De maatschappelijke waarde en effecten van bibliotheken

Welke rol speelt de bibliotheek in de levens van mensen? En wat levert dit de samenleving op? Die vragen staan steeds vaker centraal in onderzoek. De achterliggende drijfveer in het klimaat waarin waardering en legitimering van cultuur steeds belangrijker wordt. Onderzoek naar de maatschappelijke waarde en opbrengsten van bibliotheekdiensten wordt op verschillende manieren ingericht en richt zich op diverse aspecten van de dienstverlening. Resultaten laten zien dat bibliotheken in Nederland een hoge waardering genieten onder zowel wel- als niet-gebruikers. Opbrengsten ervaart men vooral op het vlak van lezen, ontspanning en vrije tijd. Maar ook op het vlak van educatie en persoonlijke ontwikkeling ervaren bezoekers profijt. Onderzoek naar de dienstverlening op het gebied van leesbevordering en basisvaardigheden laat positieve effecten zien op de levens van bibliotheekgebruikers.

Toenemend belang van legitimering en waardebepaling

De krimp in overheidsbudgetten door de economische crisis en een toenemende economisering van cultuur, leidden de afgelopen jaren tot een toenemende aandacht voor de bijdrage en waarde van cultuur als inzet van een maatschappelijk en politiek debat over het belang van overheidssubsidies voor cultuur. Versterkt door maatschappelijke ontwikkelingen zoals digitalisering, veranderend mediagedrag en verschuivende bezoekersvoorkeuren, vormde dit de voedingsbodem voor een klimaat waarin verantwoording en legitimering steeds belangrijker zijn geworden. Gemotiveerd door de aanhoudende druk op de begrotingen van de regeringen, worden bibliotheken, door zowel politici als belastingbetalers, steeds vaker gevraagd welke waarde ze bieden in ruil voor het belastinggeld wat naar de bibliotheek gaat. Hierdoor hebben ze meer en meer behoefte aan het zichtbaar maken van hun bijdragen aan gemeenschaps- en beleidskwesties, zoals het bestrijden van laaggeletterdheid en eenzaamheid, het overbruggen van de digitale kloof en het stimuleren van sociale cohesie en inclusie.

Die zichtbaarheid wordt niet alleen in woorden en aantrekkelijke beleidsverklaringen gevonden, maar bij voorkeur ondersteund door een sterke hoeveelheid bewijsmateriaal op basis van feiten en cijfers. Meer weten over het toenemend belang van legitimering en maatschappelijke waardebepaling? Lees dan ook het artikel Groeiende aandacht voor maatschappelijke waarde.

Opbrengstonderzoek

Ondanks de groeiende behoefte aan inzicht in en onderbouwing van het belang van de bibliotheek, is die kennis over Nederlandse bibliotheken echter beperkt. De afgelopen jaren is er een duidelijke toename te zien in het aantal onderzoeken dat wordt uitgevoerd om de waarde en effecten van de bibliotheek op verschillende gebieden inzichtelijk te maken. De invalshoek van dergelijk onderzoek varieert: soms kijkt men naar de totale dienstverlening, soms ligt de focus op een specifiek project of programma. Ook worden verschillende onderzoeksmethoden toegepast. Meestal wordt gebruik gemaakt van vragenlijsten, maar men probeert de opbrengsten van bibliotheekdiensten ook inzichtelijk te maken in interviews, groepsgesprekken en toetsen. Opbrengsten kunnen worden onderzocht op het niveau van individuele bibliotheekbezoekers, maar soms wordt ook geprobeerd uitspraken te doen op het niveau van groepen of gemeenschappen.

Outcome-, impact-, effect-, waarde-onderzoek

In publicaties over de betekenis van bibliotheken of van de dienstverlening in de samenleving worden veel verschillende termen gebruikt, zoals:

  • Impact: “een verschil of verandering bij een individu of groep die wordt veroorzaakt als resultaat van het contact met bibliotheekdiensten.” (ISO, 2014). Vaak beschrijft deze generieke term een brede, meer langetermijnverandering op de gemeenschap of samenleving.
  • Outcome: een positieve verandering (in het leven van een individu of in de gemeenschap) door een specifieke bibliotheekdienst. Outcomes zijn over het algemeen vooraf gedefinieerd en gerelateerd aan de specifieke doelen van een dienst of programma.
  • Waarde: het belang dat stakeholders toekennen aan de bibliotheek en gerelateerd is aan hun eigen perceptie van, verwachting omtrent of ervaring met de voordelen die de bibliotheek genereert.

