvaardigheid. Hoewel er de afgelopen jaren meer aandacht is voor leesbevordering, is het aandeel laaggeletterde jongeren gestegen. Het percentage Nederlandse jongeren met een taalachterstand is toegenomen van 11,5% in 2003 naar 17,9% in 2015. De grootste zorg ligt bij leerlingen van de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg. Daar is 62% van de 15-jarige vmbo-basisleerlingen en 35% in vmbo-kaderleerlingen laaggeletterd (Feskens et al, 2016).

Bron: Feskens et al, 2016.

Scholieren lezen vooral uit intrinsieke motivatie

Wat leesmotivatie betreft scoren Nederlandse leerlingen beduidend lager dan het internationale gemiddelde (OECD, 2010, Kordes et al, 2012). Nederlands onderzoek toont aan dat de leesmotivatie afneemt naarmate kinderen ouder worden. Zowel basisschoolleerlingen als middelbare scholieren lezen voornamelijk vanuit een intrinsieke leesmotivatie. Ze lezen uit nieuwsgierigheid of om op te gaan in een verhaal (DUO Onderwijsonderzoek, 2017a). Jongeren die geen boeken lezen geven als belangrijkste redenen dat zij boeken lezen niet leuk vinden of dat zij de voorkeur geven aan andere activiteiten (Peters & van Strien, 2018).

Bron: Peters & van Strien, 2018.

Hoe ouder, hoe minder leesplezier

Ongeveer de helft van de jongeren van 13-19 jaar leest wekelijks in zijn of haar vrije tijd, bijvoorbeeld een boek, krant, tijdschrift of nieuwssite (Wennekers et al, 2015; Wennekers et al, 2018). Naarmate zij ouder worden, neemt het lezen af. Van de 12- tot 13-jarigen leest 44% wekelijks een boek, tegenover 19% van de 16- tot 17-jarigen (Peters & Van Strien, 2018). Ook het leesplezier neemt af met de overgang van de basisschool naar de middelbare school (Huysmans, 2013; Van Tuijl & Gijsel, 2015; DUO Onderwijsonderzoek, 2017a). Waar 82% van de basisschoolleerlingen het leuk vindt om boeken te lezen, geldt dit in het voortgezet onderwijs nog voor 51% van de leerlingen (DUO Onderwijsonderzoek, 2017a).

Van vrijwillig naar verplicht lezen

De zogeheten ‘fourth grade slump’, ook wel de 'groep 6-crisis' genoemd, kan mogelijk verklaren waarom het leesplezier afneemt naarmate kinderen ouder worden. Op de basisschool verschuift de focus steeds meer van leren om te lezen naar lezen om te leren. De teksten worden complexer en abstracter, waardoor de kans op negatieve leeservaringen toeneemt (Chall & Jacobs, 2003). De overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs brengt ook de verschuiving van het vrijwillige naar het verplichte lezen met zich mee. De jongeren moeten steeds vaker een boek lezen voor school, een presentatie geven over een boek of een boekverslag schrijven en mogen minder vaak een zelf uitgezocht boek lezen op school (Huysmans, 2013). Met name minder vaardige lezers krijgen in deze periode minder plezier in lezen (Nielen & Bus, 2016). De grootste belemmering die vmbo-docenten ervaren om het lezen te bevorderen, is dat hun leerlingen lezen ‘suf’ vinden (DUO Onderwijsonderzoek, 2017b). Zie ook de Leesmonitor voor meer informatie over leesplezier.

Gratis lidmaatschap en leesbevordering als kernfunctie

Op 1 januari 2017 waren er circa 1,4 miljoen jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 18 jaar in Nederland (CBS, 2017). Gemiddeld is 55% van deze doelgroep lid van de bibliotheek. Om kinderen en jongeren onder de 18 jaar te stimuleren gebruik te maken van de bibliotheek, kunnen zij gratis lid worden. Daarnaast is 'het bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur' expliciet opgenomen als kernfunctie van de bibliotheek in de Wet stelsel openbare bibliotheek voorzieningen (Wsob, artikel 5).

Hoe ouder, hoe minder naar de bibliotheek

Circa één op de drie leerlingen in het voortgezet onderwijs komt minimaal één keer per maand in de bibliotheek (DUO Onderwijsonderzoek, 2017a; Peters en Van Strien, 2018). Hoe ouder de jongeren, hoe minder vaak zij in de bibliotheek komen (Peters en Van Strien, 2018; ProBiblio, 2017). Jongeren die de bibliotheek nooit bezoeken lezen geen boeken,halen of lenen hun boeken ergens anders of vinden het saai in de bibliotheek (Peters & van Strien, 2018). Deze doelgroep associeert de bibliotheek vooral met boeken en informatie, maar ook met rust en stilte (ProBiblio, 2017; TwinQ, 2018). Ze bezoeken de bibliotheek om boeken te lenen of terug te brengen, en minder om andere activiteiten te ondernemen, zoals lezen of studeren. Iets oudere jongeren (16+) gebruiken de bibliotheek voornamelijk als plek om te studeren, leren of huiswerk te maken (Peters & van Strien, 2018).

Bron: Peters & van Strien, 2008.

Diverse dienstverlening aan jeugd

De dienstverlening van de bibliotheken aan jongeren van 12 tot en met 18 jaar is divers. Landelijk is het doel gesteld om de vaardigheden op het gebied van taal, lezen en media te ontwikkelen. Dit versterkt de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de jeugd. Daar dragen bibliotheken op verschillende manieren aan bij, zoals met de fysieke jeugd- en young adult-collectie, e-books voor jeugd en informatie voor werkstukken en presentaties. Daarnaast organiseert de bibliotheek activiteiten, is er jeugdbibliotheek.nl en wordt er samengewerkt met scholen. Bijvoorbeeld via landelijke programma's als de Bibliotheek op school.

