Dossier De bibliotheek in coronatijd

Leeswijzer

Voorwoord

Jos Debeij (Hoofd afdeling Bibliotheekstelsel, KB) over de bibliotheekwereld in tijden van corona

Bibliotheken in crisistijd

Hoe bibliotheken manieren vinden om hun publiek in crisistijd van dienst te blijven

‘Bibliotheek moet geen parkeerplaats voor kinderen zijn’

Jannie van Vugt, directeur de Bibliotheek Oosterschelde over inhoudelijke jeugdprogrammering in crisistijd

Nederlandse bibliotheken zoeken naar oplossingen

Hoe bibliotheken door het hele land zichzelf opnieuw uitvinden

‘Europese subsidies kunnen ons uit deze crisis helpen’

Ton van Vlimmeren (directeur de Bibliotheek Utrecht en voorzitter EBLIDA) over zijn uitgestelde heropening en de potentie van Europese financiering

Corona’s financiële impact op de bibliotheeksector

De meestgestelde vragen over de inkomstenderving van bibliotheken op een rij

‘Juist nu maatschappelijke kansen zo verschillen, kan bibliotheek meerwaarde tonen’

Martin Berendse (directeur OBA) over zijn zorg voor Amsterdam

Groei van de digitale bibliotheek

Over de invloed van de coronacrisis op het gebruik van de online bibliotheek

Creativiteit en veerkracht van nationale bibliotheken tijdens de coronacrisis

Over de omgang met van nationale bibliotheken met de uitdagingen en kansen van deze tijd

‘Bij heropeningsstappen moeten we vertrouwen op gezond verstand’

Bibliotheekarchitect Jan David Hanrath over zijn ontwerpen in coronatijd

Buitenlandse bibliotheken in coronatijd

Creativiteit over de grens

Afkijken bij andere sectoren

Hoe de museum-, theater-, muziek- en filmwereld overgaan op digitaal

De belangrijkste coronabegrippen

Van anderhalvemetersamenleving tot zorgheld

Tools voor thuiszitters

Platforms die je helpen je te blijven ontwikkelen

Zie alle rubrieken

Lees het hele voorwoord

Voorwoord

Coronaproof dienstverlening

De opkomst bij de regiobijeenkomst van de Vereniging voor Openbare Bibliotheken (VOB) op donderdag 12 maart het Groningse Forum was niet groot. Bibliotheken waren druk bezig hun dienstverlening coronaproof te maken: van het om en om aanzetten van computers tot het afgelasten van activiteiten.

Ongekend snel schakelen

Heel even leek het erop dat bibliotheken zouden stilvallen. Niets bleek minder waar. Al op vrijdag begonnen bibliotheken reserveringen thuis te bezorgen, de boekentassen ophangend aan de deurklink. Bibliotheekorganisaties schakelden ongekend snel – ook in hun samenwerking: op Biebtobieb werd de CrisisBieb-groep ingericht om alle nieuwe vormen van dienstverlening te delen.

Lokaal relevant

Bibliotheken wilden niet alleen verwijzen naar de sterk uitgebreide digitale bibliotheek: ze wilden ook relevant blijven in de lokale samenleving. Het bleef niet bij de mogelijkheid boeken af te halen en te laten bezorgen: oudere leden werden gebeld, lokale online programma’s werden opgetuigd en de hulp bij het invullen van de belastingformulieren werd digitaal voortgezet. Ook op netwerkniveau werd doorgepakt. De VOB, SPN en KB intensiveerden het overleg en kwamen tot een gezamenlijke aanpak. In VOB-verband werd volop aandacht gegeven aan de organisatorische en financiële consequenties van de crisis.

Over dit dossier

Dit dossier biedt een overzicht van de betekenis van de coronacrisis voor het bibliotheekstelsel – op zoveel mogelijk vlakken, zowel kwalitatief als kwantitatief. Het laat zien hoe we als sector door de virusuitbraak zijn geraakt en hoe het bibliotheekstelsel in zijn gelaagdheid van KB, POI’s en bibliotheken zijn maatschappelijke functie tijdens deze periode heeft ingevuld. Die informatie is belangrijk voor nu, bijvoorbeeld in het gesprek met stakeholder en subsidient. Maar ook voor later, zodat ook over tientallen jaren nog steeds duidelijk is wat in de bibliotheeksector gebeurde toen het coronavirus de wereld trof.

Jos Debeij

Lees de hele analyse

Bibliotheken in crisistijd

In tijden van crisis zoeken bibliotheken naar manieren om hun publiek van dienst te blijven. Ze verplaatsen hun activiteiten naar het wereldwijde web, tuigen haal- en brengdiensten op en zetten in op digitaal lezen en luisteren. Daarbij geven ze extra aandacht aan kinderen en ouderen, die extra geraakt worden door de wegvallende voorzieningen van de bibliotheek.

 

Afbeelding

Coronacrisis zorgt voor sluiting vestigingen

De coronacrisis die in het voorjaar van 2020 haar intrede deed in Nederland, zorgde ervoor dat bibliotheken hun dienstverlening moesten aanpassen of stopzetten. De Bibliotheek Eindhoven schrapte als een van de eerste organisaties alle activiteiten (Bibliotheekblad, 2020a). Na de landelijke persconferentie op donderdagavond 12 maart, waarin werd aangekondigd dat alle bijeenkomsten van groepen van meer dan honderd personen werden verboden, besloten enkele andere bibliotheken al op vrijdagochtend hun deuren gesloten te houden (Bibliotheekblad, 2020b). Toen op zondagavond 15 maart werd medegedeeld dat ook restaurants, cafés, scholen en sportclubs moesten sluiten, gold dat indirect ook als een oproep aan bibliotheken om – net als andere culturele instellingen – niet langer open te blijven. Die oproep nam de Vereniging voor Openbare Bibliotheken (VOB), in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), ter harte: met ingang van 16 maart waren alle bibliotheken gesloten (Bibliotheekblad, 2020b; VOB, 2020; Rijksoverheid, 2020).

Afgelasting en digitalisering activiteiten

De maatregelen rondom het coronavirus zorgden ervoor dat bibliotheken hun dienstverlening drastisch moesten herzien. Activiteiten die niet langer fysiek konden plaatsvinden, werden afgelast, opgeschort of omgezet naar een digitaal alternatief. In het geval van grootschalige activiteiten, zoals lezingen of debatten, was het vaak niet mogelijk de activiteit in kwestie te laten doorgaan. Kleinere activiteiten, zoals workshops, gingen in sommige gevallen wel door. Hierbij werd ofwel gekozen voor het opnemen van een activiteit, zoals voorleesmomenten, waarna de opname online werd geplaatst, ofwel voor een interactieve vorm met een video- of chatfunctie, waarbij deelnemers aan de activiteit ook actief konden participeren. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan workshops coderen en programmeren. Fysieke spreekuren werden veelal vervangen door een telefonische variant (Van den Dool, 2020a).

Bibliotheken starten haal- en brengdiensten

De sluiting van de vestigingen als gevolg van de coronacrisis maakte het uitlenen van boeken tot een uitdaging. Waar sommige bibliotheken ervoor kozen hun uitleenfunctie tijdelijk op te schorten en boetes kwijt te schelden, besloten andere bibliotheken haal- en brengservices op te zetten. In sommige gevallen gingen medewerkers alleen langs de deuren bij specifieke doelgroepen, zoals ouderen of hulpbehoevenden,; in andere organisaties koos men ervoor alle leden op deze manier te willen bedienen. Enkele bibliotheken zetten een haalservice op, waarbij leden vooraf gereserveerde materialen in de vestiging konden ophalen. De werkwijze rondom het contactloos lenen was vooraf geverifieerd bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Deze diensten zorgden voor verdeeldheid binnen de bibliotheeksector. Sommige organisaties waren van mening dat deze services desalniettemin indruisten tegen de richtlijnen van de overheid, omdat ze het risico op besmetting met het coronavirus vergrootten door de overdracht via materialen of door het advies om thuis te blijven in de wind te slaan. Ook zorgden ze ervoor dat personeel en leners de straat op moesten, wat haaks stond op het strikte overheidsadvies zoveel mogelijk binnen te blijven (Van den Dool, 2020b).

Infographic coronamaatregelen Nederland

 

De uitdaging van contactloos lenen

Contactloos lenen brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Biblionet Groningen stelde de volgende richtlijnen op om deze service zo goed mogelijk te laten verlopen, die ook door veel andere bibliotheken werden gehanteerd.

  • De veiligheid van de lener en die van de medewerkers van de bibliotheek staan voorop. Boeken blijven 72 uur liggen nadat ze uit kasten zijn gehaald – de veronderstelde tijd dat het coronavirus overleeft op plastic oppervlakken. Daarom duurt het een aantal dagen voordat leners hun boeken kunnen ophalen.
  • Het afhalen vindt contactloos plaats. Bibliotheekmedewerkers zetten een plastic tas klaar op een vooraf aangegeven plek. De lener kan deze meenemen zonder contact te hebben met een medewerker.
  • Boeken kunnen alleen worden opgehaald in de bibliotheek waar deze zich bevinden. Dit beperkt het aantal handelingen dat nodig is om de boeken op de juiste plek te krijgen.
  • Wanneer de gereserveerde boeken klaarliggen, wordt de lener zo snel mogelijk gebeld. Hij wordt ontmoedigd zonder afspraak naar de bibliotheek te komen. Dit voortkomt drukte in de vestigingen.
  • De lener kan maximaal vijf voorkeursboeken opgeven. De bibliotheek probeert minimaal drie van deze titels klaar te leggen.

Drukte en rust voor personeel en vrijwilligers

De sluiting van bibliotheken door het coronavirus had verschillende effecten op het personeel en de vrijwilligers van alle vestigingen. Waar sommige medewerkers, zoals beveiligers en leesconsulenten, hun gebruikelijke werkzaamheden niet meer konden uitvoeren, werd van andere functies, zoals binnen managementteams en op de communicatieafdeling, juist meer gevraagd. Met name vrijwilligers, die vaak functies vervullen waarbij zij veelvuldig in contact komen met de klant, gaven aan zich niet comfortabel te voelen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Dit gold deels ook voor frontoffice-medewerkers, die de tijd waarin bibliotheken gesloten waren soms konden benutten voor het saneren van de collectie en het ondersteunen van collega’s.

Bijscholing voor backoffice

Backoffice-personeel zette waar mogelijk de werkzaamheden thuis voort, geholpen door digitale middelen om te vergaderen, informatie uit te wisselen en bestanden te delen. Bibliotheekorganisaties nodigden hun medewerkers veelal uit zich bij te scholen via Bibliotheek Campus, dat haar aanbod tijdelijk uitbreidde (Bibliotheek Campus, 2020). Ook onderhielden medewerkers landelijk contact met elkaar via het online platform Biebtobieb, in dit geval onder meer via de speciaal ingerichte groep CrisisBieb. Zo kon ook tussen bibliotheken informatie worden uitgewisseld over de gang van zaken.

Wat is CrisisBieb?

Ten tijde van de coronacrisis vonden bibliotheekmedewerkers elkaar op Biebtobieb in de CrisisBieb-groep, waar vragen werden gesteld en tips werden uitgewisseld rondom de maatregelen rondom COVID-19. Kwesties als activiteiten, het inleveren van boeken, de ThuisBieb, het online en offline contact met gebruikers en heropeningsstrategieën werden er onder de loep genomen. Ook werden er best practices en door bibliotheken gemaakte handleidingen gedeeld.