De Koninklijke Bibliotheek gebruikt in haar onderzoeksprogramma de term ‘maatschappelijke opbrengsten’. Deze verzamelterm beschrijft de effecten van bibliotheekdiensten en wat de bibliotheek ons, als persoon of samenleving oplevert.

Hoge waardering voor de bibliotheek

Op basis van verschillende onderzoeken kunnen we concluderen dat Nederlandse bibliotheken over het algemeen een hoge waardering genieten. Wat daarbij wél opvalt, is dat de meeste bibliotheekbezoekers de waarde van de bibliotheek voor de samenleving algemeen hoger inschatten dan de waarde voor zichzelf persoonlijk. Daarnaast vinden veel mensen die de bibliotheek zelf niet bezoeken, dit wel een belangrijke voorziening voor bijvoorbeeld kinderen, scholen, ouderen, laaggeletterden en inburgeraars (Oomes, 2015a). Deze discrepantie tussen ervaren individuele voordelen en geschatte maatschappelijke waarde, wordt in de literatuur aangeduid met het ‘third person effect’. Binnen de context van deze studie zou het kunnen betekenen dat mensen het gevoel hebben dat anderen meer voordelen ervaren van de openbare bibliotheek dan zijzelf (Vakkari et al, 2014).

Waarde die bezoekers hechten aan de bibliotheek
Bron: Oomes, 2015a.

Lezen en lenen nog steeds belangrijkste redenen voor bibliotheekbezoek

Een belangrijk achterliggend doel van veel onderzoeken naar de opbrengst van bibliotheken is het laten zien dat de bibliotheek anno 2018 meer is dan het uitlenen van boeken. Hoewel de bibliotheek de afgelopen jaren een duidelijke verbreding in taken heeft ondergaan, blijkt uit verschillende onderzoeken dat die verbreding nog niet altijd terug is te zien in het gebruik en de waardering van de bibliotheek. Primair wordt de bibliotheek toch nog geassocieerd met en gebruikt voor het lezen en lenen van boeken ter ontspanning. (Oomes, 2015a; ProBiblio, 2015; Witte & Akkerman, 2017). Meer informatie over de gebruikers van de bibliotheek is te vinden in het artikel Inzicht in bibliotheekgebruikers.

Twee grote onderzoeken naar de maatschappelijke waarde van Nederlandse bibliotheken

In Nederland zijn tot op heden twee grote onderzoeken uitgevoerd die het mogelijk maken om uitspraken te doen over de maatschappelijke waarde van het bibliotheekstelsel op het niveau van de algemene dienstverlening.

Het eerste onderzoek (referentie: Oomes, 2015a) werd uitgevoerd door het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), ten behoeve van een speciaal onderzoeksprogramma gericht op het meetbaar maken van de maatschappelijke opbrengst van bibliotheken. De dataverzameling vond eind 2012 plaats 2012 via een online vragenlijst die door onderzoeksbureau GFK werd afgenomen bij een landelijke steekproef van 13 jaar en ouder. De vragenlijst werd ingevuld door 1502 mensen. Een deel daarvan – de gebruikers - gaf aan de openbare bibliotheek in de afgelopen 12 maanden te hebben gebruikt. Een ander deel – de niet- voormalig gebruikers - gaf aan de bibliotheek langer dan 12 maanden geleden of nooit te hebben gebruikt. De tweede groep kreeg vragen voorgelegd over hun mening over de potentiele betekenis van de bibliotheek in de samenleving (maatschappelijke waarde). De gebruikers kregen daarnaast ook vragen voorgelegd over hun eigen gebruik en ervaren profijt van de bibliotheek (persoonlijke waarde). In het onderzoek wordt op verschillende opbrengstdomeinen ook een vergelijking gemaakt met een aantal andere landen. Over deze vergelijking is meer te lezen in het artikel van Vakkari et. al., (2014).

