Makerplaatsen in de bibliotheek

Makerplaats voor talentontwikkeling en experiment

In een makerplaats – ook wel makerspace of FabLab (fabrication laboratory) genoemd – staan creatie- en talentontwikkeling centraal. Een makerplaats heeft onder meer software, elektronica, 3D-printers, robots en andere machines en gereedschap beschikbaar. Mensen kunnen hier experimenteren met materialen en (digitale) technologie. Zo dragen makerplaatsen bij aan creativiteit, verbeeldingskracht, probleemoplossend vermogen, het leggen van verbanden, samenwerken en kennisdelen. De opkomst van makerplaatsen past bij de veranderende rol van de bibliotheek, met een verschuivende focus van collectie naar educatie en activiteiten.

Bibliotheek als werkplaats

In de Visie Mediawijsheid 2016-2018 gaat de KB uit van drie rollen voor de bibliotheek:

  • De bibliotheek als warenhuis voorziet bezoekers van allerhande kennis en informatie;
  • De bibliotheek als wegwijzer helpt mensen de juiste (media)vaardigheden te verwerven en leert hen omgaan met de dagelijkse overvloed aan on- en offline informatie;
  • De bibliotheek als werkplaats biedt mensen een plek om samen met anderen kennis te vergaren, delen en ontwikkelen.

De opkomst van makerplaatsen past bij de rol van de bibliotheek als werkplaats: een plek om van elkaar te leren door te maken, te creëren en inzichten te delen. Op deze manier dragen makerplaatsen bij aan de ontwikkeling van digitale vaardigheden, maar ook aan het stimuleren van probleemoplossend vermogen, kritisch denken en creativiteit. Bovendien worden niet alleen verschillende competenties met elkaar verbonden: ook komen mensen met elkaar in aanraking om ideeën uit te wisselen en hun wereld te verbreden.

Technologie en creativiteit als pijlers

Een makerplaats kan verschillende vormen aannemen: het kan een plek zijn waar mensen leren werken met technologie, maar ook een atelier dat ruimte biedt aan mensen om met hun handen te werken. Ook kan een makerplaats de vorm hebben van een studio waar bezoekers zelf media kunnen maken of een plek om samen na te denken over slimme oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Uitvinden en ontdekkend leren vormen de gemene delers. Vaak staan activiteiten rondom digitalisering en technologie centraal; soms draait het primair om vakmanschap en creativiteit (Caso & Kuijper, 2019; KB, 2018).

Aandacht voor makerplaatsen

Makerplaatsen staan al een poos in de belangstelling van bibliotheken (Van der Meer, 2016; KB, 2018). In 2018 deed de KB voor het eerst een inventariserend onderzoek naar makerplaatsen. Van de 102 bibliotheken die aan het onderzoek deelnamen, hadden er toen 42 een eigen makerplaats. Eind 2020 werd via de Bibliotheekmonitor van de KB opnieuw een peiling gehouden onder alle openbare bibliotheken. Het beeld ten opzichte van drie jaar eerder leek weinig veranderd: 44 van de 102 bibliotheken die aan het onderzoek meededen, hadden een of meer makerplaatsen binnen de muren van de eigen bibliotheek. In totaal zijn in Nederlandse bibliotheken 81 makerplaatsen te vinden (Van den Dool et al., 2021).

Opening nieuwe makerplaatsen

Het aantal makerplaatsen stijgt: 31% van de makerplaatsen is geopend in 2020, 21% in 2019, 26% in 2018 en 22% in de periode daarvoor. Veel plannen voor de opening van een makerplaats konden vanwege het coronavirus in 2020 geen doorgang vinden, en veel fysieke activiteiten werden opgeschort of online aangeboden. Deze plannen worden wellicht in de komende jaren alsnog doorgezet, maar worden mogelijk ook geremd door een gekrompen begroting als gevolg van het virus (Van den Dool et al., 2021).

De gemiddelde makerplaats is zo’n 30 vierkante meter groot (KB, 2018). In veel van de ruimtes zijn mobiele devices (75%), BeeBots (73%), circuits (68%), bouwstenen (64%) en computers (64%)  aanwezig. Ook zijn er vaak green screens (59%), VR-brillen (50%) en lasersnijders (45%) te vinden. Veel van deze tools en apparatuur zijn gericht op digitale activiteiten.