Samenwerking met het onderwijs primair gericht op vmbo

Met het onderzoek 'Dienstverlening openbare bibliotheken aan het voortgezet onderwijs 2016-2017' heeft de KB de samenwerking met het voortgezet onderwijs in kaart gebracht. Van de 133 (basis)bibliotheken die deelnamen aan dit onderzoek werkte 85% in het schooljaar 2016-2017 samen met het voortgezet onderwijs. De samenwerking is primair gericht op het onderwijs op vmbo-niveau, maar ook op havo- en vwo-niveau wordt samengewerkt. De bibliotheken die deelnamen aan het onderzoek verzorgden in het schooljaar 2016-2017 activiteiten en programma's. Hierbij ging het om leesbevordering (voor 79% van de schoolvestigingen), informatievaardigheden (voor 28% van de schoolvestigingen) en mediawijsheid (voor 21% van de schoolvestigingen). In totaal bedienden de bibliotheken in dit schooljaar 593 schoolvestigingen in het voortgezet onderwijs in hun werkgebied (44%) (KB, 2018).

Beleidsmatige inbedding samenwerking ontbreekt

Hoewel veel bibliotheken aandacht aan het voortgezet onderwijs besteden, slagen zij er onvoldoende in om hier structureel formatie en financiële middelen voor vrij te maken. Ook het collectieaanbod, fysiek of digitaal, laat te wensen over. Op slechts 38% van de scholen waarmee de bibliotheek samenwerkt is een fysieke collectie aanwezig. Daarnaast lijkt de samenwerking tussen bibliotheken en het voortgezet onderwijs vaak nog te bestaan uit losse activiteiten zonder beleidsmatige inbedding. De activiteiten voor het voortgezet onderwijs op het gebied van leesbevordering en digitale geletterdheid worden vaak gedragen door één enthousiaste docent en bibliotheekmedewerker. Het ontbreken van beleidsmatige borging maakt de dienstverlening kwetsbaar (KB, 2018).

Samenwerking volgens landelijke programmalijn

Naast de reguliere samenwerking werken veel bibliotheken ook samen met het onderwijs volgens landelijke programmalijnen, zoals de aanpak de Bibliotheek op school. Deze aanpak maakt deel uit van een doorgaande lijn binnen het OCW-programma Tel mee met Taal. BoekStart vormt het begin van deze beleidslijn, gevolgd door de Bibliotheek op school basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De aanpak is ontwikkeld en ingezet door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, als onderdeel van Kunst van Lezen. Het doel is om op basis van een aantal vastgestelde bouwstenen samen met scholen de leesmotivatie, taal- en informatievaardigheden van leerlingen te verbeteren. Bibliotheken, scholen en gemeenten werken op strategisch niveau structureel samen aan de taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen en jongeren.

Bereik de Bibliotheek op school

Sinds 2013 is Kunst van Lezen gestart met de ontwikkeling van de aanpak de Bibliotheek op school voor het voortgezet onderwijs. De focus lag daarbij van meet af aan op het vmbo. In totaal werd in het schooljaar 2016-2017 samengewerkt met 86 schoolvestigingen volgens de aanpak de Bibliotheek op school. Daarnaast werden met 64 schoolvestigingen verkennende gespreken gevoerd. In bijna alle gevallen ging het om vmbo-onderwijs. Op het gebied van leesbevordering wordt samengewerkt met 74 schoolvestigingen, voor informatievaardigheden met 44 schoolvestigingen en voor mediawijsheid met 36 schoolvestigingen (KB, 2018). Naast de samenwerking met vmbo-scholen zijn in 2017 de eerste pilots op havo/vwo scholen gestart. Deze pilots concentreren zich rondom Lezen voor de Lijst (Langendonk & Van Dalen, 2017).

Effecten van de Bibliotheek op school

Uit onderzoek naar de effecten van de aanpak Bibliotheek op school blijkt dat het landelijke leesbevorderingsprogramma effectief is in de strijd tegen laaggeletterdheid. Kinderen op basisscholen die de aanpak volgen, lezen meer en hebben een betere leesvaardigheid dan kinderen op scholen waar geen speciale aandacht is voor de boekencollectie. Zo scoren de leerlingen op scholen die deelnemen aan de Bibliotheek op school significant hoger op begrijpend lezen dan leerlingen op andere scholen (Nielen & Bus, 2016). Middelbare scholieren profiteren voor hun leesvaardigheid sterker van leesbevorderingsprogramma’s dan basisscholieren. Zwakke lezers gaan op hun leesmotivatie weer sterker vooruit dan gemiddelde lezers. Dat is goed nieuws, omdat er in het praktijkonderwijs en het vmbo veel laaggeletterden zijn. Zij kunnen in het bijzonder profiteren van dergelijke interventies (Van Steensel et al., 2016).

Positieve effecten zichtbaar met Monitor de Bibliotheek op school

De Monitor de Bibliotheek op school brengt de activiteiten op vmbo-scholen en het leesgedrag en leesplezier van leerlingen jaarlijks in kaart en volgt deze. In de Monitor wordt ook ingegaan op de mate waarin de Bibliotheek op school wordt ingezet en de effecten die dit heeft op het leesgedrag van de leerlingen. Zo beleven vmbo-leerlingen met een mediatheek op school meer  leesplezier en lezen zij vaker dan leerlingen op scholen zonder mediatheek. Op scholen waar de bibliotheek leesbevorderingsactiviteiten uitvoert, lezen leerlingen vaker thuis een boek en gaan zij vaker naar de openbare bibliotheek dan op andere scholen (Heesterbeek & Hartkamp, 2018).

Bronnen