Het tweede onderzoek (referentie: ProBiblio, 2015) werd uitgevoerd door ProBiblio (in samenwerking met de KB) onder deelnemers aan het BiebPanel. Dit panel bestaat uit leden en bezoekers van verschillende bibliotheken in m.n. Noord en Zuid Holland, maar ook uit andere provincies. Zij krijgen vier maal per jaar een vragenlijst voorgelegd over verschillende onderwerpen die de bibliotheek betreffen. De tweede meting van 2015 stond speciaal in het teken van de maatschappelijke waarde van bibliotheken en werd uitgevoerd onder 20.701 panelleden. Het onderzoek bouwt deels voort op het onderzoek van het SIOB, met een deels overlappende vragenlijst. Het feit dat het onderzoek is uitgevoerd onder een vrij selecte groep - namelijk gebruikers van de bibliotheek die bereid zijn om mee te doen aan periodiek onderzoek – heeft mogelijk geleid tot een meer positief beeld van de waarde van de bibliotheek dan het onderzoek van het SIOB, waarvoor een steekproef is getrokken uit de Nederlandse bevolking.

Leesplezier belangrijk(st)e opbrengst van bibliotheekgebruik

Ook als we kijken naar de verschillende domeinen binnen het dagelijks leven waarbij de bibliotheek van profijt kan zijn, dan blijkt hoe beeldbepalend het (uit)lenen van boeken in Nederland nog steeds is. Het onderzoek van Oomes (2015a) naar de maatschappelijke waarde van de bibliotheek laat zien dat het uitlenen van boeken (en het leesplezier dat men daaraan ontleent) alle andere diensten in de schaduw stelt. Ondanks de verbreding van taken, profilering en positionering heeft het Nederlandse publiek dus kennelijk toch nog steeds een vrij eenzijdige opvatting van het profijt dat bibliotheken dienen.

Opbrengsten van de bibliotheek volgens bezoekers
Bron: Oomes, 2015a.

Ontspanning, recreatie en vrije tijd ook belangrijke opbrengstdimensies

De bibliotheek speelt een belangrijke rol op recreatief vlak en ontspanning, Enerzijds blijkt dat uit het gegeven dat meer dan 70% van het publiek het plezier in lezen als één van de belangrijkste voordelen van de bibliotheek ervaart. Andere bevindingen tonen eveneens een belangrijke rol voor het affectieve en recreatieve aspect van de bibliotheek. Zo zeggen veel bezoekers van de bibliotheek gebruik te maken voor en te profiteren op het gebied van het uitoefenen van hobby’s, ontspanning, vakantie (reizen en toerisme) en plezier en interesses in de vrije tijd (Oomes, 2015a; ProBiblio, 2015).

Persoonlijke ontwikkeling in de bibliotheek vrij positief

De bibliotheek wordt door velen ook gezien als instelling voor educatie en zelfstudie. In het onderzoek van Oomes (2015a) geven resp. 35% en 43% van de bibliotheekbezoekers aan in de bibliotheek zelf ondersteund te worden in de persoonlijke ontwikkeling en er nieuwe dingen te leren. Voor ongeveer een derde van de bezoekers is persoonlijke ontwikkeling / het vergroten van kennis ook echt een reden om de bibliotheek te bezoeken (ProBiblio, 2015) en bijna de helft van de bezoekers ziet het lenen en lezen van boeken in de bibliotheek als manier om de eigen kennis te verbreden en verdiepen (Oomes, 2015a). Hoewel slechts een zeer klein deel (resp. 4% en 5% in het onderzoek van Oomes en het BiebPanelonderzoek) van de bibliotheek bezoekers aangeeft in de bibliotheek ooit een cursus of workshop te hebben gevolgd (bijv. op het gebied van technologie, kunst & cultuur of werk/loopbaan), lijken de effecten van deze educatieve trajecten op de deelnemers over het algemeen positief. Een ruime meerderheid zegt na deelname aan het traject een toename te hebben ervaren in kennis en vaardigheden en te zijn geïnspireerd om verder te leren of zich verder te verdiepen (ProBiblio, 2015).