Bron: Van den Dool et al., 2021.

Makerplaats als permanente voorziening

In bijna de helft van de bibliotheken is de makerplaats opgenomen in een open ruimte, bijvoorbeeld in een aparte hoek op de jeugdafdeling (43%). Een derde van de bibliotheken (34%) heeft een afgesloten ruimte in de bibliotheek beschikbaar. Nog eens 14% geeft aan dat de makerplaats is opgenomen in de multifunctionele accommodatie waarvan de bibliotheek onderdeel uitmaakt. In veel gevallen (43%) is de makerplaats gesitueerd in een open ruimte in de bibliotheek. Een derde kiest voor een eigen afgesloten ruimte. De meeste bibliotheken kiezen ervoor hun makerplaats alleen te openen als er activiteiten zijn georganiseerd. Ongeveer een derde van de bibliotheken heeft vaste openingsuren (32%). Bij een kwart is de makerplaats ook op afspraak te gebruiken (25%). Een op de tien bibliotheken (9%) kiest voor vrije inloop tijdens de openingstijden van de bibliotheek (Van den Dool et al., 2021). Slechts een beperkt aantal makerplaatsen is niet toegankelijk voor mensen met een beperking (12%) (KB, 2018).

Basisschoolleerlingen belangrijkste bezoekers

Van de makerplaatsen is 65% een fablab of digilab, met activiteiten zoals coderen, robotica en 3D-activiteiten. De aangeboden maakactiviteiten van bibliotheken zijn op dit moment vooral gericht op kinderen. Samenwerking vanuit de makerplaats is er dan ook vooral met het basisonderwijs (36%), dat een bezoek aan een makerplaats inpast in het curriculum rondom digitale geletterdheid. Daarnaast werken bibliotheken op dit gebied samen met voortgezet onderwijs (32%), lokale professionals (32%) en in mindere mate ook het bedrijfsleven (23%). Op die manier streven bibliotheken naar een groter bereik onder volwassenen (Van den Dool et al., 2021).

Bron: Van den Dool et al., 2021.

Samenspel met lokale partijen

De meeste bibliotheken werken bij de vormgeving van hun makerplaats samen met een variatie aan externe partners. Het gaat met name om lokale organisaties, variërend van hackersclubs tot kunstencentra. Ruim een derde van de bibliotheken (36%) werkt nauw samen met het basisonderwijs, maar ook professionele makers (32%) en het voortgezet worden door een derde van de bibliotheken als samenwerkingspartner gezien. Ongeveer een kwart (23%) werkt samen met het bedrijfsleven.

Bibliotheek als coördinator, facilitator en begeleider

In de samenwerking tussen bibliotheken en hun partners vervullen de bibliotheken over het algemeen een coördinerende rol (84%). Ook stellen zij de faciliteiten beschikbaar (77%) en treden zij vaak op als docent of begeleider (70%). Ook samenwerkingspartners zorgen vaak voor een docent of begeleider, in de vorm van medewerkers (38%) of vrijwilligers (21%). Daarnaast stellen zij specifieke apparatuur beschikbaar (36%). Ook denken zij mee over de invulling of verhuren zij producten aan de bibliotheek. In een enkel geval verzorgen zij ook (een deel van) de financiering.

Bron: Van den Dool et al., 2021.

Geschikt personeel blijft uitdaging

Ten opzichte van 2018 bleven bibliotheken in 2020 dezelfde successen vieren en liepen zij tegen soortgelijke knelpunten aan. De grootste uitdagingen zijn, naast het bereiken van nieuwe doelgroepen, het vinden van goed geschoold personeel met de juiste expertise. Vooral het vinden van mensen met specifieke kennis is een uitdaging. Het merendeel van de bibliotheken met een makerplaats zorgt voor bijscholing voor het eigen personeel. Als successen noemden bibliotheken onder meer de samenwerking met partners, het creëren van draagvlak binnen de eigen organisatie en het rondkrijgen van de financiering. Financiering geschiedt voornamelijk uit eigen middelen, aangevuld met projectsubsidies en bijdragen van deelnemers. 

Bron: Van den Dool et al., 2021.

Bronnen