Effectieve samenwerking bibliotheek en basisschool

Voor de leesontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar is naast lezen op school ook het lezen in de vrije tijd essentieel. De samenwerking tussen basisscholen en bibliotheken is van groot belang om kinderen een extra impuls te geven ook buiten school te lezen. Kinderen die veel lezen in de vrije tijd hebben daar profijt van, wat onder andere te merken is aan de woordenschat, Cito-scores en leesmotivatie. Bibliotheken leveren hier op diverse manieren een bijdrage aan. Zoals met de fysieke en digitale jeugdcollectie, informatie voor werkstukken en spreekbeurten, activiteiten en jeugdbibliotheek.nl. Ook de samenwerking met scholen en landelijke programma's als de Bibliotheek op school dragen daar aan bij.

Basisschool en bibliotheek essentieel bij voorkomen laaggeletterdheid

Voor de doelgroep jeugd zijn de basisschool en de bibliotheek essentiële voorzieningen om laaggeletterdheid te voorkomen. De scholen bieden goed leesonderwijs om ervoor te zorgen dat kinderen kunnen lezen. De bibliotheek maakt hen wegwijs in de wereld van boeken en zorgt ervoor dat kinderen ook willen lezen. Goede, gemotiveerde lezers houden vanzelf hun leesvaardigheid op peil, ook nadat zij de school hebben verlaten. De onderwijstijd alleen is vaak te beperkt om de taalresultaten te behalen die de scholen nastreven. Scholen kiezen ervoor om samen met de bibliotheek het lezen in de vrije tijd te bevorderen. Op die manier maakt de school gebruik van 'leertijd buiten school' om de taalontwikkeling van kinderen een extra impuls te geven (Broekhof, 2017).

Plezier in lezen betekent meer en beter lezen

Kinderen die plezier hebben in lezen, lezen meer en worden er steeds beter in. Zo hebben kinderen die in hun vrije tijd veel lezen 70% kans om gemiddeld tot hoog te scoren op een woordenschattoets. Onder kinderen die weinig lezen is dat slechts 30% (Bus et al, 1994). Ook heeft het regelmatig lezen van (uitdagende) boeken een positief effect op Cito-scores (Kortlever & Lemmens, 2012). Een groeiende leesvaardigheid geeft een gevoel van competentie en helpt de leesmotivatie in stand te houden. Daardoor blijven de kinderen lezen en hebben ze daar steeds meer profijt van. Ook zwakke lezers hebben profijt van lezen in de vrije tijd. Zij hebben betere basisvaardigheden (zoals alfabetkennis) dan zwakke lezers die niet lezen in hun vrije tijd (Mol & Bus, 2011). Zie ook de Leesmonitor voor meer informatie over vrij lezen.

Gratis lidmaatschap en leesbevordering als kernfunctie

Op 1 januari 2017 waren er bijna 1,7 miljoen kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar in Nederland (CBS, 2017). Gemiddeld is 67% van deze doelgroep lid van de bibliotheek. Om kinderen onder de 18 jaar te stimuleren gebruik te maken van de bibliotheek, zijn zij gratis lid. Daarnaast is 'het bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur' expliciet opgenomen als kernfunctie van de bibliotheek in de Wet stelsel openbare bibliotheek voorzieningen (Wsob, artikel 5).

Diverse dienstverlening aan jeugd

De dienstverlening van de bibliotheken aan kinderen van 4 tot en met 12 jaar is divers. Landelijk is het doel gesteld om de vaardigheden op het gebied van taal, lezen en media te ontwikkelen en daarmee de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de jeugd te versterken. Daar dragen bibliotheken op verschillende manieren aan bij, zoals met de fysieke jeugdcollectie, e-books voor jeugd en informatie voor werkstukken en spreekbeurten. Daarnaast organiseert de bibliotheek activiteiten, is er jeugdbibliotheek.nl en wordt er samengewerkt met scholen. Bijvoorbeeld via landelijke programma's als BoekStart en de Bibliotheek op school.

Nauwe samenwerking met het onderwijs

De KB bracht met het onderzoek 'Dienstverlening openbare bibliotheken aan het primair onderwijs 2016-2017' de samenwerking met het basisonderwijs in kaart. Alle (basis)bibliotheken die deelnamen aan dit onderzoek werkten in het schooljaar 2016-2017 samen met het primair onderwijs. Ook de overige bibliotheken bieden producten en diensten voor het primair onderwijs aan, zo bleek uit een aanvullende inventarisatie. De bibliotheken die deelnamen aan het onderzoek verzorgden in het schooljaar 2016-2017 activiteiten en programma's. Hierbij ging het om leesbevordering (voor 81% van de scholen), informatievaardigheden (voor 43% van de scholen) en mediawijsheid (voor 33% van de scholen). In totaal bedienden de bibliotheken in dit schooljaar 5.530 van de 6.787 basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs in hun werkgebied (81%). 