 

 
Haal- en brengservices in steeds meer bibliotheken
 
Thuiswerken als norm
 
Groter digitaal aanbod
 
Extra aandacht voor jeugd en oudere doelgroep

Inzet op digitaal lezen

Toen bibliotheken hun fysieke aanbod veelal niet meer konden voortzetten, richtten zij zich op hun digitale mogelijkheden. Zij promootten landelijke platforms zoals de online bibliotheek, de LuisterBieb, en de speciaal voor de coronacrisis opgezette ThuisBieb, waar leden en niet-leden van de bibliotheek digitaal konden lezen en luisteren. Ook breidde de KB het aanbod van deze platforms tijdelijk uit. Hierdoor steeg het gebruik van de digitale diensten van de bibliotheek aanzienlijk, zowel in het aantal gebruikers als in de hoeveelheid uitleningen (KB, 2020). Met name voor ouderen, een belangrijke maar kwetsbare doelgroep van de bibliotheek, boden deze vormen van digitale toegankelijkheid een uitkomst. Tegelijkertijd vroegen deze aanpassingen ook om meer digitale vaardigheden, waarover deze oudere doelgroep niet altijd beschikt. Uitgebreidere telefonische spreekuren konden dit deels ondervangen.

Wat is de ThuisBieb?
Met de lancering van de ThuisBieb-app op 6 april stelde de KB honderd e-books gratis beschikbaar voor zowel leden als niet-leden van de bibliotheek. De brede selectie bevatte voor elke lezer wat wils: van spanning tot chicklit en van literatuur tot informatief. Zowel bekende als minder bekende boeken maakten onderdeel uit van het aanbod, dat zowel boeken voor volwassenen als voor jeugdlezers bevatte. De ThuisBieb sloot aan bij de CPNB-campagne #ikleesthuis, die naar aanleiding van de coronacrisis werd gelanceerd.

Bibliotheek zet in crisistijd in op jeugd

In hun aangepaste dienstverlening besteedden bibliotheken extra aandacht aan kinderen en jongeren. Basisschoolleerlingen, die moesten thuisblijven van school, werden aangespoord tot activiteiten binnenshuis via YouTube-filmpjes en op andere platforms, waar zij konden deelnemen aan online rapworkshops, Minecraft-challenges en digitale programmeerbijeenkomsten. Verschillende bibliotheekorganisaties plaatsten wekelijks video’s waarin ze kinderen en jongeren uitnodigden zelf creatief aan de slag te gaan met huis-, tuin- en keukengerei (Van den Dool, 2020b).

Extra aandacht voor oudere doelgroep

Voor ouderen is de coronacrisis extra ingrijpend: zij hebben een zwakkere gezondheid en lopen dus een groter risico op besmetting bij een bezoek aan de bibliotheek (RIVM, 2020). Bovendien kunnen zij over het algemeen minder goed overweg met de digitale middelen die het gebruikelijke analoge aanbod vervangen. Daarnaast zijn zij soms sterk afhankelijk van de bibliotheek voor hun sociale contact, waardoor zij nu een verhoogd risico op vereenzaming lopen (BiebPanel, 2018). Daarom kreeg deze doelgroep bij sommige bibliotheken extra aandacht: ze werden bijvoorbeeld allemaal individueel gebeld, werden uitgenodigd voor een dagelijkse digitale koffiebijeenkomst of kregen online cursussen voor het gebruik van digitale middelen aangeboden (Van den Dool, 2020b).

Crisisbeleid bibliotheken loopt uiteen

Bibliotheken verschillen sterk in de gemaakte keuzes rondom hun dienstverlening tijdens de coronacrisis. Waar de ene organisatie ervoor koos zoveel mogelijk activiteiten te ontplooien, besloot de ander juist niet in te zetten op tijdelijke dienstverlening, die na de crisis mogelijk niet kon worden voortgezet. Wel hadden veel bibliotheken hetzelfde gesprek te voeren met lokale gemeenten, waarvan zij voor hun financiering grotendeels afhankelijk zijn. Eerder gemaakte afspraken over te bereiken doelen konden niet altijd worden nagekomen. Het nauwkeurig bijhouden van het effect en het bereik van alternatieve vormen van dienstverlening tijdens de sluiting zouden dat gesprek kunnen vergemakkelijken (Van den Dool, 2020b).

Bronnen

Lees het hele interview

‘Bibliotheek moet geen parkeerplaats voor kinderen zijn’

Interview met Jannie van Vugt, directeur de Bibliotheek Oosterschelde

De dienstverlening aan de jeugd is een van de belangrijkste speerpunten van de Bibliotheek Oosterschelde. Des te belangrijker was het daarom dat deze functie, ook bij beperkte openstelling na de coronacrisis, een zinvolle invulling kreeg. Anne van den Dool (KB) sprak directeur Jannie van Vugt direct na de bekendmaking dat bibliotheken hun deuren weer mochten openen voor kinderen.

Speerpunten

De eerste week was het één grote chaos, herinnert Jannie van Vugt, directeur van de Bibliotheek Oosterschelde, zich. ‘Niemand begreep toen nog goed wat de consequenties van de maatregelen rondom het virus waren. De ene dag nam je een besluit, de volgende dag kwamen alweer nieuwe inzichten boven tafel waaraan we eerder nog niet hadden gedacht.’

Toch vonden haar werknemers snel een modus, zag Van Vugt. ‘We hebben geen moment stilgezeten. Er kwam ontzettend veel creativiteit los, zonder dat ik dat als directeur hoefde aan te jagen. Het was een continu proces, waarin we zeker wisten dat de wereld er volgende dag weer anders zou uitzien. Een heel intensieve periode, waarin je de kans krijgt te pionieren, maar ook om goed te kijken naar je eigen club. Wat zijn onze speerpunten? Waarop willen we inzetten als we keuzes moeten maken?’

Onze digitale dienstverlening voor leerlingen was opeens veel zichtbaarder voor ouders – zij zagen nu voor het eerst wat wij op school doen.

Jeugd als focus

Bij de bibliotheek in Oosterschelde ligt de focus op taalontwikkeling en leesbevordering bij de jeugd. ‘Dat valt wat ons betreft het meeste effect te behalen,’ licht Van Vugt toe. ‘We hebben veertien leesconsulenten in dienst, die normaal gesproken wekelijks langsgaan bij scholen en kinderopvanglocaties. Dat ritme werd opeens onder onze handen weggetrokken: het mocht en kon niet meer.’

De eerste week zag Van Vugt vooral wat niet meer mogelijk was. ‘Maar in week twee waren de leesconsulenten al bezig lesprogramma’s te digitaliseren en hadden ze intensief contact met de scholen om te kijken wat ze konden betekenen. Allemaal pakten ze een andere tak van deze dienstverlening op, waardoor een compleet programma ontstond. Dat vond ik echt een teken van vakmanschap en taakvolwassenheid. Ook de scholen waren er ongelooflijk blij mee. Dat we niet fysiek bij ze konden binnenkomen, belemmerde ons niet. Sterker nog: met deze digitale vorm werden we ook veel zichtbaarder bij andere groepen, zoals ouders. Normaal gesproken zien zij veel minder van wat wij doen.’

Digitale winst

De grootste bottleneck zat ‘m voor Van Vugt toch in de gesloten vestigingen, merkte ze. ‘We zagen onze klanten niet meer. Dat hebben we deels opgelost met belletjes en een chatfunctie, die we al heel lang in gedachten hadden. Alle ideeën die we al op de plank hadden liggen kwamen nu ineens heel snel tot stand. Zo liepen we al eerder rond met het idee om meer digitaal te vergaderen. Toen het halverwege maart plotseling nodig was, moesten we allemaal nog ons Skypeaccount activeren. Toch hadden we het allemaal in een mum van tijd op de rit.’

Bij de Bibliotheek Oosterschelde hebben ze de afgelopen jaren hard hun best gedaan frontofficemedewerkers weer in hun kracht te zetten en ook over gemeentegrenzen heen contact met elkaar te hebben. ‘Dat werpt nu zijn vruchten af,’ merkt Van Vugt. ‘Als ik nu een protocol van de VOB voor mijn neus krijg, denk ik niet: dat ga ik zelf doen. Dat leg ik bij mijn frontofficemedewerkers neer. Op die plekken zitten zulke talentvolle mensen met uiteenlopende kwaliteiten. Iedereen versterkt elkaar, ook in de houding die we stuk voor stuk in dit proces aannemen: van degene die zegt dat we morgen open moeten tot de medewerker die meer op de procedures zit.’

Online hulp

Van Vugt denk terug aan de begindagen van hun digitale dienstverlening voor scholen. ‘Toen we die opstartten, was de essentie dat we ondersteunend moesten zijn in de zaken waarmee het onderwijs bezig is. We wilden niet te aanbodgericht zijn, maar juist focussen op de vraag. Ook daar zijn we nu enorm mee geholpen. Iedere leesconsulent komt minimaal eens per week op een school en heeft heel goed contact met de leerkrachten. De vraag ‘wat kan ik voor jullie betekenen?’ was in deze periode daarom heel makkelijk gesteld.’

En ook het antwoord was in veel gevallen helder. ‘In de week voordat de vestigingen dicht gingen, speelde al de vraag: hoelang kunnen wij nog de school in? Hoe welkom zijn wij?’ herinnert Van Vugt zich. ‘Doordat we contact hielden, bleek dat al die docenten thuisonderwijs moeten geven en heel graag een les van de bibliotheek aangeleverd zouden willen zien. Daarin sprongen wij natuurlijk maar al te graag bij.’

Ook organiseert de Bibliotheek Oosterschelde normaal gesproken veel fysieke activiteiten voor kinderen. ‘Die hebben we waar mogelijk omgezet naar een digitaal alternatief,’ licht Van Vugt toe. ‘Onze programmeerbijeenkomsten vinden nu op het web plaats. Alle leesconsulenten hebben ook hun eigen Facebookpagina, waarop kinderen en hun ouders kunnen kijken voor leestips en voorleesfilmpjes. We denken niet vanuit belemmeringen, maar in mogelijkheden.’

Ook waren de leesconsulenten al goed toegerust op het thuiswerken: deze medewerkers zijn veel op pad, en lopen dus altijd al met hun laptop en iPad met bibliotheeklogo onder de arm. ‘We hebben studieweken waarin zij elkaar uitgebreid treffen,’ legt Van Vugt uit. ‘Ook van onze andere medewerkers wordt in normale tijden al veel flexibiliteit gevraagd. We hebben een groot werkgebied, van de kop van kop van Schouwen-Duiveland tot aan Bergen op Zoom. Hemelsbreed is dat zestig kilometer. Alle digitale sprongen die we maken zorgen mede daardoor voor een grote kwaliteitsverbetering.’

Geen ballenbak

Van Vugt verheugt zich op de terugkeer naar het analoge bibliotheekwerk, maar het baart haar deels ook zorgen. ‘Opengaan voor kinderen is geen kwestie van de deuren van het slot halen, de pc’s aanzetten en toekijken. Deze doelgroep moet worden begeleid. Wij willen geen ballenbak zijn waar je je kind parkeert. We willen een bezoek inhoud geven, juist omdat kinderen zo’n belangrijke doelgroep voor ons zijn, waarmee zoveel te bereiken valt.’

Ook van medewerkers vraagt het een extra omschakeling. ‘Onze frontofficewerknemers zijn over het algemeen gespecialiseerd in één-op-één-contact, terwijl onze leesconsulenten meer op grote groepen zijn ingesteld.’

Toch vindt Van Vugt het prettig dat de eerste stappen die bibliotheken richting heropenstelling mogen zetten gericht zijn op het basisschoolkind. ‘Het past goed bij onze focus. Desalniettemin zeg ik: wij zijn er nog niet klaar voor. In het VOB-protocol zien we zaken die wij simpelweg niet overal kunnen faciliteren, bijvoorbeeld waar het gaat over aparte in- en uitgangen.’

Van Vugt herinnert zich haar aanvankelijke instelling tijdens deze crisis. ‘Eerst was ik te gehaast en moesten mijn collega’s steeds op de rem trappen. Nu staan medewerkers en vrijwilligers juist te popelen, maar ben ik voorzichtiger. Ik ben tenslotte degene die hun veiligheid moet waarborgen.’

