Het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen

De lokale bibliotheken, de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’s) en de Koninklijke Bibliotheek (KB) vormen één netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen, Dit is vastgelegd in de Wet stelsel openbare bibliotheek voorzieningen (Wsob). De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), de provinciebesturen, de gemeentebesturen en de besturen van de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor dit netwerk.

Functioneren van het netwerk

DDeelnemers aan het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen dienen volgens de wet te voldoen aan de volgende taken, die bijdragen aan het functioneren van het netwerk:

  • Gebruikmaken van een gezamenlijke catalogus van beschikbare werken;
  • Deelnemen aan het interbibliothecaire leenverkeer;
  • Collectiebeleid voeren volgens het gezamenlijk collectieplan;
  • Gebruikmaken van een op de andere deelnemers afgestemde digitale infrastructuur;
  • Ledenadministratie en algemene voorwaarden afstemmen op de andere deelnemers;
  • Ondersteunen van het onderwijs.

KB bekleedt regierol sinds 2015

Naast deze taken zijn in de wet ook eigen taken geformuleerd voor de deelnemers aan het netwerk. Zo is de KB verantwoordelijk voor het:

  • Aansturen van het netwerk
  • In stand houden van de landelijke digitale openbare bibliotheek
  • Verzorgen van een bibliotheekvoorziening van noodzakelijk omgezette werken voor personen met een handicap

Deze regierol binnen het netwerk bekleedt de KB sinds 2015. Met de ingang van de Wsob zijn de taken en activiteiten van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), Stichting Bibliotheek.nl (BNL) en de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren (DBNL) ondergebracht bij de KB. Vanuit deze regierol werkt de KB nauw samen met andere organisaties, op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Zo stelt de KB in overeenstemming met lokale bibliotheken en POI’s elke vier jaar een Gezamenlijk Collectieplan vast. In 2016 werd het eerste Collectieplan opgeleverd; in 2019 wordt het geëvalueerd en wordt het Collectieplan 2020-2014 voorbereid.

Provinciale ondersteuningsinstellingen

De POI’s vormen samen een landelijk dekkend netwerk en zijn verenigd in de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN). SPN organiseert de samenwerking tussen de POI’s en andere organisaties. Vanuit de Wsob hebben de POI’s niet alleen bovengenoemde taken, maar zijn ze ook verantwoordelijk voor het interbibliothecair leenverkeer (IBL). Ook zorgen zij voor de ontwikkeling van innovaties ten behoeve van lokale bibliotheken. Daarnaast verlenen zij niet-gesubsidieerde diensten, waarvoor de openbare bibliotheken een vergoeding betalen. Niet elke POI voert precies dezelfde taken uit. De middelen die aan de POI’s beschikbaar worden gesteld, verschillen ook sterk per provincie. De meeste POI’s zijn – naast IBL en innovatie – actief op het gebied van digitale dienstverlening en infrastructuur, collectiebeleid, bedrijfsvoering en educatie (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Provinciale subsidies

De POI’s ontvangen subsidies van de provincies voor het uitvoeren van de provinciale ondersteuningstaken die wettelijk zijn vastgelegd (Wsob artikel 16). Dit gaat om de distributie van fysieke werken via het interbibliothecaire leenverkeer en de ontwikkeling van innovaties voor de lokale bibliotheken. De totale subsidies bedroegen in 2018 op provinciaal niveau circa 29,7 miljoen euro (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Totaal van acht POI’s in 2018

In 2018 waren er acht POI’s werkzaam in de branche. Drie van deze instellingen voeren taken uit in twee provincies: Probiblio (Noord- en Zuid-Holland), Rijnbrink (Overijssel en Gelderland) en Cubiss (Noord-Brabant en Limburg). Probiblio bedient beide provincies vanuit een centrale vestiging; Rijnbrink en Cubiss hebben in beide provincies een vestiging. De andere vijf POI’s zijn Biblionet Groningen, Bibliotheekservice Fryslân (vanaf 2019: Fers), Biblionet Drenthe, BiSC (Utrecht) en ZB | Planbureau en Bibliotheek van Zeeland. In 2017 waren er nog negen POI’s; Servicecentrum Flevolandse Bibliotheken (SFB) voert vanaf 2018 geen werkzaamheden meer uit en heeft haar taken overgedragen aan de twee bibliotheken in Flevoland, die vanuit de Stichting Bibliotheeknetwerk Flevoland de provinciale netwerktaken oppakken.