Algemene waardering van de educatieve functie nog hoger

Voor het algemeen belang (versus persoonlijk belang) is de waarde die men de bibliotheek toekent op educatief vlak nog een stuk hoger. Bijna de helft van de mensen vindt dat de bibliotheek (andere mensen) ondersteunt bij een leven lang leren en 61% vindt dat de bibliotheek persoonlijke ontwikkeling stimuleert (Oomes, 2015a). In het biebpanelonderzoek is men hierover nóg positiever: meer dan 80% van de respondenten vindt hier dat de bibliotheek mensen ondersteunt in hun persoonlijke ontwikkeling en het leren van nieuwe dingen (ProBiblio, 2015).

Taalcafés goed voor taalvaardigheid en zelfvertrouwen

In 2018 lieten de Koninklijke Bibliotheek en ProBiblio een kwalitatief onderzoek uitvoeren bij 12 bibliotheken naar onder meer de opbrengsten van Taalcafés in de bibliotheek. Uit verschillende groepsgesprekken en interviews met vrijwilligers, stakeholders, bezoekers en cursusdeelnemers blijkt dat Taalcafés een belangrijke meerwaarde kunnen hebben binnen het lokale taalaanbod. Taalcafés dragen bij aan:

  • Het vergroten van durf en zelfvertrouwen van deelnemers en het overwinnen van hun angst om Nederlands te spreken;
  • Het vergroten van Nederlandse taalvaardigheden wat betreft vocabulaire, taalgebruik en uitspraak;
  • Het bieden van mogelijkheden om ‘echte’ Nederlanders te ontmoeten voor het voeren van spontane gesprekken en het leren over de Nederlandse cultuur.

Daarnaast geeft het merendeel aan dat zij het geleerde daadwerkelijk in de praktijk brengen en dat zij vaker Nederlands zijn gaan spreken (Goes & Faun, 2018). Meer informatie over de dienstverlening van bibliotheken op het gebied van taalvaardigheid is te vinden in de artikelen over Basisvaardigheden, Laaggeletterdheid en Taalhuizen.

Door cursusprogramma’s wijzer op computer- en internet

Ook voor andere cursusprogramma’s rondom de omgang met computers en internet bestaat al enkele jaren een mogelijkheid tot het meten van effecten: de Monitor Digitale Basisvaardigheden. De geaggregeerde resultaten van deze monitor laten zien dat cursisten een verbetering ervaren op vaardigheden, zelfvertrouwen en toepassing in het dagelijks leven. Een vergelijking tussen de vragenlijsten die voor en na afronding van de cursus onder deelnemers zijn afgenomen, tonen een duidelijke groei in de groep cursisten die zegt over bepaalde vaardigheden te beschikken die nodig zijn voor de omgang met computer, het internet en sociale media. Ook vinden meer mensen het internet leuk en handig na afronding van de cursus. De groep die bang is om de computer kapot te maken of dat er virussen op de computer komen neemt juist af, wat duidt op een toename van het zelfvertrouwen van cursisten. Verder blijkt dat deelname aan het programma in de bibliotheek mensen er toe heeft gezet om ook in het dagelijks leven zelfstandig actiever aan de slag te gaan met (verschillende toepassingen van) computers en internet (Smit & Camo, 2017). Ook in het kwalitatieve onderzoek dat in 2018 werd uitgevoerd door Panteia geven deelnemers aan computer- en internetcursussen (specifiek: Klik & Tik) aan basale computervaardigheden te hebben geleerd die zij ook daadwerkelijk in hun dagelijks leven (gaan) gebruiken als zij meer hebben geoefend. Ook hebben zij meer durf bij het gebruik van computers. Zij waarderen het dat ze, net als bij het Taalhuis, kunnen oefenen in een veilige setting waar ze fouten kunnen maken. Meer informatie over de dienstverlening van bibliotheken op het gebied van digitale vaardigheden is te vinden in het artikel over Basisvaardigheden.

Opzet van de Monitor digitale Basisvaardigheden

De monitor Digitale Basisvaardigheden wordt al enkele jaren uitgevoerd door onderzoeksbureau NextValue in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek. Deze monitor geeft bibliotheken de gelegenheid om het effect te meten van deelname aan een cursus of training op het gebied van basisvaardigheden.