 

Hersengymnastiek

Voor de doorgang van lopende programma’s is de heropening van de bibliotheek bijzonder prettig. ‘We hadden prachtige combinatieprogramma rondom preventie en curatie van laaggeletterdheid klaarstaan,’ vertelt Van Vugt. ‘We hadden voor drie jaar onderwijsachterstandengeld gekregen. Voor ons tikt de tijd dus door. Voordat wij onze taalvragers weer terugzien, zijn we zomaar een halfjaar verder. In een tijdsspanne van een paar jaar is dat een behoorlijk verlies. We zaten in zo’n flow, met een groeiend Taalhuisnetwerk en geïntensiveerd jeugdbeleid. Hopelijk lukt het ons dat herstellen en krijgen we daar vanuit de subsidie ook de tijd voor. Ik zie dat gemeentes in zwaar weer zitten en keuzes moeten maken. Bij mij heersen dus twee vragen: kunnen wij als bibliotheek ons succes weer oppakken en mogen we onze financiering behouden?’

Als directeur vindt ze dit een heftige tijd, geeft Van Vugt toe. ‘Ik draag de zorg voor mijn medewerkers, mijn klanten en ons product. Ik word daarbij voor lastige vragen gesteld, die me soms dwingen te kiezen tussen twee kwaden. Dat is pure hersengymnastiek. Helaas kunnen we alleen met stevige keuzes verder en niet alleen met poldermethodes.’

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren en experts in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het virus en het vooruitzicht op eventuele heropening. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Lees de volledige tekst

Nederlandse bibliotheken zoeken naar oplossingen

In heel Nederland gingen bibliotheken na de sluiting al snel aan de slag om een zo compleet mogelijk aanbod te kunnen bieden aan hun bezoekers en leden. Zij zetten daarbij vooral in op digitaal, bijvoorbeeld met online leesclubs en workshops. Daarnaast was er ook aandacht voor specifieke doelgroepen, zoals jongeren en ouderen.

Afbeelding

De Bibliotheek Overijssel: digitale leesclub

Het coronavirus zorgt er ook voor dat leesclubs niet meer fysiek bij elkaar kunnen komen. En dat terwijl er door het wegvallen van allerlei andere mogelijke activiteiten juist meer tijd is om te lezen. Medewerkers van de bibliotheek in Overijssel besloten daarom een digitale leesclub op te richten via Goodreads, een online platform waar lezers over de hele wereld hun leestips met elkaar delen. De deelnemers stemmen samen over de keuze van het boek. De enige voorwaarde is dat de titel beschikbaar moet zijn via de online Bibliotheek. De deelnemers stellen elkaar steeds nieuwe vragen om het boek verder uit te diepen. Alle bibliotheekleden in Nederland mogen meedoen.

Bekijk de digitale leesclub op Goodreads >

Afbeelding

Biblionet Groningen: leestips op de radio

Meer tijd hebben om te lezen is fijn, maar dan moet je natuurlijk wel weten wat je moet lezen. Biblionet Groningen sloeg de handen ineen met RTV Noord en besloot enkele weken lang dagelijks boekentips te delen via de radio. Collega’s wisselden elkaar af en tipten steeds een ander boek, waaruit zij een stukje voorlazen. Daarnaast ontplooide Biblionet Groningen allerhande andere digitale activiteiten, zoals een BiebLab met doefilmpjes voor jongeren en een online Taalhuis.

Luister de afleveringen hier terug >

Afbeelding

Bibliotheek De Lage Beemden: minibiebs

Een aantal bibliotheken, waaronder die in Veendaal, Hoeksche Waard en Venlo, zetten tijdens de coronacrisis hun afgeschreven boeken buiten, zodat iedereen deze gratis kon meenemen. Bibliotheek De Lage Beemden gaf afgeschreven boeken een extra bijzondere plek. De organisatie plaatste de oproep aan leden een eigen minibieb te creëren: een kastje of tafel waar mensen hun eigen boeken kunnen achterlaten en andermans boeken kunnen meenemen. De bibliotheek doneerde aan iedere minibiebvestiging enkele afgeschreven boeken.

Lees meer over deze minibiebs >

Afbeelding

Bibliotheek Rotterdam: online leren rappen

Bij de Bibliotheek Rotterdam stond in maart een rapworkshop van Crooks Divisie gepland. Jongeren met rapaspiraties konden nog steeds meedoen met de oefeningen en hun vragen stellen, maar nu via het Instagramaccount van de bibliotheek.

Bekijk het Instagramaccount van de Bibliotheek Rotterdam >

Afbeelding

Rozet: Kunsttelefoon

Nu het gebruikelijke Kunstcafé van Rozet geen doorgang kan vinden, bellen enkele vrijwilligers van Kunst 55+ met ouderen die het fijn vinden over kunst te praten. De vrijwilligers staan open voor het geven van kijk- en luistertips. Ook geven zij verzoeken door om cd’s aan huis te ontvangen en bieden zij instructies voor het kijken van YouTube-filmpjes van kunstenaars aan het werk. Indien gewenst, bellen ze nog eens terug.

Lees meer over de kunsttelefoon van Rozet >

Lees het hele interview

‘Europese subsidies kunnen ons uit deze crisis helpen’

Interview met Ton van Vlimmeren, directeur de Bibliotheek Utrecht en voorzitter EBLIDA

Alles stond klaar voor de opening van de nieuwe Utrechtse bibliotheekvestiging aan de Neude. De coronacrisis stak er een stokje voor. Anne van den Dool (KB) sprak met directeur Ton van Vlimmeren, die als voorzitter van EBLIDA kansen ziet om bibliotheken met behulp van Europese subsidies uit deze financieel zware tijd te krijgen.

Rood licht

De intrede van het coronavirus pakte voor Ton van Vlimmeren, directeur van de Bibliotheek Utrecht, wel heel onvoordelig uit. ‘Na jaren van voorbereiding zouden we op vrijdag 13 onze gloednieuwe hoofdvestiging openen aan de Neude. Alles stond klaar. Op donderdagochtend hadden we nog contact met RIVM: kan het doorgaan? Toen kregen we groen licht. Om 11 uur ’s ochtends hebben we alle genodigden nog een berichtje gestuurd met het bericht: geen zorgen, het gaat door. Luttele uren later liet Rutte ons het omgekeerde weten.’

Met de boodschap van de minister-president dat evenementen boven de honderd personen geen doorgang konden vinden, werden ook de honderdvijftig activiteiten die in het kader van de opening op de planning stonden in één klap geannuleerd. ‘Het personeel reageerde heel professioneel op die boodschap,’ herinnert Van Vlimmeren zich. ‘We hadden allemaal keihard toegewerkt naar die opening. Het is heel vreemd zo’n anticlimax te ervaren, zeker omdat het pand daarna zo lang leeg moest blijven. We konden er met ons personeel en onze bezoekers geen bezit van nemen.’

Extra wrang: bij de inrichting waren juist kosten noch moeite gespaard om het gebouw een duidelijke verblijfsfunctie mee te geven. ‘We hadden een veelheid aan studie- en werkplekken ingericht,’ licht Van Vlimmeren toe. ‘En het eerste wat we nu moeten doen, is driekwart van de stoelen eruit halen.’

Kwetsbare doelgroepen bereiken we de komende tijd waarschijnlijk alleen met intensief één-op-één-contact aan huis.

Problemenstapel

Van Vlimmeren sprak eind april tegenover Trouw zijn ongenoegen uit over het feit dat supermarkten en tuincentra wel open mochten blijven en bibliotheken niet. ‘Er zijn gezinnen met kinderen die zich te pletter vervelen, die een terugval krijgen in hun leesvaardigheid. Boekhandels zijn ook open, terwijl zij soms minder toegerust zijn op bezoekers dan wij: zij hebben veelal kleinere locaties met smallere gangpaden.’

Zijn medewerkers willen zo graag weer al hun diensten verlenen aan Utrechtse burgers, ziet Van Vlimmeren. ‘Naarmate het – misschien wel onnodig – langer duurt voordat we ons totaalpakket weer mogen aanbieden, stapelen de problemen zich ook op. Niet alleen de consequenties voor het leesniveau van kinderen zijn groot, ook de financiële gevolgen zullen niet achterblijven. Om ons heen zien we hoe onze horecapartners en onderhuurders in de knel komen en vragen om opschorting van huur.’

Discussieplatform

Op een gegeven moment waren ze bij de Bibliotheek Utrecht wel klaar met het aankopen van anderhalve-meter-lint en spatschermen. ‘Je kunt je voorbereiden op een toekomst, maar op een gegeven moment wil je ook in die toekomst aan de slag. In die toekomst zijn we niet alleen een boekenuitleenbalie, hoewel het zeker goed is dat dat de eerste functie is die gerestaureerd wordt.

Het liefst zou ik ook een rol spelen in de discussies die momenteel in onze maatschappij leven. Vinden we het bijvoorbeeld kloppen dat onze nationale luchtmaatschappij wel geld van de overheid ontvangt, maar niet wil verduurzamen? Wat vinden we op dit moment van onze balans tussen werk en privé? Hoe willen we in de tijd hierna leven, voedsel produceren en consumeren? Wat is de prijs van mensenleven?

Dat is de paradox van deze tijd: als bibliotheek zouden we hier heel graag een duidende rol in willen vervullen, informatie willen geven, een plek van lotgenootschap willen zijn. Zo voelden we dat ook na de aanslag op Kanaleneiland vorig jaar: mensen kwamen bij elkaar in de bibliotheek en spraken over wat er was gebeurd. Die functie kunnen wij nu niet vervullen. Ook binnen de anderhalve-meter-samenleving moeten we zoeken naar dat type dienstverlening.’

Streamen

Voor een deel worstelt bibliotheken met dezelfde vraagstukken als theaterzalen en bioscopen, ziet Van Vlimmeren. ‘De continue vraag is: wat kunnen we doen met een kwart van het publiek? Wat mij betreft moet dat een combinatie van live en digitaal zijn: een klein publiek dat zich in de bibliotheek bevindt en voor interactie zorgt, plus een streamingskanaal voor andere kijkers, waar je als digitaal publiek ook vragen kunt stellen. Zo hoeft onze programmerende en opiniërende rol niet pas in de laatste fase te worden opgestart.’

De grootste uitdaging ziet Van Vlimmeren in het bereiken van kwetsbare ouderen. ‘Deze doelgroep komt normaal gesproken al niet gemakkelijk het huis uit. We hadden hen weten te verleiden tot koffieochtenden, workshops en digitaal buddyschap. Hoe ondersteunen we hen in deze voor hen toch onveilige tijd? Juist nu is hun digitale redzaamheid belangrijker dan ooit. We moeten waarschijnlijk denken aan één-op-één-begeleiding aan huis. Dat is ontzettend arbeidsintensief, maar anders weten we hen waarschijnlijk niet te bereiken.’

Europees verbond

Van Vlimmeren is ook voorzitter van het European Bureau of Library Information and Documentation Associations (EBLIDA) – ‘de VOB op Europees niveau’, zoals hij het zelf beschrijft. ‘We hebben vanuit EBLIDA een nieuwsbrief uitgebracht met een overzicht van de coronamaatregelen van verschillende Europese landen. Zo laten we zien welke vragen er spelen en welke antwoorden bibliotheken daarop vinden. We brengen binnenkort een rapport uit met initiatieven die ook na deze crisis een rol kunnen blijven spelen, waarbij we voorbeelden ophalen uit alle hoeken van Europa.’

Ook bij collega’s over de grens ziet Van Vlimmeren de angst dat deze crisis voor bibliotheken financieel gezien heel nadelig kan uitpakken. ‘Veel bibliotheken verwachten dat de komende tijd de budgetten opnieuw ter discussie zullen komen te staan. In Nederland moeten we ons wapenen met de alarmerende leescijfers van het laatste PISA-rapport, het leesoffensief en de oproep van de Raad voor Cultuur om gemeenten er niet mee weg te laten komen om ons opnieuw te korten. We moeten laten zien welke prijs de samenleving betaalt als er wordt gekort op de bibliotheek. Op die discussie moeten we ons goed voorbereiden.’

