Dossier De bibliotheek in coronatijd

Leeswijzer

Voorwoord

Jos Debeij (Hoofd afdeling Bibliotheekstelsel, KB) over de bibliotheekwereld in tijden van corona

Wegwijs in de anderhalvemeterbibliotheek

De bibliotheek in aangepaste vorm

Bibliotheken in crisistijd

Hoe bibliotheken manieren vonden om hun publiek in crisistijd van dienst te blijven

Bibliotheekdirecteuren aan het woord

Directeuren door heel Nederland over het leiden van een bibliotheek in coronatijd

‘Juist nu maatschappelijke kansen zo verschillen, kan bibliotheek meerwaarde tonen’

Martin Berendse (directeur OBA) over zijn zorg voor Amsterdam vlak na de sluiting

Nederlandse bibliotheken zoeken naar oplossingen

Hoe bibliotheken door het hele land zichzelf opnieuw uitvonden

‘Juist nu zijn we nodig om mensen uit de crisis te helpen’

Sandra Uijlenbroek (directeur SCHUNCK Bibliotheek Heerlen) over het geïntensiveerde contact met medewerkers

Groei van de digitale bibliotheek

Over de invloed van de coronacrisis op het gebruik van de online bibliotheek

‘De bibliotheek is niet langer ongedwongen’

Manja Mekking (directeur de bblthk) en Paul Adels (directeur Theek5) over de moeheid vlak voor de tweede sluiting toesloeg

Corona’s financiële impact op de bibliotheeksector

De meestgestelde vragen over de inkomstenderving van bibliotheken op een rij

‘Hoe langer dit duurt, des te meer zoeken we naar langetermijnoplossingen’

Bibliotheekarchitect Jan David Hanrath over zijn ontwerpen in coronatijd

Creativiteit en veerkracht van nationale bibliotheken tijdens de coronacrisis

Over de omgang met van nationale bibliotheken met de uitdagingen en kansen van de coronatijd

Buitenlandse bibliotheken in coronatijd

Creativiteit over de grens

Nepnieuws als virus

Over de zwakke plekken in onze nieuwsvoorziening en goed geïnformeerde burgers

Bibliotheekwerk in tijden van corona

Werken volgens het nieuwe normaal

Tools voor thuiszitters

Platforms die je helpen je te blijven ontwikkelen

Afkijken bij andere sectoren

Hoe de museum-, theater-, muziek- en filmwereld overgingen op digitaal

Zijn we door de coronacrisis meer gaan lezen?

We hadden meer tijd om te lezen, maar deden we het ook?

Kritische denkers aan het woord

Ruimte voor tegengeluiden

Wat te bewaren voor de toekomst in coronatijden?

Kees Teszelszky over de vraag welke informatie behouden moet blijven

De belangrijkste coronabegrippen

Van anderhalvemetersamenleving tot zorgheld

Zie alle rubrieken

Lees het hele voorwoord

Voorwoord

Coronaproof dienstverlening

De opkomst bij de regiobijeenkomst van de Vereniging voor Openbare Bibliotheken (VOB) op donderdag 12 maart het Groningse Forum was niet groot. Bibliotheken waren druk bezig hun dienstverlening coronaproof te maken: van het om en om aanzetten van computers tot het afgelasten van activiteiten.

Ongekend snel schakelen

Heel even leek het erop dat bibliotheken zouden stilvallen. Niets bleek minder waar. Al op vrijdag begonnen bibliotheken reserveringen thuis te bezorgen, de boekentassen ophangend aan de deurklink. Bibliotheekorganisaties schakelden ongekend snel – ook in hun samenwerking: op Biebtobieb werd de CrisisBieb-groep ingericht om alle nieuwe vormen van dienstverlening te delen.

Lokaal relevant

Bibliotheken wilden niet alleen verwijzen naar de sterk uitgebreide digitale bibliotheek: ze wilden ook relevant blijven in de lokale samenleving. Het bleef niet bij de mogelijkheid boeken af te halen en te laten bezorgen: oudere leden werden gebeld, lokale online programma’s werden opgetuigd en de hulp bij het invullen van de belastingformulieren werd digitaal voortgezet. Ook op netwerkniveau werd doorgepakt. De VOB, SPN en KB intensiveerden het overleg en kwamen tot een gezamenlijke aanpak. In VOB-verband werd volop aandacht gegeven aan de organisatorische en financiële consequenties van de crisis.

Over dit dossier

Dit dossier biedt een overzicht van de betekenis van de coronacrisis voor het bibliotheekstelsel – op zoveel mogelijk vlakken, zowel kwalitatief als kwantitatief. Het laat zien hoe we als sector door de virusuitbraak zijn geraakt en hoe het bibliotheekstelsel in zijn gelaagdheid van KB, POI’s en bibliotheken zijn maatschappelijke functie tijdens deze periode heeft ingevuld. Die informatie is belangrijk voor nu, bijvoorbeeld in het gesprek met stakeholder en subsidiënt. Maar ook voor later, zodat ook over tientallen jaren nog steeds duidelijk is wat in de bibliotheeksector gebeurde toen het coronavirus de wereld trof.

Jos Debeij

Lees de hele analyse

Bibliotheken in crisistijd

Tijdens de verschillende fasen van de coronacrisis zochten bibliotheken naar manieren om hun publiek van dienst te blijven. Ze verplaatsten hun activiteiten naar het wereldwijde web, tuigden haal- en brengdiensten op en zetten in op digitaal lezen en luisteren. Daarbij gaven ze met name aandacht aan kinderen en ouderen, die extra geraakt werden door de wegvallende voorzieningen van de bibliotheek.

Afbeelding

Coronacrisis zorgde voor sluiting vestigingen

De coronacrisis die in het voorjaar van 2020 haar intrede deed in Nederland, zorgde ervoor dat bibliotheken hun dienstverlening moesten aanpassen of stopzetten. De Bibliotheek Eindhoven schrapte als een van de eerste organisaties alle activiteiten (Bibliotheekblad, 2020a). Na de landelijke persconferentie op donderdagavond 12 maart, waarin werd aangekondigd dat alle bijeenkomsten van groepen van meer dan honderd personen werden verboden, besloten enkele andere bibliotheken al op vrijdagochtend hun deuren gesloten te houden (Bibliotheekblad, 2020b). Toen op zondagavond 15 maart werd medegedeeld dat ook restaurants, cafés, scholen en sportclubs moesten sluiten, gold dat indirect ook als een oproep aan bibliotheken om – net als andere culturele instellingen – niet langer open te blijven. Die oproep nam de Vereniging voor Openbare Bibliotheken (VOB), in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), ter harte: met ingang van 16 maart waren alle bibliotheken gesloten. Op 11 mei mochten bibliotheken hun deuren weer openen, tot 4 november, toen culturele instellingen – waaronder ook bibliotheken – vanwege een tweede coronagolf voor twee weken gesloten moesten blijven (Bibliotheekblad, 2020b; VOB, 2020; Rijksoverheid, 2020).

Afgelasting en digitalisering activiteiten

De maatregelen rondom het coronavirus zorgden ervoor dat bibliotheken hun dienstverlening drastisch moesten herzien. Uit een inventarisatie van de KB bleek dat 100% van de 65 responderende bibliotheken zich in het voorjaar genoodzaakt voelde activiteiten af te gelasten. Tegelijkertijd zetten bijna al deze bibliotheken (94%) nieuwe diensten en activiteiten op, fysiek dan wel online. Bijna 80% zette fysieke activiteiten om naar een digitale variant. In 69% van de bibliotheken werden bestaande online activiteiten en diensten uitgebouwd of verbeterd. In het geval van grootschalige activiteiten, zoals lezingen of debatten, was het vaak niet mogelijk de activiteit in kwestie te laten doorgaan, maar kleinere activiteiten, zoals workshops, gingen in sommige gevallen wel door. Hierbij werd ofwel gekozen voor het opnemen van een activiteit, zoals voorleesmomenten (45%), waarna de opname online werd geplaatst, ofwel voor een interactieve vorm met een video- of chatfunctie, waarbij deelnemers aan de activiteit ook actief konden participeren. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan workshops coderen en programmeren. Fysieke spreekuren werden veelal vervangen door een telefonische variant (68%) (KB, 2020a).

Haal- en brengdiensten succesvol

De sluiting van de vestigingen als gevolg van de coronacrisis maakte het uitlenen van boeken tot een uitdaging. Waar sommige bibliotheken ervoor kozen hun uitleenfunctie tijdelijk op te schorten en boetes kwijt te schelden, besloten andere bibliotheken haal- en brengservices op te zetten. In veel gevallen (68%) gingen medewerkers alleen langs de deuren bij specifieke doelgroepen, zoals ouderen of hulpbehoevenden; in andere organisaties koos men ervoor alle leden op deze manier te willen bedienen. Driekwart van de bibliotheekorganisaties zette een afhaalservice op (75%), waarbij leden vooraf gereserveerde materialen in de vestiging konden ophalen. De werkwijze rondom het contactloos lenen was vooraf geverifieerd bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Deze diensten zorgden voor verdeeldheid binnen de bibliotheeksector. Sommige organisaties waren van mening dat deze services desalniettemin indruisten tegen de richtlijnen van de overheid, omdat ze het risico op besmetting met het coronavirus vergrootten door de overdracht via materialen of door het advies om thuis te blijven in de wind te slaan. Ook zorgden ze ervoor dat personeel en leners de straat op moesten, wat haaks stond op het strikte overheidsadvies zoveel mogelijk binnen te blijven (KB, 2020a).

Coronamaatregelen

 

De uitdaging van contactloos lenen

Contactloos lenen brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Biblionet Groningen stelde de volgende richtlijnen op om deze service zo goed mogelijk te laten verlopen, die ook door veel andere bibliotheken werden gehanteerd.

  • De veiligheid van de lener en die van de medewerkers van de bibliotheek staan voorop. Boeken blijven 72 uur liggen nadat ze uit kasten zijn gehaald – de veronderstelde tijd dat het coronavirus overleeft op plastic oppervlakken. Daarom duurt het een aantal dagen voordat leners hun boeken kunnen ophalen.
  • Het afhalen vindt contactloos plaats. Bibliotheekmedewerkers zetten een plastic tas klaar op een vooraf aangegeven plek. De lener kan deze meenemen zonder contact te hebben met een medewerker.
  • Boeken kunnen alleen worden opgehaald in de bibliotheek waar deze zich bevinden. Dit beperkt het aantal handelingen dat nodig is om de boeken op de juiste plek te krijgen.
  • Wanneer de gereserveerde boeken klaarliggen, wordt de lener zo snel mogelijk gebeld. Hij wordt ontmoedigd zonder afspraak naar de bibliotheek te komen. Dit voortkomt drukte in de vestigingen.
  • De lener kan maximaal vijf voorkeursboeken opgeven. De bibliotheek probeert minimaal drie van deze titels klaar te leggen.

Drukte en rust voor personeel en vrijwilligers

De sluiting van bibliotheken door het coronavirus had verschillende effecten op het personeel en de vrijwilligers van alle vestigingen. Waar sommige medewerkers, zoals beveiligers en leesconsulenten, hun gebruikelijke werkzaamheden niet meer konden uitvoeren, werd van andere functies, zoals binnen managementteams en op de communicatieafdeling, juist meer gevraagd. Met name vrijwilligers, die vaak functies vervullen waarbij zij veelvuldig in contact komen met de klant, gaven bij heropening aan zich niet comfortabel te voelen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Het tekort aan vrijwilligers dat daardoor ontstond, werd nog eens versterkt door het feit dat veel vrijwilligers tot de kwetsbare ouderendoelgroep behoren, en dus extra moesten oppassen met intermenselijk contact. Daarnaast moesten vestigingen die voorheen onbemand draaiden nu wel door personeel in de gaten worden gehouden. Deze tekorten moesten door het personeel worden opgevangen.

 

 

Bijscholing voor backoffice

Backoffice-personeel zette waar mogelijk de werkzaamheden thuis voort, aangemoedigd door het devies dat thuiswerken de norm was. Medewerkers werden daarbij geholpen door digitale middelen om te vergaderen, informatie uit te wisselen en bestanden te delen. In de meeste bibliotheekorganisaties werd hiervoor gebruikgemaakt van WhatsApp (91%), Microsoft Teams (86%), intranet (55%) en/of Zoom (51%). Circa negen op de tien bibliotheekorganisaties nodigden hun medewerkers uit zich bij te scholen (87%), bijvoorbeeld via Bibliotheek Campus, dat haar aanbod tijdelijk uitbreidde (Bibliotheek Campus, 2020; KB, 2020a). Ook onderhielden medewerkers landelijk contact met elkaar via het online platform Biebtobieb, in dit geval onder meer via de speciaal ingerichte groep CrisisBieb, waar 42% van de bibliotheekmedewerkers te vinden was. Zo kon ook tussen bibliotheken informatie worden uitgewisseld over de gang van zaken. Tijdens de sluitingsmomenten waren frontoffice-medewerkers nog in de bibliotheek te vinden voor werkzaamheden als het opnemen van de telefoon (81%), het verwerken van materialen (79%) en opruim- en schoonmaakwerkzaamheden (60%) (KB, 2020a). Daarnaast lieten tijdens de tweede sluiting steeds meer medewerkers zich ook nog regelmatig op kantoor zien.

Wat is CrisisBieb?

Ten tijde van de coronacrisis vonden bibliotheekmedewerkers elkaar op Biebtobieb in de CrisisBieb-groep, waar vragen werden gesteld en tips werden uitgewisseld rondom de maatregelen rondom COVID-19. Kwesties als activiteiten, het inleveren van boeken, de ThuisBieb, het online en offline contact met gebruikers en heropeningsstrategieën werden er onder de loep genomen. Ook werden er best practices en door bibliotheken gemaakte handleidingen gedeeld.

 

 
Haal- en brengservices in driekwart bibliotheken
 
Thuiswerken als norm
 
Groter digitaal aanbod
 
Extra aandacht voor jeugd en oudere doelgroep

Inzet op digitaal lezen

In de perioden waarin bibliotheken hun fysieke aanbod veelal niet meer konden voortzetten, richtten zij zich op hun digitale mogelijkheden. Negen op de tien bibliotheekorganisaties communiceerde extra over landelijke platforms zoals de online Bibliotheek, de LuisterBieb, en de speciaal voor de coronacrisis opgezette ThuisBieb, waar leden en niet-leden van de bibliotheek tijdelijk gratis digitaal boeken konden lezen en luisteren. Zij gaven deze platforms bijvoorbeeld extra aandacht op de website, noemden ze in nieuwsbrieven of attendeerden leden op hun bestaan. Ook breidde de KB het aanbod van deze platforms tijdelijk uit (KB, 2020b). Hierdoor steeg het gebruik van de digitale diensten van de bibliotheek aanzienlijk, zowel in het aantal gebruikers als in de hoeveelheid uitleningen (KB, 2020b). Dit zorgde ook voor meer vragen, die op verschillende manieren werden opgevangen. Zo verspreidde 69% van de bibliotheken extra informatie over de digitale bibliotheek via de nieuwsbrief, sociale media of andere kanalen. Zo’n twee derde voegde extra informatie toe op de website. Ook werden medewerkers van de bibliotheken geïnstrueerd om hulp en ondersteuning te bieden bij het gebruik van de digitale bibliotheek (54%). Daarnaast werden extra spreekuren opgezet om gebruikers wegwijs te maken in de online mogelijkheden (85%) (KB, 2020a).

Wat is de ThuisBieb?

Met de lancering van de ThuisBieb-app op 6 april stelde de KB honderd e-books gratis beschikbaar voor zowel leden als niet-leden van de bibliotheek. De brede selectie bevatte voor elke lezer wat wils: van spanning tot chicklit en van literatuur tot informatief. Zowel bekende als minder bekende boeken maakten onderdeel uit van het aanbod, dat zowel boeken voor volwassenen als voor jeugdlezers bevatte. De ThuisBieb sloot aan bij de CPNB-campagne #ikleesthuis, die naar aanleiding van de coronacrisis werd gelanceerd. Per 1 juni sloot de ThuisBieb-app weer.

Actieve promotie nieuwe dienstverlening

Bibliotheken waren druk bezig om hun veranderde en/of nieuwe dienstverlening onder de aandacht te brengen. Allemaal gaven zij aan hun website te hebben aangepast. Ook zochten vrijwel alle bibliotheken (98%) contact met lokale kranten en noemden ze de nieuwe en aangepaste diensten in hun nieuwsbrief (97%) en op sociale media (97%). Ook werden posters gedrukt (72%), werd gecommuniceerd via communicatiekanalen van samenwerkingspartners (66%) en boden de lokale radio (49%) en televisie (42%) een uitkomst (KB, 2020a).

Inzet op jeugd

In hun aangepaste dienstverlening besteedden bibliotheken extra aandacht aan kinderen en jongeren. Basisschoolleerlingen, die moesten thuisblijven van school, werden aangespoord tot activiteiten binnenshuis via YouTube-filmpjes en op andere platforms, waar zij konden deelnemen aan online rapworkshops, Minecraft-challenges en digitale programmeerbijeenkomsten. De helft van de bibliotheekorganisaties (49%) plaatste wekelijks video’s waarin ze kinderen en jongeren uitnodigden zelf creatief aan de slag te gaan met huis-, tuin- en keukengerei. Ruim de helft van de bibliotheken (52%) bood ondersteuning aan onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld bij thuisonderwijs, onder meer door digitaal lesmateriaal te leveren. Eén op de tien bibliotheken zette activiteiten op om kwetsbare leerlingen te helpen die thuis niet goed konden studeren (KB, 2020a).

Extra aandacht voor oudere doelgroep

Voor ouderen was de coronacrisis extra ingrijpend: zij hebben een zwakkere gezondheid en lopen dus een groter risico op besmetting bij een bezoek aan de bibliotheek (RIVM, 2020). Bovendien kunnen zij over het algemeen minder goed overweg met de digitale middelen die het gebruikelijke analoge aanbod vervangen. Daarnaast zijn zij soms sterk afhankelijk van de bibliotheek voor hun sociale contact, waardoor zij nu een verhoogd risico op vereenzaming lopen (BiebPanel, 2018). Daarom kreeg deze doelgroep bij sommige bibliotheken extra aandacht: inwoners met hogere kans op vereenzaming werden bijvoorbeeld allemaal individueel gebeld, werden uitgenodigd voor een dagelijkse digitale koffiebijeenkomst of werden lid van een online leesclub (40%). Ook bood 65% van de bibliotheken hulp bij het gebruik van digitale middelen, die uiteraard ook voor de oudere leden beschikbaar was (KB, 2020a).

Uiteenlopend crisisbeleid bibliotheek

Bibliotheken verschilden sterk in de gemaakte keuzes rondom hun dienstverlening tijdens de coronacrisis. Waar de ene organisatie ervoor koos zoveel mogelijk activiteiten te ontplooien, besloot de ander juist niet in te zetten op tijdelijke dienstverlening, die na de crisis mogelijk niet kon worden voortgezet. Wel hadden veel bibliotheken hetzelfde gesprek te voeren met lokale gemeenten, waarvan zij voor hun financiering grotendeels afhankelijk zijn. Eerder gemaakte afspraken over te bereiken doelen konden niet altijd worden nagekomen. Het feit dat vrijwel alle bibliotheken (94%) in meer of mindere mate het effect en het bereik van alternatieve vormen van dienstverlening tijdens de sluiting nauwkeurig bijhielden, zou dat gesprek kunnen vergemakkelijken (KB, 2020a).

Focus op lange termijn

Hoe langer de coronacrisis duurde en de bijbehorende maatregelen aanhielden, des te meer richtten bibliotheken zich op de lange termijn. Daarbij hadden ze met name aandacht voor het welzijn van hun medewerkers: ze moedigden personeel aan gezonde thuiswerkplekken in te richten en organiseerden online workshops op het gebied van geestelijk welzijn. Daarnaast hielden ze zich ook in hun beleid in toenemende mate bezig met de toekomst, bijvoorbeeld in de vorm van de formulering van meerjarenplannen.

Bronnen

Lees de hele analyse

Wegwijs in de anderhalvemeterbibliotheek

Na enkele maanden van sluiting mocht de bibliotheek op 11 mei haar deuren weer open. Toch konden niet alle functies direct weer vervuld worden. De noodzaak anderhalve meter afstand van elkaar te houden, niet in grote groepen samen te komen en hygiënisch te werk te gaan zorgde voor beperkingen. Hoe richtten bibliotheken de anderhalvemeterbibliotheek in? Welke protocollen volgden ze? En welke invloed had de tijdelijke sluiting in november? Daarover ondervroeg Anne van den Dool namens de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) bibliotheekdirecteuren door het hele land. Een overzicht van de knelpunten en oplossingen.

Anderhalvemeterbieb

Deel bibliotheken in mei later open

Niet iedere bibliotheek opende na de sluiting die half maart inging op 11 mei weer de deuren voor publiek. Men kreeg de maatregelen niet op tijd doorgevoerd of had net een deel van het personeel op vakantie gestuurd, in de veronderstelling dat het moment van heropening nog even op zich zou laten wachten. Binnen een week waren vrijwel alle bibliotheken alsnog geopend. Soms werden openingstijden aangepast, bijvoorbeeld omdat zelfbedieningsuren niet meer tot de mogelijkheden behoorden. Ook was op die manier genoeg tijd om buiten openingsuren kleinschalige activiteiten in de bibliotheek te laten plaatsvinden, zoals spreekuren en leesclubs.

Ingang, uitgang en trap als knelpunt

Voorafgaand aan iedere persconferentie bereidden bibliotheken zich weer voor op eventuele heropening: mochten zij inderdaad groen licht krijgen, dan zou een krappe week te kort dag zijn om alle aanpassingen op tijd te kunnen doorvoeren. Ook op dinsdag 21 april werd reikhalzend uitgekeken naar de boodschap van het kabinet. En dus nam Anton Kok, directeur van de VOB ’s middags al een kijkje bij de bibliotheek van zijn eigen woonplaats Hilversum. Samen met directeur Els Brons liep hij door het pand om te onderzoeken met welke uitdagingen de gemiddelde bibliotheekvestiging te maken zou krijgen. Die bleken zich al bij de deur voor te doen: de gemiddelde bibliotheekvestiging heeft geen aparte in- en uitgang, waardoor het lastig is deze twee bezoekersstromen gescheiden te houden. Ook trappen bleken problematisch: zij laten het niet altijd toe anderhalve meter afstand te houden. Een stoplicht dat duidelijk maakt welke stroming mag lopen en welke moet wachten zou een oplossing kunnen bieden, bedachten Brons en Kok – een idee dat uiteindelijk niet ten uitvoer werd gebracht, omdat het te duur bleek te zijn. Ook liften leverden soortgelijke problemen op: deze konden maximaal door één persoon tegelijk worden gebruikt. Op de trap zouden personen elkaar bijvoorbeeld op de verdiepingsvloeren kunnen passeren. Zo werd dit ook aangepakt in andere grote publieke gebouwen, zoals kantoren, winkels en flatgebouwen (o.a. Woonpunt, 2020).

