Het openbarebibliotheekstelsel: Rijk, provincie, gemeente

Deelnemers dragen bij aan functioneren netwerk

Op 1 januari 2015 trad de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in werking, die de KB de regierol over het netwerk gaf. Alle deelnemers aan het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen dienen volgens de wet te voldoen aan de volgende taken, die bijdragen aan het functioneren van het netwerk:

  • Gebruikmaken van een gezamenlijke catalogus van beschikbare werken;
  • Deelnemen aan het interbibliothecaire leenverkeer;
  • Collectiebeleid voeren volgens het gezamenlijk collectieplan;
  • Gebruikmaken van een op de andere deelnemers afgestemde digitale infrastructuur;
  • Ledenadministratie en algemene voorwaarden afstemmen op de andere deelnemers;
  • Ondersteunen van het onderwijs.

Spelers bibliotheekveld

KB bekleedt regierol sinds 2015

Naast deze taken zijn in de wet ook eigen taken geformuleerd voor de deelnemers aan het netwerk. Zo is de KB verantwoordelijk voor het:

  • Aansturen van het netwerk
  • In stand houden van de landelijke digitale openbare bibliotheek
  • Verzorgen van een bibliotheekvoorziening van noodzakelijk omgezette werken voor personen met een handicap

Deze regierol binnen het netwerk bekleedt de KB sinds 2015. Met de ingang van de Wsob zijn de taken en activiteiten van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), Stichting Bibliotheek.nl (BNL) en de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren (DBNL) ondergebracht bij de KB. Vanuit deze regierol werkt de KB nauw samen met andere organisaties, op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Zo stelt de KB in overeenstemming met lokale bibliotheken en POI’s elke vier jaar een gezamenlijk collectieplan vast (KB, 2016). In 2016 werd het eerste collectieplan opgeleverd; in 2019 werd het geëvalueerd en werd het collectieplan 2020-2024 voorbereid, dat in maart 2020 werd opgeleverd (KB, 2019; KB, 2020).

Meer onderlinge samenwerking dankzij Wsob

De invoering van de Wsob op 1 januari 2015 had meer doelen: een breder programma in alle bibliotheken, meer samenhang in de sector en een intensiever gebruik van de digitale collectie. Na vijf jaar evalueerden KWINK groep, Panteia en Rebel Group de wet, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In februari 2020 bracht de Raad voor Cultuur op basis van dit onderzoek advies uit over de wet. Vrijwel alle stakeholders zijn positief over de komst van de Wsob. Zij wijzen echter op het ontbreken van een aantal onderwerpen in de wet, zoals een verplichting voor gemeenten om een bibliotheekvoorziening te financieren en een verbod op het heffen van jeugdcontributie. Daarnaast missen stakeholders kwaliteitsnormen voor het bibliotheekwerk en opleidings- en competentievereisten voor bibliotheekmedewerkers. Volgens KWINK groep is de omgang met deze verbeterpunten van groot belang voor het verdere succes van de Wsob. De Raad voor Cultuur roept op om het tij te keren, onder meer door ervoor te zorgen dat alle Nederlanders toegang hebben tot de vijf bibliotheekfuncties, door een Nationale Bibliotheekagenda te creëren, door in te zetten op leesmotivatie vanaf het eerste levensjaar en door de expertise van bibliotheekmedewerkers te vergroten (Van Mil et al., 2020; Raad voor Cultuur, 2020). Een convenant tussen de betrokken partijen, dat op 30 september 2020 werd ondertekend, bracht de gewenste situatie dichterbij. Dit convenant is gericht op een gespreid en toegankelijk lokaal netwerk van bibliotheken, zonder drempels voor de jeugd, als onderdeel van een sterk stelsel (VOB et al, 2020).