Nieuwe structuur

Daarnaast ziet Van Vlimmeren op Europees niveau mogelijkheden. ‘Het beleid en de subsidierondes voor 2021 tot en met 2027 komen eraan. In de regel moet je erg veel doen om Europees geld te verwerven én verantwoorden. Openbare bibliotheken zijn vaak klein, met weinig beleids- en projectcapaciteit. Ook zijn ze weinig internationaal georiënteerd. In tegenstelling tot bijvoorbeeld universiteitsbibliotheken krijgen ze lastig mensen vrijgespeeld om subsidieaanvragen te schrijven. Als Nederlands bibliotheekdirecteur wil ik me binnen mijn voorzitterschap van EBLIDA graag hard maken voor een nieuwe vorm van samenwerking in ons land, waarin we aan de slag gaan om Europese subsidieprojecten aan te vragen, uit te voeren en te verantwoorden. Een subsidiemotor die bibliotheken ontlast. Juist in deze periode kan Europees geld ons verder brengen. Als het in Bulgarije en Litouwen kan, kan het bij ons ook.’

Toch vinden veel bibliotheken het nog lastig hun maatschappelijke waarde concreet te maken – een vaardigheid die bij dergelijke aanvragen hard nodig is. Van Vlimmeren: ‘EBLIDA heeft daarom ook een werkgroep bijeen gebracht som om praktische modellen te ontwikkelen voor de impact van bibliotheken en om op internationaal van elkaar te leren. Onderzoek van de KB draagt daaraan bij. Als je lokaal, nationaal en Europees met elkaar combineert, versterk je je basis en elkaar.’

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren en experts in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het virus en het vooruitzicht op eventuele heropening. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Lees de hele analyse

Corona’s financiële impact op de bibliotheeksector

We schrijven maart 2020. Het coronavirus (COVID-19) krijgt ook Nederland in zijn ban. Waar andere Europese landen een volledige lockdown instellen, kiest onze regering voor een ‘intelligente’ variant. We leven in een zogenoemde anderhalvemetersamenleving, waarin sommige sectoren, zoals winkels, kunnen blijven doordraaien. Ook mogen we nog steeds naar buiten, mits in kleine groepen en met afstand tot elkaar. Al snel worden door onder meer de horeca immense bedragen genoemd aan inkomstenderving. Bedragen die met de verlenging van de lockdown hoogstwaarschijnlijk alleen maar verder zullen oplopen. Ook de bibliotheeksector loopt veel inkomsten mis. Eric van der Wal (business controller bij Rijnbrink) zette de meestgestelde vragen over deze inkomstenderving op een rij.

 

Afbeelding

Wat betekent deze lockdown voor de bibliotheeksector?

Om het financiële effect voor deze sector te kunnen bepalen, heeft de VOB haar leden opgeroepen om een inventarisatie in te vullen, onder meer voor het verkrijgen van de noodzakelijke steun. Daarnaast heeft Rijnbrink een impactanalysetool ontwikkeld om per bibliotheek te kunnen bepalen op welke vlakken de inkomstenderving het grootst is, en waarmee een aanvullende risico-inventarisatie kan worden gedaan. Want hoewel voor de bibliotheeksector niet dezelfde gigantische bedragen gelden als voor de bibliotheeksector, is ook hier sprake van inkomstenderving. En, zo is verder in dit artikel te lezen, ook van lastenverzwaring.

 

Over welke financiële consequenties hebben we het dan?

Subsidies

Voor de meeste bibliotheken vormen subsidies de belangrijkste inkomstenbron. Een studie (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019) heeft aangetoond dat deze in 2018 goed waren voor 79% van het totale inkomen. Het overgrote deel was afkomstig van gemeenten. De reguliere subsidies worden vooralsnog in 2020 niet gekort, waardoor het coronavirus op dat onderdeel  in 2020 geen financieel effect heeft. Wel kan dat effect zich alsnog doen gelden in 2021, als blijkt dat vanuit het Rijk minder geld beschikbaar gesteld wordt in verband met minder financiële middelen vanwege het coronavirus. Mogelijk vallen de subsidiegelden in 2021 dus lager uit en is er sprake van een vertraagd effect. Het is echter te vroeg om hier al uitspraken over te kunnen doen.

Naast reguliere subsidies krijgen bibliotheken ook projectsubsidies toegekend, voor projecten met een korte of een langere doorlooptijd. Voor deze laatste categorie is het van belang dat in goed overleg wordt getreden met de subsidiërende instantie. Kan de termijn verlengd worden? Bestaat de optie de verantwoording later of op een andere manier af te leggen? Over het algemeen is de verwachting dat ook hier weinig tot geen inkomstenderving zal optreden.

Op de projecten met een korte doorlooptijd kan het coronavirus wel degelijk impact hebben. Projecten kunnen immers niet plaatsvinden, waardoor subsidiegelden terugbetaald moeten te worden óf de projecten op een andere wijze moeten worden ingevuld. Dit brengt vaak meerkosten met zich mee.

 

Contributie en telaatgelden

Andere belangrijke inkomstenbronnen van bibliotheken zijn de contributie en de telaatgelden. Over de contributie is vanuit de VOB als advies meegegeven om in eerste instantie geen abonnementsgelden terug te boeken of om abonnementen te bevriezen, omdat dit naar rato een grote administratieve last met zich meebrengt. Mochten leden hierop onverhoopt toch aanspraak willen maken, dan is een redelijk alternatief om een tegoedbon in de vorm van een gratis consumptie of activiteit aan te bieden. Dit is een alternatieve vorm van inkomstenderving, omdat dit geen impact heeft op de omzet, maar wel degelijk kosten met zich meebrengt. Voor de telaatgelden is dit anders. Leden zijn niet in staat hun uitleningen terug te brengen en derhalve is besloten om de termijnen te verlengen. Dit houdt automatisch in dat in de periode van sluiting geen telaatgelden worden geïnd. De impact hiervan ten opzichte van de totale inkomsten is echter gering.

Dienstverlening op scholen en culturele activiteiten

Andere bronnen van inkomsten zijn de dienstverlening op scholen en de culturele activiteiten. Beide typen aanbod kunnen gedurende de lockdown niet of niet op de reguliere wijze plaatsvinden. Derhalve zijn – afhankelijk van de invulling en afspraken hierover – de opbrengsten hiervan sterk gereduceerd. Voor de culturele activiteiten zou kunnen gelden dat gekochte kaartjes of cursusgelden teruggeboekt moeten worden óf dat deze op een later tijdstip alsnog plaatsvinden. Hier zijn wel vaak extra kosten aan verbonden. Hoe zit het namelijk met de afspraken omtrent annuleringen met de locatie, artiest of docenten en (cursus)materialen die reeds zijn aangeschaft?

 

Lastenverzwaring

Naast inkomsterderving is ook sprake van lastenverzwaring. Bij de reeds bovengenoemde additionele kosten is met name sprake van extra kosten voor de hygiëne en het mogelijk maken van de vereiste anderhalve meter afstand, waarvan sprake zal zijn wanneer de bibliotheek weer opengaat. Ook kosten voor advisering met betrekking tot het coronavirus, de sluiting en alternatieve dienstverlening dienen als extra last aangemerkt te worden. Zelfs een versnelde digitalisering maakt hiervan onderdeel uit. Verder zijn er bibliotheken die een afhaal- of brengservice hebben opgezet. Ook hierbij komen nieuwe lasten kijken, zelfs als vindingrijke afspraken zijn gemaakt met bijvoorbeeld een pizzakoeriersbedrijf.
Voor de langere termijn kan worden gedacht aan bijvoorbeeld stijgende pensioenpremies door dalende dekkingsgraden van pensioenfondsen.

Personeel

Last but not least is op grote schaal sprake van medewerkers en vrijwilligers die in deze tijd getroffen worden, doordat zij minder tot geen uren kunnen maken. Voor degenen met een flexibel contract betekent dit vaak ook minder inkomsten. Verder bestaan er vragen rondom het opnemen van verlof en de opbouw van het ‘verlofstuwmeer’. Mocht iedereen pas later in het jaar verlof willen opnemen, dan kan dit organisatorische problemen opleveren en wellicht extra lasten met zich meebrengen, bijvoorbeeld in verband met het vervangen van personeel.

 

Liquiditeitsproblemen

Bovengenoemde posten hebben allemaal betrekking op inkomstenderving en lastenverzwaring en kunnen derhalve leiden tot liquiditeitsproblemen, waarbij het de vraag is of bij iedere bibliotheek voldoende vet op de botten zit om de financiële klappen op te vangen. Ook hiervoor kunnen, of soms moeten, bibliotheken met hun crediteuren om tafel om goede afspraken te maken over betalingsverplichtingen.

 

Wat doet de overheid?

NOW-regeling

De overheid heeft diverse maatregelen genomen om de financiële impact te verlichten. Deze regelingen zijn te vinden op de site van de Rijkoverheid. De belangrijkste regeling die de overheid heeft getroffen, is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid, afgekort de NOW-regeling. Hiervoor dient echter sprake te zijn van een aantoonbare omzetderving van tenminste 20 procent. Gezien het feit dat het grootste deel van het inkomen van bibliotheken bestaat uit subsidies, zal het merendeel van de bibliotheken niet aan deze voorwaarde aan kunnen voldoen. Zij komen derhalve niet voor deze regeling in aanmerking. Alleen voor de bibliotheken die een groot deel van hun omzet genereren vanuit project- of culturele activiteiten is er de mogelijkheid hierop aanspraak te maken.

 

TOGS

Verder is er nog de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Hierbij kunnen ondernemingen aanspraak maken op een eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro ten behoeve van de vaste lasten. Op basis van de SBI-code waarmee ze ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel kunnen bibliotheken checken of ze hiervoor in aanmerking komen.

Vooralsnog is het te vroeg om het gehele financiële effect van het coronavirus te overzien. Wel is duidelijk dat het grootste deel van de misgelopen inkomsten en vormen van lastenverzwaring niet gecompenseerd kan worden vanuit de huidige overheidsregelingen. Van evident belang is het derhalve dat gemeenten niet zullen korten op de subsidies in de bibliotheeksector. Dit geldt voor dit jaar, maar meer nog voor de komende jaren, als op de staatskas, door de impact van alle huidige regelingen, flink ingeteerd zal zijn. Het maatschappelijk belang van de bibliotheken en al haar dienstverlening staat hierbij op het spel.

Lees het hele interview

‘Juist nu maatschappelijke kansen zo verschillen, kan bibliotheek meerwaarde tonen’

Interview met Martin Berendse, directeur OBA

Direct na de collectieve sluiting van alle bibliotheekvestigingen kreeg OBA-directeur Martin Berendse een telefoontje van de gemeente Amsterdam: of hij zich in deze tijd wilde ontfermen over de stad. Een eervolle opdracht, die hij met beide handen aangreep. Anne van den Dool (KB) vroeg hem vlak na de sluiting naar zijn ambities rondom sluiting en heropening.

Nooit dicht

‘Wij hebben onszelf nooit als dicht beschouwd,’ legt Martin Berendse, directeur van de OBA, direct uit. ‘Op dit moment mogen we weliswaar geen publiek ontvangen, maar ons werk gaat gewoon door. We moeten alleen andere manieren verzinnen om onze gebruikelijke bezoekers te kunnen bedienen.’

Toen op donderdagavond 12 maart werd bekendgemaakt dat Nederlanders niet langer met groepen groter dan honderd mensen bij elkaar mochten komen, kwam het managementteam van de OBA kort bij elkaar in de kamer van Berendse. ‘Al na tien minuten veegden we het scenario om alleen kleine vestigingen open te laten van tafel. Dat zou een waterbedsituatie creëren: onze bezoekers zouden direct van de grote naar de kleine bibliotheekvestigingen hollen. We zouden dan bovendien blijven denken volgens de kaders van onze oude dienstverlening, terwijl we in deze tijd juist nieuwe vormen van dienstverlening willen en moeten creëren.’