Bewegwijzering: veel beeld, weinig tekst

Ook in de bewegwijzering kozen bibliotheken ieder hun eigen richting. Waar de een zoveel mogelijk inzette op duidelijkheid en een veelheid aan stickers en bordjes op vloeren en plexiglas bij balies plaatste, was de ander van mening dat de bezoeker vooral niet te veel moest worden afgeleid of verontrust. Albert Kivits van de Bibliotheek Eindhoven gaf bijvoorbeeld aan zijn personeel geen felgele maar grijze hesjes te laten dragen en het restaurant niet te hebben afgezet, maar op alle stoelen kop en schotels te hebben geplaatst, zodat duidelijk was dat men daar niet kon zitten. Wie bij DNK Assen in de rij stond, kon op de grond boek- en filmtitels lezen. Bij de Stadkamer in Zwolle nodigden ze bijvoorbeeld een kunstenaar uit, die met graffiti een tekening maakte bij het voorportaal die op de anderhalvemeternorm attendeerde. Ook andere vestigingen, zoals Rozet in Arnhem, ondervonden dat afbeeldingen beter werkten dan tekst, aangezien veel bezoekers de bordjes niet lazen. Ook kreeg men bij binnenkomst vaak een mandje mee, zodat medewerkers konden bijhouden of er niet te veel mensen in de bibliotheek aanwezig waren – een systeem dat ook in veel andere sectoren werd gehanteerd (Vakcentrum, 2020). Daarbij werd tien vierkante meter per persoon als norm aangehouden.

Wachten 3

Wachten 4

Wachten 5

Wachten 6

Verantwoordelijkheid voor ontsmetten steeds meer bij bezoeker

Een van de zorgen was dat het coronavirus via het plastic van de boeken op lezers zou worden overgedragen. Daartoe moesten boeken aanvankelijk 72 uur in quarantaine. Later werd dit, naar aanleiding van onderzoek, teruggebracht tot 24 uur. Daarnaast leefde de vraag in hoeverre toezicht moest worden gehouden op de boekenkasten, met bezoekers die materialen oppakken en weer terugzetten. Daarin verschoof de verantwoordelijkheid steeds meer naar de bezoeker: wanneer hij plaatsnam achter een pc, kon hij het toetsenbord en de muis zelf ontsmetten. Boeken die door bezoekers uit de kast waren gepakt en weer werden teruggeplaatst, werden zelden ontsmet: niet alleen zou dit een behoorlijk arbeidsintensieve taak zijn, ook werd de kans dat twee bezoekers kort na elkaar uit de kast werden gepakt klein geschat.

Graffiti

Materialen in quarantaine

Toen nog weinig bekend was over de overlevingstijd van het coronavirus op verschillende materialen, werden bibliotheekboeken 72 uur in quarantaine gehouden. Sommige bibliotheken hielden de boeken zelfs tot een week achter slot en grendel. Toen er meer informatie beschikbaar kwam over de verspreidingsmogelijkheden van het virus, werd die periode langzaam maar zeker teruggebracht tot 24 uur. Het feit dat bibliotheken bij gebruik en uitlening met veel verschillende materialen te maken hebben, bemoeilijkte het geheel: zij laten onder meer het glossy papier van boeken, het harde karton van kinderboeken), braillepapier, magazinepapier en archieffolders door hun handen gaan. Uit een test met deze materialen bleek dat bij de meeste materialen de sporen op de vierde dag niet meer meetbaar zijn. Slechts één van de vijf monsters magazinepapier vertoonde op de vierde dag nog minimale sporen van het virus (REALM, 2020).

 

Kinderen als complexe doelgroep

Het eerste protocol van de VOB met betrekking tot heropening was vooral gericht op het kind van basisschoolleeftijd (VOB, 2020a). Toch gaf een aantal bibliotheekdirecteuren, waaronder Jannie van Vugt van de Bibliotheek Oosterschelde en Mariska Koning van de Bibliotheek Voorschoten-Wassenaar, aan dit in deze periode een complexe doelgroep te vinden. Juist kinderen hebben intensieve begeleiding nodig bij hun verblijf in de bibliotheek, en daar was, ook door de financiële klap die veel organisaties te verduren hadden gekregen, niet altijd ruimte voor. Vanuit veiligheidsoverwegingen bleven vrijwilligers – die vanwege hun leeftijd veelal tot de risicodoelgroep behoorden – thuis. Ook wordt een bezoek door kinderen normaal gesproken vaak vanuit een school georganiseerd, met bijbehorende begeleiding door leerkrachten. Omdat het nu geen schoolbezoeken maar individuele bezoeken betrof, viel die hulp eveneens weg. Andere bibliotheken reageerden juist positief, zoals de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), die betrokken was bij de totstandkoming van het protocol. Zij stelden tijdsloten in en proefdraaiden eerst op een aantal vestigingen alvorens de werkwijze uit te rollen over de hele organisatie.

Advies en invulling protocollen door POI’s

Het vaststellen van protocollen lag in handen van de VOB. Toch lieten ook sommige POI’s zich uit over de invulling van de heropening van de bibliotheek. Zij voorzagen hun achterban bijvoorbeeld van tips of gaven concrete aanvullingen op het protocol van de VOB (o.a. Probiblio, 2020a; Probiblio, 2020b; Rijnbrink, 2020). Daarnaast begon vanaf het najaar de stem van de veiligheidsregio’s mee te spelen: dat was het moment waarop het aantal besmettingen per regio dusdanig begon te variëren dat de regering meer macht bij de veiligheidsregio’s legde. Dit resulteerde ook in verschillende maatregelen per bibliotheek, bijvoorbeeld met betrekking tot toegangsitems of het dragen van mondkapjes. Dit laatste werd op 1 december 2020 wettelijk verplicht, maar werd daarvoor al sterk aangeraden.

Prioriteiten bepaald door reguliere focus

De gewoonlijke focus van bibliotheken bepaalde in grote mate welke functies zij als eerste weer voorzichtig begonnen op te starten. Bij de Bibliotheek Venlo was dat bijvoorbeeld het inrichten van studieplekken voor jongeren, terwijl SCHUNCK in Heerlen als eerste werk maakte van het aanbod voor scholen. In Venlo gaven ze iedere student een plastic badeendje mee, zodat bij de entree duidelijk was hoeveel plekken nog beschikbaar waren. Dit werken met toegangsitems werd in veel bibliotheken ook wel gebruikt voor bezoekers in het algemeen, met name in de vorm van winkelmandjes. Voor de Bibliotheek Salland lag de prioriteit bij het heropstarten van Taalhuisactiviteiten. Zij voerden die uit in de buitenlucht, waardoor meer interactie met de omgeving en een levendiger gesprek ontstond.

Studeren in je eendje

Verblijfsfunctie moet wachten

Veel bibliotheken stonden in de zomer te popelen om hun verblijfsfunctie weer te kunnen uitoefenen. Toch moesten zij tot 1 juni wachten voordat zij weer groepen van maximaal dertig mensen mochten toelaten (VOB, 2020b). Vanaf 1 juli was het aantal mensen dat de bibliotheek mocht betreden afhankelijk van het vloeroppervlak. Tot die tijd moesten bezoekers vooral worden ontmoedigd om al te lang in de bibliotheek te blijven hangen. Daartoe werden zitgelegenheden weggehaald, waren er geen kranten op leestafels te vinden en stonden computerschermen op zwart. Dit leidde in sommige gevallen tot verbazing onder bezoekers, die gehoopt hadden gebruik te kunnen maken van de verblijfsfunctie van de bibliotheek. Bibliotheken ondervingen dit deels door meer personeel in te zetten om een praatje met bezoekers te maken en hen voornamelijk bij de ingang van de vestiging van toelichting over de huidige werkwijze van de bibliotheek te voorzien. Ook coulance richting de klant over onder meer uitleentermijn kwam de sfeer ten goede. Bij de KopGroep Bibliotheken mocht bijvoorbeeld men de krant meenemen naar huis, zodat deze toch nog gelezen kon worden.

 

 

Hybride programmering als uitkomst

Veel bibliotheken maakten zich zorgen om hun activiteitenprogramma, met name voor grote groepen: zelfs in hun grootste zalen konden ze vaak maar enkele tientallen mensen kwijt. In veel gevallen bood een hybride benadering een oplossing. De fysieke bijeenkomst kon door een select gezelschap worden bijgewoond, terwijl andere geïnteresseerden online konden meekijken. Dankzij de steeds verder versoepelende maatregelen kregen bibliotheken bovendien de kans tijdelijk digitaal ingerichte trajecten, zoals de VoorleesExpress of een Taalcoachtraject, fysiek af te sluiten. Voor toekomstige evenementen werd soms zowel een fysieke als digitale variant voorbereid, in afwachting van hoe het virus zich de komende maanden zou gedragen. Tegelijkertijd ontstond in de loop van het jaar ook steeds meer onlinemoeheid, zowel onder personeel als bij bezoekers. Ondanks de opgedane ervaring werd men daardoor terughoudender in het volplannen van de digitale agenda.

Intensievere samenwerking met lokale partners

Ook wakkerde de crisis de aandacht voor het lokale aan. Zo gaf Jenny Doest van Rozet aan nog meer samen te werken met lokale partners dan normaal, als gevolg van de beperkte reismogelijkheden van zowel mensen als producten. Ook Peter Kok van de Bibliotheek Midden-Brabant merkte op dat organisaties met wie de bibliotheek voorheen incidenteel samenwerkte nu plotseling vaste partners werden. Lokale omroepen wilden bijvoorbeeld graag de debatten uitzenden die in de bibliotheek worden georganiseerd en stonden te springen om een medialab in de LocHal te huisvesten.

Uitdagingen bij multifunctionele accommodaties en organisaties

Steeds meer bibliotheken bevinden zich in multifunctionele accommodaties: in totaal zijn 715 bibliotheeklocaties, 59% van alle locaties, in een multifunctionele accommodatie (MFA) ondergebracht. Hiermee heeft 88% van de bibliotheekorganisaties één of meerdere locaties met andere instellingen in een gezamenlijk gebouw ondergebracht (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019). Zij delen hun pand bijvoorbeeld met de gemeente, welzijnsorganisaties en andere partners. Net als bij de sluiting gold ook bij heropening dat niet iedere inwoner op hetzelfde moment de deuren weer mocht openen. Ook multifunctionele organisaties zagen zich voor uitdagingen gesteld: zij probeerden verschillen in protocollen voor onder meer theater, bibliotheek en horeca waar mogelijk gelijk te trekken, zodat zowel voor bezoeker als werknemer een helder beeld ontstond. Soms boden de ruime bioscoop- en theaterzalen van partners in hetzelfde gebouw uitkomsten voor het organiseren van bijeenkomsten op anderhalve meter afstand.

 

Angst voor de toekomst

Na enkele maanden van beperkte heropening, volgde begin november opnieuw een kort sluitingsmoment van twee weken voor openbare instellingen als de bibliotheek. In de periode daarvoor zorgden de continu veranderende maatregelen bovendien voor veel stress onder bibliotheken: vrijwel elke persconferentie bracht weer nieuwe aanpassingen met zich mee. Ook de gekrompen portemonnees van gemeenten lieten bibliotheken zich voorbereiden op minder financiële middelen om zich de komende jaren mee te redden. Hoewel sommige gemeenten bibliotheken expliciet lieten weten niet te korten op subsidies, ook niet als zij zich niet aan de vastgestelde prestatieafspraken konden houden, bleven veel bibliotheken ongerust. Tegelijkertijd wisten zij zich veelal gesterkt door de gedachte dat ze dergelijke bezuinigingsslagen al eerder hadden overleefd. Ditzelfde gold voor andere culturele instellingen: ondanks de vele miljoenen euro’s die door het kabinet ter ondersteuning aan de culturele sector beschikbaar werd gesteld, vreesden veel organisaties in deze branche voor hun ondergang. Dit gold met name voor instellingen die voor hun inkomsten afhankelijk zijn van grote groepen bezoekers, zoals theaters, bioscopen en concertzalen (Boekmanstichting, 2020).

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van de volgende interviews:

Bronnen

Lees meer

Bibliotheekdirecteuren aan het woord

Wat hield bibliotheekdirecteuren bezig tijdens de coronacrisis? Voor welke vraagstukken zagen zij zichzelf geplaatst, en hoe gingen ze daarmee om? Anne van den Dool (KB) interviewde vanaf de eerste sluiting in maart wekelijks meerdere directeuren door het hele land, die haar vertelden over het reilen en zeilen van een bibliotheek in coronatijd.

Martin Berendse

20 april 2020: ‘Juist nu maatschappelijke kansen zo verschillen, kan bibliotheek meerwaarde tonen’ – Martin Berendse (OBA)

Martin Berendse heeft zijn bibliotheek nooit als dicht beschouwd. Direct na de collectieve sluiting van alle bibliotheekvestigingen kreeg de OBA-directeur een telefoontje van de gemeente Amsterdam: of hij zich in deze tijd wilde ontfermen over de stad. Een eervolle opdracht, die hij met beide handen aangreep.

Lees het interview >

Rachel van den Hoogen

21 april 2020: ‘Deze digitale ontdekkingen blijven onderdeel van ons aanbod’ – Rachel van den Hoogen (Biblionet Groningen)

Na de indaling van de coronacrisis rolde Biblionet Groningen al rap een mooi digitaal aanbod uit, met onder meer een online Taalhuis, een BiebLab en voorleesfilmpjes. Directeur Rachel van den Hoogen vertelt over het ontstaan van dit aanbod, en de wensen tot behoud voor de toekomst.

Lees het interview >

Gerry Poelert

22 april 2020: ‘We denken nu nog bewuster na over onze gezamenlijke boodschap’ – Gerry Poelert (Cultura Ede)

Cultura Ede is een fusie van verschillende organisaties, die samen één pand delen. In dat gebouw is niet alleen een bibliotheek, maar ook een theater, een bioscoop, een VVV-kantoor en een erfgoedinstelling te vinden. Al die organisaties moesten op hun eigen manier hun weg vinden in de wirwar van regels en voorschriften die het coronavirus met zich meebracht, aldus directeur Gerry Poelert.

Lees het interview >

Anton Kok

23 april 2020: ‘Heropening stelt bibliotheek voor grote uitdagingen’ – Els Brons (Bibliotheek Hilversum) en Anton Kok (VOB)

Op dinsdagavond 21 april werd duidelijk dat bibliotheken in elk geval tot 20 mei hun vestigingsdeuren nog gesloten moesten houden. Die middag ging interim-directeur Anton Kok van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) op bezoek bij Els Brons in de bibliotheek Hilversum, om daar te onderzoeken voor welke uitdagingen bibliotheken bij heropening zullen komen te staan. 

Lees het interview >

Erna Winters

24 april 2020: ‘Reorganisatie en coronacrisis zorgen samen voor dubbele onwennigheid’ – Erna Winters (Bibliotheek Kennemerwaard)

In Kennemerwaard vonden twee parallelle veranderingen van formaat plaats: naast het opzetten van alternatieve dienstverlening zat de organisatie ook midden in de omslag naar zelforganiserende teams. Erna Winters besloot die ontwikkeling door te zetten, tegen de krachten van het coronavirus in.

Lees het interview >

Ankie Kesseler

27 april 2020: ‘Bel niet alleen je leden, maar ook je gemeente’ – Ankie Kesseler (Bibliotheek Aanzet)

Tijdens de eerste sluiting stond het contact met de twaalf gemeenten in het werkgebied van AanZet hoog op de agenda. Vanuit iedere bibliotheekvestiging vonden gesprekken met de wethouder plaats – belangrijk om de lokale overheid op de hoogte te stellen van de belangrijke bezigheden van de bibliotheek, en om ook voor in de toekomst de financiering veilig te stellen.

Lees het interview >

Mariet Wolterbeek

28 april 2020: ‘Dankzij digitale programmering ziet men wat we in huis hebben’ – Mariet Wolterbeek (Bibliotheek Z-O-U-T)

Voor Mariet Wolterbeek, directeur van de Bibliotheek Z-O-U-T, was het helder: als de regering ons oproept thuis te blijven, moeten we dat ook doen. En dat betekende geen haal- of brengservice bij deze bibliotheekorganisatie, die dertien vestigingen in vier gemeenten kent. In plaats daarvan vonden activiteiten waar mogelijk digitaal plaats.

Lees het interview >

Norbert van Halderen

6 mei 2020: ‘Extra kans om me als directeur open op te stellen’ – Norbert van Halderen (Bibliotheek Waterland)

Waar de coronaperiode voor veel bibliotheekorganisaties en hun directeuren al behoorlijk hectisch is, stond de Bibliotheek Waterland al helemaal voor een uitdaging. De organisatie, met vijf vestigingen in onder meer Volendam, Purmerend en Landsmeer, verwelkomende op 1 april 2020 een nieuwe directeur. Norbert van Halderen zag vooral mogelijkheden om zich als nieuweling direct van zijn beste kant te laten zien.

Lees het interview >

Mariska Koning

6 mei 2020: ‘Wij kunnen groepen kinderen niet zomaar aan’ – Mariska Koning (Bibliotheek Voorschoten-Wassenaar)

Natuurlijk was Mariska Koning, directeur van de Bibliotheek Voorschoten-Wassenaar, ontzettend blij dat de bibliotheek vanaf 11 mei in beperkte vorm haar deuren weer mocht openen. Toch moest er nog flink wat gebeuren voordat in de twee vestigingen volgens het VOB-protocol materialen konden worden uitgeleend en ingeleverd.

Lees het interview >

Ine van der Meer

7 mei 2020: ‘Vraagt lenigheid, maar met passie komen we ver’ – Ine van der Meer (OBA)

Ine van der Meer, sectormanager dienstverlening bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), was nauw betrokken bij de totstandkoming van het protocol voor de heropening van de bibliotheek voor basisschoolleerlingen. Ze zag uitdagingen, maar had ook ideeën hoe die gemakkelijk konden worden opgelost.

Lees het interview >

Ton van Vlimmeren

11 mei 2020: ‘Europese subsidies kunnen ons uit deze crisis helpen’ – Ton van Vlimmeren (Bibliotheek Utrecht)

De intrede van het coronavirus pakte voor Ton van Vlimmeren, directeur van de Bibliotheek Utrecht, wel heel onvoordelig uit: de opening van de gloednieuwe hoofdvestiging moest last-minute worden gecanceld. Toch richtte Van Vlimmeren zich vol goede moed op een hybride bibliotheekaanbod.

Lees het interview >

Cyril Crutz

15 mei 2020: ‘We moeten ThuisBieb-gebruikers verleiden tot bibliotheekabonnement’ – Cyril Crutz (BiblioPlus)

Als lid van de marketingcommissie zag BiblioPlus-directeur Cyril Crutz hoe de bibliotheek zich voor het eerst landelijk wist te positioneren, met gezamenlijke campagnes en diensten. Die stijgende lijn moeten we ook na deze crisis voortzetten, pleitte hij.

Lees het interview >

Jannie van Vugt

18 mei 2020: ‘Bibliotheek moet geen parkeerplaats voor kinderen zijn’ – Jannie van Vugt (Bibliotheek Oosterschelde)

Bij de bibliotheek in Oosterschelde ligt de focus op taalontwikkeling en leesbevordering bij de jeugd. Juist daarom maakte directeur Jannie van Vugt zich bij de plannen voor heropening van de bibliotheek zorgen over de groepen kinderen die de bibliotheek zonder begeleiding zouden moeten bezoeken.

Lees het interview >

Jan Klerk

20 mei 2020: ‘Digitaal aanbod is permanent work in progress’ – Jan Klerk (Bibliotheek Katwijk)

Jan Klerk, lid van de commissie Digitaal van de VOB en al jaren betrokken bij de digitale ontwikkelingen in bibliotheekland, keek ongeduldig toe hoe bibliotheken tijdens de coronacrisis allerhande online activiteiten ontplooiden. ‘We hadden juist nu een vlekkeloos digitaal aanbod kunnen neerzetten, maar opnieuw heeft dit ons veel hoofdbrekens opgeleverd.’

Lees het interview >

Astrid Vrolijk

25 mei 2020: ‘Steek als bibliotheek je energie in jouw unieke aanbod’ – Astrid Vrolijk (Stadkamer Zwolle)

Natuurlijk waren ze ook in Zwolle druk bezig met praktische zaken. Toch voelde directeur Astrid Vrolijk de behoefte verder te kijken dan de operationele zaken en na te denken over de vraag wat deze crisis betekent voor de identiteit en toekomst van de bibliotheek.

Lees het interview >

Geja Olijnsma

27 mei 2020: ‘Studieplekken voor jongeren zijn zo georganiseerd’ – Geja Olijnsma (Bibliotheek Venlo)

Bij de Bibliotheek Venlo maakten ze een bijzondere keuze. Toen zij op maandag 11 mei hun deuren weer mochten openen, kozen ze er niet alleen voor om het halen en brengen van materialen weer op te starten: ze richtten ook direct veertig werkplekken voor studenten in, die vanaf het begin vrijwel constant allemaal bezet waren.

Lees het interview >

Frederique Westera

29 mei 2020: ‘Wij spreken de taal van maar een fractie van onze doelgroep’ –  Frederique Westera (Bibliotheek Salland)

De Sallandse bibliotheek richt zich normaal gesproken op participatie en de dienstverlening aan het onderwijs – twee speerpunten die zich moeilijk laten rijmen met de beperkte mate waarin bibliotheken tijdens de coronacrisis hun diensten konden uitvoeren. Toch waagde directeur Frederique Westera samen met haar team een moedige poging.

Lees het interview >

Jenny Doest

4 juni 2020: ‘Wij gaan in veiligheid, vertrouwen en voortvarendheid te werk’ – Jenny Doest (Rozet Arnhem)

Gevraagd naar een typering van deze tijd weet Jenny Doest, directeur van het multifunctionele Rozet Arnhem, de coronaperiode in een serie aan beschrijvingen te vangen: van spannend en onzeker tot creatief en innovatief. ‘In twee maanden tijd hebben we twee jaar gewonnen.’