Samenwerking geprofessionaliseerd

De samenwerking tussen bibliotheken en het primair onderwijs is sterk geprofessionaliseerd. In vergelijking met voorheen is er sprake van een structureler en doelgerichter leesbeleid en hoger geschoold bibliotheekpersoneel (70% is minimaal hbo geschoold). Ook werken bibliotheken gericht aan de professionalisering van de 'intermediair'. Zo biedt 89% van de bibliotheken in samenwerking met het primair onderwijs informatieavonden over lezen voor ouders aan. Ook organiseert 90% van de bibliotheken workshops en trainingen voor leerkrachten op het gebied van leesbevordering. Daarmee is het aanbod van de bibliotheken voor het primair onderwijs gericht op de 'gouden driehoek' voor leesbevordering: de kinderen, de ouders en de leerkrachten (KB, 2018).

Bron: KB, 2018.

Samenwerking volgens landelijke programmalijn

Naast de reguliere samenwerking werken veel bibliotheken ook samen met het primair onderwijs volgens landelijke programmalijnen, zoals de aanpak de Bibliotheek op school. Deze aanpak maakt deel uit van een doorgaande lijn binnen het OCW programma Tel mee met Taal. BoekStart vormt het begin van deze beleidslijn, gevolgd door de Bibliotheek op school basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De aanpak is ontwikkeld en ingezet door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, als onderdeel van Kunst van Lezen. Het doel is om op basis van een aantal vastgestelde bouwstenen samen met scholen de leesmotivatie, taal- en informatievaardigheden van leerlingen te verbeteren. Bibliotheken, scholen en gemeenten werken op strategisch niveau structureel samen aan de taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen en jongeren.

Samenwerking tussen bibliotheken en primair onderwijs volgens de Bibliotheek op school: 3 organisatieniveaus

Samenwerking tussen bibliotheken en primair onderwijs volgens de Bibliotheek op school: 3 organisatieniveaus
Bron: de Bibliotheek op school, 2018.

Bereik en waardering van de Bibliotheek op school

In totaal werd de aanpak de Bibliotheek op school in het schooljaar 2016-2017 gevolgd door 127 (basis)bibliotheken. Daarbij zijn in totaal 2.813 scholen bereikt en circa 617.500 leerlingen (Langendonk & Van Dalen, 2017). Van de leerlingen die een Bibliotheek op school hebben en daar wel eens komen vindt 66% dat een fijne plek. Circa 70% van deze leerlingen vindt het aanbod aan leesboeken in de schoolbibliotheek leuk en/of voldoende (Hartkamp, 2016). Voor basisscholen die deelnemen aan de Bibliotheek op school zijn het vergroten van het leesplezier en de taal- en leesprestaties de belangrijkste redenen om mee te doen (Van Grinsven et al, 2014).

Effecten van de Bibliotheek op school

Uit onderzoek naar de effecten van de aanpak Bibliotheek op school blijkt dat het landelijke leesbevorderingsprogramma effectief is in de strijd tegen laaggeletterdheid. Kinderen op scholen die de aanpak volgen, lezen meer en hebben een betere leesvaardigheid dan kinderen op scholen waar geen speciale aandacht is voor de boekencollectie. Zo scoren de leerlingen op scholen die deelnemen aan de Bibliotheek op school significant hoger op begrijpend lezen dan leerlingen op andere scholen (Nielen & Bus, 2016). Uit onderzoek naar de effecten van de schoolbibliotheek op het leesgedrag van niet-westerse migrantenleerlingen blijkt dat er een positief effect is op de woordenschat. Daarnaast vonden de leerlingen lezen na verloop van tijd belangrijker dan leerlingen op een school zonder schoolbibliotheek (Kleijnen, 2016).

Positieve effecten zichtbaar met Monitor de Bibliotheek op school

Met de Monitor de Bibliotheek op school worden de activiteiten op school en het leesgedrag en leesplezier van leerlingen jaarlijks in kaart gebracht en gevolgd. In de Monitor wordt ook ingegaan op de mate waarin de Bibliotheek op school wordt ingezet en de effecten die dit heeft op de leesvaardigheid van de leerlingen. Zo blijkt dat de leesbevorderende activiteiten een positieve invloed hebben op de gemiddelde Cito-score voor begrijpend lezen en het leesplezier van de leerlingen. Ook noemen leerlingen met een actieve Bibliotheek op school meer verschillende tipgevers voor leuke boeken en kennen zij meer manieren om aan boeken te komen (Hartkamp, 2017).

Ondersteuning voor zwakke lezers

Met de pilot 'Aangepast lezen en Makkelijk Lezen Plein in de Bibliotheek op school' is nader onderzocht wat er nodig is om het leesplezier van leerlingen met een leesbeperking te bevorderen. Deze pilot is opgezet omdat de reguliere collectie van de Bibliotheek op school niet voldoende aansloot op de behoefte van kinderen met dyslexie of grote leesmoeilijkheden. Kinderen maakten kennis met de gesproken boeken van Stichting Passend Lezen op Daisy-rom of via Superboek, karaokelezen met Yoleo en de Makkelijk Lezen Plein-boeken. De start met een luisterboek stimuleert de overstap naar het fysieke boek. Het gebruik van de juiste materialen en manieren geeft zwakke lezers weer plezier in lezen. Ook de leerkrachten zien de materialen als een belangrijke toevoeging om kinderen op een leuke manier te begeleiden in het leesproces (Geevers et al, 2014 & Van der Aa et al, 2016).

Bronnen