Middels een vragenlijst die bij cursisten wordt afgenomen bij aanvang en na afronding van de cursus wordt bekeken of en in welke mate zij progressie vertonen in o.a. hun vaardigheden op de computer en op internet, in hun attitude en zelfvertrouwen . Bibliotheken ontvangen een lokaal rapport met de bevindingen uit de eigen meting en jaarlijks wordt een eindrapport uitgebracht met de beschrijving van resultaten op geaggregeerd niveau. Meer lezen over deze monitor, zie: http://www.bibliotheekenbasisvaardigheden.nl/meten/monitor-digitale-vaardigheden.html. In 2019 zal de Monitor Digitale Basisvaardigheden opgaan in de ‘Effectenmonitor’.

Digisterker: beter omgaan met de e-overheid

Ook voor Digisterker geldt dat deelnemers profijt ervaren in hun dagelijks leven. Digisterker is een in bibliotheken veel aangeboden cursusprogramma dat zich specifiek richt op digitale vaardigheden met betrekking tot de e-overheid. Cursisten leren hoe ze zaken met de overheid via internet snel en makkelijk kunnen regelen. Een analyse over de geaggregeerde onderzoeksdata van de monitor Digisterker laat zien dat deelnemers over het algemeen erg tevreden zijn over deze cursus. Positieve effecten: men kan het geleerde in het dagelijks leven zelfstandig toepassen en is van plan dat ook echt te gaan doen (Digisterker, 2017).

Evaluatieonderzoek Digisterker

Om de Digisterker-cursus zo goed mogelijk te laten aansluiten bij (toekomstige) cursisten, biedt Digisterker als standaard onderdeel van het programma een evaluatieonderzoek aan. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van twee vragenlijsten: een intakeformulier en een evaluatieformulier. De eerste vragenlijst (de intake) wordt bij het begin van de cursus gebruikt. Deze vragenlijst is bedoeld om inzicht te krijgen in de achtergrond en motivatie van cursisten. De tweede vragenlijst (de evaluatie) is bedoeld om inzicht te krijgen in wat de cursisten van de cursus vonden en wat hun plannen zijn voor het toekomstige gebruik van de digitale overheid. Docenten en coördinatoren die de cursus in de bibliotheek aanbieden, kunnen de eigen resultaten van het onderzoek uitdraaien in een lokaal rapport. De focus van het onderzoek ligt tot op heden vooral op het meten van de tevredenheid van deelnemers. In 2019 zal het onderzoek opgaan in de ‘Effectenmonitor’ en daarmee ook een grotere focus krijgen op de door de deelnemers ervaren effecten van het cursusprogramma.

Meer lezen over het evaluatieonderzoek, zie https://www.digisterker.nl/onderzoek-en-resultaten of lees er over in de brochure ‘Digisterke verhalen’ (Digisterker, 2017).

Positieve effecten van leesbevordering op de jeugd

Ook voor de jeugd kan de bibliotheek een belangrijke educatieve rol spelen. Het onderzoek waarin deze groep zelf wordt gevraagd naar de ervaren opbrengsten van de bibliotheek is echter beperkt. Wel is in het onderzoek van Oomes (2015) aan (groot)ouders gevraagd naar de mate waarin de bibliotheek positief bijdraagt aan educatieve opbrengsten van hun (klein)kinderen. De resultaten zijn overwegend positief: 32 procent van de (groot)ouders vindt dat het (klein)kind dankzij de bibliotheek meer is gaan lezen, 32 procent vindt dat het (klein)kind lezen leuker is gaan vinden en 21 procent vindt dat het (klein) kind beter is gaan lezen. Een voorzichtige peiling naar de rol van bibliotheken op het gebied van mediawijsheid van jonge kinderen levert een minder overtuigend beeld: slechts 8% van de (groot)ouders in het onderzoek stemt in met de stelling ‘Door de bibliotheek leert mijn (klein)kind goed om te gaan met media, computers en internet’ (Oomes, 2015a).

(Groot)ouders over de opbrengsten van de bibliotheek
Bron: Oomes, 2015a.