Lees het interview >

Bert Hogemans

5 juni 2020: ‘Ook kijken naar andere branches’ – Bert Hogemans (Bibliotheek Gelderland Zuid)

Je zult wel blij zijn dat je weer open bent, hoorde Bert Hogemans begin juni van dit jaar vaak. Zijn reactie was tweeledig. ‘Natuurlijk ben ik ontzettend blij dat we weer iets kunnen betekenen voor onze klanten. Tegelijkertijd schrikken alle afzetlinten, vloerpijlen en spatschermen enorm af.’ Daarin konden we van andere branches nog wel iets leren, aldus de directeur van de Bibliotheek Gelderland Zuid.

Lees het interview >

Peter Kok

8 juni 2020: ‘Wie veelzijdigst is, staat voor de grootste uitdaging’ – Peter Kok (Bibliotheek Midden-Brabant)

In de Tilburgse LocHal is voor alle kernfuncties van de bibliotheek volop ruimte. De coronamaatregelen brachten daar verandering in: voor iedere activiteit moest een ander protocol worden geraadpleegd. In die wirwar van regelgeving zocht directeur Peter Kok naar oplossingen.

Lees het interview >

Albert Kivits

15 juni 2020: ‘We zijn nog steeds de huiskamer van de stad’ – Albert Kivits (Bibliotheek Eindhoven)

Toen instellingen hun deuren langzaam maar zeker weer mochten openen, werd het voor bezoekers steeds minder duidelijk welke richtlijnen op welke openbare plek van toepassing waren. In Eindhoven gingen ze bij de bibliotheek voor een communicatiestrategie met zo min mogelijk onrust en zoveel mogelijk coulance voor de bezoeker.

Lees het interview >

Jacinta Krimp

17 juni 2020: ‘We zijn hele crisis lang zichtbaar gebleven’ – Jacinta Krimp (KopGroep Bibliotheken)

Het vakantiegevoel zat er na heropening bij KopGroep Bibliotheken nog even niet in. Ook in het noordelijkste puntje van Nederland moest de dienstverlening in afgepaste vorm plaatsvinden. ‘Ontspannen in de bibliotheek verblijven is nog even lastig.’

Lees het interview >

Hanneke Bruggeman

22 juni 2020: ‘Crisis vraagt om regionale aanpak’ – Hanneke Bruggeman (DNK Assen)

Over de bibliotheek heeft Hanneke Bruggeman, directeur van multifunctionele organisatie DNK, zich tijdens de crisis nog het minste zorgen gemaakt. Die kon op volle toeren blijven draaien, terwijl het theater en de bioscoop met veel meer uitdagingen te maken hadden.

Lees het interview >

Sandra Uijlenbroek

6 juli 2020: ‘Juist nu zijn we nodig om mensen uit de crisis te helpen’ – Sandra Uijlenbroek (SCHUNCK Bibliotheek Heerlen)

Tijdens de coronacrisis is het behoud van het contact tussen collega’s een van Sandra Uijlenbroeks voornaamste speerpunten geweest. ‘‘Juist in deze tijd leek het me belangrijk dat iedereen zou weten wat anderen bezighoudt – in het werk, maar eventueel ook privé. Ook als de storm weer wat is gaan liggen, kan ik me voorstellen dat we deze manier van communiceren aanhouden.’

Lees het interview >

Joke Mos

13 juli 2020: ‘Nog een bezuinigingsslag krijgt ons niet klein’ – Joke Mos (Bibliotheek Zoetermeer)

Tijdens de sluiting van de Zoetermeerse bibliotheek gingen de gesprekken met de meer dan veertig samenwerkingspartners die de organisatie rijk is gewoon door. Niet alleen om praktische zaken te bespreken, maar ook om gezamenlijk na te denken over de toekomst.

Lees het interview >

Victor Thissen

30 september 2020: ‘Of we deze crisis goed benut hebben, moet nog blijken’ – Victor Thissen (Boekenberg en de Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta)

Hoe krijgen wij de mensen terug onze gebouwen in? Dat was een van de grootste uitdagingen waarvoor directeur Victor Thissen, zichzelf geplaatst zag. ‘Onze dienstverlening mag dan wel weer bijna op het oude niveau zijn, de consument lijkt er nog niet klaar voor.’

Lees het interview >

Theo Kemperman

8 oktober 2020: ‘Er heerst meer dan ooit solidariteit’ – Theo Kemperman (Bibliotheek Rotterdam) en Conny Reijngoudt (de Bibliotheek aan den IJssel)

De coronacrisis heeft ook veel gebracht, zien Conny Reijngoudt en Theo Kemperman. Toch begon het door de steeds veranderende maatregelen steeds meer te piepen en te kraken. ‘De rek raakt er zowel bij bezoekers als bij het personeel uit.’

Lees het interview >

 

 

 

Helen Soeters

15 oktober 2020: ‘We willen weer de huiskamer van de stad kunnen zijn’ – Iris de Boer (Bibliotheek Gouda) en Hester Soeters (DOK Delft)

Als medewerkers van bibliotheken in middelgrote steden in de Randstad herkennen Iris de Boer (teamcoördinator frontoffice in de bibliotheek in Gouda) en Hester Soeters (teamleider facilitair, proeflokaal & klantenservice bij DOK Delft) elkaars verhaal continu. Beiden vertelden ze in vogelvlucht het verhaal van de afgelopen maanden, van sluiting tot heropening – een verhaal dat daags na de persconferentie van 13 oktober een nieuwe wending kreeg.

Lees het interview >

Manja Mekking

21 oktober 2020: ‘De bibliotheek is niet langer ongedwongen’ – Paul Adels (Theek5) en Manja Mekking (bblthk Wageningen)

Enkele weken voor de tijdelijke sluiting werden directeuren Manja Mekking en Paul Adels vooral overvallen door vermoeidheid vanwege de continu veranderende maatregelen. ‘Tijdens de eerste golf werden we overvallen door uitbarstingen van creativiteit. Na een paar maanden van de oude sfeer te mogen proeven, sloeg bij de laatste persconferentie de sfeer om.’

Lees het interview >

Paul Broekhoff

30 oktober 2020: ‘Liever helemaal dicht dan een beetje open’ – Hester van Beek (Bibliotheek Rijn en Venen) en Paul Broekhoff (Bibliotheek Den Haag)

In Rijn en Venen en Den Haag stonden ze vlak voor de sluiting continu in de waakstand. ‘Het is steeds maar weer afwachten of we dicht moeten.’ Ook van het personeel eisten de steeds wisselende maatregelen en ziekteverschijnselen van het coronavirus hun tol.

Lees het interview >

Roos Herman

13 november 2020: ‘Juist in deze tijd kunnen wij het verschil maken in iemands welbevinden’ – Marly Driessen (Bibliotheek De Lage Beemden) en Roos Herman (Bibliotheek West-Brabant)

Ze bevonden zich in een gekke tussenfase, de directeuren van de Bibliotheek De Lage Beemden en de Bibliotheek West-Brabant: net als de rest van bibliotheekland moesten zij voor twee weken de deuren van hun vestigingen sluiten. Met de inwerkingtreding van deze overheidsmaatregel, bedoeld om een tweede coronagolf af te vlakken, werden direct weer alle protocollen van stal gehaald.

Lees het interview >

Frans Bergfeld

20 november 2020: ‘Bibliotheek is veerkrachtig én proactief’ – in gesprek met Frans Bergfeld (Probiblio) en Sandra van Gaalen (Fers)

Niet alleen bibliotheken ondervonden hinder van het coronavirus, ook POI’s moesten hun dagelijkse gang van zaken aanpassen. Dat blijkt wel in gesprek met Sandra van Gaalen, directeur van het Friese Fers, en Frans Bergfeld, die aan het hoofd staat van Probiblio, dat zorgdraagt voor Noord- en Zuid-Holland.

Lees het interview >

Dirk Nijdam

26 november 2020: ‘De zzp’ers, studenten en krantjeslezers missen ons’ – in gesprek met Dirk Nijdam en Marian Buvelot

De directeuren, die met hun organisaties beiden werden genomineerd voor Beste Bibliotheek van 2020, beleefden een vreemd jaar. Allebei openden ze een compleet vernieuwde vestiging, waarvan ze vanwege de maatregelen rondom het coronavirus maar kort konden genieten. 

Lees het interview >

Lees het hele interview

‘Juist nu maatschappelijke kansen zo verschillen, kan bibliotheek meerwaarde tonen’

Na sluiting | Interview met Martin Berendse, directeur OBA

Direct na de collectieve sluiting van alle bibliotheekvestigingen kreeg OBA-directeur Martin Berendse een telefoontje van de gemeente Amsterdam: of hij zich in deze tijd wilde ontfermen over de stad. Een eervolle opdracht, die hij met beide handen aangreep. Anne van den Dool (KB) vroeg hem vlak na de sluiting naar zijn ambities rondom sluiting en heropening.

Nooit dicht

‘Wij hebben onszelf nooit als dicht beschouwd,’ legt Martin Berendse, directeur van de OBA, direct uit. ‘Op dit moment mogen we weliswaar geen publiek ontvangen, maar ons werk gaat gewoon door. We moeten alleen andere manieren verzinnen om onze gebruikelijke bezoekers te kunnen bedienen.’

Toen op donderdagavond 12 maart werd bekendgemaakt dat Nederlanders niet langer met groepen groter dan honderd mensen bij elkaar mochten komen, kwam het managementteam van de OBA kort bij elkaar in de kamer van Berendse. ‘Al na tien minuten veegden we het scenario om alleen kleine vestigingen open te laten van tafel. Dat zou een waterbedsituatie creëren: onze bezoekers zouden direct van de grote naar de kleine bibliotheekvestigingen hollen. We zouden dan bovendien blijven denken volgens de kaders van onze oude dienstverlening, terwijl we in deze tijd juist nieuwe vormen van dienstverlening willen en moeten creëren.’

De OBA heeft een uitdagend takenpakket: in Amsterdam wonen nogal wat mensen die zich niet makkelijk via de gebruikelijke wegen laten bereiken. Ze zijn onvoldoende digitaal vaardig om informatie te vinden via internet of zijn de Nederlandse taal niet genoeg machtig om een telefoongesprek te kunnen volgen. Het zijn juist die doelgroepen waarop de OBA zich in deze tijden richt.

Nu kunnen we ons meer dan ook nuttig maken in alle verschillende maatschappelijke rollen die we vervullen.

Ontfermen over de stad

‘Helemaal aan het begin kreeg ik direct een telefoontje van de gemeente Amsterdam,’ vertelt Berendse. ‘We kregen meteen de geruststellende boodschap dat we ons geen zorgen hoefden te maken over onze subsidie: die zouden we niet hoeven terug te betalen. Wel kregen we het dringende verzoek er in deze turbulente periode te zijn voor de stad en ons te ontfermen over alle kwetsbare groepen die hier rondlopen.’

De coronacrisis zorgde ervoor dat de organisatie moest remmen en gasgeven tegelijk, legt Berendse uit. ‘We hebben besloten van onze 27 vestigingen er acht open te laten – in elk stadsdeel één, plus onze hoofdvestiging aan het Oosterdok. Zo konden we kosten besparen en tegelijkertijd onze medewerkers de mogelijkheid bieden naar hun werk te gaan indien nodig. Sommige dingen kan je nu eenmaal niet vanuit huis doen. Daarnaast zijn we honderd procent gaan inzetten op digitaal. Alles wat online kon, zijn we online gaan doen: van taalcoaching tot het helpen bij het invullen van belastingformulieren.

En waar dat niet kon, zijn we gaan bellen. Zo ook ouderen, die we hebben gevraagd hoe het met ze gaat en of we iets voor hen kunnen betekenen. Op de vraag of we een boekenpakket bij hen kunnen bezorgen hebben we inmiddels duizenden enthousiaste reacties ontvangen. Ouderen bellen ons nu ook zelf met de vraag of ze van deze dienst gebruik kunnen maken. Al die boeken brengen onze medewerkers en vrijwilligers op de fiets langs.’

Opschalen

Daartoe moest de OBA ook haar telefonische capaciteit enorm opschalen. ‘Onze gebruikelijke telefonische klantenservice ontvangt nu alleen nog telefoontjes. Extra teams zit een aantal verdiepingen lager en in de buurtvestigingen, en bellen daar met doelgroepen die we anders niet kunnen bereiken. Sinds vorige week is ook een webformulier beschikbaar, en kunnen leden hun boeken ook zelf ophalen.’

Daarnaast is de OBA al een tijd met de gemeente in gesprek over de vraag of de Amsterdamse bibliotheek in deze tijd ook iets voor kinderen en jongeren kan betekenen. ‘Ingewikkelde thuissituaties zorgen er nu voor dat scholen bepaalde kinderen kwijtraken,’ aldus Berendse. ‘Daarop willen wij graag inspelen, bijvoorbeeld door specifieke vestigingen te openen voor kinderen. Zodra scholen daarvoor openstaan, gaan we dat doen. Het plan is uitgedacht, maar scholen hebben er nog geen gebruik van gemaakt.’

Maatschappelijke eretaak

De afgelopen weken heeft de OBA-directeur gezien hoe de informatiefunctie van de bibliotheek steeds belangrijker is geworden. De nauwe samenwerking met de gemeente draagt daar sterk aan bij. Berendse: ‘Ik zie een Postbus 51-achtige functie voor de bibliotheek weggelegd, waar mensen een begrijpelijk antwoord krijgen op ingewikkelde vragen. Nu kunnen we dat idee alleen digitaal uitvoeren; in de toekomst zou daar een fysieke component aan kunnen worden toegevoegd.’

In de ogen van Berendse vervult de bibliotheek tijdens deze crisis een centrale rol. ‘We zijn formeel weliswaar onderdeel van de cultuursector,’ licht hij toe, ‘maar in feite raken we aan alle portefeuilles van de gemeente. Ik hoorde een bankdirecteur dit weekend zeggen: “Tijdens de vorige crisis waren we onderdeel van het probleem; nu kunnen we mogelijk bijdragen aan een oplossing.” Die instelling geldt denk ik ook voor de bibliotheeksector: we kunnen ons meer dan ook nuttig maken in alle verschillende rollen die we vervullen.

Daarmee wordt tegelijkertijd een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid bij ons neergelegd. Bij de OBA beschouwen we dat als een eretaak. Dit is het moment waarop we kunnen laten zien hoe we kunnen helpen de verschillen in informatieniveaus, sociaal welzijn en digitale vaardigheden te dichten. Juist nu de kansen van burgers zo verschillend zijn, kunnen wij als bibliotheek onze meerwaarde laten zien.’

Collectie, verblijf en educatie

Berendse maakt in de dienstverlening van de OBA graag onderscheid tussen drie zaken die de bibliotheek graag zo snel en zo goed mogelijk zou willen aanbieden. ‘Ten eerste is dat het toegang verschaffen tot collecties, digitaal dan wel fysiek. Daarin proberen we nog steeds stappen te blijven zetten. Ten tweede zoeken we naar een manier om onze verblijfs- en studiefunctie te vervullen. Tot voor kort zaten ontzettend veel mensen al dan niet achter een computer of in een luie stoel bij ons te lezen, te werken of te studeren. We kunnen daar heel veel scenario’s voor maken, voornamelijk voor grote vestigingen. Als nodig misschien zelfs op afspraak in bepaalde overeengekomen tijdvakken. De derde stap is de educatieve functie, ook voor bijzondere doelgroepen. Die zal in de toekomst nieuwe vormen moeten krijgen. Dan maar in wat kleinere groepen, dan maar op anderhalve meter afstand. Een extra functie is die van informatievoorziening, waaraan we nu al keihard werken. Dat geheel functioneert digitaal heel goed, op termijn hopelijk weer aangevuld met fysiek.’

Gemeenschapsgevoel

Welk beeld mist Berendse nu het meest als hij de lege OBA-vestigingen ziet? ‘Wat wij nu niet kunnen leveren, is het gevoel onderdeel te zijn van een groter geheel. Iemand zei ooit: “Als ik de bibliotheek binnenkom, heb ik het gevoel dat ik ergens bij hoor, en dat geeft mij blijdschap en inspiratie.” Die blijdschap kunnen wij nu niet geven. Alles in de wereld wordt momenteel teruggebracht tot functionaliteiten. Maar het gevoel dat je overal in de stad een plek hebt waar je kennis, cultuur en informatie tot je kunt nemen, ontbreekt nu. Dat gemeenschapsgevoel is er nu niet. Dat missen wij als OBA en ik persoonlijk nu het meest. Ik ben bang dat het nog een hele tijd gaat duren voordat dat gevoel weer kan terugkomen.

We hebben al gepraat over het indelen van het Oosterdok in zones: in de ene zone mag je studeren, in de ander mag je lezen, enzovoorts. Het is goed daarover na te denken, en tegelijkertijd strookt het niet met onze hoop dat in onze vestigingen van het een het ander komt. Via het studeren moet je in aanraking kunnen komen met de collectie, om je vervolgens aan te melden voor een activiteit, waarna je een kopje koffie haalt bij onze horeca.’

Toch blijft Berendse optimistisch: alle zesduizend telefoontjes die we inmiddels naar ouderen hebben gepleegd staan wat mij betreft ook voor betrokkenheid. We hebben nog nooit mensen gebeld met de vraag hoe het met ze gaat en of we iets voor ze kunnen betekenen. We zoeken nu naar andere manieren om in gesprek met elkaar te raken en relevant voor elkaar te blijven. Het contact blijft warm.’

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren en experts in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het coronavirus. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Lees de volledige tekst

Nederlandse bibliotheken zoeken naar oplossingen

In heel Nederland gingen bibliotheken na de sluiting al snel aan de slag om een zo compleet mogelijk aanbod te kunnen bieden aan hun bezoekers en leden. Zij zetten daarbij vooral in op digitaal, bijvoorbeeld met online leesclubs en workshops. Daarnaast was er ook aandacht voor specifieke doelgroepen, zoals jongeren en ouderen.

Afbeelding

De Bibliotheek Overijssel: digitale leesclub

Het coronavirus zorgde er ook voor dat leesclubs niet meer fysiek bij elkaar konden komen. En dat terwijl er door het wegvallen van allerlei andere mogelijke activiteiten juist meer tijd was om te lezen. Medewerkers van de bibliotheek in Overijssel besloten daarom een digitale leesclub op te richten via Goodreads, een online platform waar lezers over de hele wereld hun leestips met elkaar delen. De deelnemers stemden samen over de keuze van het boek. De enige voorwaarde was dat de titel beschikbaar moest zijn via de online Bibliotheek. De deelnemers stelden elkaar steeds nieuwe vragen om het boek verder uit te diepen. Alle bibliotheekleden in Nederland mochten meedoen.

Bekijk de digitale leesclub op Goodreads >

Afbeelding

Biblionet Groningen: leestips op de radio

Meer tijd hebben om te lezen is fijn, maar dan moet je natuurlijk wel weten wat je moet lezen. Biblionet Groningen sloeg de handen ineen met RTV Noord en besloot enkele weken lang dagelijks boekentips te delen via de radio. Collega’s wisselden elkaar af en tipten steeds een ander boek, waaruit zij een stukje voorlazen. Daarnaast ontplooide Biblionet Groningen allerhande andere digitale activiteiten, zoals een BiebLab met doefilmpjes voor jongeren en een online Taalhuis.

Luister de afleveringen hier terug >

Afbeelding

Bibliotheek De Lage Beemden: minibiebs

Een aantal bibliotheken, waaronder die in Veendaal, Hoeksche Waard en Venlo, zetten tijdens de coronacrisis hun afgeschreven boeken buiten, zodat iedereen deze gratis kon meenemen. Bibliotheek De Lage Beemden gaf afgeschreven boeken een extra bijzondere plek. De organisatie plaatste de oproep aan leden een eigen minibieb te creëren: een kastje of tafel waar mensen hun eigen boeken kunnen achterlaten en andermans boeken kunnen meenemen. De bibliotheek doneerde aan iedere minibiebvestiging enkele afgeschreven boeken. Meer bibliotheken maakten afgeschreven boeken of andere materialen beschikbaar, bijvoorbeeld middels een boekenkast buiten de bibliotheek: 28% gaf aan een dergelijke dienst te verlenen.

Lees meer over deze minibiebs >

Afbeelding

Bibliotheek Rotterdam: online leren rappen

Bij de Bibliotheek Rotterdam stond in maart een rapworkshop van Crooks Divisie gepland. Jongeren met rapaspiraties konden nog steeds meedoen met de oefeningen en hun vragen stellen, maar nu via het Instagramaccount van de bibliotheek.

Bekijk het Instagramaccount van de Bibliotheek Rotterdam >

Afbeelding

Rozet: Kunsttelefoon

Toen het gebruikelijke Kunstcafé van Rozet geen doorgang kon vinden, besloten enkele vrijwilligers van Kunst 55+ te bellen met ouderen die het fijn vinden over kunst te praten. De vrijwilligers stonden open voor het geven van kijk- en luistertips. Ook gaven zij verzoeken door om cd’s aan huis te ontvangen en boden zij instructies voor het kijken van YouTube-filmpjes van kunstenaars aan het werk. Indien gewenst, belden ze nog eens terug. Rozet was niet de enige die een dergelijke dienst opzette: 18% van de bibliotheken bood video's of telefoongesprekken over kunst en cultuur aan.

Lees meer over de kunsttelefoon van Rozet >

Lees het hele interview

‘Juist nu zijn we nodig om mensen uit de crisis te helpen’

Na heropening | Interview met Sandra Uijlenbroek, directeur SCHUNCK Bibliotheek Heerlen

Tijdens de coronacrisis is het behoud van het contact tussen collega’s een van Sandra Uijlenbroeks voornaamste speerpunten geweest. ‘Juist in deze tijd leek het me belangrijk dat iedereen zou weten wat anderen bezighoudt – in het werk, maar eventueel ook privé. Ook als de storm weer wat is gaan liggen, kan ik me voorstellen dat we deze manier van communiceren aanhouden.’ Anne van den Dool (KB) vroeg haar enkele weken na heropening naar de stand van de bibliotheek.

Contact houden

Sandra Uijlenbroek, directeur van SCHUNCK Bibliotheek in Heerlen, kan zich de laatste dag nog herinneren waarop ze op kantoor was. ‘Het is de plek waar we elke dag intensief contact met elkaar hebben,’ vertelt ze. ‘Toen dacht ik al: we moeten een manier vinden om met elkaar in verbinding te blijven.’