De OBA heeft een uitdagend takenpakket: in Amsterdam wonen nogal wat mensen die zich niet makkelijk via de gebruikelijke wegen laten bereiken. Ze zijn onvoldoende digitaal vaardig om informatie te vinden via internet of zijn de Nederlandse taal niet genoeg machtig om een telefoongesprek te kunnen volgen. Het zijn juist die doelgroepen waarop de OBA zich in deze tijden richt.

Nu kunnen we ons meer dan ook nuttig maken in alle verschillende maatschappelijke rollen die we vervullen.

Ontfermen over de stad

‘Helemaal aan het begin kreeg ik direct een telefoontje van de gemeente Amsterdam,’ vertelt Berendse. ‘We kregen meteen de geruststellende boodschap dat we ons geen zorgen hoefden te maken over onze subsidie: die zouden we niet hoeven terug te betalen. Wel kregen we het dringende verzoek er in deze turbulente periode te zijn voor de stad en ons te ontfermen over alle kwetsbare groepen die hier rondlopen.’

De coronacrisis zorgde ervoor dat de organisatie moest remmen en gasgeven tegelijk, legt Berendse uit. ‘We hebben besloten van onze 27 vestigingen er acht open te laten – in elk stadsdeel één, plus onze hoofdvestiging aan het Oosterdok. Zo konden we kosten besparen en tegelijkertijd onze medewerkers de mogelijkheid bieden naar hun werk te gaan indien nodig. Sommige dingen kan je nu eenmaal niet vanuit huis doen. Daarnaast zijn we honderd procent gaan inzetten op digitaal. Alles wat online kon, zijn we online gaan doen: van taalcoaching tot het helpen bij het invullen van belastingformulieren.

En waar dat niet kon, zijn we gaan bellen. Zo ook ouderen, die we hebben gevraagd hoe het met ze gaat en of we iets voor hen kunnen betekenen. Op de vraag of we een boekenpakket bij hen kunnen bezorgen hebben we inmiddels duizenden enthousiaste reacties ontvangen. Ouderen bellen ons nu ook zelf met de vraag of ze van deze dienst gebruik kunnen maken. Al die boeken brengen onze medewerkers en vrijwilligers op de fiets langs.’

Opschalen

Daartoe moest de OBA ook haar telefonische capaciteit enorm opschalen. ‘Onze gebruikelijke telefonische klantenservice ontvangt nu alleen nog telefoontjes. Extra teams zit een aantal verdiepingen lager en in de buurtvestigingen, en bellen daar met doelgroepen die we anders niet kunnen bereiken. Sinds vorige week is ook een webformulier beschikbaar, en kunnen leden hun boeken ook zelf ophalen.’

Daarnaast is de OBA al een tijd met de gemeente in gesprek over de vraag of de Amsterdamse bibliotheek in deze tijd ook iets voor kinderen en jongeren kan betekenen. ‘Ingewikkelde thuissituaties zorgen er nu voor dat scholen bepaalde kinderen kwijtraken,’ aldus Berendse. ‘Daarop willen wij graag inspelen, bijvoorbeeld door specifieke vestigingen te openen voor kinderen. Zodra scholen daarvoor openstaan, gaan we dat doen. Het plan is uitgedacht, maar scholen hebben er nog geen gebruik van gemaakt.’

Maatschappelijke eretaak

De afgelopen weken heeft de OBA-directeur gezien hoe de informatiefunctie van de bibliotheek steeds belangrijker is geworden. De nauwe samenwerking met de gemeente draagt daar sterk aan bij. Berendse: ‘Ik zie een Postbus 51-achtige functie voor de bibliotheek weggelegd, waar mensen een begrijpelijk antwoord krijgen op ingewikkelde vragen. Nu kunnen we dat idee alleen digitaal uitvoeren; in de toekomst zou daar een fysieke component aan kunnen worden toegevoegd.’

In de ogen van Berendse vervult de bibliotheek tijdens deze crisis een centrale rol. ‘We zijn formeel weliswaar onderdeel van de cultuursector,’ licht hij toe, ‘maar in feite raken we aan alle portefeuilles van de gemeente. Ik hoorde een bankdirecteur dit weekend zeggen: “Tijdens de vorige crisis waren we onderdeel van het probleem; nu kunnen we mogelijk bijdragen aan een oplossing.” Die instelling geldt denk ik ook voor de bibliotheeksector: we kunnen ons meer dan ook nuttig maken in alle verschillende rollen die we vervullen.

Daarmee wordt tegelijkertijd een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid bij ons neergelegd. Bij de OBA beschouwen we dat als een eretaak. Dit is het moment waarop we kunnen laten zien hoe we kunnen helpen de verschillen in informatieniveaus, sociaal welzijn en digitale vaardigheden te dichten. Juist nu de kansen van burgers zo verschillend zijn, kunnen wij als bibliotheek onze meerwaarde laten zien.’

Collectie, verblijf en educatie

Berendse maakt in de dienstverlening van de OBA graag onderscheid tussen drie zaken die de bibliotheek graag zo snel en zo goed mogelijk zou willen aanbieden. ‘Ten eerste is dat het toegang verschaffen tot collecties, digitaal dan wel fysiek. Daarin proberen we nog steeds stappen te blijven zetten. Ten tweede zoeken we naar een manier om onze verblijfs- en studiefunctie te vervullen. Tot voor kort zaten ontzettend veel mensen al dan niet achter een computer of in een luie stoel bij ons te lezen, te werken of te studeren. We kunnen daar heel veel scenario’s voor maken, voornamelijk voor grote vestigingen. Als nodig misschien zelfs op afspraak in bepaalde overeengekomen tijdvakken. De derde stap is de educatieve functie, ook voor bijzondere doelgroepen. Die zal in de toekomst nieuwe vormen moeten krijgen. Dan maar in wat kleinere groepen, dan maar op anderhalve meter afstand. Een extra functie is die van informatievoorziening, waaraan we nu al keihard werken. Dat geheel functioneert digitaal heel goed, op termijn hopelijk weer aangevuld met fysiek.’

Gemeenschapsgevoel

Welk beeld mist Berendse nu het meest als hij de lege OBA-vestigingen ziet? ‘Wat wij nu niet kunnen leveren, is het gevoel onderdeel te zijn van een groter geheel. Iemand zei ooit: “Als ik de bibliotheek binnenkom, heb ik het gevoel dat ik ergens bij hoor, en dat geeft mij blijdschap en inspiratie.” Die blijdschap kunnen wij nu niet geven. Alles in de wereld wordt momenteel teruggebracht tot functionaliteiten. Maar het gevoel dat je overal in de stad een plek hebt waar je kennis, cultuur en informatie tot je kunt nemen, ontbreekt nu. Dat gemeenschapsgevoel is er nu niet. Dat missen wij als OBA en ik persoonlijk nu het meest. Ik ben bang dat het nog een hele tijd gaat duren voordat dat gevoel weer kan terugkomen.

We hebben al gepraat over het indelen van het Oosterdok in zones: in de ene zone mag je studeren, in de ander mag je lezen, enzovoorts. Het is goed daarover na te denken, en tegelijkertijd strookt het niet met onze hoop dat in onze vestigingen van het een het ander komt. Via het studeren moet je in aanraking kunnen komen met de collectie, om je vervolgens aan te melden voor een activiteit, waarna je een kopje koffie haalt bij onze horeca.’

Toch blijft Berendse optimistisch: alle zesduizend telefoontjes die we inmiddels naar ouderen hebben gepleegd staan wat mij betreft ook voor betrokkenheid. We hebben nog nooit mensen gebeld met de vraag hoe het met ze gaat en of we iets voor ze kunnen betekenen. We zoeken nu naar andere manieren om in gesprek met elkaar te raken en relevant voor elkaar te blijven. Het contact blijft warm.’

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren en experts in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het virus en het vooruitzicht op eventuele heropening. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Lees de hele analyse

Groei van de digitale bibliotheek

De maatregelen om de verdere verspreiding van COVID-19 tegen te gaan bemoeilijkten de uitvoer van veel activiteiten buitenshuis: Nederlanders werden opgeroepen alleen de deur uit te gaan voor boodschappen, een frisse neus of een noodzakelijk bezoek. Dit zorgde voor een toenemende behoefte aan activiteiten die binnenhuis konden worden uitgevoerd, waaronder lezen. Met name het digitale aanbod van de bibliotheek kon tijdens de quarantaineperiode aan die vraag beantwoorden: voor een goed boek hoefde de lezer de deur niet uit.

 

Afbeelding

Meer lezen door lockdown

Lezen won tijdens de coronacrisis inderdaad aan populariteit. Uit een steekproef onder Nederlandse consumenten van 18 jaar en ouder, uitgevoerd van 8 tot 16 april 2020, bleek dat 54% van de ondervraagden tijdens de lockdown één of meerdere leesactiviteiten ondernam. Daarmee evenaarde lezen streamingsdiensten als Netflix. Zeven op de tien incidentele lezers gingen meer lezen. Zo’n 17% kende de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) opgestarte leesbevorderingscampagne #ikleesthuis. Dit werd gezien als hoog, gezien de looptijd en het budget. Circa één op de vijf lezers die aangaf de campagne te hebben gezien, gaf aan ook positief te zijn beïnvloed in zijn of haar leesgedrag (CPNB, 2020a).

Campagne #ikleesthuis

Tijdens de coronacrisis zette de organisator van de Boekenweek, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), een campagne op om mensen op te roepen tot lezen. Deze speciale leesbevorderende campagne rond het thuislezen was erop gericht zoveel mogelijk lezers aan een mooie boekenervaring te helpen, juist nu het sociale leven stil was komen te liggen en zoveel mensen noodgedwongen aan huis gekluisterd waren. Het idee: met een boek op de bank gaat er een wereld voor je open. De campagne sloot daarmee aan op de hashtag #ikleesthuis, door schrijfster en Kinderboekenambassadeur Manon Sikkel in het leven geroepen, die op sociale media veel werd gebruikt om leestips te delen. De campagne riep op mensen op naar hun (online) boekhandel te gaan of gebruik te maken van de diensten van de online Bibliotheek. De boodschap werd verspreid via abriposters, op sociale media, middels advertenties in dagbladen en in landelijke radiospotjes (CPNB, 2020b).

 

Groeiend digitaal aanbod

Bibliotheken zetten tijdens de coronaperiode verschillende nieuwe diensten op om hun aanbod ondanks de sluiting nog steeds voor het voetlicht te kunnen brengen. Een belangrijk deel van dat nieuwe aanbod betrof een uitbreiding en extra promotie van de digitale dienstverlening, onder meer met een bredere keus op het gebied van e-books en luisterboeken en de lokale organisatie van online Taalhuizen. Landelijk werd de online pagina Digi-Taalhuis opgezet, met onder meer links naar video’s om Nederlands te leren, tips om thuis fit te blijven en een verwijzing naar de diensten van SeniorWeb. Het was voor lokale bibliotheken ook mogelijk deze blueprintpagina toe te voegen aan hun eigen website.

 

Meer digitale bezoeken en leden

Ook het aantal bezoeken aan en lidmaatschappen van de landelijke online diensten van de bibliotheek groeide sterk. De promotie van de uitgebreide LuisterBieb en de speciaal opgezette ThuisBieb wierp haar vruchten af. In de periode tussen 6 en 20 april werd de ThuisBieb-app bijna honderdduizend keer geïnstalleerd. Het aantal bezoeken aan de online Bibliotheek steeg in enkele dagen van de gebruikelijke 10 duizend bezoekers per dag naar ruim 42 duizend bezoeken op 16 maart. In circa één maand tijd – tussen 15 maart en 16 april – verwelkomden bibliotheken circa 56 duizend nieuwe e-booklidmaatschappen. Waar het aantal nieuw ingeschreven leden van de LuisterBieb normaal gesproken rond de 500 per dag schommelt, steeg dat tot bijna 9000 op 17 maart. Daarna daalde het dagelijkse aantal nieuwe leden langzaam maar zeker weer tot het normale niveau (KB, 2020a).