POI's bekleden verschillende taken

De POI’s vormen samen een landelijk dekkend netwerk en zijn verenigd in de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN). SPN organiseert de samenwerking tussen de POI’s en andere organisaties. Vanuit de Wsob hebben de POI’s niet alleen bovengenoemde taken, maar zijn ze ook verantwoordelijk voor het interbibliothecair leenverkeer (IBL). Ook zorgen zij voor de ontwikkeling van innovaties ten behoeve van lokale bibliotheken. Daarnaast verlenen zij niet-gesubsidieerde diensten, waarvoor de openbare bibliotheken een vergoeding betalen. Niet elke POI voert precies dezelfde taken uit. De middelen die aan de POI’s beschikbaar worden gesteld, verschillen ook sterk per provincie. De meeste POI’s zijn – naast IBL en innovatie – actief op het gebied van digitale dienstverlening en infrastructuur, collectiebeleid, bedrijfsvoering en educatie (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Provinciale subsidies

De POI’s ontvangen subsidies van de provincies voor het uitvoeren van de provinciale ondersteuningstaken die wettelijk zijn vastgelegd (Wsob artikel 16). Dit gaat om de distributie van fysieke werken via het interbibliothecaire leenverkeer en de ontwikkeling van innovaties voor de lokale bibliotheken. De totale subsidies bedroegen in 2019 op provinciaal niveau circa 29,1 miljoen euro (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Totaal van negen POI’s in 2019

In 2019 waren er negen POI’s werkzaam in de branche. Drie van deze instellingen voeren taken uit in twee provincies: Probiblio (Noord- en Zuid-Holland), Rijnbrink (Overijssel en Gelderland) en Cubiss (Noord-Brabant en Limburg). Probiblio en Rijnbrink bedienen beide provincies vanuit een centrale vestiging; Cubiss heeft in beide provincies een vestiging. De andere zes POI’s zijn Biblionet Groningen, Bibliotheeknetwerk Flevoland, Fers (Friesland), Biblionet Drenthe, BiSC (Utrecht) en ZB | Planbureau en Bibliotheek van Zeeland.

POI's in Nederland

Lokale bibliotheken verbonden door gezamenlijk ILS

Binnen de provincie dragen de POI’s bij aan het functioneren van de lokale bibliotheken als netwerk. Door het beheren van een gezamenlijk ILS (Integrated Library System) kunnen collecties eenvoudiger op elkaar worden afgestemd. Ook kunnen klanten van deelnemende bibliotheken makkelijker materialen aanvragen. In elke provincie wordt een provinciaal ILS beheerd, maar de participatie van bibliotheekorganisaties verschilt sterk per provincie. In 2019 namen alle bibliotheekorganisaties in Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen Overijssel en Zeeland deel aan het provinciale ILS (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Wat is een ILS?

ILS staat voor Integrated Library System. In dit systeem staan de klanten van de bibliotheek geregistreerd en wordt het uitleenproces beheerd. Bibliotheken kunnen gebruikmaken van verschillende systemen, zoals Wise, Vubis, Concerto of Brocade.

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Afstemming aanbod en dienstverlening

Volgens de wet moeten deelnemers aan het netwerk hun collectiebeleid voeren volgens het gezamenlijk collectieplan. Dit plan heeft als doel collecties op elkaar af te stemmen. Binnen de provincies ondersteunen de POI’s bibliotheken in deze taak. Ook is in het Gezamenlijk Collectieplan (KB, 2016) opgenomen dat POI’s het provinciaal collectioneren stimuleren en coördineren. In 2019 is in negen provincies met behulp van de POI een provinciaal collectieplan opgesteld. Daarnaast is in 78 basisbibliotheken, verdeeld over negen provincies, regionaal of provinciaal gecollectioneerd. In zeven provincies beheerde de POI ook een achtergrondcollectie, die meestal bestond uit een collectie voor het onderwijs, grootletterboeken en/of – veelal weinig gevraagde – materialen die niet lokaal aanwezig hoeven te zijn: zogenoemde longtailcollecties. Verder ondersteunden POI’s bibliotheken in zeven provincies bij het op elkaar afstemmen van hun ledenadministratie en algemene (leen)voorwaarden (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Provincie