Het behoud van het contact tussen collega’s is een van haar eerste speerpunten geweest. ‘Juist in deze tijd leek het me belangrijk dat iedereen zou weten wat anderen bezighoudt – in het werk, maar eventueel ook privé. Ik ben daarom vrij snel begonnen met een wekelijkse nieuwsbrief, waarin ik het team op de hoogte bracht van de zaken waarover wij met het management spraken. Ik legde uit welke afwegingen we maakten bij het nemen van onze beslissingen. In zo’n hectische tijd is dat natuurlijk extra belangrijk, maar ook als de storm weer wat is gaan liggen, kan ik me voorstellen dat we deze manier van communiceren aanhouden. Het is tenslotte altijd goed om je medewerkers te informeren over het reilen en zeilen van de organisatie, niet alleen in crisistijd. Ook hierna blijft het een fijne manier om onze bijna dertig medewerkers op vijf vestigingen met elkaar in verbinding te houden.’

Voor ieder deel van de organisatie bracht de lockdown andere uitdagingen met zich mee

Schot in de roos

Net als iedere bibliotheek heeft ook Uijlenbroek zich aan het begin van de coronacrisis de vraag gesteld: wat kunnen en wat moeten we op dit moment als bibliotheek doen? ‘De afhaalbieb bleek een schot in de roos,’ vertelt ze. ‘Bezoekers waren dolgelukkig met hun boekentasje. Het was alsof de bibliotheek even het middelpunt van hun bestaan was.’

Ook nu de bibliotheek haar dienstverlening steeds verder uitbreidt, kan het geluk bij sommige bezoekers niet op. ‘Ik hoor scholieren en studenten zeggen: wat ontzettend fijn dat ik weer hier kan zitten, dat ik weer mijn huis uit kan om te studeren. Zulke diensten kun je niet vervangen door een online vorm. De digitalisering van een groot deel van onze dienstverlening heeft ons veel gebracht, maar we hebben ook geleerd dat sommige zaken nu eenmaal niet te vervangen zijn.’

SCHUNCK heeft een bijzondere eigen vorm van de Bibliotheek op school-constructie ontwikkeld. ‘Een van onze vijf vestigingen is helemaal gewijd aan het bedienen van scholen,’ legt Uijlenbroek uit. ‘Voor de klassen tot en met groep vier maken we boekenkisten. De leerlingen van groep vijf tot en met acht kunnen online hun boeken bestellen, die we eens in de paar weken bij de scholen langsbrengen. We dachten dat deze kant van onze dienstverlening stil zou staan, maar niets bleek minder waar: de kinderen bleven ook in coronatijd boeken bestellen, zodat ze eenmaal terug op school snel weer verder konden lezen. Gelukkig konden we meteen toen de scholen weer open gingen nog een laatste keer voor de vakantie langs alle scholen om de kinderen te boeken te leveren waarnaar ze zo hadden uitgekeken.’

Persoonlijke ontvangst

De organisatie kent meer bijzondere poten. Zo is SCHUNCK niet alleen een openbare bibliotheek, ook een museum voor beeldende kunst en architectuur en een muziek- en dansschool. ‘Voor ieder deel van de organisatie bracht de lockdown andere uitdagingen met zich mee,’ aldus Uijlenbroek. ‘In het museum zaten we net aan het einde van een tentoonstelling. We stonden op het punt die af te breken en te beginnen met de inrichting van de nieuwe expositie. Dat proces werd tijdelijk stilgelegd. Daar hadden we ons te houden aan het museumprotocol, terwijl we ons in andere poten van onze organisatie te houden hadden aan de protocollen van de bibliotheek, de horeca en de muziek- en dansscholen.’

Vaak zat het verschil tussen die protocollen in kleine dingen. ‘Voor een bezoek aan onze horecagelegenheid moest je reserveren, maar wanneer je onze bibliotheek wilde bezoeken, was dat uiteraard niet nodig,’ vertelt Uijlenbroek. ‘Dat leverde soms vreemde situaties op: moesten we mensen die een kopje koffie wilden nuttigen dan verplichten om een boek te lenen? Ook de onderlinge verschillen in de protocollen wat betreft de toiletten leidde tot verwarring: van de ene branche moesten die dicht blijven, terwijl ze van andere weer open mochten. Steeds hebben we gezocht naar een invulling die voor elk van onze functies werkte.’

In de eerste weken na heropening werd iedere bezoeker persoonlijk ontvangen. Uijlenbroek: ‘Daarvoor was veel extra personeel nodig. Toch denk ik dat het een goede zet is geweest. Mensen hadden behoefte aan een persoonlijk woordje. Ook voor onze medewerkers was het fijn: ze werden zo uitgenodigd een actieve houding richting de bezoeker aan te nemen.’

Weinig invloed

Sinds eind juni zijn de verwelkomers bij de deur niet meer nodig; op grote banners kunnen bezoekers lezen wat er op dit moment allemaal wel en niet kan in de bibliotheek. ‘We merken nu al dat het gesprek bij de deur veel onduidelijkheden wegnam die nu soms alsnog ontstaan,’ vertelt Uijlenbroek. ‘Op de eerste dag kwam een meneer binnen met de mededeling dat hij de krant wilde lezen. Het is prettig als je dan meteen kunt uitleggen dat kranten en tijdschriften niet kunnen worden ontsmet, en dat we die dienst daarom nog niet verlenen.’

Die reacties komen op het bord van de medewerkers, die steeds weer een oplossing moeten vinden voor elke klant. ‘Sommige mensen weigeren bijvoorbeeld hun handen te ontsmetten, bijvoorbeeld omdat ze dat buiten al hebben gedaan of omdat ze allergisch zijn voor het middel dat we gebruiken. Dan trekken we ze maar handschoenen aan. We merken dat een steeds grotere groep Nederlanders de maatregelen maar onzin vindt. We blijven naar manieren zoeken om ook die bezoekers goed te begeleiden.’

De versoepelde maatregelen die op 1 juli zijn ingegaan, hebben op SCHUNCK nauwelijks invloed, aldus Uijlenbroek. ‘Met name in onze wijkvestigingen pasten al geen dertig bezoekers, laat staan honderd. Er mag dan wel steeds meer ruimte komen voor grotere evenementen, maar voor ons ligt daar momenteel geen grote wens. Bovendien komt de zomer eraan – een periode waarin het, ondanks ons vakantieprogramma, toch een stuk rustiger is. Wel organiseren we bijvoorbeeld een speurtocht door het museum en de stad. Dankzij de verschillende branches die in onze organisatie verenigd zijn, kunnen we zo’n programma vrij gemakkelijk op poten zetten.’

Fysiek afsluiten

Uijlenbroek is blij dat veel vormen van dienstverlening die de afgelopen maanden een online vorm hebben gekregen toch nog fysiek kunnen afsluiten. ‘Denk bijvoorbeeld aan de VoorleesExpress. Ik ben enorm trots dat zoveel vrijwilligers het traject waarbij ze voorlezen aan taalarme gezinnen digitaal hebben voortgezet. Een belangrijk onderdeel van dat traject is een bezoek aan de bibliotheek, waar de vrijwilliger uitlegt waar wat staat en hoe het allemaal in zijn werk gaat. Die bezoeken plannen we nu allemaal individueel in, vlak voor de zomervakantie, zodat de kinderen ook tijdens de vakantie kunnen doorgaan met lezen.’

Hoewel Uijlenbroek blij is dat de vestigingen van SCHUNCK weer open zijn, blijft ze ook op haar hoede. ‘We hebben veel redenen voor goede hoop, maar soms komt de andere kant van de medaille weer boven te liggen. Het virus is tenslotte nog niet weg, en als we met zijn allen niet voorzichtig genoeg zijn, kan het zo weer de kop opsteken. In andere landen zien we nu hoe hele steden weer in quarantaine moeten. We kunnen er nog niet vanuit gaan dat over een tijdje alles weer terug bij het oude is.’

Dat leidt er soms toe dat van een evenement zowel een fysieke als een digitale variant moet worden voorbereid. ‘Dat geldt bijvoorbeeld voor de Week van Lezen & Schrijven, die in september plaatsvindt. Daar bereiden we nu twee scenario’s van voor. Bij het doorlopen van het programma realiseerden we ons telkens weer hoe moeilijk die anderhalve meter afstand het ons bij veel onderdelen maakt. Vanzelfsprekendheden als het vertonen van een documentaire in een filmzaal vervallen opeens.’

Basisvoorziening

Ook financieel ziet het er de komende tijd allemaal wat anders uit. Uijlenbroek: ‘De gemeente zal weliswaar niet beknibbelen omdat we minder boeken hebben uitgeleend, maar misschien wel omdat ze de eigen gemeentelijke begroting voor de komende jaren simpelweg niet rond krijgt. Omdat de gemeentelijke subsidie voor alle onderdelen van SCHUNCK, inclusief de bibliotheek, al een aantal jaar niet geïndexeerd is, hebben we inmiddels wel geleerd met steeds minder geld dezelfde dienstverlening uit te oefenen. Maar op een gegeven moment is de rek er natuurlijk uit. Net als thuis geldt: als je gezonde financiën hebt, kun je het wel aan als de wasmachine stukgaat. Maar als de magnetron, de droger én de auto tegelijkertijd de geest geven, wordt het een stuk ingewikkelder. De bibliotheek is echt een basisvoorziening. Juist nu zijn we nodig om mensen te helpen: niet alleen bij het lenen van boeken, maar ook bijvoorbeeld bij het vinden van een nieuwe baan. Die belangrijke functies willen we absoluut voor alle inwoners bereikbaar houden.’

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren en experts in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het coronavirus. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Bij het doorlopen van het programma realiseerden we ons telkens weer hoe moeilijk die anderhalve meter afstand het ons bij veel onderdelen maakt

Lees de hele analyse

Groei van de digitale bibliotheek

De maatregelen om de verdere verspreiding van COVID-19 tegen te gaan bemoeilijkten de uitvoer van veel activiteiten buitenshuis: Nederlanders werden tijdens de eerste golf opgeroepen alleen de deur uit te gaan voor boodschappen, een frisse neus of een noodzakelijk bezoek. Ook tijdens de oplevingen van het virus die volgden, werd het publieke leven een halt toegeroepen. Dit zorgde voor een toenemende behoefte aan activiteiten die binnenhuis konden worden uitgevoerd, waaronder lezen. Met name het digitale aanbod van de bibliotheek kon tijdens de coronaperiode aan die vraag beantwoorden: voor een goed boek hoefde de lezer de deur niet uit.

 

Afbeelding

Meer lezen door lockdown

Lezen won tijdens de coronacrisis inderdaad aan populariteit. Bijna de helft van de boekenlezers (44%) had meer vrije tijd door de coronamaatregelen (Nagelhout, 2020a). Uit een steekproef onder Nederlandse consumenten van 18 jaar en ouder, uitgevoerd van 8 tot 16 april 2020, bleek dan ook dat 54% van de ondervraagden tijdens de lockdown één of meerdere leesactiviteiten ondernam. Daarmee evenaarde lezen streamingsdiensten als Netflix. Zeven op de tien incidentele lezers gingen meer lezen. Zo’n 17% kende de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) opgestarte leesbevorderingscampagne #ikleesthuis. Dit werd gezien als hoog, gezien de looptijd en het budget. Circa één op de vijf lezers die aangaf de campagne te hebben gezien, gaf aan ook positief te zijn beïnvloed in zijn of haar leesgedrag (CPNB, 2020a). Ook werd het leesgedrag van Nederlanders in de eerste twee weken van april onderzocht. Van de bijna drieduizend ondervraagden van 14 jaar en ouder lieten vier op de tien weten in deze periode meer tijd te hebben besteed aan het lezen van boeken. De coronacrisis had volgens deze peiling de meeste invloed op het leesgedrag van jongeren tot 35 jaar: van hen besteedde 47% meer tijd aan het lezen van boeken (Nagelhout, 2020b). Deze groep nam ook meer dan andere leeftijdscategorieën de tijd voor het lezen van e-books en het luisteren van luisterboeken in plaats van een papieren boek (Nagelhout, 2020a).

Campagne #ikleesthuis

Tijdens de coronacrisis zette de organisator van de Boekenweek, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), een campagne op om mensen op te roepen tot lezen. Deze speciale leesbevorderende campagne rond het thuislezen was erop gericht zoveel mogelijk lezers aan een mooie boekenervaring te helpen, juist nu het sociale leven stil was komen te liggen en zoveel mensen noodgedwongen aan huis gekluisterd waren. Het idee: met een boek op de bank gaat er een wereld voor je open. De campagne sloot daarmee aan op de hashtag #ikleesthuis, door schrijfster en Kinderboekenambassadeur Manon Sikkel in het leven geroepen, die op sociale media veel werd gebruikt om leestips te delen. De campagne riep op mensen op naar hun (online) boekhandel te gaan of gebruik te maken van de diensten van de online Bibliotheek. De boodschap werd verspreid via abriposters, op sociale media, middels advertenties in dagbladen en in landelijke radiospotjes (CPNB, 2020b).

 

Groeiend digitaal aanbod

Bibliotheken zetten tijdens de coronaperiode verschillende nieuwe diensten op om hun aanbod ondanks de sluiting nog steeds voor het voetlicht te kunnen brengen. Een belangrijk deel van dat nieuwe aanbod betrof een uitbreiding en extra promotie van de digitale dienstverlening, onder meer met een bredere keus op het gebied van e-books en luisterboeken en de lokale organisatie van online Taalhuizen. Landelijk werd de online pagina Digi-Taalhuis opgezet, met onder meer links naar video’s om Nederlands te leren, tips om thuis fit te blijven en een verwijzing naar de diensten van SeniorWeb. Het was voor lokale bibliotheken ook mogelijk deze blueprintpagina toe te voegen aan hun eigen website.

 

 

 

Meer digitale bezoeken en leden

Ook het aantal bezoeken aan en lidmaatschappen van de landelijke online diensten van de bibliotheek groeide sterk. De promotie van de uitgebreide LuisterBieb en de speciaal opgezette ThuisBieb wierp haar vruchten af. In de periode tussen 6 en 20 april werd de ThuisBieb-app bijna honderdduizend keer geïnstalleerd. Het aantal bezoeken aan de online Bibliotheek steeg in enkele dagen van de gebruikelijke 10 duizend bezoekers per dag naar ruim 42 duizend bezoeken op 16 maart. In circa één maand tijd – tussen 15 maart en 16 april – verwelkomden bibliotheken circa 56 duizend nieuwe e-booklidmaatschappen. Waar het aantal nieuw ingeschreven leden van de LuisterBieb normaal gesproken rond de 500 per dag schommelt, steeg dat tot bijna 9000 op 17 maart. Daarna daalde het dagelijkse aantal nieuwe leden langzaam maar zeker weer tot het normale niveau. Rondom de tijdelijke sluiting van twee weken in november waren nauwelijks oplevingen te zien (KB, 2020a).

 

Groeiend aantal uitleningen

Tijdens de eerste twee weken van de ThuisBieb downloadden vrijwel alle honderdduizend gebruikers minimaal één e-book. In totaal werden in deze periode bijna 320 duizend e-books gedownload. Het aantal e-bookuitleningen via de online Bibliotheek steeg van zo’n 10 duizend per dag naar meer dan 28 duizend op 13 april. Ook steeg het dagelijkse aantal luisterboekuitleningen van de gewoonlijke 5 duizend naar zo’n 17 duizend op 18 maart (KB, 2020a).

Wat is de LuisterBieb?

De LuisterBieb-app biedt leden en niet-leden van de bibliotheek toegang tot honderden luisterboeken. Alle genres zijn er vertegenwoordigd, evenals zowel fictie als non-fictie. Ook zijn er boeken voor zowel kinderen en jongeren als volwassen te vinden. Voor leden zijn alle boeken in het assortiment gratis te beluisteren; voor leden geldt dat voor een gedeelte van het aanbod. Ten tijde van de coronacrisis werd het aanbod gratis te beluisteren e-books voor zowel jeugd als volwassenen uitgebreid.

Wat is de ThuisBieb?

Met de lancering van de ThuisBieb-app op 6 april stelde de KB honderd e-books gratis beschikbaar voor zowel leden als niet-leden van de bibliotheek. De brede selectie bevatte voor elke lezer wat wils: van spanning tot chicklit en van literatuur tot informatief. Zowel bekende als minder bekende boeken maakten onderdeel uit van het aanbod, evenals boeken voor volwassenen en jeugd. De ThuisBieb sloot aan bij de CPNB-campagne #ikleesthuis, die naar aanleiding van de coronacrisis werd gelanceerd.

Klassieker De pest populairste corona-e-book

E-booklezers bleken zich ook tijdens het lezen bezig te houden met het pandemiethema: De pest van Albert Camus, dat voor het eerst in 1947 verscheen, was in maart 2020 het meest geleende e-book. Dit is opvallend, aangezien normaal gesproken vrijwel enkel recente boeken in de top 10 staan. De top 10 van luisterboeken met het grootste bereik kwam meer overeen met de gebruikelijke situatie: kinder- en jeugdboeken voerden daar de boventoon (KB, 2020a).

Top 10 meest uitgeleende e-books in maart 2020

   
Titel
Auteur
1 De pest Albert Camus
2 Zuidenwind Suzanne Vermeer
3 Het duistere meer Sarah Bailey
4 De meeste mensen deugen Rutger Bregman
5 Prijs van de waarheid Tess Gerritsen
6 Dit is mijn moeder Tommy Wieringa
7 Zand op je huid Jennifer Crusie
8 Gouden kooi Camilla Läckberg
9 Toen ik dood was Loes den Hollander
10 Kinderen van de rivier Lisa Wingate

Bron: KB, 2020a.

Meer gebruik e-content

Ook de aanprijzing en het uitgebreide aanbod van andere bronnen voor e-content zorgde voor een toename in gebruik. De NBD Biblion Uittrekselbank werd in maart zo’n 10 duizend keer bezocht, twee keer zoveel als in februari van dat jaar. JuniorEinstein, dat oefeningen biedt voor bassischoolvakken, was in februari 2020 nog goed voor zo’n 2500 bezoeken, maar ontving in maart bijna 12 duizend gebruikers. Ook het aantal bezoeken aan De Voorleeshoek steeg spectaculair: van bijna 1000 naar ruim 6 duizend. Aanbieder van digitale prentenboeken Bereslim ontving in maart 2020 bijna 3 duizend bezoekers, tegenover iets meer dan 300 een maand eerder (KB, 2020a). Dit valt wellicht deels te verklaren door de gratis content de laatste twee platforms in het kader van de coronacrisis tijdelijk aanboden (Van den Dool, 2020).

32.000
meer online Bibliotheek-bezoeken
12.000
meer e-booksuitleningen
56.000
nieuwe e-bookleden
12.000
meer luisterboekuitleningen

Verhoogde inzet klantenservice

De maatregelen rondom het coronavirus zorgden voor extra veel vragen onder leden en bezoekers, met name over de landelijke digitale dienstverlening van de online Bibliotheek. Waar normaal gesproken bij de landelijke klantenservice van de online Bibliotheek zo’n 200 nieuwe vragen per dag binnenkomen, steeg dat aantal tot bijna 2800 op 1 april (KB, 2020). Om die zo goed mogelijk te kunnen opvangen, werd ter ondersteuning van de klantenservice van de online Bibliotheek het aantal medewerkers opgeschaald en de bereikbaarheid verruimd. Ter ondersteuning van lokale klantenservices stelde de KB bovendien een FAQ op met de vragen en antwoorden die bij de landelijke klantenservice vaak ter sprake kwamen. Ook werd een lijst met alle lokale klantenservices en bereikbaarheidstijden gepubliceerd. Op het online platform MetdeKB konden medewerkers door het hele land vragen van klanten kwijt die zij zelf niet konden beantwoorden. Via de verschillende landelijke bibliotheekwebsites werden op de alternatieven in klantondersteuning gewezen (MetdeKB, 2020).

Bibliotheek voor Nederlanders tijdens crisis belangrijk als leesvoorziening

Zowel in april als in september 2020 werd een peiling gehouden onder ruim duizend Nederlanders, zowel leden als niet-leden van de bibliotheek. Van hen vond in april 63% bibliotheken juist in deze crisis belangrijk als leesvoorziening; in september was dit aantal gestegen tot 74%. Slechts 4% was het hiermee op beide meetmomenten oneens. Van de ondervraagden vond in april 39% dat bibliotheken er tijdens de crisis in waren geslaagd relevant te blijven; in september was dit percentage gestegen tot 46%. Wel vond in april 26% van de ondervraagden de bibliotheek zonder gebouw niet van belang – een problematisch geluid in een tijd waarin bibliotheken hun deuren gesloten moesten houden (Motivaction, 2020).

Bibliotheekbezoekers negatief over beperkte dienstverlening op sociale media

Bibliotheekliefhebbers lieten uitgebreid van zich horen toen bibliotheken hun deuren moesten sluiten. Op sociale media uitten zij zich kritisch over de sluiting en gaven zij regelmatig aan weinig begrip te hebben voor deze keuze van de overheid. Over de heropening van de bibliotheken was men wisselend positief en negatief. Men was blij met de heropening van de bibliotheek, maar was minder te spreken over de gespannen sfeer in de vestigingen en de maatregelen die bibliotheken moesten treffen om het coronavirus binnen de perken te houden. Het gratis beschikbare digitale materiaal van de bibliotheek kon zowel tijdens opening als sluiting op waardering rekenen (Probiblio, 2020).

Sluiting bibliotheek beïnvloedt helft van de lezers

De tijdelijke sluiting van de bibliotheek zorgde voor verschuivingen in het leesgedrag. Als antwoord op de vraag welke invloed de afwezigheid van de bibliotheek op het leesgedrag had, gaf 15% aan meer e-books te zijn gaan lezen. Daarnaast zei 13% meer boeken te hebben gekocht en gaf 10% aan meer boeken van andere mensen te zijn gaan lezen. De Online Bibliotheek wist 8% van de respondenten aan zich te verbinden. Daartegenover stond een kleine groep die aangaf minder goed aan boeken te kunnen komen (8%), minder te zijn gaan lezen (7%) of minder plezier te hebben ervaren in het lezen (3%). Voor 48% van de respondenten had de sluiting van de bibliotheek geen invloed op het leesgedrag (Nagelhout, 2020a).