Lokale bibliotheken verbonden door gezamenlijk ILS

Binnen de provincie dragen de POI’s bij aan het functioneren van de lokale bibliotheken als netwerk. Door het beheren van een gezamenlijk ILS (Integrated Library System) kunnen collecties eenvoudiger op elkaar worden afgestemd. Ook kunnen klanten van deelnemende bibliotheken makkelijker materialen aanvragen. In elke provincie wordt een provinciaal ILS beheerd, maar de participatie van bibliotheekorganisaties verschilt sterk per provincie. In 2018 namen alle bibliotheekorganisaties in Drenthe, Flevoland, Friesland, Overijssel en Zeeland deel aan het provinciale ILS (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Wat is een ILS?

ILS staat voor Integrated Library System. In dit systeem staan de klanten van de bibliotheek geregistreerd en wordt het uitleenproces beheerd. Bibliotheken kunnen gebruikmaken van verschillende systemen, zoals Wise, Vubis, Concerto of Brocade.

 

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Afstemming aanbod en dienstverlening

Volgens de wet moeten deelnemers aan het netwerk hun collectiebeleid voeren volgens het gezamenlijk collectieplan. Dit plan heeft als doel collecties op elkaar af te stemmen. Binnen de provincies ondersteunen de POI’s bibliotheken in deze taak. Ook is in het Gezamenlijk Collectieplan (KB, 2016) opgenomen dat POI’s het provinciaal collectioneren stimuleren en coördineren. In 2018 is in acht provincies met behulp van de POI een provinciaal collectieplan opgesteld. Daarnaast is in 73 basisbibliotheken, verdeeld over negen provincies, regionaal of provinciaal gecollectioneerd. In acht provincies beheerde de POI ook een achtergrondcollectie, die meestal bestond uit een collectie voor het onderwijs en/of – veelal weinig gevraagde – materialen die niet lokaal aanwezig hoeven te zijn: zogenoemde longtailcollecties. Verder ondersteunden POI’s bibliotheken in negen provincies bij het op elkaar afstemmen van hun ledenadministratie en algemene (leen)voorwaarden (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Tabel collectie
Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Bibliotheken konden in 2018 in alle provincies rekenen op ondersteuning gericht op het onderwijs. Zo werden bibliotheken in alle provincies ondersteund bij de organisatie van voorleeswedstrijden en in 9 provincies bij de organisatie van de VoorleesExpress of soortgelijke programma’s. Deskundigheidsbevordering omtrent de Bibliotheek op school (dBos) werd in 11 provincies voor het primair onderwijs en in 9 provincies voor het voortgezet onderwijs aangeboden (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Tabel Onderwijs
Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Ontwikkeling innovaties via landelijke agenda

IIn 2016 en 2017 werden onder regie van de KB en SPN de Gezamenlijke Innovatieagenda 2016-2018 en Actieagenda voor innovatie 2017-2018 vastgesteld. Het doel van deze agenda’s is om de innovatie in het netwerk te versterken en helderheid te krijgen over de rolverdeling tussen de KB, POI’s en bibliotheken. Een nieuwe Actieagenda voor Innovatie 2019-2022 is in voorbereiding (KB, 2019). De agenda’s zijn opgesteld in overleg met een klankbordgroep waarin ook de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), VNG, IPO en het ministerie van OCW waren vertegenwoordigd. In de Gezamenlijke Innovatieagenda staan vier prioriteiten centraal:

  • Jeugd en onderwijs
  • Participatie en zelfredzaamheid
  • Persoonlijke ontwikkeling
  • Verandering en verbreding klassieke bibliotheek in het netwerk.

Deze prioriteiten zijn aangevuld met thema’s gericht op de consolidatie en versterking van innovatie in het algemeen. Op basis van de vier prioriteiten en aanvullende thema’s zijn themagroepen ingericht, waarmee de POI’s in 2018 een bijdrage leverden aan de innovatie in het landelijke netwerk. Het doel van deze themagroepen was om innovaties en initiatieven te delen, elkaar te inspireren, gezamenlijke ideevorming tot strand te brengen, samen te werken en succesvol gebleken innovaties overdraagbaar en breed beschikbaar te maken voor de hele bibliotheeksector (KWINK Groep, 2016-2017; KB, 2019). Deelnemers uit verschillende provincies werkten in 2018 samen binnen de themagroepen. Elke themagroep werd aangestuurd door een moderator van een POI (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Tabel Innovatieagenda
Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Aandacht voor innovatie binnen de provincie

De POI’s besteden ook binnen de provincie aandacht aan innovaties. Vrijwel alle POI’s werkten in 2018 aan de ontwikkeling van innovatieve programma’s en projecten, zoals innovaties met betrekking tot jeugd en onderwijs, participatie en zelfredzaamheid, persoonlijke ontwikkeling en de verandering en verbreding van de klassieke bibliotheek in het netwerk. Zo werd in 2018 gewerkt aan projecten rondom kennisdeling, 21st-century skills, makerplaatsen en cultuureducatie (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Bronnen