 

Groeiend aantal uitleningen

Tijdens de eerste twee weken van de ThuisBieb downloadden vrijwel alle honderdduizend gebruikers minimaal één e-book. In totaal werden in deze periode bijna 500 duizend e-books gedownload. Het aantal e-book uitleningen via de online Bibliotheek steeg van zo’n 10 duizend per dag naar meer dan 22 duizend op 22 maart. Ook steeg het dagelijkse aantal luisterboek uitleningen van de gewoonlijke 5 duizend naar zo’n 17 duizend op 17 maart (KB, 2020a).

Wat is de LuisterBieb?

De LuisterBieb-app biedt leden en niet-leden van de bibliotheek toegang tot honderden luisterboeken. Alle genres zijn er vertegenwoordigd, evenals zowel fictie als non-fictie. Ook zijn er boeken voor zowel kinderen en jongeren als volwassen te vinden. Voor leden zijn alle boeken in het assortiment gratis te beluisteren; voor leden geldt dat voor een gedeelte van het aanbod. Ten tijde van de coronacrisis werd het aanbod gratis te beluisteren e-books voor zowel jeugd als volwassenen uitgebreid.

Wat is de ThuisBieb?

Met de lancering van de ThuisBieb-app op 6 april stelde de KB honderd e-books gratis beschikbaar voor zowel leden als niet-leden van de bibliotheek. De brede selectie bevatte voor elke lezer wat wils: van spanning tot chicklit en van literatuur tot informatief. Zowel bekende als minder bekende boeken maakten onderdeel uit van het aanbod, evenals boeken voor volwassenen en jeugd. De ThuisBieb sloot aan bij de CPNB-campagne #ikleesthuis, die naar aanleiding van de coronacrisis werd gelanceerd.

Klassieker De pest populairste corona-e-book

E-booklezers bleken zich ook tijdens het lezen bezig te houden met het pandemiethema: De pest van Albert Camus, dat voor het eerst in 1947 verscheen, was in maart 2020 het meest geleende e-book. Dit is opvallend, aangezien normaal gesproken vrijwel enkel recente boeken in de top 10 staan. De top 10 van luisterboeken met het grootste bereik kwam meer overeen met de gebruikelijke situatie: kinder- en jeugdboeken voerden daar de boventoon (KB, 2020a).

Top 10 meest uitgeleende e-books in maart 2020

   
Titel
Auteur
1 De pest Albert Camus
2 Zuidenwind Suzanne Vermeer
3 Het duistere meer Sarah Bailey
4 De meeste mensen deugen Rutger Bregman
5 Prijs van de waarheid Tess Gerritsen
6 Dit is mijn moeder Tommy Wieringa
7 Zand op je huid Jennifer Crusie
8 Gouden kooi Camilla Läckberg
9 Toen ik dood was Loes den Hollander
10 Kinderen van de rivier Lisa Wingate

Bron: KB, 2020a.

Meer gebruik e-content

Ook de aanprijzing en het uitgebreide aanbod van andere bronnen voor e-content zorgde voor een toename in gebruik. De NBD Biblion Uittrekselbank werd in maart zo’n 10 duizend keer bezocht, twee keer zoveel als in februari van dat jaar. JuniorEinstein, dat oefeningen biedt voor bassischoolvakken, was in februari 2020 nog goed voor zo’n 2500 bezoeken, maar ontving in maart bijna 12 duizend gebruikers. Ook het aantal bezoeken aan De Voorleeshoek steeg spectaculair: van bijna 1000 naar ruim 6 duizend. Aanbieder van digitale prentenboeken Bereslim ontving in maart 2020 bijna 3 duizend bezoekers, tegenover iets meer dan 300 een maand eerder (KB, 2020a). Dit valt wellicht deels te verklaren door de gratis content de laatste twee platforms in het kader van de coronacrisis tijdelijk aanboden (Van den Dool, 2020).

32.000
meer online Bibliotheek-bezoeken
12.000
meer e-booksuitleningen
56.000
nieuwe e-bookleden
12.000
meer luisterboekuitleningen

Verhoogde inzet klantenservice

De maatregelen rondom het coronavirus zorgden voor extra veel vragen onder leden en bezoekers, met name over de landelijke digitale dienstverlening van de online Bibliotheek. Waar normaal gesproken bij de landelijke klantenservice van de online Bibliotheek zo’n 200 nieuwe vragen per dag binnenkomen, steeg dat aantal tot bijna 2800 op 1 april (KB, 2020). Om die zo goed mogelijk te kunnen opvangen, werd ter ondersteuning van de klantenservice van de online Bibliotheek het aantal medewerkers opgeschaald en de bereikbaarheid verruimd. Ter ondersteuning van lokale klantenservices stelde de KB bovendien een FAQ op met de vragen en antwoorden die bij de landelijke klantenservice vaak ter sprake kwamen. Ook werd een lijst met alle lokale klantenservices en bereikbaarheidstijden gepubliceerd. Op het online platform MetdeKB konden medewerkers door het hele land vragen van klanten kwijt die zij zelf niet konden beantwoorden. Via de verschillende landelijke bibliotheekwebsites werden op de alternatieven in klantondersteuning gewezen (MetdeKB, 2020).

Bibliotheek voor Nederlanders tijdens crisis belangrijk als leesvoorziening

Tijdens de coronacrisis werd een peiling gehouden onder 1059 Nederlanders, zowel leden als niet-leden van de bibliotheek. Van hen vond 63% bibliotheken juist in deze crisis belangrijk als leesvoorziening; slechts 4% was het hiermee oneens. Van de ondervraagden vond 39% dat bibliotheken er tijdens de crisis in waren geslaagd relevant te blijven; 6% was het met die stelling oneens. De overige 55% had hierover geen mening. Wel vond 26% van de ondervraagden de bibliotheek zonder gebouw niet van belang – een problematisch geluid in een tijd waarin bibliotheken hun deuren gesloten moesten houden (Motivaction, 2020).

 

Coronacrisis raakt ook boekverkoop

Hoewel boekhandels hun deuren niet hoefden de sluiten, leden ook zij onder de coronacrisis. In een marktanalyse gebaseerd op data uit het GfK boekenmarkt retailpanel werd informatie verzameld over de invloed van de coronacrisis op de boekverkoop. De totale boekenmarkt, via zowel online als offline verkoopkanalen, was tijdens de Boekenweek, die liep van 7 tot en met 14 maart 2020, in afzet 16% kleiner dan in 2019. Via offline verkoopkanalen werd tijdens de gehele Boekenweek 12% minder afgezet dan in dezelfde periode in 2019. Daarna was in de weekcijfers voor de offline verkoopkanalen in vergelijking met dezelfde periodes 2017, 2018 en 2019 een historisch dieptepunt te zien. Op het laagste punt – twee weken na de Boekenweek – was de afzet circa 40% kleiner dan tijdens een vergelijkbare periode in 2019, en de omzet circa een derde. De boekverkoop via online kanalen steeg juist in afzet en omzet, tot vier weken na de Boekenweek (CPNB, 2020a). Het lijkt er dus op dat de gestegen tijd die mensen tijdens de coronacrisis aan lezen besteedden vooral wordt doorgebracht in digitale en online gekochte boeken. Dit leidde tot de landelijke oproep lokale boekhandels meer te steunen (o.a. Keunen et al., 2020).

Bron: CPNB, 2020a.

Bronnen

Lees de hele analyse

Creativiteit en veerkracht van nationale bibliotheken tijdens de coronacrisis

Vrijwel alle nationale bibliotheken in de hele wereld hadden te maken met de gevolgen van de coronacrisis. Ze maakten zich zorgen over de gezondheid van hun medewerkers en klanten, hun financiering of de continuïteit van hun werk. Tegelijk bood de crisis ook ruimte voor creatieve oplossingen: digitale diensten werden (versneld) opgezet en medewerkers kregen online ontwikkelingsprogramma’s aangeboden. Om meer inzicht te krijgen in de manier waarop nationale bibliotheken omgingen met de uitdagingen en kansen van deze tijd, nam CDNL (Conference of Directors of National Libraries) samen met IFLA (International Federation of Library Associations) het initiatief om een enquête uit te zetten onder nationale bibliotheken, waarin zij vroegen naar de gevolgen van de coronacrisis voor hun organisatie. De KB – betrouwbaar en deskundig en in beide organisaties op hoog niveau vertegenwoordigd – werd vervolgens gevraagd om dit uit te voeren. Anna Rademakers en Rosemarie van der Veen-Oei geven een overzicht van de resultaten

Afbeelding

Van IJsland tot Korea

55 nationale bibliotheken uit 53 verschillende landen over de hele wereld reageerden op de oproep om hun ervaringen te delen. De enquête werd tussen 31 maart en 9 april afgenomen. De meeste reacties kwamen uit Europa, maar ook 11 Aziatische en verschillende Afrikaanse, Noord- en Zuid-Amerikaanse en Australische nationale bibliotheken gaven hun input. Een ruime meerderheid had te maken met een volledige of gedeeltelijke lockdown van hun land, terwijl andere landen vergaande maatregelen hanteerden om de verspreiding van COVID-19 te beperken. In 85% van de gevallen gaven de respondenten aan dat de bibliotheek gesloten was voor bezoekers; in 65% van de gevallen werd door de medewerkers bovendien (overwegend) thuisgewerkt. De bibliotheken die wel hun deuren geopend hielden voor klanten of personeel, zorgden voor extra hygiënische maatregelen en/of flexibele werktijden. In een derde van de gevallen werd op koorts gecontroleerd vóór het binnentreden van de bibliotheek.

Online diensten in de lift

Aangezien de fysieke dienstverlening in de meeste bibliotheken niet meer mogelijk was, nam de digitale dienstverlening een hoge vlucht. Dit was ook zichtbaar in de (digitale) bezoekcijfers: de hoeveelheid fysieke bezoekers nam af, maar digitaal was er een duidelijke groei te zien. Ook de KB zag het aantal online bezoekers exponentieel toenemen. De Luisterbieb had in de week van 18 maart bijvoorbeeld te maken met een stijging van 75% in gebruikersaantallen. 62% van de respondenten gaf aan de digitale diensten de afgelopen tijd te hebben uitgebreid. Iets meer dan de helft van de bibliotheken voegde bovendien nieuwe online diensten aan hun portfolio toe. Ruim een derde van de ondervraagde bibliotheken creëerde een online helpdesk voor klantvragen. Ongeveer de helft van de bibliotheken gaf aan haar netwerkfunctie nu online vorm te geven. Opmerkelijk is dat 7% van de respondenten aangaf dat ze als gevolg van de crisis juist mínder digitale activiteiten ontplooiden.

Nieuwe kansen en mogelijkheden

Op de vraag of bibliotheken door de coronacrisis nieuwe activiteiten hebben ontwikkeld, reageerde 80% instemmend. Het gaat dan om zowel nieuwe digitale diensten voor de bezoeker als om alternatieve werkzaamheden voor de medewerkers. Personeel kreeg hulp bij het thuiswerken, werd steeds behendiger met webinartools en online meetings en kreeg de kans online cursussen te volgen voor persoonlijke ontwikkeling. Voor klanten werden digitale leeszalen, virtuele tours en livestreams met bibliothecarissen opgezet. Online lessen voor alle doelgroepen, onder andere over COVID-19, kwamen in verschillende landen via de nationale bibliotheek beschikbaar.