 

 

Coronacrisis raakt ook boekverkoop

Hoewel boekhandels hun deuren niet hoefden de sluiten, leden ook zij onder de coronacrisis. In een marktanalyse gebaseerd op data uit het GfK boekenmarkt retailpanel werd informatie verzameld over de invloed van de coronacrisis op de boekverkoop. De totale boekenmarkt, via zowel online als offline verkoopkanalen, was tijdens de Boekenweek, die liep van 7 tot en met 14 maart 2020, in afzet 16% kleiner dan in 2019. Via offline verkoopkanalen werd tijdens de gehele Boekenweek 12% minder afgezet dan in dezelfde periode in 2019. Daarna was in de weekcijfers voor de offline verkoopkanalen in vergelijking met dezelfde periodes 2017, 2018 en 2019 een historisch dieptepunt te zien. Op het laagste punt – twee weken na de Boekenweek – was de afzet circa 40% kleiner dan tijdens een vergelijkbare periode in 2019, en de omzet circa een derde. De boekverkoop via online kanalen steeg juist in afzet en omzet, tot vier weken na de Boekenweek (CPNB, 2020a). Het lijkt er dus op dat de gestegen tijd die mensen tijdens de coronacrisis aan lezen besteedden vooral wordt doorgebracht in digitale en online gekochte boeken. Dit leidde tot de landelijke oproep lokale boekhandels meer te steunen (o.a. Keunen et al., 2020).

Bron: CPNB, 2020a.

Bronnen

Lees het hele interview

‘De bibliotheek is niet langer ongedwongen’

Voor hersluiting | Interview met Manja Mekking en Paul Adels, directeuren de bblthk en Theek5

Enkele weken voor de tijdelijke sluiting werden directeuren Manja Mekking en Paul Adels vooral overvallen door vermoeidheid vanwege de continu veranderende maatregelen. ‘Tijdens de eerste golf werden we overvallen door uitbarstingen van creativiteit. Na een paar maanden van de oude sfeer te mogen proeven, sloeg bij de laatste persconferentie de sfeer om.’ Anne van den Dool (KB) vroeg hen kort voor de tijdelijke hersluiting naar de sfeer in de bibliotheek.

Rek eruit

Waar in de bibliotheek van Mekking medewerkers nog met enige regelmaat achter een pc kruipen, is in het geval van Adels de kantoortuin sinds half maart hermetisch afgesloten.

Wel komen beide directeuren nog vaak langs: om de sfeer te proeven, om te kijken hoe het gaat. Hoe de vlag er nu bij hangt? ‘Tijdens de eerste golf werden we overvallen door uitbarstingen van creativiteit,’ blikt Mekking terug. ‘We pakten alle mogelijkheden, van bezorgdiensten tot een uitgebreid digitaal aanbod, met veel energie op. Na een paar maanden van de oude sfeer te mogen proeven, kwam de tweede golf in zicht. Aanvankelijk waren we opgelucht toen we van de veiligheidsregio een ontheffing hadden gekregen, en geen dertig maar zestig personen mochten toelaten bij een lezing. Maar bij de laatste persconferentie sloeg de sfeer om. De rek is er een beetje uit.’

Dat geldt ook voor de medewerkers van Theek5, beaamt Adels. ‘Het actief moeten uitdragen van de regels richting de bezoeker vergt veel energie. Aan de deur ontstaan meer discussies. Zowel fysiek als mentaal is het een extra inspannende tijd. De vrijwilligers die we nu zo hard nodig hebben, behoren vanwege hun leeftijd vaak tot een kwetsbare doelgroep, en zijn dus terughoudend in hun werk. En dat terwijl we ze nu meer dan ooit nodig hebben, om bezoekers te ontvangen en extra te sturen.’

 

We waren net een krappe maand weer op volle sterkte. Nu moeten we weer flink wat stappen terug zetten

Front- en backoffice

Het is, kortom, een hectische periode voor de bibliotheek. ‘Na de heropening hebben we het eerst een tijdje rustig aan gedaan,’ vertelt Adels. ‘We hanteerden smallere openingstijden om onszelf de kans geven goed op te starten. We waren net een krappe maand weer op volle sterkte. Nu moeten we weer flink wat stappen terug zetten.’

Dat doen ze ook in Wageningen. ‘We hebben besloten een maand lang alle podiumactiviteiten te annuleren,’ aldus Mekking. ‘Voor nu is het belangrijk dat de rust in de organisatie kan wederkeren. We richten ons nu hoofdzakelijk op de dienstverlening aan kwetsbare groepen. We willen die fysiek zo goed mogelijk laten doorgaan.’

Inmiddels daalt het besef in: deze situatie houdt waarschijnlijk nog een tijd aan. Hoe kunnen we ook tijdens deze crisis onze functie betekenisvol blijven invullen? Die vraag houdt zowel Adels als Mekking bezig. ‘Ik probeer er positief in te staan, steeds de week weer met frisse moed te beginnen,’ vertelt Mekking. ‘Maar ik zie dat het voor onze medewerkers niet altijd makkelijk is.’

Een van de lastigste zaken vindt Adels het grote verschil tussen front- en backoffice. ‘We laten onze medewerkers in de publieke dienstverlening elke dag weer in contact komen met veel klanten, terwijl we tegen de collega’s in de backoffice zeggen: blijf zoveel mogelijk thuis. En dat terwijl zij soms zichtbaar worstelen met het gebrek aan contact.’

Enquête

Iedereen staat er anders in, ondervond Adels ook toen hij na een halfjaar coronacrisis het gesprek aanging met alle medewerkers van zijn organisatie – van de collega’s op de vloer tot de leden van de Raad van Toezicht. ‘De antwoorden die zij gaven, stonden soms volstrekt haaks op elkaar,’ herinnert Adels zich. ‘Waar de een vond dat we doeltreffend hadden gecommuniceerd, had de ander het gevoel te worden overladen met coronanieuws. De een voelde zich volstrekt veilig op de werkvloer, terwijl de ander huiverig bleef. Je kunt in deze tijd niet aan ieders behoefte voldoen. Dat maakt het lastig de juiste koers te bepalen.’

De directeuren hebben er een nieuwe taak bijgekregen. ‘Momenteel ben ik de helft van de week bezig om collega’s verbinding met elkaar te laten houden en plezier in hun werk te laten beleven,’ aldus Adels. ‘Maak je niet druk om de dingen waarop je geen invloed hebt, zeg ik tegen iedereen. Maar toch: steeds meer medewerkers maken zich zorgen over de toekomst en over het behoud van hun baan. Ik zeg dan: de grootste kans dat we kunnen blijven doen wat we doen is door zo hard mogelijk te werken en te blijven doen waar we goed in zijn.’

Onlinemoe

En toch: iedereen wordt onlinemoe, merkt Mekking. ‘Tijdens de eerste golf dachten we: kunnen we alles wat we doen livestreamen? Nu vraag ik me af of mensen daar nog wel zo op zitten te wachten. Ook in de bibliotheek is de sfeer minder ontspannen. Het is op dit moment geen plek waar je ongedwongen kunt verblijven.’

Alle doorgaande lijnen stagneren, ziet Adels. ‘Hoeveel we ook proberen te laten doorgaan, dat lukt simpelweg niet altijd. Veel Taalmaatjesprojecten staan on hold, onze praatpunten voor NT2’ers zijn tijdelijk gesloten, leesconsulenten zijn al maanden bijna niet meer op scholen geweest. Je ziet alles wat je hebt opgebouwd als zand door je vingers glijden.’

Tegelijkertijd probeert Adels er elke dag het beste van te maken. ‘Ik wil begrip hebben voor de neerslachtigheid die soms kan heersen, maar ik wil ook op zoek naar nieuwe energie. We kunnen ervoor kiezen elke dag weer zin en betekenis aan ons werk te geven. Nu de verzorgingshuizen weer afschalen in hun bezoek, hebben wij bijvoorbeeld onze verteltassen nieuw leven ingeblazen. Daarop krijgen we veel warme reacties.’

Ook geeft het in deze tijd energie om keuzes te maken, merkt Mekking. ‘Veel kan niet. Daardoor hebben we meer tijd om wat we doen, goed te doen. We kiezen voor de zwakste doelgroepen, omdat we daar de grootste winst kunnen boeken. Ook geeft het ruimte om na te denken over de toekomst. We kunnen weer aan de slag met onze meerjarenstrategie.’

Waar de bblthk alle activiteiten afgelastte, proberen ze bij Theek5 kleinere activiteiten nog te laten doorgaan. ‘Het is dubbel,’ vindt Adels. ‘Aan de ene kant breng je mensen met elkaar in contact, aan de andere kant denk ik: het is niet voor niets, niet toegestaan om bij elkaar te komen. Ik heb tijdens de vorige lockdown gezien hoe treurig mensen ervan werden dat ze bij ons niet meer hun krantje konden lezen of een boek konden lenen.’

Ja, ook Mekking is blij dat de bibliotheek nog steeds open is. ‘We hebben zo’n veilige situatie gecreëerd. Ik merk wel: na de heropening van deze zomer zocht ik meer de grenzen op van wat binnen de maatregelen mogelijk was. Nu ben ik voorzichtiger.’ 

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het coronavirus. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Na de heropening van deze zomer zocht ik meer de grenzen op van wat binnen de maatregelen mogelijk was. Nu ben ik voorzichtiger

Lees de hele analyse

Corona’s financiële impact op de bibliotheeksector

In maart 2020 kreeg het coronavirus (COVID-19) ook Nederland in zijn ban. Waar andere Europese landen een volledige lockdown instelden, koos onze regering voor een ‘intelligente’ variant. We leefden in een zogenoemde anderhalvemetersamenleving, waarin sommige sectoren, zoals winkels, konden blijven doordraaien. Ook mochten we nog steeds naar buiten, mits in kleine groepen en met afstand tot elkaar. Al snel werden door onder meer de horeca immense bedragen genoemd aan inkomstenderving – bedragen die met de verlenging van de lockdown alleen maar verder opliepen. Ook de bibliotheeksector liep veel inkomsten mis. Eric van der Wal (business controller bij Rijnbrink) zette de meestgestelde vragen over deze inkomstenderving op een rij.

Afbeelding

Wat betekent deze lockdown voor de bibliotheeksector?

Om het financiële effect voor deze sector te kunnen bepalen, riep de VOB haar leden op om een inventarisatie in te vullen, onder meer voor het verkrijgen van de noodzakelijke steun. Daarnaast ontwikkelde Rijnbrink een impactanalysetool om per bibliotheek te kunnen bepalen op welke vlakken de inkomstenderving het grootst was, en waarmee een aanvullende risico-inventarisatie kon worden gedaan. Want hoewel voor de bibliotheeksector niet dezelfde gigantische bedragen golden als voor sommige andere sectoren, was ook hier sprake van inkomstenderving. En, zo is verder in dit artikel te lezen, ook van lastenverzwaring.

 

Over welke financiële consequenties hebben we het dan?

Subsidies

Voor de meeste bibliotheken vormen subsidies de belangrijkste inkomstenbron. Een studie (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019) heeft aangetoond dat deze in 2018 goed waren voor 79% van het totale inkomen. Het overgrote deel was afkomstig van gemeenten. De reguliere subsidies worden vooralsnog in 2020 niet gekort, waardoor het coronavirus op dat onderdeel in 2020 geen financieel effect heeft. Wel kan dat effect zich alsnog doen gelden in 2021, als blijkt dat vanuit het Rijk minder geld beschikbaar gesteld wordt in verband met minder financiële middelen vanwege het coronavirus. Mogelijk vallen de subsidiegelden in 2021 dus lager uit en is er sprake van een vertraagd effect. Het is echter te vroeg om hier al uitspraken over te kunnen doen.

Naast reguliere subsidies krijgen bibliotheken ook projectsubsidies toegekend, voor projecten met een korte of een langere doorlooptijd. Voor deze laatste categorie is het van belang dat in goed overleg wordt getreden met de subsidiërende instantie. Kan de termijn verlengd worden? Bestaat de optie de verantwoording later of op een andere manier af te leggen? Over het algemeen is de verwachting dat ook hier weinig tot geen inkomstenderving zal optreden.

Op de projecten met een korte doorlooptijd kan het coronavirus wel degelijk impact hebben. Projecten konden immers niet plaatsvinden, waardoor subsidiegelden terugbetaald moesten te worden óf de projecten op een andere wijze moesten worden ingevuld. Dit brengt vaak meerkosten met zich mee.

 

Contributie en telaatgelden

Andere belangrijke inkomstenbronnen van bibliotheken zijn de contributie en de telaatgelden. Over de contributie gaf de VOB als advies mee om in eerste instantie geen abonnementsgelden terug te boeken of om abonnementen te bevriezen, omdat dit naar rato een grote administratieve last met zich zou meebrengen. Mochten leden hierop onverhoopt toch aanspraak willen maken, dan is een redelijk alternatief om een tegoedbon in de vorm van een gratis consumptie of activiteit aan te bieden. Dit is een alternatieve vorm van inkomstenderving, omdat dit geen impact heeft op de omzet, maar wel degelijk kosten met zich meebrengt. Voor de telaatgelden is dit anders. Leden waren niet in staat hun uitleningen terug te brengen en daarom besloten veel bibliotheken om de termijnen te verlengen. Dit hield automatisch in dat in de periode van sluiting geen telaatgelden werden geïnd. De impact hiervan ten opzichte van de totale inkomsten is echter gering.

Dienstverlening op scholen en culturele activiteiten

Andere bronnen van inkomsten zijn de dienstverlening op scholen en culturele activiteiten. Beide typen aanbod konden gedurende de lockdown niet of niet op de reguliere wijze plaatsvinden. Derhalve liepen – afhankelijk van de invulling en afspraken hierover – de opbrengsten hiervan sterk terug. Voor de culturele activiteiten zou kunnen gelden dat gekochte kaartjes of cursusgelden teruggeboekt moesten worden óf dat deze op een later tijdstip alsnog plaatsvonden. Hieraan waren wel vaak extra kosten verbonden. Hoe zat het bijvoorbeeld met de afspraken omtrent annuleringen met de locatie, artiest of docenten en (cursus)materialen die reeds waren aangeschaft?

 

Lastenverzwaring

Naast inkomsterderving was er ook sprake van lastenverzwaring. Bij de reeds bovengenoemde additionele kosten was met name sprake van extra kosten voor de hygiëne en het mogelijk maken van de vereiste anderhalve meter afstand, waarvan sprake was toen de bibliotheek weer openging. Ook kosten voor advisering met betrekking tot het coronavirus, de sluiting en alternatieve dienstverlening dienen als extra last aangemerkt te worden. Zelfs een versnelde digitalisering maakt hiervan onderdeel uit. Verder waren er bibliotheken die een afhaal- of brengservice hebben opgezet. Ook hierbij kwamen nieuwe lasten kijken, zelfs als vindingrijke afspraken waren gemaakt met bijvoorbeeld een pizzakoeriersbedrijf.
Voor de langere termijn kan worden gedacht aan bijvoorbeeld stijgende pensioenpremies door dalende dekkingsgraden van pensioenfondsen.

Personeel

Last but not least was op grote schaal sprake van medewerkers en vrijwilligers die in deze tijd getroffen werden, doordat zij minder tot geen uren konden maken. Voor degenen met een flexibel contract betekende dit vaak ook minder inkomsten. Verder bestonden vragen rondom het opnemen van verlof en de opbouw van het ‘verlofstuwmeer’. Mocht iedereen pas later in het jaar verlof willen opnemen, dan kon dit organisatorische problemen opleveren en wellicht extra lasten met zich meebrengen, bijvoorbeeld in verband met het vervangen van personeel.

 

Liquiditeitsproblemen

Bovengenoemde posten hebben allemaal betrekking op inkomstenderving en lastenverzwaring en kunnen derhalve leiden tot liquiditeitsproblemen, waarbij het de vraag is of bij iedere bibliotheek voldoende vet op de botten zit om de financiële klappen op te vangen. Ook hiervoor kunnen, of soms moeten, bibliotheken met hun crediteuren om tafel om goede afspraken te maken over betalingsverplichtingen.

 

Wat doet de overheid?

NOW-regeling

De overheid nam diverse maatregelen om de financiële impact te verlichten. Deze regelingen zijn te vinden op de site van de Rijkoverheid. De belangrijkste regeling die de overheid trof, was de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid, afgekort de NOW-regeling. Hiervoor diende echter sprake te zijn van een aantoonbare omzetderving van tenminste 20 procent. Gezien het feit dat het grootste deel van het inkomen van bibliotheken bestaat uit subsidies, kon het merendeel van de bibliotheken niet aan deze voorwaarde voldoen. Zij kwamen derhalve niet voor deze regeling in aanmerking. Alleen voor de bibliotheken die een groot deel van hun omzet genereren vanuit project- of culturele activiteiten was er de mogelijkheid hierop aanspraak te maken.

 

 

TOGS

Verder was er nog de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Hierbij konden ondernemingen aanspraak maken op een eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro ten behoeve van de vaste lasten. Op basis van de SBI-code waarmee ze ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel konden bibliotheken checken of ze hiervoor in aanmerking konden.

 

Vooralsnog is het te vroeg om het gehele financiële effect van het coronavirus te overzien. Wel is duidelijk dat het grootste deel van de misgelopen inkomsten en vormen van lastenverzwaring niet gecompenseerd kan worden vanuit de huidige overheidsregelingen. Van evident belang is het derhalve dat gemeenten niet zullen korten op de subsidies in de bibliotheeksector. Dit geldt voor dit jaar, maar meer nog voor de komende jaren, als op de staatskas, door de impact van alle huidige regelingen, flink ingeteerd zal zijn. Het maatschappelijk belang van de bibliotheken en al haar dienstverlening staat hierbij op het spel.

Lees het hele interview

‘Hoe langer dit duurt, des te meer zoeken we naar langetermijnoplossingen’

Interview met bibliotheekarchitect Jan David Hanrath

Bibliotheekarchitect Jan David Hanrath besloot een kijkje te nemen in Zweden om te zien hoe men daar met de coronamaatregelen in bibliotheken omging. Hij trof een nuchtere aanpak, die hij ook aan bibliotheken in Nederland zou aanraden. In gesprek over de tijdelijke aanpassingen aan zijn ontwerpen en het coronaproof-gehalte van de bibliotheekvestigingen die hij de afgelopen jaren in een nieuw jasje stak.

In quarantaine

Jan David Hanrath zit in quarantaine. Twee weken moet hij thuisblijven, als gevolg van de reis naar Stockholm die hij vorige week ondernam. Hij wist dat dat de consequentie zou zijn, maar toch: hij moest even kijken hoe het er daar in Zweden voor stond.

Want in Scandinavië pakken ze het op quarantainegebied wat anders aan dan in Nederland. ‘Bibliotheken zijn daar nooit dicht geweest,’ vertelt Hanrath. ‘De verantwoordelijkheid is vooral bij de Zweden zelf gelegd. Social distancing is wel de norm, maar er worden geen boetes uitgeschreven. Ook thuiswerken is er minstens even gebruikelijk als hier.’

Hanrath, verantwoordelijk voor de recente transformaties van bibliotheekvestigingen in onder meer Schiedam, Leeuwarden, Gouda en Vught, wilde graag zien hoe bibliotheken in de Zweedse hoofdstad op dit moment hun functies vervullen. ‘De bibliotheek wordt daar ook tijdens deze crisis gezien als een primaire levensbehoefte, waarbij met name de informatiefunctie belangrijk is. Men kan er nog steeds boeken lenen, het internet gebruiken en kranten lezen. Wel wordt klanten gevraagd het bezoek zo kort mogelijk te houden en geldt in veel vestigingen een maximumaantal bezoekers. Maar ook hier geldt dat er niet wordt gehandhaafd: de verantwoordelijkheid ligt in de handen van de burger.’

In Zweden wordt niet gehandhaafd: de verantwoordelijkheid ligt in de handen van de burger.

Stickers en lint

Wel trof Hanrath de bekende afzetlinten, vloerstickers en kunststof schotten tussen bibliothecaris en bezoeker. ‘Het werkte allemaal heel behoorlijk,’ herinnert Hanrath zich. ‘Alleen medewerkers reageerden wisselend: waar de een er gemakkelijk mee omging, veroorzaakte de aangepaste situatie voor de ander zichtbaar stress. Ik had niet het idee dat daar vanuit de organisatie veel mee werd gedaan. In Nederland stellen we op veel plekken mondkapjes, handschoenen en desinfecterende gel beschikbaar. Daar zag ik in Zweden weinig van.’

Ook opvallend: de boeken gingen er niet in quarantaine. ‘Wij houden ons hier natuurlijk strikt aan die 72 uur,’ licht Hanrath toe. ‘Daar was in Stockholm geen sprake van: de boeken werden gewoon teruggezet in de kast. Misschien spelen ze daar met kansberekening: hoe groot is de kans dat een boek besmet is én binnen drie dagen weer uit de kast wordt gepakt?’

Het is die praktische instelling die Hanrath tijdens zijn reis op meer plekken zag. ‘De restaurants en terrassen zijn gewoon open. En geloof mij: er werd geen anderhalve meter afstand gehouden. Waar wij worstelen met theoretische vragen – hoe kunnen we die afstand in de horeca handhaven, hoe we weten dat mensen onderdeel zijn van hetzelfde gezin – staat daar de praktijk voorop.’

En dat gaat heel behoorlijk, vindt Hanrath. ‘Zweden heeft wel iets meer overlijdensgevallen, maar het verschil is niet heel spectaculair. Bovendien zou het kunnen dat de cijfers in Nederland de komende tijd erg gaan schommelen nu we bepaalde maatregelen versoepelen. In Scandinavië blijven de trends naar verwachting stabiel.’

Tijdelijke oplossingen

Hanrath reisde af naar Zweden met de vraag: hoe zwaar op de hand moeten we als land en als bibliotheeksector zijn om het virus de kop in te drukken? ‘Je hebt de juiste regels nodig, die vervolgens begrijpelijk moeten worden opgeschreven, zodat ze voor iedereen begrijpelijk zijn. De vraag is dus: worden in Nederland de goede regels opgesteld? En: worden ze ook goed gecommuniceerd? Nederland zit qua heftigheid van de maatregelen tussen Scandinavië en de rest van Europa in. Ik ben benieuwd wat deze versoepelingen voor ons gaan betekenen.’

Al die schotten, schermen en linten kwam de schoonheid van zijn ontwerpen natuurlijk niet ten goede, geeft Hanrath toe. ‘Het zijn tijdelijke aanpassingen en dus zien ze er tijdelijk uit. Hoe langer de situatie duurt, des te meer groeit te vraag naar iets mooiers en houdbaarders.’

Bij elke coronamaatregel denkt Hanrath natuurlijk na over de toepasbaarheid binnen de bibliotheken die hij de afgelopen jaren zo succesvol transformeerde. Neem bijvoorbeeld de bibliotheek in Schiedam, die hij van een weidse binnentuin voorzag. Hanrath: ‘De structuur van het pand met een omloop rond de tuin zorgde voor smallere paden rondom. Daar zou bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer moeten worden gestimuleerd. Ook de trappen zijn er niet breed. Wellicht moet een vluchttrap worden ingezet om toch een slimme eenrichtingslooproute te kunnen uitstippelen.’