Leesbevorderingsprogramma BoekStart goed voor woordenschat

De rol die bibliotheken spelen voor de jeugd krijgt ook vorm in leesbevorderingsprogramma’s waarin bibliotheken samenwerken met educatieve instellingen. In tegenstelling tot de algemene dienstverlening voor de jeugd, kennen dergelijke programma’s wel een uitgebreide onderzoekstraditie. Zo wordt er voor het programma BoekStart – een programma dat kinderen, opvoeders en instellingen voor kinderopvang tot (voor)lezen stimuleert - een jaarlijkse monitor uitgevoerd. De geaggregeerde data van deze monitor geven een mooi beeld van de leesbevordering op ‘BoekStartinstellingen’, maar leggen nog geen positieve effecten van het specifieke programma bloot (Tienstra & Hartkamp, 2017). Die effecten stonden wel centraal in een onderzoek dat werd uitgevoerd door de Universiteit van Leiden onder ‘BoekStart ouders’ en ‘BoekStart kinderen’. De resultaten tonen dat ouders die onder invloed van BoekStart hun baby al voor dat deze acht maanden oud is voorlezen, kinderen hebben die hoger scoren op taal. Met een test die internationaal wordt gebruikt om bij heel jonge kinderen woordenschat te meten, stelden zij vast dat positieve effecten op de woordenschat al zichtbaar zijn als de kinderen 15 maanden oud zijn. Het positieve effect duurt voort naarmate de kinderen ouder worden. (Van den Berg, 2015). Meer weten over dit onderwerp? Lees dan ook het artikel Voor- en vroegschoolse taalontwikkeling en de bibliotheek.

De Bibliotheek op school vergroot leesvaardigheid

Ander onderzoek van de Universiteit Leiden concentreerde zich op een ander leesbevorderingsprogramma, namelijk de Bibliotheek op school (dBos). In dit programma werken bibliotheken intensief samen met gemeenten en het onderwijs, met als doel het leesplezier en de mediawijsheid op basisscholen een positieve stimulans te geven. In hun meerjarige studie vergeleken de onderzoekers de leesvaardigheid, leesmotivatie en leesfrequentie van leerlingen uit groep 6 en 7 van dBos-scholen met die van leerlingen van niet-dBos-scholen. Door de toename van het lezen op school, gaat de leesvaardigheid van bijna alle leerlingen op dBos-scholen sterk vooruit. Opvallend is de bevinding dat dBos bij jongens wel effect heeft op leesvaardigheid, maar niet op hun leesmotivatie en bekendheid met boeken. Jongens gaan dus méér lezen door dBoS, maar ze gaan het niet leuker vinden. Meisjes gaan lezen ook leuker vinden (Nielen & Bus, 2016). Meer informatie over de Bibliotheek op school is te vinden in de artikelen Effectieve samenwerking bibliotheek en basisschool en Bibliotheken en de leesontwikkeling van jongeren.

Grotere woordenschat en verbeterde leesattitude voor Niet-westerse migrantenkinderen

Een vergelijkbaar promotieonderzoek werd uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam, maar richtte zicht specifiek op niet-westerse migrantenkinderen in een achterstandswijk in Gouda. Drie jaar werd de ontwikkeling van de leesattitude, de taal- en leesvaardigheid en het leesgedrag van kinderen op twee vergelijkbare scholen gevolgd, een mét en een zonder dBos. Uit het onderzoek is onder andere gebleken dat de leesattitude van de leerlingen die gebruik konden maken van de Bibliotheek op school inderdaad is veranderd: ze zijn lezen belangrijker gaan vinden. Ook bleek uit de citoscores dat de woordenschat van de leerlingen groeide door de aanwezigheid van de bibliotheek. Tegelijkertijd zijn de leerlingen niet vaker gaan lezen en is hun begrijpend lezen en spelling niet verbeterd. Mogelijk komt dit omdat ze de bibliotheekboeken niet mee naar huis kunnen nemen, en daar niet verder kunnen lezen (Kleijnen, 2016).