Zorgen in onrustige tijden

Er gebeurde dus veel bij nationale bibliotheken in deze onrustige tijd. Veel ontwikkelingen kwamen zelfs in een stroomversnelling. Toch voert het te ver om te zeggen dat de coronacrisis alleen maar positieve gevolgen voor het bibliotheekwezen heeft gehad. Integendeel: dacht 75% van de respondenten maakte zich zorgen over de financiën van de instelling. De helft vermoedde dat de overheid subsidies zou intrekken of reduceren, hetgeen gevolgen zou hebben voor strategische beslissingen. ‘Zal er nog wel geld beschikbaar zijn om te digitaliseren?’ vroeg een van de respondenten zich bijvoorbeeld af. Ook de financiën in breder perspectief leidden tot zorg. Hoelang zal deze crisis duren en welk effect zal dit hebben op de nationale en mondiale economie? Een tweede punt van zorg was uiteraard de hygiëne en gezondheid van de bezoekers. Hoe zorg je ervoor dat zij genoeg afstand houden en hoe desinfecteer je bibliotheekitems? Zullen bezoekers überhaupt de gang naar de nationale bibliotheek nog durven maken? Ook het welzijn van de eigen medewerkers was een punt van aandacht. Uiteraard uit medisch en sociaal oogpunt, maar ook economisch: wat doe je als een medewerker met bepaalde, unieke, vaardigheden door ziekte (langdurig) uitvalt? Kunnen medewerkers die thuis werken dezelfde kwaliteit leveren als op kantoor?

 

Uitwisseling van best practices

In de praktijk bleken nationale bibliotheken op alle continenten te maken te hebben met dezelfde vragen en zorgen. De oplossingen die ze aandragen zijn gevarieerder. Eén van de doelen van de enquête was het verzamelen van best practices, zodat instellingen van elkaar konden leren. Meer concreet gaf het de mogelijkheid om contact te leggen met collega-instellingen om samen de crisis het hoofd te bieden. De best practices die de KB ontving, zijn grofweg te verdelen in bibliotheekgerelateerde en gezondheidsgerelateerde oplossingen. In de eerste categorie vallen bijvoorbeeld het opzetten van een proces om bibliotheekboeken te desinfecteren, het opzetten van een agile werkomgeving om makkelijker in te kunnen springen op veranderende omstandigheden en het opzetten van nieuwe digitale diensten, zoals het aanbieden van luisterboeken, (gratis) e-books en verschillende educatieve programma’s. De KB ontwikkelde vanaf 6 april de ThuisBieb, waarin 100 e-books voor leden en niet-leden beschikbaar werden gesteld. Verrassende voorbeelden zijn vooral te vinden in de tweede categorie. In verschillende Aziatische landen werkten de nationale bibliotheken aan een COVID-19-archief, waar betrouwbare informatie over het virus en over pandemieën in het algemeen werd verzameld. Een Oost-Europese bibliotheek produceerde in samenwerking met een technische onderwijsinstelling 3D-geprinte gezichtsmaskers.

Creatieve en slimme oplossingen als noodzaak

De enquête die de KB voor CDNL en IFLA heeft uitgevoerd, toont aan dat nationale bibliotheken in de hele wereld door de COVID-19-crisis met dezelfde problemen te kampen hadden. Het feit dat collega-instellingen met dezelfde onzekerheden worstelden, kan op zich al een steun zijn. De crisis dwong nationale bibliotheken om met creativiteit hun uitdagingen aan te gaan en slimme oplossingen te bedenken voor hun bezoekers en werknemers. Veel van deze nationale bibliotheken hadden op het moment van invullen nog geen idee wanneer de situatie zou veranderen en of ze zouden kunnen terugkeren naar de ‘normale’ situatie. Wat wel zeker is, is dat de exitstrategie voor alle landen verschillend zal uitpakken. Interessant zal zijn om te observeren hoe nationale bibliotheken met de verschillende exitstrategieën zullen omgaan. De responsen op de enquête laten in ieder geval zien hoe creatief en veerkrachtig onze nationale bibliotheken in tijden van crisis zijn.

Lees het hele interview

‘Bij heropeningsstappen moeten we vertrouwen op gezond verstand’

Interview met bibliotheekarchitect Jan David Hanrath

Bibliotheekarchitect Jan David Hanrath besloot een kijkje te nemen in Zweden om te zien hoe men daar met de coronamaatregelen in bibliotheken omgaat. Hij trof een nuchtere aanpak, die hij ook aan bibliotheken in Nederland zou aanraden. In gesprek over de tijdelijke aanpassingen aan zijn ontwerpen en het coronaproof-gehalte van de bibliotheekvestigingen die hij de afgelopen jaren in een nieuw jasje stak.

In quarantaine

Jan David Hanrath zit in quarantaine. Twee weken moet hij thuisblijven, als gevolg van de reis naar Stockholm die hij vorige week ondernam. Hij wist dat dat de consequentie zou zijn, maar toch: hij moest even kijken hoe het er daar in Zweden voor stond.

Want in Scandinavië pakken ze het op quarantainegebied wat anders aan dan in Nederland. ‘Bibliotheken zijn daar nooit dicht geweest,’ vertelt Hanrath. ‘De verantwoordelijkheid is vooral bij de Zweden zelf gelegd. Social distancing is wel de norm, maar er worden geen boetes uitgeschreven. Ook thuiswerken is er minstens even gebruikelijk als hier.’

Hanrath, verantwoordelijk voor de recente transformaties van bibliotheekvestigingen in onder meer Schiedam, Leeuwarden, Gouda en Vught, wilde graag zien hoe bibliotheken in de Zweedse hoofdstad op dit moment hun functies vervullen. ‘De bibliotheek wordt daar ook tijdens deze crisis gezien als een primaire levensbehoefte, waarbij met name de informatiefunctie belangrijk is. Men kan er nog steeds boeken lenen, het internet gebruiken en kranten lezen. Wel wordt klanten gevraagd het bezoek zo kort mogelijk te houden en geldt in veel vestigingen een maximumaantal bezoekers. Maar ook hier geldt dat er niet wordt gehandhaafd: de verantwoordelijkheid ligt in de handen van de burger.’

In Zweden wordt niet gehandhaafd: de verantwoordelijkheid ligt in de handen van de burger.

Stickers en lint

Wel trof Hanrath de bekende afzetlinten, vloerstickers en kunststof schotten tussen bibliothecaris en bezoeker. ‘Het werkte allemaal heel behoorlijk,’ herinnert Hanrath zich. ‘Alleen medewerkers reageerden wisselend: waar de een er gemakkelijk mee omging, veroorzaakte de aangepaste situatie voor de ander zichtbaar stress. Ik had niet het idee dat daar vanuit de organisatie veel mee werd gedaan. In Nederland stellen we op veel plekken mondkapjes, handschoenen en desinfecterende gel beschikbaar. Daar zag ik in Zweden weinig van.’

Ook opvallend: de boeken gingen er niet in quarantaine. ‘Wij houden ons hier natuurlijk strikt aan die 72 uur,’ licht Hanrath toe. ‘Daar was in Stockholm geen sprake van: de boeken werden gewoon teruggezet in de kast. Misschien spelen ze daar met kansberekening: hoe groot is de kans dat een boek besmet is én binnen drie dagen weer uit de kast wordt gepakt?’

Het is die praktische instelling die Hanrath tijdens zijn reis op meer plekken zag. ‘De restaurants en terrassen zijn gewoon open. En geloof mij: er werd geen anderhalve meter afstand gehouden. Waar wij worstelen met theoretische vragen – hoe kunnen we die afstand in de horeca handhaven, hoe we weten dat mensen onderdeel zijn van hetzelfde gezin – staat daar de praktijk voorop.’

En dat gaat heel behoorlijk, vindt Hanrath. ‘Zweden heeft wel iets meer overlijdensgevallen, maar het verschil is niet heel spectaculair. Bovendien zou het kunnen dat de cijfers in Nederland de komende tijd erg gaan schommelen nu we bepaalde maatregelen versoepelen. In Scandinavië blijven de trends naar verwachting stabiel.’

Tijdelijke oplossingen

Hanrath reisde af naar Zweden met de vraag: hoe zwaar op de hand moeten we als land en als bibliotheeksector zijn om het virus de kop in te drukken? ‘Je hebt de juiste regels nodig, die vervolgens begrijpelijk moeten worden opgeschreven, zodat ze voor iedereen begrijpelijk zijn. De vraag is dus: worden in Nederland de goede regels opgesteld? En: worden ze ook goed gecommuniceerd? Nederland zit qua heftigheid van de maatregelen tussen Scandinavië en de rest van Europa in. Ik ben benieuwd wat deze versoepelingen voor ons gaan betekenen.’

Al die schotten, schermen en linten kwam de schoonheid van zijn ontwerpen natuurlijk niet ten goede, geeft Hanrath toe. ‘Het zijn tijdelijke aanpassingen en dus zien ze er tijdelijk uit. Hoe langer de situatie duurt, des te meer groeit te vraag naar iets mooiers en houdbaarders.’

Bij elke coronamaatregel denkt Hanrath natuurlijk na over de toepasbaarheid binnen de bibliotheken die hij de afgelopen jaren zo succesvol transformeerde. Neem bijvoorbeeld de bibliotheek in Schiedam, die hij van een weidse binnentuin voorzag. Hanrath: ‘De structuur van het pand met een omloop rond de tuin zorgde voor smallere paden rondom. Daar zou bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer moeten worden gestimuleerd. Ook de trappen zijn er niet breed. Wellicht moet een vluchttrap worden ingezet om toch een slimme eenrichtingslooproute te kunnen uitstippelen.’

Het is een bredere tendens in bibliotheekland: de boekenkasten iets dichter op elkaar zodat meer plek ontstaat voor verblijfsruimte. ‘Dat hoeft voor dit moment geen groot probleem te zijn,’ stelt Hanrath gerust. ‘Juist in die open ruimtes is ruimte om elkaar te passeren. Ook zorgt het ervoor dat studie- en zitplekken gemakkelijker te organiseren zijn: je hoeft enkel de stoelen anderhalve meter uit elkaar te zetten en mensen voegen zich vanzelf naar de indeling. Hooguit plaats je er een bordje met uitleg bij.’

Coronaproof

Hanrath verwacht niet dat zijn ontwerpen al te veel zullen worden aangepast aan de huidige maatregelen. ‘Deze tijdelijke veranderingen duren te kort om bouwkundige implicaties te veroorzaken. Bewegwijzering zal de grootste uitdagingen kunnen tackelen.’

Bovendien zijn veel bibliotheken van zichzelf heel coronaproof, beweert Hanrath. ‘Ooit hadden we hier in Nederland het zogenoemde paarse boekje van Wim Renes, over de bouw en inrichting van bibliotheken, dat begin jaren tachtig verscheen. Hij had heel nauwkeurig uitgezocht hoeveel afstand tussen de rekken moest zitten, hoe breed de gangpaden moesten zijn en welke grootte de werkplekken moesten hebben. Zijn opzet was vrij royaal, met name waar het ging om de collectie. Nu de andere functies van de bibliotheek ook in de inrichting van het gebouw meer de ruimte krijgen, blijft voor die collectie iets minder ruimte over. Dat los ik op met hogere kasten, waardoor een vestiging nog steeds even veel boeken kwijt kan. En we moeten niet vergeten: bibliotheken zijn over het algemeen vrij grote gebouwen, waar je gemakkelijk opzij kunt stappen.’

Monumentaal

Een iets grotere uitdaging vormen de gebouwen die in een monumentaal pand gehuisvest zijn, aldus Hanrath. ‘Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek in Leeuwarden, die in een voormalige gevangenis zit. Zo’n gebouw heeft van nature een krappere indeling. Tegelijkertijd zien we om ons heen inmiddels dat je mensen in de publieke ruimte niet zoveel meer hoeft uit te leggen: ze begrijpen na een aantal maanden zelf wat wel en niet kan.’

Het is de algemene opinie die Hanrath aan zijn Zweedse bezoek overgehouden heeft. ‘Mijn advies zou zijn: geef het verstand voorrang en ga niet te veel op de regeltjes zitten. Het is goed dat we voorzichtig zijn met de heropenstelling van bibliotheken, maar de informatie- en studiefunctie van deze instellingen is ook heel belangrijk. Denk aan jongeren die thuis niet goed kunnen studeren, en nu geen plek hebben waar ze dat wel kunnen doen. Voor hen zijn we van groot belang.’