Het is een bredere tendens in bibliotheekland: de boekenkasten iets dichter op elkaar zodat meer plek ontstaat voor verblijfsruimte. ‘Dat hoeft voor dit moment geen groot probleem te zijn,’ stelt Hanrath gerust. ‘Juist in die open ruimtes is ruimte om elkaar te passeren. Ook zorgt het ervoor dat studie- en zitplekken gemakkelijker te organiseren zijn: je hoeft enkel de stoelen anderhalve meter uit elkaar te zetten en mensen voegen zich vanzelf naar de indeling. Hooguit plaats je er een bordje met uitleg bij.’

Coronaproof

Hanrath verwacht niet dat zijn ontwerpen al te veel zullen worden aangepast aan de huidige maatregelen. ‘Deze tijdelijke veranderingen duren te kort om bouwkundige implicaties te veroorzaken. Bewegwijzering zal de grootste uitdagingen kunnen tackelen.’

Bovendien zijn veel bibliotheken van zichzelf heel coronaproof, beweert Hanrath. ‘Ooit hadden we hier in Nederland het zogenoemde paarse boekje van Wim Renes, over de bouw en inrichting van bibliotheken, dat begin jaren tachtig verscheen. Hij had heel nauwkeurig uitgezocht hoeveel afstand tussen de rekken moest zitten, hoe breed de gangpaden moesten zijn en welke grootte de werkplekken moesten hebben. Zijn opzet was vrij royaal, met name waar het ging om de collectie. Nu de andere functies van de bibliotheek ook in de inrichting van het gebouw meer de ruimte krijgen, blijft voor die collectie iets minder ruimte over. Dat los ik op met hogere kasten, waardoor een vestiging nog steeds even veel boeken kwijt kan. En we moeten niet vergeten: bibliotheken zijn over het algemeen vrij grote gebouwen, waar je gemakkelijk opzij kunt stappen.’

Monumentaal

Een iets grotere uitdaging vormen de gebouwen die in een monumentaal pand gehuisvest zijn, aldus Hanrath. ‘Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek in Leeuwarden, die in een voormalige gevangenis zit. Zo’n gebouw heeft van nature een krappere indeling. Tegelijkertijd zien we om ons heen inmiddels dat je mensen in de publieke ruimte niet zoveel meer hoeft uit te leggen: ze begrijpen na een aantal maanden zelf wat wel en niet kan.’

Het is de algemene opinie die Hanrath aan zijn Zweedse bezoek overgehouden heeft. ‘Mijn advies zou zijn: geef het verstand voorrang en ga niet te veel op de regeltjes zitten. Het is goed dat we voorzichtig zijn met de heropenstelling van bibliotheken, maar de informatie- en studiefunctie van deze instellingen is ook heel belangrijk. Denk aan jongeren die thuis niet goed kunnen studeren, en nu geen plek hebben waar ze dat wel kunnen doen. Voor hen zijn we van groot belang.’

Hanrath ziet allerlei mogelijkheden om de nu beperkte functie van de bibliotheek te verbreden. ‘We weten dat corona zich via papier slecht verspreidt. Waarom laten we mensen geen kranten en tijdschriften lezen? Ook kunnen we meer overlaten aan de bezoeker, bijvoorbeeld door bij de toetsenborden en muizen van computers een pompje en papieren schoonmaakdoekjes te plaatsen. Daarnaast moeten we reëel zijn in onze risicoberekeningen: hoe groot is de kans dat je besmet bent en het virus op deze manier overdraagt?’

1 + 1 = 3

Soms biedt gezamenlijke huisvesting ook een oplossing, ziet Hanrath. ‘In Gouda zit de bibliotheek bijvoorbeeld samen met een archief in een pand. Daardoor zijn de eisen die aan werkplekken worden gesteld strenger: die moeten minimaal een meter bij een meter groot zijn, zodat men archiefstukken goed kan uitspreiden op de bureaus. Daardoor zitten ze daar nu ver genoeg uit elkaar. Ook de samenwerking met een theater of concertzaal kan een uitkomst bieden.’

Sommige van Hanraths ontwerpen blijken nu opvallend coronaproof. ‘In Gouda is een trap die tegelijkertijd als tribune fungeert. Je kunt daardoor zo ver uit elkaar zitten als je wilt – de capaciteit neemt er alleen door af. Gelukkig is het businessmodel van de bibliotheek niet gestoeld op inkomsten uit activiteiten. Wel neemt het aantal mensen dat je kunt bedienen af. Dat baart me zorgen.’

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren en experts in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het virus en het vooruitzicht op eventuele heropening. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Lees de hele analyse

Creativiteit en veerkracht van nationale bibliotheken tijdens de coronacrisis

Vrijwel alle nationale bibliotheken in de hele wereld hadden te maken met de gevolgen van de coronacrisis. Ze maakten zich zorgen over de gezondheid van hun medewerkers en klanten, hun financiering of de continuïteit van hun werk. Tegelijk bood de crisis ook ruimte voor creatieve oplossingen: digitale diensten werden (versneld) opgezet en medewerkers kregen online ontwikkelingsprogramma’s aangeboden. Om meer inzicht te krijgen in de manier waarop nationale bibliotheken omgingen met de uitdagingen en kansen van deze tijd, nam CDNL (Conference of Directors of National Libraries) samen met IFLA (International Federation of Library Associations) het initiatief om een enquête uit te zetten onder nationale bibliotheken, waarin zij vroegen naar de gevolgen van de coronacrisis voor hun organisatie. De KB – betrouwbaar en deskundig en in beide organisaties op hoog niveau vertegenwoordigd – werd vervolgens gevraagd om dit uit te voeren. Anna Rademakers en Rosemarie van der Veen-Oei geven een overzicht van de resultaten

Afbeelding

Van IJsland tot Korea

55 nationale bibliotheken uit 53 verschillende landen over de hele wereld reageerden op de oproep om hun ervaringen te delen. De enquête werd tussen 31 maart en 9 april afgenomen. De meeste reacties kwamen uit Europa, maar ook 11 Aziatische en verschillende Afrikaanse, Noord- en Zuid-Amerikaanse en Australische nationale bibliotheken gaven hun input. Een ruime meerderheid had te maken met een volledige of gedeeltelijke lockdown van hun land, terwijl andere landen vergaande maatregelen hanteerden om de verspreiding van COVID-19 te beperken. In 85% van de gevallen gaven de respondenten aan dat de bibliotheek gesloten was voor bezoekers; in 65% van de gevallen werd door de medewerkers bovendien (overwegend) thuisgewerkt. De bibliotheken die wel hun deuren geopend hielden voor klanten of personeel, zorgden voor extra hygiënische maatregelen en/of flexibele werktijden. In een derde van de gevallen werd op koorts gecontroleerd vóór het binnentreden van de bibliotheek.

Online diensten in de lift

Aangezien de fysieke dienstverlening in de meeste bibliotheken niet meer mogelijk was, nam de digitale dienstverlening een hoge vlucht. Dit was ook zichtbaar in de (digitale) bezoekcijfers: de hoeveelheid fysieke bezoekers nam af, maar digitaal was er een duidelijke groei te zien. Ook de KB zag het aantal online bezoekers exponentieel toenemen. De Luisterbieb had in de week van 18 maart bijvoorbeeld te maken met een stijging van 75% in gebruikersaantallen. 62% van de respondenten gaf aan de digitale diensten de afgelopen tijd te hebben uitgebreid. Iets meer dan de helft van de bibliotheken voegde bovendien nieuwe online diensten aan hun portfolio toe. Ruim een derde van de ondervraagde bibliotheken creëerde een online helpdesk voor klantvragen. Ongeveer de helft van de bibliotheken gaf aan haar netwerkfunctie nu online vorm te geven. Opmerkelijk is dat 7% van de respondenten aangaf dat ze als gevolg van de crisis juist mínder digitale activiteiten ontplooiden.

Nieuwe kansen en mogelijkheden

Op de vraag of bibliotheken door de coronacrisis nieuwe activiteiten hebben ontwikkeld, reageerde 80% instemmend. Het gaat dan om zowel nieuwe digitale diensten voor de bezoeker als om alternatieve werkzaamheden voor de medewerkers. Personeel kreeg hulp bij het thuiswerken, werd steeds behendiger met webinartools en online meetings en kreeg de kans online cursussen te volgen voor persoonlijke ontwikkeling. Voor klanten werden digitale leeszalen, virtuele tours en livestreams met bibliothecarissen opgezet. Online lessen voor alle doelgroepen, onder andere over COVID-19, kwamen in verschillende landen via de nationale bibliotheek beschikbaar.

Zorgen in onrustige tijden

Er gebeurde dus veel bij nationale bibliotheken in deze onrustige tijd. Veel ontwikkelingen kwamen zelfs in een stroomversnelling. Toch voert het te ver om te zeggen dat de coronacrisis alleen maar positieve gevolgen voor het bibliotheekwezen heeft gehad. Integendeel: dacht 75% van de respondenten maakte zich zorgen over de financiën van de instelling. De helft vermoedde dat de overheid subsidies zou intrekken of reduceren, hetgeen gevolgen zou hebben voor strategische beslissingen. ‘Zal er nog wel geld beschikbaar zijn om te digitaliseren?’ vroeg een van de respondenten zich bijvoorbeeld af. Ook de financiën in breder perspectief leidden tot zorg. Hoelang zal deze crisis duren en welk effect zal dit hebben op de nationale en mondiale economie? Een tweede punt van zorg was uiteraard de hygiëne en gezondheid van de bezoekers. Hoe zorg je ervoor dat zij genoeg afstand houden en hoe desinfecteer je bibliotheekitems? Zullen bezoekers überhaupt de gang naar de nationale bibliotheek nog durven maken? Ook het welzijn van de eigen medewerkers was een punt van aandacht. Uiteraard uit medisch en sociaal oogpunt, maar ook economisch: wat doe je als een medewerker met bepaalde, unieke, vaardigheden door ziekte (langdurig) uitvalt? Kunnen medewerkers die thuis werken dezelfde kwaliteit leveren als op kantoor?

 

Uitwisseling van best practices

In de praktijk bleken nationale bibliotheken op alle continenten te maken te hebben met dezelfde vragen en zorgen. De oplossingen die ze aandragen zijn gevarieerder. Eén van de doelen van de enquête was het verzamelen van best practices, zodat instellingen van elkaar konden leren. Meer concreet gaf het de mogelijkheid om contact te leggen met collega-instellingen om samen de crisis het hoofd te bieden. De best practices die de KB ontving, zijn grofweg te verdelen in bibliotheekgerelateerde en gezondheidsgerelateerde oplossingen. In de eerste categorie vallen bijvoorbeeld het opzetten van een proces om bibliotheekboeken te desinfecteren, het opzetten van een agile werkomgeving om makkelijker in te kunnen springen op veranderende omstandigheden en het opzetten van nieuwe digitale diensten, zoals het aanbieden van luisterboeken, (gratis) e-books en verschillende educatieve programma’s. De KB ontwikkelde vanaf 6 april de ThuisBieb, waarin 100 e-books voor leden en niet-leden beschikbaar werden gesteld. Verrassende voorbeelden zijn vooral te vinden in de tweede categorie. In verschillende Aziatische landen werkten de nationale bibliotheken aan een COVID-19-archief, waar betrouwbare informatie over het virus en over pandemieën in het algemeen werd verzameld. Een Oost-Europese bibliotheek produceerde in samenwerking met een technische onderwijsinstelling 3D-geprinte gezichtsmaskers.

Creatieve en slimme oplossingen als noodzaak

De enquête die de KB voor CDNL en IFLA heeft uitgevoerd, toont aan dat nationale bibliotheken in de hele wereld door de COVID-19-crisis met dezelfde problemen te kampen hadden. Dit werd nog eens bevestigd door een vervolgsurvey, die tussen 29 mei en 10 juni 2020 werd uitgevoerd, en die soortgelijke resultaten opleverde. Het feit dat collega-instellingen met dezelfde onzekerheden worstelden, kan op zich al een steun zijn. De crisis dwong nationale bibliotheken om met creativiteit hun uitdagingen aan te gaan en slimme oplossingen te bedenken voor hun bezoekers en werknemers. Veel van deze nationale bibliotheken hadden op het moment van invullen nog geen idee wanneer de situatie zou veranderen en of ze zouden kunnen terugkeren naar de ‘normale’ situatie. Wat wel zeker is, is dat de exitstrategie voor alle landen verschillend zal uitpakken. Interessant zal zijn om te observeren hoe nationale bibliotheken met de verschillende exitstrategieën zullen omgaan. De responsen op de enquête laten in ieder geval zien hoe creatief en veerkrachtig onze nationale bibliotheken in tijden van crisis zijn.

Lees de volledige tekst

Buitenlandse bibliotheken in coronatijd

Ook in andere landen toonden bibliotheken in de coronaperiode hun creativiteit. Kijk mee over de grens, waar bibliotheken hun digitale aanbod gratis beschikbaar stelden en hun 3D-printers inzetten om de zorg te helpen.

Afbeelding

Duitsland: gratis digitaal aanbod

Ook in Duitsland waren alle bibliotheekvestigingen gesloten. Veel Duitse bibliotheken stelden daarom hun digitale aanbod gratis beschikbaar – ook voor lezers die geen lid van de bibliotheek waren. Dat gold onder meer voor de bibliotheek van München (alleen voor inwoners van de regio van München), Düsseldorf (alleen voor inwoners van Düsseldorf), Hamburg (alleen voor inwoners van Hamburg), Dortmund, Bremen en Berlijn. Normaal gesproken hebben alleen leden toegang tot het digitale boekenaanbod van de bibliotheek.

Bekijk meer bijzondere activiteiten van Duitse bibliotheken >

Afbeelding

Litouwen: medische hulp

De nationale bibliotheek van Litouwen stak de koppen bij elkaar om te helpen bij de productie van 3D-geprinte gezichtsmaskers voor zorgpersoneel en medewerkers in andere kritische sectoren. Meer dan vijftig Litouwse bibliotheken namen deel aan het initiatief. Uiteindelijk werden meer dan tienduizend maskers geproduceerd. De nationale bibliotheek van Litouwen kocht in 2019 en 2020 bijna zestig nieuwe 3D-printers in het kader van het door de Europese Unie gefinancierde project ‘Promoting Smart Use of Refurbished Public Internet Access Infrastructure Among Residents’. Deze kwamen nu goed van pas.

Lees meer op de website van de nationale bibliotheek van Litouwen >

Afbeelding

Canada: voedselbanken

In het Canadese Toronto werden begin april bibliotheken massaal omgebouwd tot voedselbanken, waar kwetsbare groepen tijdens de coronapandemie een pakket konden ophalen. In totaal werden negen voedselbanken in de hele stad geopend. Zij werkten daarbij samen met lokale organisaties. Ook bedrijven doneerden voedsel. De burgemeester van Toronto gaf aan dat de beslissing bibliotheken in te zetten als voedselbanklocaties was genomen in een poging alle burgers van voedsel te blijven voorzien, aangezien bijna veertig procent van de reguliere voedselbanken haar deuren door COVID-19 moest sluiten. Ook in andere gebouwen werden voedselbanken ingericht.

Lees meer op de website van Toronto Library >

Afbeelding

Verenigde Staten: daklozencentra

In de Verenigde Staten spelen bibliotheken ook een belangrijke rol als schuilplaats voor daklozen. Door de sluiting van de overgrote meerderheid van de vestigingen kwam deze belangrijke functie in het gedrang. Bovendien werd het aantal daklozen door de financiële gevolgen van de coronacrisis alleen maar groter. Bibliotheken namen daartoe verschillende maatregelen. Zo stelde de bibliotheek in Kansas laptops en wifi-hotspots beschikbaar aan daklozencentra die werden overspoeld door de snel groeiende toestroom van daklozen. In Spokane, Oregon, werd de bibliotheek zelf omgevormd tot opvangplek voor daklozen. In San Luis Obispo, Californië, stelde de bibliotheek haar parkeerplaats beschikbaar als veilige plek voor mensen die gedwongen waren in hun auto te slapen.

Lees meer over de impact van Amerikaanse bibliotheken tijdens het coronavirus >

 

Lees de hele analyse

Nepnieuws als virus

De coronacrisis heeft de zwakke plekken in onze nieuwsvoorziening pijnlijk blootgelegd: tijdens de crisis nam de verspreiding van nepnieuws enorm toe, complottheorieën beleven hoogtijdagen. Hoe zorgen we als samenleving voor goed geïnformeerde burgers en hoe kunnen bibliotheken daarin een rol spelen?

Nepnieuws als virus

Het internet heeft de manier waarop we informatie creëren, vindbaar maken en delen compleet veranderd. De consumptie van nieuws en informatie is voor een deel verschoven naar sociale media en on demand-diensten. Het verdienmodel van deze platforms is gebouwd op aandacht, niet op het bieden van betrouwbare en relevante informatie. De coronacrisis zorgt voor een enorme toename van nepnieuws en onbetrouwbare informatie. Door de World Health Organization (WHO) is de pandemie al bestempeld als infodemie: niet alleen de ziekte verspreidt zich in razend tempo over de wereld, maar ook foutieve informatie die het virus omringt (WHO, 2020).

Digitale tijdperk als voedingsbodem

De crisis brengt aan het licht  hoe kwetsbaar de organisatie van de digitale nieuwsvoorziening is. Het onderliggende model, met advertenties als inkomstenbron, werkt perverse mechanismen in de hand. Verrassend nieuws wordt vaker aangeklikt dan saai nieuws. Dat werkt ‘klikpulp’ in de hand, nieuws dat de aandacht trekt om maar zoveel mogelijk kliks te krijgen.

Wanneer mensen nauwelijks meer blootgesteld worden aan ongemakkelijke, uitdagende of prikkelende perspectieven, kunnen echokamers ontstaan waarin vooral bevestiging van vooringenomen ideeën plaatsheeft. Omwille van hun privacy delen mensen hun informatie weer vaker in gesloten groepen, in plaats van open voor het hele internet. Ook gepersonaliseerde nieuws-feeds kunnen leiden tot blikvernauwing en bevestiging van vooringenomen ideeën. De pluriformiteit van het Nederlandse mediamodel dempt het risico van filterbubbels en echokamers (Möller, 2019).

Social media

Sociale media kunnen een katalysator zijn voor de verspreiding van desinformatie. Sociale media en zoekmachines hebben voor een deel de rol van de traditionele media als nieuwsvoorziening overgenomen. Mensen zien, horen of lezen het nieuws vaker op hun mobiele telefoon, via een gepersonaliseerde timeline van berichten. Vooral jongeren delen nieuwsberichten via de smartphone (Beekmans, 2019). Ook maken nieuwsdiensten gebruik van sociale media om hun content te verspreiden.

Social mediaplatforms nemen maatregelen om mensen te verwijzen naar betrouwbare bronnen, maar het is de vraag hoeveel mensen daar ook gebruik van maken. Dankzij het internet en verschuivingen in nieuwsconsumptie is het onderscheid tussen betrouwbare en onbetrouwbare bronnen voor veel mensen niet meer zo helder. De WHO streed hier bijvoorbeeld tegen door zich te begeven op socialmediaplatform TikTok, om daar met name onder jongeren juiste informatie over het virus te verspreiden (WHO, 2020).

Hoewel de zorgen om nepnieuws en desinformatie wereldwijd toenemen (Reuters, 2019), lijkt de Nederlandse samenleving tot nu toe weerbaar tegen beïnvloeding door desinformatie. Nederlanders hebben veel vertrouwen in het nieuws van omroepen en krantenbedrijven, in vergelijking met mensen in andere landen In sociale media als nieuwsbron hebben ze veel minder vertrouwen (Lauf & Scholtens, 2019).

Onderzoek van het Rathenau Instituut toont aan dat de mediawijsheid van verschillende groepen burgers vaak tekort schiet (Van Keulen, et al., 2018). In het Nederlandse overheidsbeleid staat dat ze wil voorkomen dat de democratie en de rechtsorde in ons land door desinformatie worden ondermijnd. Het kabinet zet daarbij uitdrukkelijk in op verbetering van het vermogen van de burgers om desinformatie te herkennen (Rijksoverheid.nl 2019).

Remedies tegen desinformatie

Er zijn verschillende manieren om de verspreiding van desinformatie tegen te gaan, door technologieën zoals automatische identificatie en het blokkeren van nepsites, advertenties en klikpulp. Door te streven naar transparantie over de werking van algoritmes die bepalen wie welk nieuws te zien krijgt. Door strengere internationale regelgeving en het aan banden leggen van de vrijheid van grote platforms, en door te investeren in professionele journalistiek. Het blijft echter een kat- en muisspel tussen fact checkers en makers van nepnieuws.

Minstens zo belangrijk als het controleren van feiten en het corrigeren van schadelijke inhoud, is het begrijpen van de werking van desinformatie. Wat maakt mensen, zeker in tijden van crisis, zo ontvankelijk voor desinformatie, welke mechanismen bevorderen de verspreiding ervan en hoe kunnen mensen weerbaar worden gemaakt tegen nepnieuws?

Het menselijk brein is gemakzuchtig en selectief. We zoeken naar informatie die onze vermoedens bevestigt en negeren informatie die onze ideeën tegenspreekt. Wanneer we onder druk komen te staan, zoals in crisis, filteren we nog meer dan normaal: we kiezen voor de kortste gedachtenroute (Beunders, 2020). In crisistijd zoeken we naar houvast en eenduidige antwoorden. En die zijn er niet.

Debunking - prebunking

Een fundamenteel onderscheid in de bestrijding van nepnieuws is het verschil tussen debunking en prebunking. Debunking is het ontmaskeren van nepnieuws door met de feiten te komen, met tegenargumenten en alternatieve bronnen. Prebunking is juist gericht op het vóóraf weerbaar maken van mensen door ze alvast opzettelijk te confronteren met nepnieuws. Vergelijk het met de maatregelen ter voorkoming van de verspreiding van een virus door het toedienen van een vaccin, versus het zo snel mogelijk opsporen en ontmaskeren van ‘patiënt zero’. Als mensen met opzet en in een educatieve setting blootgesteld worden aan nepnieuws, zullen ze uiteindelijk gaan begrijpen hoe bepaalde mechanismen werken. Ze krijgen de argumenten in handen om misleidende informatie te herkennen, ook als die desinformatie aansluit bij hun vooropgezette ideeën. Het brein wordt getraind om minder snel de makkelijkste, vooringenomen weg te nemen.