Sociale samenhang in stad of dorp

Een sterke sociale samenhang en onderlinge binding tussen mensen worden gezien als belangrijke kenmerken van een vitale samenleving. In het beleid en gesprek over bibliotheken krijgen zij vaak een belangrijke functie als ontmoetingsplek toebedeeld die bij moet dragen aan die samenhang. De overtuiging is dat de bibliotheek bijdraagt aan de onderlinge binding en het overbruggen van verschillen tussen bevolkingsgroepen. Voor dergelijke positieve effecten op het sociale weefsel van een bibliotheek op de gemeenschap is tot op heden in Nederlands onderzoek slechts indicatief bewijs te vinden. Ontmoeting vindt wel plaats, maar vooral tussen bezoekers en medewerkers. Gesprekken of kennismaking met mensen van een andere achtergrond vinden in veel kleinere mate plaats. Toch geeft maar liefst 41% van de bezoekers aan zich in de bibliotheek onder de mensen te voelen. Dat lijkt er op te wijzen dat bezoekers in de bibliotheek wel enige geborgenheid en saamhorigheid lijken te ervaren. Dit blijkt ook uit de maatschappelijke waarde die zij de bibliotheek toekennen: meer dan 80% vindt de bibliotheek een plek voor iedereen en bijna 40% van de bezoekers en meer dan een kwart van de niet-bezoekers vindt de bibliotheek belangrijk voor de saamhorigheid. (Oomes, 2015a). In mindere, maar toch noemenswaardige mate ervaart men een afname van gevoelens van eenzaamheid (12%) (ProBiblio, 2015).

Economisch welzijn van individuen

Ook op economisch vlak wordt de bibliotheek verondersteld een positieve bijdrage te leveren aan de status van individuen en gemeenschappen. Meest evidente voordeel is de besparingen die leden doen door boeken te lenen in plaats van deze te moeten kopen. Maar economisch profijt zit hem ook in de ondersteuning door bibliotheken bij het zoeken naar werk, het volbrengen van werktaken, het runnen van een onderneming of het oplossen van juridische en economische problemen (zoals het aanvragen van uitkeringen, invullen van belastingformulieren, managen van financiën, etc.). Hoewel bibliotheken in Nederland dergelijke diensten op vrij grote schaal aanbieden (KB, 2018a-b), wordt de potentiele waarde van de bibliotheek op dit vlak nog niet veelvuldig ervaren. Slechts een zeer klein deel van de bibliotheekbezoekers (minder dan 5%) zegt iets aan de bibliotheek te hebben gehad bij het volbrengen van werktaken of het vinden van werk. Ook op dit vlak ziet men vooral mogelijkheden voor anderen: ongeveer een vijfde van de Nederlanders is toch van mening dat de bibliotheek mensen meer kansen biedt op de arbeidsmarkt. Een nog groter deel (36% van de bezoekers) is van mening dat de bibliotheek bedrijven en organisaties helpt (Oomes, 2015a).

Economische vitaliteit van steden en dorpen

In de lokale omgeving wordt de bibliotheek verondersteld economische activiteit op gang via de inkoop van goederen en diensten bij leveranciers (‘purchasing power’), de aantrekkingskracht op publiek voor omliggende winkels (‘pulling power’) en de consumptieve bestedingen van het personeel. De geldstromen die zo op gang komen, zorgen voor de creatie van nieuwe banen, wat via de uitbetaling van salarissen vervolgens weer tot nieuwe financiële uitwisseling leidt. Daarnaast wordt de bibliotheek gezien als mogelijk vehikel voor economische ontwikkeling, om binnensteden en wijken te vernieuwen en economisch op te trekken (‘in de internationale literatuur vaak aangeduid met ‘culture-led regeneration’). Daar dragen zij bijvoorbeeld aan bij met hun educatieve diensten en programma’s, die de inzetbaarheid en productiviteit van mensen op de arbeidsmarkt vergroten. Of als creatieve ‘kennishub’ waar creativiteit en innovatie tot stand komt. Op gemeenschapsniveau zou dit zich vertalen in een hogere productiviteit, betere concurrentiepositie en lagere gemeenschapskosten in aan bijvoorbeeld uitkeringen. (Oomes, 2015b). Of bibliotheken op gemeenschapsniveau werkelijk dergelijke economische (vaak indirecte en lange termijn) impacts genereren is moeilijk te onderzoeken en in Nederland tot op heden ook nog niet in kaart gebracht. Wel is op bepaalde aspecten onderzocht hoe burgers hier zelf over denken. Hieruit weten we dat een groot deel van de bibliotheekbezoekers van mening is dat de bibliotheek (a) de gemeenschap sterker maakt; (b) bijdraagt aan de kenniseconomie; (c) de woonplaats aantrekkelijker maakt; en (d) bijdraagt aan de culturele ontwikkeling van een dorp of stad (Oomes, 2015a; ProBiblio, 2015).

Bronnen