Provinciaal collectieplan

Provinciaal collectioneren

Achtergrond collectie

Ledenadministratie en voorwaarden

Gecentraliseerd catalogusbeheer

Drenthe

v

v

v

v

v

Flevoland

v

x

x

v

x

Friesland

v

v

v

v

v

Gelderland

x

v

v

v

v

Groningen

v

v

v

v

v

Limburg

x

x

x

x

v

Noord-Brabant

x

x

x

x

x

Noord-Holland

v

v

v

v

v

Overijssel

x

v

v

v

v

Utrecht

v

v

x

x

v

Zeeland

v

v

v

v

v

Zuid-Holland

v

v

v

v

v

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Alle POI’s bieden ondersteuning rondom het onderwijs

Bibliotheken konden in 2019 in alle provincies rekenen op ondersteuning gericht op het onderwijs. Zo werden bibliotheken in alle provincies ondersteund en geadviseerd rondom BoekStart voor baby’s, BoekStart in de kinderopvang, bij de organisatie van voorleeswedstrijden, deskundigheidsbevordering en kennisdeling rondom leesbevordering voor het primair onderwijs en het stimuleren van deelname aan en gebruik van onderzoeksresultaten. Vrijwel alle bibliotheekorganisaties (99%) maakten in 2019 gebruik van één of meerdere vormen van ondersteuning gericht op het onderwijs (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Alle POI’s bieden ondersteuning rondom basisvaardigheden voor volwassenen

Ook rondom basisvaardigheden voor volwassenen konden bibliotheken in 2019 in alle provincies rekenen op ondersteuning rondom het staand beleid. In alle provincies werden bibliotheken ondersteund en geadviseerd rondom subsidieaanvragen en de implementatie van het programma Digitale inclusie, het uitvoeren van het projectplan/opleidingstraject rondom het Informatiepunt Digitale Overheid en de verbinding van preventie en curatie (ouderparticipatie/gezinsaanpak). Bijna alle bibliotheekorganisaties (97%) maakten in 2019 gebruik van één of meerdere vormen van ondersteuning gericht rondom basisvaardigheden voor volwassenen (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Ontwikkeling innovaties via landelijke agenda

In 2016 en 2017 werden onder regie van de KB en SPN de Gezamenlijke Innovatieagenda 2016-2018 en Actieagenda voor innovatie 2017-2018 vastgesteld. Het doel van deze agenda’s is om de innovatie in het netwerk te versterken en helderheid te krijgen over de rolverdeling tussen de KB, POI’s en bibliotheken. Een nieuwe Actieagenda voor Innovatie 2019-2022 is in voorbereiding (KB, 2019). De agenda’s zijn opgesteld in overleg met een klankbordgroep waarin ook de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), VNG, IPO en het ministerie van OCW waren vertegenwoordigd. In de Gezamenlijke Innovatieagenda staan vier prioriteiten centraal:

  • Jeugd en onderwijs
  • Participatie en zelfredzaamheid
  • Persoonlijke ontwikkeling
  • Verandering en verbreding klassieke bibliotheek in het netwerk.

Aandacht voor innovatie binnen provincie

De POI’s besteden ook binnen de provincie aandacht aan innovaties. Vrijwel alle POI’s werkten in 2019 aan de ontwikkeling van innovatieve programma’s en projecten, zoals innovaties met betrekking tot jeugd en onderwijs, participatie en zelfredzaamheid, persoonlijke ontwikkeling en de verandering en verbreding van de klassieke bibliotheek in het netwerk. Zo werd in 2019 onder andere gewerkt aan projecten rondom de gezinsaanpak, laaggeletterdheid, kennisdeling, digitale geletterdheid en makerplaatsen (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Bronnen