Bibliotheken en het onderwijs kunnen met hun programma’s bijdragen aan het vergroten van de mediawijsheid van burgers door mensen te gidsen door de wirwar van informatie en te verwijzen naar betrouwbare bronnen, zoals bijvoorbeeld de bibliotheek Eindhoven doet met hun pagina over coronanieuws. Ook door het bieden van instrumenten voor fact checking, zoals de Covid-19 editie van de IFLA-infographic How to spot fake news, of bijvoorbeeld een podcast over het herkennen van nepnieuws (bibliotheek Zuid-Kennemerland). Maar vooral door het vergroten van de weerbaarheid tegen nepnieuws door mensen te trainen in het herkennen van misleidende informatie.

Maar de strijd tegen nepnieuws is niet het enige dat aandacht behoeft. Beter is het om de eenzijdige focus op desinformatie los te laten en breder in te zetten op een gezond democratisch debat. Een democratische samenleving heeft baat bij goed geïnformeerde burgers die mogen meepraten en meebepalen in een debat over de toekomst van het land, over de beste uitweg uit deze crisis, en de inrichting van de samenleving. Bibliotheken kunnen met hun kernfunctie van ontmoeting én debat bijdragen aan het faciliteren van debat en het voeden van de maatschappelijke dialoog.

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van het dossier Trends van de KB en van bronnen uit een literatuurstudie in het kader van een KIEM-onderzoek onder leiding van dr. Jos van Helvoort van de Haagse Hogeschool, Lectoraat Duurzame Talentontwikkeling. De KB is partner in het KIEM-onderzoek.

Bronnen

Lees de hele analyse

Bibliotheekwerk in tijden van corona

De coronacrisis heeft een ongekende impact op onze samenleving en ook de bibliotheeksector is geraakt. Met de gedwongen sluiting van vestigingen moesten bibliotheken in hoog tempo met creatieve oplossingen komen om hun leden betekenisvolle diensten te blijven bieden. Wat betekende dit plotselinge stilvallen, aanpassen en ontwikkelen van diensten voor de organisatie, werktaken en inzet van personeel?

Bibliotheekwerk

Deuren sluiten, taken vallen stil

Met ingang van 16 maart moesten alle bibliotheken hun deuren te sluiten en hun activiteiten in de vestigingen afgelasten. Die situatie vroeg om snel schakelen. Personeel moest veelal vanuit huis werken en bibliotheekwerk op locatie kon niet langer worden uitgevoerd. Vooral taken rondom programmering, frontofficetaken en dienstverlening aan het onderwijs kwamen stil te liggen, maar ook taken voor collectioneren en onderhoud hadden te lijden onder de lockdown.

Bron: KB, 2020.

Veel thuiswerken

Vanwege de veiligheidsmaatregelen werd veel medewerkers gevraagd hun werk vanuit huis te doen. Maar ook in veel bibliotheekvestigingen was nog sprake van enige bedrijvigheid. Hier werden vooral taken uitgevoerd rondom de telefonische helpdesk (81%), materiaalverwerking (79%), schoonmaak (60%), ICT (58%) en onderhoud (50%). En hoewel een variëteit aan online toepassingen veelvuldig werd ingezet voor overleg op afstand, werd er toch ook op locatie nog regelmatig vergaderd (34%).

Werken aan aangepaste dienstverlening

Of het nu vanuit huis was of vanaf locatie, overal werd hard gewerkt aan een aangepaste dienstverlening. De landelijke platforms, zoals de online Bibliotheek, de LuisterBieb, en de speciaal voor de coronacrisis opgezette ThuisBieb maakten een enorme groei door (zie ook Bibliotheekblad 4, 2020). Die groei leidde tot extra ondersteuningsvragen en een grotere druk op de lokale klantenservice van bibliotheken. Om hulp en ondersteuning te bieden bij het gebruik van de online bibliotheek zette men extra medewerkers in, werd informatie verstrekt via nieuwsbrieven en website en werden er extra online of telefonische spreekuren georganiseerd. Maar ook op andere vlakken werd gestreefd naar betekenisvolle dienstverlening. In een rap tempo popten nieuwe – veelal online – diensten op en kreeg fysieke programmering een digitaal alternatief.

Bron: KB, 2020.

Andere taken

Om de dienstverlening aan te kunnen passen en om stilgevallen werknemers van werk te voorzien, kregen veel medewerkers nieuwe taken toegewezen. Vaak hadden die taken te maken met de klantondersteuning bij online diensten (77%), de ontwikkeling van nieuwe activiteiten (71%) en praktische klussen (63%). Waar alternatieve taken niet meteen voorhanden waren, werd medewerkers gevraagd online cursussen te volgen (87%), bijvoorbeeld via Bibliotheek Campus. Slechts een handvol bibliotheken (10%) vroeg aan medewerkers die door de sluiting minder werk omhanden hadden extra verlof op te nemen of zich op andere wijze nuttig te maken voor de samenleving (10%).

Bron: KB, 2020.

Zorgen en drempels

Hoewel snel en creatief werd gereageerd op de ontstane situatie, ging dit natuurlijk niet zonder slag of stoot. In veel bibliotheken heerste onder personeel angst voor besmetting met het virus, wat drie kwart van de bibliotheekdirecteuren als een drempel ervoer bij het organiseren van alternatieve diensten. Uitval door ziekte was er ook: 62% kreeg te maken met een enkele of een aantal ziektemelding(en) in verband met Corona gerelateerde klachten. Bij 22% van de responderende bibliotheken leidde ziekmelding(en) ook echt tot problemen in de ontwikkeling en uitvoering van de dienstverlening. Maar drempels waren er ook op ander vlak. Zo vond men de richtlijnen van het RIVM soms te onduidelijk (42%) en werd er geworsteld met of juridische vraagstukken, bijvoorbeeld rondom online voorlezen (26%). Ook het gebrek aan kennis en (digitale) vaardigheden van medewerkers werkte bij een vrij grote groep bibliotheken (29%) belemmerend om een goede online dienstverlening op te zetten.

Aandacht en ondersteuning voor medewerkers

Om medewerkers te ondersteunen in een lastige en onzekere periode namen bibliotheken verschillende maatregelen. Op veel plekken kon men flexibel omgaan met werktijden (83%) en thuiswerkers werden nogal eens ondersteund met technische of ergonomische hulpmiddelen (resp. 58% en 26%). In een kwart van de bibliotheken werd ook expliciet aandacht besteed aan het psychisch welzijn van medewerkers, bijvoorbeeld in de vorm van extra contactmomenten of een klein cadeautje als blijk van waardering.

Nieuwe normaal

In mei mochten alle bibliotheken weer open. Met speciale bewegwijzering en looproutes werden  bezoekers weer welkom geheten om materialen te zoeken. Ook de fysieke programmering wordt inmiddels – het is nu september - weer mondjesmaat opgestart. Maar het virus is nog niet weg, dus onzekerheid en flexibiliteit blijven aan de orde van de dag. Gesteund door protocollen en toolkits wordt gewerkt aan het inrichten van de ‘anderhalve meter bibliotheek’. Op Biebtobieb wisselen medewerkers met elkaar vragen en tips uit in hun zoektocht naar het nieuwe normaal. Hoe dat normaal er precies uit ziet moet zich nog gaan vormen en zal de komende tijd onderwerp zijn van een vervolgonderzoek dat onder bibliotheken wordt uitgevoerd.

Bronnen

KB (2020). Bibliotheekmonitor. Extra meting coronacrisis. Den Haag: KB.

Lees alle handige tools

Handige tools

Bibliotheek Campus
Bibliotheek Campus

De coronacrisis zorgde ervoor dat ruim zes duizend bibliotheekmedewerkers hun werkzaamheden vanuit huis moesten voortzetten. Bibliotheek Campus bood een veelheid aan trainingsmateriaal voor bibliotheekmedewerkers. Het aanbod was tijdelijk flink aangevuld. Men kon zichzelf er onder meer bijscholen op het gebied van onder meer 21e-eeuwse vaardigheden, bedrijfshulpverlening (BHV) en kunstmatige intelligentie.

Ga naar Bibliotheek Campus >

BiebToBieb
CrisisBieb

Ook in coronatijd, waarin elkaar fysiek opzoeken uit den boze was, zochten medewerkers van verschillende bibliotheken elkaar op om ervaringen uit te wisselen en ideeën te delen. Zij deden dat voornamelijk op het centrale platform Biebtobieb, waar onder de naam CrisisBieb dagelijks nieuwe initiatieven werden gepubliceerd. Kwesties als activiteiten, het inleveren van boeken, de ThuisBieb, het online en offline contact met gebruikers en heropeningsstrategieën werden er onder de loep genomen. Ook werden er best practices en door bibliotheken gemaakte handleidingen gedeeld.

Ga naar CrisisBieb >

GoodHabitz
GoodHabitz

Alle ruim zes duizend bibliotheekprofessionals konden tijdens de coronacrisis drie maanden lang gratis gebruikmaken van trainingsplatform GoodHabitz. Tot 23 juni waren ruim 130 online trainingen opengesteld. Zo konden medewerkers hun algemene werkvaardigheden verbeteren. Op zoek naar meer trainingen om beter te leren presenteren, argumenteren of leidinggeven? De Volkskrant zette de grootste aanraders op een rij.

Ga naar de website van GoodHabitz >

Dossier Impact
Bibliotheekinzicht

Op Bibliotheekinzicht zijn allerlei artikelen te vinden die aansluiten bij de vraagstukken waarvoor bibliotheken zichzelf geplaatst zagen. Op deze website bundelt de KB kennis uit diverse actuele en betrouwbare onderzoeken die inzicht geven in de staat van het openbare bibliotheekstelsel. Daarbij worden ontwikkelingen in de sector uitgelicht, ondersteund met cijfermatige gegevens en voorzien van historische en maatschappelijke context. Hiermee biedt Bibliotheekinzicht professionals en beleidsmakers richting en inspiratie voor het formuleren en evalueren van beleid. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met bezuinigingen? Of leer meer over de geschiedenis, collectie en leden van de digitale bibliotheek. En hoe meet je de impact die je als bibliotheek ook in deze tijden kunt maken? Je leest het in het Impactdossier.

Ga naar het dossier Impact >

 

Lees de volledige tekst

Afkijken bij andere sectoren

Wie over de schutting gluurde naar andere sectoren, zag dat ook deze inzetten op een digitale vervanging van hun aanbod. Musea boden online tours langs hun collecties aan, theaters zetten registraties en podcasts online, de muziekscene riep op tot het steunen van Nederlandse artiesten en in de filmwereld waren streamingsdiensten succesvoller dan ooit. Ook andere sectoren staken hun handen uit de mouwen om zich in deze coronatijd nuttig te maken.

Afbeelding

Musea: op tour

Nog enkele dagen eerder dan bibliotheken sloten alle Nederlandse musea gelijktijdig hun deuren. Tentoonstellingen waaraan musea jarenlang hadden gewerkt, waren plotseling verlaten. Daar kwam in een aantal gevallen een digitale tour voor in de plaats. Met behulp van 360 graden-foto’s liet de Volkskrant mensen alsnog binnenkijken in exposities in het Stedelijk Museum Amsterdam, Centraal Museum, Noordbrabants Museum, Beelden aan Zee, Stedelijk Museum Helmond en het Dordrechts Museum. Het Noordbrabants Museum kende daarnaast een eigen interactieve tour van theatermaker en kunstliefhebber Lucas De Man. Elke vrijdag zond het Stedelijk Museum Amsterdam een livetour uit via Instagram. Ook minidocumentaires, workshops, podcasts, audiotours en digitale lessen van deze en andere musea hielpen de kunstliefhebber deze weken door te komen.

Bezoek het digitale museum van de Volkskrant >

Afbeelding

Theaters: digitaal doorvertellen

Wat begon als een idee bij De Wereld Draait Door werd werkelijkheid: acteurs van het Internationaal Theater Amsterdam (ITA) lazen dagelijks één van de verhalen voor die de hoofdpersonen uit Boccaccio’s Decamerone elkaar vertellen terwijl ze – zeer toepasselijk – op een buitenplaats schuilen voor de dodelijke pest. Nationale Opera en Ballet vertelde onder de noemer Keep on singing and dancing over de hoogtepunten uit het opera- en balletrepertoire, en verzorgde daarnaast online quizzen, games en tips van de beste zangers en dansers uit de theaterwereld. Ook Theater Rotterdam lanceerde een soortgelijk platform, met registraties, podcasts en playlists.

Geniet van ITA’s Decamerone >

Afbeelding

Muziekscene: stream samen

Net als veel andere sectoren leed ook de muziekwereld door het coronavirus grote verliezen. Ook artiesten waren daar de dupe van: door hun geannuleerde optredens kwam er geen geld meer in het laatje. Het platform Please Don’t Stop The Music moedigde luisteraars aan hun favoriete Nederlandse artiesten te steunen door via hun eigen webshop muziek te kopen en te luisteren. De Noorderkerkconcerten boden iedere zaterdagmiddag een uur lang klassieke muziek. Ook deelden musici, zoals de zangers van het Nederlands Kamerkoor, online hun allermooiste muziek. Daarnaast vroeg het koor musici uit heel Nederland persoonlijke boodschappen en muziek op te nemen voor alle ouderen die alleen thuis zaten.

Beluister de playlists van het Nederlands Kamerkoor >

Cinema

Cinema: gratis platforms

De filmwereld lag nagenoeg stil: er werden geen nieuwe beelden geschoten en films die in de coronaperiode zouden verschijnen, bleven op de plank liggen, in afwachting van het moment dat kijkers weer naar de bioscoop mochten komen. Intussen zaten de vele streamingsdiensten die het cinemalandschap rijk is niet stil: onder meer CineMember, Cinetree en Picl boden nieuwe leden een gratis proefperiode. Leden van een Cineville konden hun pas bovendien digitaal gebruiken op Vitamine Cineville, waar een kleine selectie films te bekijken was die in de theaters te bewonderen zouden zijn geweest, plus enkele klassiekers. 

Bekijk ook de honderden extra documentaires die het IDFA (International Documentary Filmfestival Amsterdam) gratis online plaatste >

Games

Games: samen spelen

Onderzoek wees uit dat meer dan de helft van de 75-plussers zich weleens eenzaam voelt. Toen ze dat hoorden, sloegen Games for Health, het Radboudumc en uitvaartcoöperatie DELA de handen ineen. Samen namen zij het initiatief voor de website SamenSpelen.online, waarop om de dag een nieuw onlinespel verschijnt, voor jong en oud. De website is bedoeld om via de games het contact tussen verschillende leeftijdsgroepen op afstand te bevorderen.

Ga naar SamenSpelen.online >

Voedselbanken

Voedselbanken: landelijke campagne

Door al dat gehamster in de supermarkten bleef halverwege maart veel minder voedsel over voor de Voedselbanken. Inderhaast werd de campagne #StaySafeEnGeef opgezet. Toen die eenmaal stond, vroeg Honig de digital agencies Dept en Chuck Studios om een grootse landelijke actie te bedenken om de campagne verder te ondersteunen. In een week tijd zetten zij het online benefietdiner Live Eet! op touw. Bekende artiesten traden op vanuit huis en haalden zo met elkaar genoeg geld op om negentigduizend gezinnen een maand lang van eten te voorzien.

Ga naar de website van Live Eet! >

Lees de hele analyse

Zijn we door de coronacrisis meer gaan lezen?

Tijdens de coronacrisis konden we de deur niet uit, en dus hadden we plotseling tijd om al die hobby’s binnenshuis te ontplooien waaraan we tijdens een normaal leven niet toekwamen. Leesfans ontwikkelden dan ook al snel de veronderstelling dat we tijdens de crisis massaal meer gingen lezen. Maar klopt dat wel? Is ons gemiddelde aantal leesuren per dag tijdens de coronacrisis inderdaad gestegen?

Meer of minder lezen

Waarop is het gebaseerd?

Het is geen gekke gedachte: om rustig een boek te kunnen lezen, hebben veel mensen een langere aaneengesloten periode zonder externe afleiding nodig. En laat dat nu precies zijn wat de crisis ons bracht. Tenminste: dat zou je denken. Uit onderzoek van GfK en KVB Boekwerk blijkt dat 35- tot 49-jarigen juist minder tijd hadden. Ook hadden ouders relatief minder vrije tijd dan lezers zonder kinderen (Nagelhout, 2020a). Daarnaast kun je je afvragen wat men precies las. Bibliotheken waren tenslotte gesloten, en startten in veel gevallen pas na enkele weken haal- en brengservices op. De digitale platforms die de bibliotheeksector opstartte of uitbreidde, zoals de ThuisBieb en de LuisterBieb, alleen voor e-lezers een uitkomst, en bevatten bovendien maar een beperkt aanbod. Ook bleken boekhandels het tijdens de crisis moeilijk te hebben: in de periode waarin Nederlanders werden opgeroepen zoveel mogelijk binnen te blijven, zagen zij nauwelijks klanten (De Rek, 2020). Consumenten werden dan ook aangespoord lokale boekwinkels te steunen met een aankoop, om hen zo te redden van de ondergang (o.a. Keunen et al., 2020). Wat zeggen de cijfers?

    Klopt het?

    Nederland leest meer

    Lezen won tijdens de coronacrisis inderdaad aan populariteit. GfK onderzocht het leesgedrag van Nederlanders in de eerste twee weken van april, toen er sprake was van een intelligente lockdownsituatie. Van de bijna drieduizend ondervraagden van 14 jaar en ouder lieten vier op de tien weten in deze periode meer tijd te hebben besteed aan het lezen van boeken. De coronacrisis had volgens deze peiling de meeste invloed op het leesgedrag van jongeren tot 35 jaar: van hen besteedde 47% meer tijd aan het lezen van boeken. Lezen was, kortom, tijdens de coronatijd onder veel bevolkingsgroepen populairder dan daarvoor (Nagelhout, 2020b).

    Meer lezen dan Netflixen

    Uit een andere steekproef onder Nederlandse consumenten van 18 jaar en ouder, uitgevoerd door marktonderzoeksbureau GfK van 8 tot 16 april 2020, bleek dat 54% van de ondervraagden tijdens de lockdown één of meerdere leesactiviteiten ondernam (CPNB, 2020). Daarmee evenaarde lezen streamingsdiensten als Netflix – een mediagenieke uitspraak, die door onder meer NOS en NPO Radio 1 werd opgepikt (NOS, 2020; NPO Radio 1, 2020). 25% van de medium lezers die tijdens de lockdown las, las vaker fysieke boeken dan in niet-coronatijden. Onder ­light lezers was dit percentage zelfs 48% (CPNB, 2020).

    Digitaal en van papier

    Ook onderzoeksbureau GfK voerde een meting uit. De resultaten lieten zien dat met name jongeren tot 35 jaar vaker dan andere leeftijdsgroepen tijdens de coronacrisis meer tijd te hebben besteed aan het lezen van e-books en luisteren van luisterboeken. Hoogopgeleiden gaven juist aan dat de tijd die zij hadden besteed aan het lezen van papieren boeken was gestegen. De consumptie van luisterboeken steeg het minst sterk (Nagelhout, 2020a).

    Ouders lezen meer voor, grootouders minder

    De lockdown had positieve invloeden op de regelmaat waarmee men voorlas. Met name ouders met kinderen van 7 tot 12 jaar gaven aan vaker voor te lezen: dit gold voor 16% van de ondervraagden. Dit gold voor 10% van de ouders met kinderen tot 6 jaar. Grootouders  schetsten een minder positief beeld: 21% gaf aan minder voor te lezen dan normaal, tegenover slechts 4% die een stijging waarnam. Deze daling valt te verklaren door het feit dat veel grootouders tot de risicogroep behoorden en hun kleinkinderen tijdens de lockdown daardoor niet konden zien (Nagelhout, 2020a).

    Niet via de boekhandel

    De boeken die we lazen tijdens de coronacrisis, lazen we hoogstwaarschijnlijk vooral boeken die we nog in de kast hadden staan of leenden van vrienden en familie. Onderzoek laat zien dat men tijdens de coronaperiode meer papieren én digitale boeken cadeau kreeg dan in dezelfde periode in de jaren daarvoor (Nagelhout, 2020a). Zowel het aantal van de bibliotheek geleende als het aantal gekochte boeken lag een stuk lager dan in dezelfde periode een jaar eerder. De totale boekenmarkt, via zowel online als offline verkoopkanalen, was tijdens de Boekenweek, die liep van 7 tot en met 14 maart 2020, in afzet 16% kleiner dan in 2019. Via offline verkoopkanalen werd tijdens de gehele Boekenweek 12% minder afgezet dan in dezelfde periode in 2019. Daarna was in de weekcijfers voor de offline verkoopkanalen in vergelijking met dezelfde periodes 2017, 2018 en 2019 een historisch dieptepunt te zien. Op het laagste punt – eind maart, twee weken na de Boekenweek – was de afzet circa 40% kleiner dan tijdens een vergelijkbare periode in 2019, en de omzet circa een derde. Wel kocht men meer boeken online: de verkoop via digitale kanalen steeg juist in afzet en omzet, tot vier weken na de Boekenweek, half april. Latere cijfers schetsten, na een eerste flinke groei, echter een grillig beeld (CPNB, 2020).

    Bol.com populair

    Tijdens de coronacrisis kende Bol.com grote populariteit onder boekenlezers. Zowel voor papieren boeken als e-books was Bol.com het vaakst de plaats van aankoop: 32%, tegenover 24% voor de lokale boekwinkel. Het online verkoopkanaal werd gewaardeerd om het gemak waarmee je vanuit huis een boek kon uitzoeken. Bij de fysieke boekhandel kocht men vooral om lokale ondernemers te steunen en omdat de winkel als een inspirerende omgeving werd ervaren (Nagelhout, 2020a).

      Bibliotheek op een lager pitje

      Hoewel het vanwege alle verschillende organisaties en uitleensystemen die het Nederlandse bibliotheeklandschap kent moeilijk is één overkoepelend beeld te krijgen van het aantal uitleningen in de coronaperiode, waagde bibliotheekcijferaar Mark Deckers toch een poging. Hij beweerde dat bibliotheken tijdens de lockdown bijna 8 miljoen boeken niet hadden uitgeleend die ze anders wel over de scanner hadden laten gaan. Wel zag hij grote verschillen tussen de provincies.  Zo zakte het aantal uitleningen in Overijssel tijdens de lockdown van 1,4 miljoen naar 65 duizend uitleningen en in Gelderland van 1,5 miljoen naar 161 duizend. Het aantal uitleningen in Noord- en Zuid-Holland daalde van 2,4 miljoen naar 360 duizend. Dit komt neer op respectievelijk 5%, 10% en iets meer dan 15% van de gebruikelijke capaciteit (Deckers, 2020). Een rondvraag langs individuele bibliotheken leverde soortgelijke getallen op. Zo liet Bjorn Franke van Biblionet Groningen weten dat in de maanden maart tot en met juni in de 37 Groningse Biblionet-bibliotheken 17% van het aantal materialen werd uitgeleend dat vorig jaar over de toonbank ging (Ruiten, 2020).

      Anders lezen

      Volgens het Centraal Boekhuis, dat de distributie van boeken verzorgt, zijn we tijdens de coronacrisis niet zozeer meer of minder gaan lezen; eerder hebben we onze leesgewoonten ietwat aangepast. Er werden bijvoorbeeld minder fysieke boeken gekocht en geleend, terwijl de populariteit van e-books steeg. Aan het begin van de coronaperiode nam met name de interesse in fictie en reisboeken hard af. De belangstelling voor thrillers en educatieve boeken groeide echter. Ook zag het Centraal Boekhuis een verschil tussen winkel- en internetaankopen. Bij webwinkels waren managementboeken, kinderboeken, non-fictieboeken en boeken op het gebied van mens en ontwikkeling populairder dan in de winkel (Centraal Boekhuis, 2020).

      Conclusie

      Tijdens de coronacrisis werd het boek inderdaad vaker opgepakt. Dit gold echter niet voor de hele bevolking: met name jongeren en light en medium lezers lazen vaker, voor andere groepen gold dat minder. Met name het e-book won populariteit – niet onlogisch, als je bedenkt dat je voor een digitaal boek de deur niet uit hoeft, en de bibliotheeksector bijzonder haar best had gedaan het verkrijgen van een digitaal boek te vergemakkelijken (KB, 2020). Ook was er een verschuiving in de populariteit van genres zichtbaar. Bibliotheken en boekhandels hebben tijdens de coronacrisis zeker geen winst geboekt: zij konden een stuk minder lezers blij maken met een boek dan in dezelfde periode in voorgaande jaren. De vlieger van het meer lezen ging, kortom, maar voor een deel van de Nederlanders op. Er werd vooral anders gelezen dan voorheen.

      Bronnen

      Lees de hele analyse

      Kritische denkers aan het woord

      Natuurlijk waren bibliotheken blij dat ze op 11 mei hun deuren weer mochten openen. Toch klonken in de coronaperiode – zowel voor als na heropening – ook tegengeluiden. We laten enkele kritische denkers aan het woord – over de bibliotheek als plek met een zogenaamd heilige taak, de nadruk op de uitleenfunctie en de nieuwe taken die voor de bibliotheek in de coronaperiode en daarna weggelegd zouden kunnen zijn.

      Kritische denkers

      Patrick Heemstra: bibliotheek als heilig huis

      In de bibliotheeksector ontstonden na de collectieve sluiting op 16 maart al snel alternatieve vormen van dienstverlening, waaronder haal- en brengservices. Waar sommige bibliotheken van mening waren dat zij moesten doen wat zij konden om hun diensten zoveel mogelijk te laten doorgaan, vonden andere bibliotheekorganisaties dat zij juist hun deuren gesloten moesten houden, om mensen niet aan te moedigen de straat op te gaan. Ook het ophangen van boekentasjes aan deuren en het aanbellen bij ouderen zou te veel risico opleveren.

      Patrick Heemstra (De Bieb Letter) sloot zich aan bij de laatste visie, en stelde dat de bibliotheeksector last heeft van wat Fobazi Ettarh eens beschreef als de vocational awe: het idee dat de bibliotheeksector inherent goed van aard en dus niet te bekritiseren zou zijn (Ettarh, 2018). Heemstra zag hoe de groep die koste wat het kost de dienstverlening van de bibliotheek wilde laten doorgaan, zelfs met kans op verspreiding van het virus, ter motivatie van deze keuze met name verwees naar de blijdschap van leners. De groep die terughoudend was, nam juist de regels van het RIVM als leidraad. De vergelijking tussen zorgmedewerkers en bibliothecarissen was in Heemstra’s ogen overtrokken: juist de bibliotheken die zich koest hielden, waren in zijn ogen de grootste helden.

      Patrick Heemstra

        Jeroen de Boer: van connectie naar collectie

        Na heropening mochten bibliotheken aanvankelijk alleen nog hun uitleenfunctie uitvoeren – een functie die door sommige vestigingen ook al tijdens de sluiting werd uitgevoerd, in de vorm van haal- en brengservices. De beperking zorgde voor een bevestiging van het imago dat de bibliotheek de afgelopen jaren juist geprobeerd had van zich af te schudden, zag ook Jeroen de Boer (adviseur innovatie, Fers). Dat beeld werd zowel door bibliotheken zelf als door de media  bevestigd (o.a. Logtenberg, 2020). In één klap was de bibliotheek niet meer de plek waar men, naast het lenen van een boek, ook de krant kon lezen, een cursus kon volgen of een debat kon bijwonen. Door de komst van het coronavirus werd de hele bibliotheeksector plotseling teruggeworpen van connectie naar collectie.

        De Boer miste communicatie over de andere functies van de bibliotheek, die her en der wel degelijk in aangepaste vorm werden uitgevoerd, bijvoorbeeld middels een online lezing of digitaal loket. Ook de protocollen van de VOB gingen in eerste instantie primair over het weer toegankelijk maken van de collectie en het mogelijk maken van uitleningen, ook in het protocol voor het ontvangen van basisschoolleerlingen (VOB, 2020). De Boer maakte zich zorgen over de gevolgen voor het brede imago dat de bibliotheeksector de afgelopen jaren zo zorgvuldig had opgebouwd. In zijn ogen moesten bibliotheken stilstaan bij hun hoofdopdracht en daarnaar handelen.

        Jeroen de Boer

          David Lankes: nieuwe taken in het nieuwe normaal

          De Boer zag zich gesterkt door de mening van bibliotheekgoeroe David Lankes. In zijn blog The “New Normal” Agenda for Librarianship stelde hij: ‘To say we are about community and only be a source of ebooks in a pandemic is hypocrisy. Yes, our fellow citizens need ebooks, but they need compassion, connection, and community dedicated to their full well-being. […] We must fight for a new normal with our collections, our buildings, but mostly, with our expertise.’ Ook Lankes zag een te grote nadruk op het lenen van fysieke boeken en e-books ontstaan, en uitte zijn bedenkingen bij de bijkomende groeiende afhankelijkheid van uitgevers en leveranciers.

          Daarnaast maakte Lankes zich zorgen om de vele werklozen die door de coronacrisis ontstonden, en die juist in deze cruciale periode geen gebruik konden maken van de hulp van de bibliotheek. Ook de relatie met scholen mocht in zijn ogen niet verslappen: zij moesten nog steeds van boeken kunnen worden voorzien, met name als het ging om scholen met veel leerlingen met grote achterstanden. Bovendien moest het publieke debat op gang blijven; bibliotheken konden daaraan volgens Lankes een bijdrage leveren door online fora op te zetten, bijvoorbeeld rondom verkiezingen en stedelijke vraagstukken. Hier konden burgers ook worden geïnformeerd over het coronavirus en bijbehorende symptomen, maatregelen en oplossingen. Zo creëerde Lankes een alternatieve agenda voor de bibliotheeksector in coronatijd.

          David Lankes

          Bronnen

          Lees de hele analyse

          Wat te bewaren voor de toekomst in coronatijden?

          Conservatoren in bibliotheken verzamelen bronnen die relevant kunnen zijn voor historici van de toekomst. Helaas is het lastig te voorspellen wat al morgen, straks over vijftig jaar of pas zelfs over honderd jaar als bron kan dienen of een historisch moment is geweest. Sommige zaken lijken nu heel belangrijk en relevant, maar hoeven dat op de langere termijn niet te zijn, omdat de huidige coronacrisis vanuit een andere blik of gezien de ontwikkelingen op de langere termijn een nieuwe betekenis en een ander belang zal krijgen. Kees Teszelszky, conservator Digitale Collecties bij de KB, over de vraag wat te bewaren voor de toekomst in coronatijden.

          Foto van mensen op straat bij buitgemaakte Russische tanks om de hoek bij de geschiedenisfaculteit van de ELTE-universiteit in Boedapest, 1956. Foto: Fortepan.

          Russische tanks

          Tijdens het schrijven van mijn proefschrift over de ‘sacra corona’, ofwel de heilige kroon van Hongarije, rond 2001, sprak ik vaak over dergelijke historische processen met mijn Hongaarse promotor Ágnes Várkonyi (1928-2014). Zij was een beroemd historica en studeerde geschiedenis in Boedapest vlak na de oorlog en tijdens de communistische machtsovername (1945-1949). Ik krijg nog kippenvel van haar levendige beschrijvingen van het verwoestte Boedapest na de Tweede Wereldoorlog, dat ze zag op weg naar de hoorcolleges aan de universiteit. Tijdens de Hongaarse Revolutie van 1956 was ze inmiddels docent aan de geschiedenisfaculteit. Met de studenten van haar werkcollege trok ze door de stad en als de gevechten tussen de Russische soldaten en de Hongaarse vrijheidsstrijders even waren stilgevallen, raapten ze de pamfletten op die waren achtergelaten of maakten ze foto’s van de opschriften op de buitgemaakte tanks of andere in hun ogen belangrijke zaken.

          Haar les was: observeer, registreer en analyseer, maar doe dat vooral samen. Let op de blik van de ander en leer daarvan zonder meteen te oordelen. Spreek met mensen die midden in de gebeurtenissen zitten en daar invloed op uitoefenen, maar geef ook aandacht aan gewone mensen die worden meegezogen in de maalstroom van de geschiedenis, niet goed begrijpen wat er aan de hand is en de grip op hun dagelijks leven lijken te zijn kwijtgeraakt.

          De historische context waarin bronnen worden verzameld, is van belang om een collectie te kunnen begrijpen en te gebruiken in de toekomst. Daarom zal ik iets vertellen over de persoonlijke omstandigheden waarin ik bij de KB een coronacollectie opbouw met mijn collega’s. Met de quarantaine begon voor mij een periode van ‘innerlijke emigratie’, waarbij ik veel aandacht aan het welzijn van mijn gezin heb gegeven en voor rust en stabiliteit thuis wilde zorgen in een woelige wereld. Daarnaast ging mijn werk als conservator digitale collecties natuurlijk gewoon door, maar dan online. Wat mij opviel was hoe soepel de overgang in mijn gezin verliep tussen de analoge lessen op school en het online-onderwijs thuis. Mijn drie kinderen pasten zich razendsnel aan: vanaf de eerste dag leek het alsof zij nooit anders les hadden gehad dan online. Mijn dochter van twaalf had al snel door hoe je het internetfilter van school kon omzeilen door gebruik te maken van duckduckgo. Ik heb heel veel foto’s van die thuissituatie gemaakt: de kinderen verkleedt in carnavalskostuum voor de webcam, het huiswerk maken op het balkon en de online-dictees die werden afgenomen door de kinderen al schrijvend op een whiteboard voor de webcam.

          In de eerste week van de quarantaine heb ik het initiatief genomen voor een landelijke actie om bronnen te verzamelen over het coronatijdperk in samenwerking met het Netwerk Digitaal Erfgoed. Daarnaast heb ik ook voor mijn eigen privécollectie tientallen memes bewaard, screenshots gemaakt van social media posts en daarnaast websites aangedragen voor de nationale coronacollectie van de KB en de internationale coronacollectie van de International Internet Preservation Coalition. Ook probeer ik Julia Noordergraaf (hoogleraar digitaal erfgoed) en Tobias Blanke (hoogleraar Humanities and AI) van de Universiteit van Amsterdam te helpen bronnen te verzamelen over de coronacrisis. Ook hier gaat het erom vluchtige bronnen te bewaren en in kaart te brengen op welke wijze individuen en gemeenschappen hun ervaringen met de coronacrisis in het dagelijks leven vastleggen in woord en beeld.

          Verder heb ik voor de KB veel XS4ALL-homepages geselecteerd en gearchiveerd voor ons project internetarcheologie, dat wordt gesteund door het SIDN-fonds en Stichting Internet4ALL. Bij de selectie let ik specifiek op de digitale sporen die gewone mensen achterlaten op het web en die een uiting kunnen zijn van ontwikkeling van de digitale cultuur. Het viel mij hier op hoe belangrijk de rol van soms zeer jonge kinderen in de vroege Nederlandse internetcultuur was. Primaire bronnen in de geschiedenis die gemaakt zijn door kinderen en die iets laten zien van hun belevingswereld zijn uitermate zeldzaam: een prachtig voorbeeld is de collectie van dertien kindertekeningen en andere schrijfsels op berkenbast die gemaakt zijn door het zes- of zevenjarige jongetje Onfim uit het dertiende-eeuwse Novgorod in Rusland. Uiteraard waren die tekeningen en teksten nooit bedoeld om in de openbaarheid te komen of uiteindelijk in een museum of wetenschappelijke publicatie te belanden.

          Onfim I

          Onfim II

          Tekeningen van Onfim, via Wikipedia.

          Net als in de Russische bodem van Novgorod herbergt de KB-webcollectie ‘XS4ALL-homepages’ vergelijkbare webarcheologische schatten. Dankzij de internetprovider XS4ALL kregen ook kinderen vanaf 1993 voor het eerst de mogelijkheid om zonder tussenkomst van volwassenen professionele homepages te publiceren op het web. Ik noem dergelijke vroege sites webincunabelen of webwiegedrukken, omdat die online homepages al echte digitale publicaties zijn, maar ook nog de kenmerken hebben van de traditionele analoge drukken op papier als opmaak, uiterlijk en inhoud. Zo lijken veel oude homepages nog erg op een traditioneel papieren boek met inhoudsopgave en hebben sommige zelfs de kenmerken van een fysieke publicatie als een ringband.

          Kees Huyser

          De oudste homepage van Nederland, gemaakt door Kees Huyser (1994).

          Juist de kinderen van de vroege jaren negentig namen de vrijheid om te experimenteren met vormgeving, inhoud en tekst. Ook reflecteerden zij op een onbevangen manier op het dagelijks leven en kenden zij nog niet de schroom van het naar buiten brengen van een persoonlijke boodschap voor een wereldwijd publiek en waren zij trots op het enorme en voordien ongekende bereik dat hun werk zo kreeg (bijvoorbeeld de Hampsterdance, een van de oudste memes ter wereld). Precies dit soort bronnen, die vergelijkbaar zijn met deze webincunabelen, zou ik ook willen bewaren uit deze coronaperiode. Zelf vind ik de krijttekeningen van kinderen die worden gedeeld op Instagram wat dit betreft het meest interessant. Omdat kinderen vrijwel niet konden buitenspelen met andere kinderen in de speeltuin, maar toch hun ervaringen en emoties wilden verwerken, zag je een aantal weken geleden, toen het mooie weer begon, een golf van krijtkunst op straat en social media verschijnen met corona of de coronacrisis als onderwerp. Echt fascinerend en buitengewoon kwetsbaar materiaal, maar ook iets dat een prachtige momentopname kan zijn voor de toekomst, net als de berkenbasttekeningen van het Russische jongetje uit de Middeleeuwen.

          Meer lezen?

          • Deze blogpost is een bewerkte versie van mijn bijdrage aan de podcast van Onder Mediadoctoren. Hij verscheen eerder op Historici.nl.
          • Meer over de coronacollectie van het Netwerk Digitaal Erfgoed is hier te lezen.
          • Historici.nl houdt een coronacluster bij van de vele initiatieven die her en der zijn ontstaan om verhalen, beelden en ervaringen gerelateerd aan COVID-19, corona of de pandemie vast te leggen voor de ‘historici van de toekomst’. Lees hier meer.

          De belangrijkste coronabegrippen

          De turbulente coronatijd leverde veel nieuwe situaties op – en dus veel nieuwe begrippen. Voor wie goed voor de dag wil komen tijdens een pandemiegesprek een beknopt coronawoordenboek met een knipoog.

          Aan-uitlockdown

          Waar we aanvankelijk dachten het virus met één quarantaineperiode wel te kunnen neerslaan, bleek al snel dat we ons moesten opmaken voor een tweede golf. De maatregelen werden steeds aangehaald en versoepeld, afhankelijk van het reproductiegetal van het virus, en daarmee het aantal besmettingen. Ook voor de bibliotheken zorgde dit voor een continue op- en afschaling van hun dienstverlening.

          Anderhalvemetersamenleving

          We zullen volgens velen de komende tijd moeten leven in een wereld waarin anderhalve meter afstand houden de nieuwe norm is. In dat geval moet die wereld zo worden ingericht dat het houden van die afstand ook daadwerkelijk mogelijk is. Denk aan wachtrijen voor supermarkten, maar ook aan restaurants en andere plekken waar we normaal gesproken dichter op elkaar staan, zoals de bibliotheek. Zo proberen we nieuwe uitbraken van het virus te voorkomen.

          Balkonsolidariteit

          In tijden van nood leert men de culturele aard van een land kennen. In Italië zong men elkaar in quarantaine massaal toe vanaf het balkon. Het leverde ontroerende beelden op. Zo ontstond saamhorigheid – en werd het belang van cultuur glashelder.

          Besmettingscurve

          We hielden ons er massaal aan vast: de grafische weergave van het aantal besmettingen met het coronavirus en de daarmee sterk samenhangende curve met betrekking tot de druk op de intensive cares. Door thuis te blijven en ons te houden aan de richtlijnen van het RIVM zorgden we ervoor dat in die curve geen piek ontstond, maar we juist konden spreken van een afvlakking (flatten the curve). De anderhalvemetersamenleving hielp daarbij.

          Contactberoep

          Ook de frontofficemedewerkers van de bibliotheek vielen er min of meer onder: de groep beroepen waarbij je onder normale omstandigheden fysiek in aanraking komt met klanten, waardoor men de kans loopt het virus over te dragen. Bibliotheken kwamen met verschillende oplossingen om dit contact tot een minimum te reduceren, zoals boekentasjes die op een vooraf afgesproken plek door de klant konden worden opgehaald. Zo ontstond het contactloos lenen.

           

          Corona

          Toch nog even voor de zekerheid: corona, specifiek COVID-19, is de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2. Je kunt het vergelijken met de relatie tussen aids en hiv: hiv is het virus, aids is de ziekte die je erdoor krijgt. Wordt gekenmerkt door onder meer (ernstige) klachten aan de luchtwegen en koorts. Deze ziekte leidde onder meer tot de coronacrisis, coronaverveling, coronafeestjes en coronababy’s.

          Deurbeleid

          Ook de bibliotheek ontkwam er in de laatste dagen voor de collectieve sluiting niet aan: het invoeren van een beleid met betrekking tot het toelaten van personen. Er werden minder personen toegelaten en mensen met klachten of een zwakke gezondheid werd verzocht de vestiging niet te betreden. Bij de deur werd eventueel een checkgesprek gevoerd of werden items uitgedeeld, waardoor de bibliotheek kon bijhouden hoeveel mensen zich in het pand bevonden.

          Eenzaamheidsvirus

          De credits voor deze term gaan naar koning Willem-Alexander, die de term tijdens zijn speech tot alle Nederlanders op 20 maart 2020 introduceerde. Het coronavirus zorgde voor ernstige eenzaamheid, met name onder ouderen en kwetsbare groepen. En laten dit nu net belangrijke doelgroepen van de bibliotheek zijn. Veel bibliotheken deden er dan ook alles aan juist deze mensen te helpen, onder meer door al hun oudere leden op te bellen en hen te woord te staan tijdens speciale telefonische en digitale spreekuren.

          Ellebooggroet

          De elleboog vervulde tijdens de coronacrisis een glorieuze rol. Niet alleen werd die ingezet om elkaar te begroeten door elkaar kort aan te tikken, ook werd Nederland opgeroepen indien nodig in de elleboog te niezen en te hoesten, in plaats van in de hand. Een bijzondere combinatie, zou je zeggen. Wij zeggen niets

          Hamsterschaamte

          En opeens was die leuke mascotte van die landelijke supermarktketen niet meer onze nationale held, maar een verguisde eenling. Hamsteren werd een activiteit waarvoor we ons moesten schamen. Later werd überhaupt een voet buiten de deur zetten al een reden om het schaamrood op je kaken te voelen (straat- of buitenschaamte), zoals we ons ook begonnen te schamen voor het biertje dat we deden aan de bar (horecaschaamte). De hamsteraars sloegen overigens ook toe in bibliotheekland: op de laatste dagen voor de collectieve sluiting sloegen fervente lezers massaal in.

           

          In tijden van corona

          Een van de belangrijkste uitdrukkingen die ontstond tijdens de coronaperiode was er een die verwees naar, jawel, een boek: puntje-puntje-puntje in tijden van corona is een verwijzing naar de boektitel Liefde in tijden van cholera, de vertaling van Spaans El amor en los tiempos del cólera, een roman van Gabriel García Márquez. Of dit boek tijdens de coronacrisis significant vaker werd uitgeleend, moet nog worden onderzocht.

          Lockdown

          De lockdown: de noodmaatregel of noodtoestand waarbij een land, streek, stad of gebouw niet mag worden betreden of verlaten vanwege een gevaar of de dreiging van gevaar. In Nederland kozen we voor de intelligente versie, zoals premier Mark Rutte ‘m bestempelde: we startten uit onszelf met social distancing en gingen vrijwillig in quarantaine. Dat zorgde bij velen voor meer tijd om te lezen. Het aantal bezoeken aan de landelijke digitale bibliotheek schoot dan ook omhoog.

          Never waste a good crisis

          Hoewel de coronacrisis voor veel narigheid zorgde, waren er genoeg mensen die probeerden ook het goede van de situatie in te zien. Zonder dit virus hadden we nooit zo snel zulke grote stappen kunnen zetten op het gebied van digitale dienstverlening, bijvoorbeeld, of hadden we onszelf er nooit toe kunnen zetten zo weinig broeikasgassen uit te stoten. Winston Churchill, de man achter deze frase, zou trots op ons zijn.

          Ouderenuurtje

          Het uur waarop supermarkten uitsluitend toegankelijk waren voor ouderen, om deze kwetsbare groep te beschermen tegen kwaadaardige ziekte-invloeden van buitenaf. Bibliotheken stelden zulke uurtjes bijzonder genoeg zelden in.

          Zorgheld

          Collectief juichten en klapten we de helden van onze zorgsector toe om de door hen verrichte wonderen. Het is niet ondenkbaar dat snel een nieuw soort held volgt: de boekenheld, werkzaam bij bibliotheek of boekhandel, die ook in coronatijden het publiek dapper van leesvoer bleef voorzien – door boekenpakketten samen te stellen, materialen langs te brengen bij hulpbehoevende ouderen en flitsende activiteiten te bedenken die ervoor zorgden dat iedereen zag dat de bibliotheek ook in coronatijden meer dan aanwezig was.