Hanrath ziet allerlei mogelijkheden om de nu beperkte functie van de bibliotheek te verbreden. ‘We weten dat corona zich via papier slecht verspreidt. Waarom laten we mensen geen kranten en tijdschriften lezen? Ook kunnen we meer overlaten aan de bezoeker, bijvoorbeeld door bij de toetsenborden en muizen van computers een pompje en papieren schoonmaakdoekjes te plaatsen. Daarnaast moeten we reëel zijn in onze risicoberekeningen: hoe groot is de kans dat je besmet bent en het virus op deze manier overdraagt?’

1 + 1 = 3

Soms biedt gezamenlijke huisvesting ook een oplossing, ziet Hanrath. ‘In Gouda zit de bibliotheek bijvoorbeeld samen met een archief in een pand. Daardoor zijn de eisen die aan werkplekken worden gesteld strenger: die moeten minimaal een meter bij een meter groot zijn, zodat men archiefstukken goed kan uitspreiden op de bureaus. Daardoor zitten ze daar nu ver genoeg uit elkaar. Ook de samenwerking met een theater of concertzaal kan een uitkomst bieden.’

Sommige van Hanraths ontwerpen blijken nu opvallend coronaproof. ‘In Gouda is een trap die tegelijkertijd als tribune fungeert. Je kunt daardoor zo ver uit elkaar zitten als je wilt – de capaciteit neemt er alleen door af. Gelukkig is het businessmodel van de bibliotheek niet gestoeld op inkomsten uit activiteiten. Wel neemt het aantal mensen dat je kunt bedienen af. Dat baart me zorgen.’

Dit interview is onderdeel van de serie Vooruitblikkende bibliotheken tijdens de coronacrisis. Anne van den Dool (KB) vroeg hiervoor directeuren en experts in bibliotheekland naar specifieke thema’s die speelden bij de maatregelen rondom het virus en het vooruitzicht op eventuele heropening. Alle interviews zijn terug te lezen op de website van de VOB.

Lees de volledige tekst

Buitenlandse bibliotheken in coronatijd

Ook in andere landen toonden bibliotheken in de coronaperiode hun creativiteit. Kijk mee over de grens, waar bibliotheken hun digitale aanbod gratis beschikbaar stelden en hun 3D-printers inzetten om de zorg te helpen.

Afbeelding

Duitsland: gratis digitaal aanbod

Ook in Duitsland zijn alle bibliotheekvestigingen gesloten. Veel Duitse bibliotheken hebben daarom hun digitale aanbod gratis beschikbaar gesteld – ook voor lezers die geen lid van de bibliotheek zijn. Dat geldt onder meer voor de bibliotheek van München (alleen voor mensen die wonen in de regio van München), Düsseldorf (alleen voor inwoners van Düsseldorf), Hamburg (alleen voor inwoners van Hamburg), Dortmund, Bremen en Berlijn. Normaal gesproken hebben alleen leden toegang tot het digitale boekenaanbod van de bibliotheek.

Bekijk meer bijzondere activiteiten van Duitse bibliotheken >

Afbeelding

Litouwen: medische hulp

De nationale bibliotheek van Litouwen slaat de handen ineen om te helpen bij de productie van 3D-geprinte gezichtsmaskers voor zorgpersoneel en medewerkers in andere kritische sectoren. Meer dan vijftig Litouwse bibliotheken nemen deel aan het initiatief. Inmiddels zijn er al meer dan tienduizend maskers geproduceerd. De nationale bibliotheek van Litouwen kocht in 2019 en 2020 bijna zestig nieuwe 3D-printers in het kader van het door de Europese Unie gefinancierde project ‘Promoting Smart Use of Refurbished Public Internet Access Infrastructure Among Residents’. Deze komen nu goed van pas.

Lees meer op de website van de nationale bibliotheek van Litouwen >

Afbeelding

Canada: voedselbanken

In het Canadese Toronto werden begin april bibliotheken massaal omgebouwd tot voedselbanken, waar kwetsbare groepen tijdens de coronapandemie een pakket konden ophalen. In totaal werden negen voedselbanken in de hele stad geopend. Zij werkten daarbij samen met lokale organisaties. Ook bedrijven doneerden voedsel. De burgemeester van Toronto gaf aan dat de beslissing bibliotheken in te zetten als voedselbanklocaties was genomen in een poging alle burgers van voedsel te blijven voorzien, aangezien bijna veertig procent van de reguliere voedselbanken haar deuren door COVID-19 moest sluiten. Ook in andere gebouwen werden voedselbanken ingericht.

Lees meer op de website van Toronto Library >

Afbeelding

Verenigde Staten: daklozencentra

In de Verenigde Staten spelen bibliotheken ook een belangrijke rol als schuilplaats voor daklozen. Door de sluiting van de overgrote meerderheid van de vestigingen kwam deze belangrijke functie in het gedrang. Bovendien werd het aantal daklozen door de financiële gevolgen van de coronacrisis alleen maar groter. Bibliotheken namen daartoe verschillende maatregelen. Zo stelde de bibliotheek in Kansas laptops en wifi-hotspots beschikbaar aan daklozencentra die werden overspoeld door de snel groeiende toestroom van daklozen. In Spokane, Oregon, werd de bibliotheek zelf omgevormd tot opvangplek voor daklozen. In San Luis Obispo, Californië, stelde de bibliotheek haar parkeerplaats beschikbaar als veilige plek voor mensen die gedwongen waren in hun auto te slapen.

Lees meer over de impact van Amerikaanse bibliotheken tijdens het coronavirus >

 

Lees de volledige tekst

Afkijken bij andere sectoren

Wie over de schutting gluurt naar andere sectoren, ziet dat ook deze inzetten op een digitale vervanging van hun aanbod. Musea bieden online tours langs hun collecties aan, theaters zetten registraties en podcasts online, de muziekscene roept op tot het steunen van Nederlandse artiesten en in de filmwereld zijn streamingsdiensten succesvoller dan ooit. Ook andere sectoren steken hun handen uit de mouwen om zich in deze coronatijd nuttig te maken.

Afbeelding

Musea: op tour

Nog enkele dagen eerder dan bibliotheken sloten alle Nederlandse musea gelijktijdig hun deuren. Tentoonstellingen waaraan musea jarenlang hadden gewerkt, zijn plotseling verlaten. Daar kwam in een aantal gevallen een digitale tour voor in de plaats. Met behulp van 360 graden-foto’s liet de Volkskrant mensen alsnog binnenkijken in exposities in het Stedelijk Museum Amsterdam, Centraal Museum, Noordbrabants Museum, Beelden aan Zee, Stedelijk Museum Helmond en het Dordrechts Museum. Het Noordbrabants Museum kent daarnaast een eigen interactieve tour van theatermaker en kunstliefhebber Lucas De Man. Elke vrijdag zendt het Stedelijk Museum Amsterdam een livetour uit via Instagram. Ook minidocumentaires, workshops, podcasts, audiotours en digitale lessen van deze en andere musea helpen de kunstliefhebber deze weken door te komen.

Bezoek het digitale museum van de Volkskrant >

Afbeelding

Theaters: digitaal doorvertellen

Wat begon als een idee bij De Wereld Draait Door werd werkelijkheid: acteurs van het Internationaal Theater Amsterdam (ITA) lezen dagelijks één van de verhalen voor die de hoofdpersonen uit Boccaccio’s Decamerone elkaar vertellen terwijl ze – zeer toepasselijk – op een buitenplaats schuilen voor de dodelijke pest. Nationale Opera en Ballet vertelt onder de noemer Keep on singing and dancing over de hoogtepunten uit het opera- en balletrepertoire, en verzorgt daarnaast online quizzen, games en tips van de beste zangers en dansers uit de theaterwereld. Ook Theater Rotterdam lanceerde een soortgelijk platform, met registraties, podcasts en playlists.

Geniet van ITA’s Decamerone >

Afbeelding

Muziekscene: stream samen

Net als veel andere sectoren lijdt ook de muziekwereld door het coronavirus grote verliezen. Ook artiesten zijn daar de dupe van: door hun geannuleerde optredens komt er geen geld meer in het laatje. Het platform Please Don’t Stop The Music moedigt luisteraars aan hun favoriete Nederlandse artiesten te steunen door via hun eigen webshop muziek te kopen en te luisteren. De Noorderkerkconcerten boden iedere zaterdagmiddag een uur lang klassieke muziek. Ook delen musici, zoals de zangers van het Nederlands Kamerkoor, online hun allermooiste muziek. Daarnaast vraagt het koor musici uit heel Nederland persoonlijke boodschappen en muziek op te nemen voor alle ouderen die momenteel alleen thuis zitten.

Beluister de playlists van het Nederlands Kamerkoor >

Cinema

Cinema: platforms worden gratis

De filmwereld ligt nagenoeg stil: er worden geen nieuwe beelden geschoten en films die in deze periode zouden verschijnen, blijven op de plank liggen, in afwachting van het moment dat kijkers weer naar de bioscoop mogen komen. Intussen zitten de vele streamingsdiensten die het cinemalandschap rijk is niet stil: onder meer CineMember, Cinetree en Picl bieden nieuwe leden een gratis proefperiode. Leden van een Cineville kunnen hun pas bovendien digitaal gebruiken op Vitamine Cineville, waar een kleine selectie films te bekijken is die nu in de theaters te bewonderen zouden zijn geweest, plus een enkele klassiekers.

Bekijk ook de honderden extra documentaires die het IDFA (International Documentary Filmfestival Amsterdam) gratis online plaatste >

Games

Games: samen spelen

Onderzoek wees uit dat meer dan de helft van de 75-plussers zich weleens eenzaam voelt. Toen ze dat hoorden, sloegen Games for Health, het Radboudumc en uitvaartcoöperatie DELA de handen ineen. Samen namen zij het initiatief voor de website SamenSpelen.online, waarop om de dag een nieuw onlinespel verschijnt, voor jong en oud. De website is bedoeld om via de games het contact tussen verschillende leeftijdsgroepen op afstand te bevorderen.

Ga naar SamenSpelen.online >

Voedselbanken

Voedselbanken: landelijke campagne

Door al dat gehamster in de supermarkten bleef halverwege maart veel minder voedsel over voor de Voedselbanken. Inderhaast werd de campagne #StaySafeEnGeef opgezet. Toen die eenmaal stond, vroeg Honig de digital agencies Dept en Chuck Studios om een grootse landelijke actie te bedenken om de campagne verder te ondersteunen. In een week tijd zetten zij het online benefietdiner Live Eet! op touw. Bekende artiesten traden op vanuit huis en haalden zo met elkaar genoeg geld op om negentigduizend gezinnen een maand lang van eten te voorzien.

Ga naar de website van Live Eet! >

De belangrijkste coronabegrippen

Deze turbulente tijd levert veel nieuwe situaties op – en dus veel nieuwe begrippen. Voor wie goed voor de dag wil komen een beknopt coronawoordenboek met een knipoog.

Anderhalvemetersamenleving

We zullen volgens velen de komende tijd moeten leven in een wereld waarin anderhalve meter afstand houden de nieuwe norm is. In dat geval moet die wereld zo worden ingericht dat het houden van die afstand ook daadwerkelijk mogelijk is. Denk aan wachtrijen voor supermarkten, maar ook aan restaurants en andere plekken waar we normaal gesproken dichter op elkaar staan, zoals de bibliotheek. Zo voorkomen we een nieuwe virusuitbraak.

Balkonsolidariteit

In tijden van nood leert men de culturele aard van een land kennen. In Italië zong men elkaar in quarantaine massaal toe vanaf het balkon. Het leverde ontroerende beelden op. Zo ontstaat saamhorigheid – en wordt het belang van cultuur glashelder.

Besmettingscurve

We houden ons er massaal aan vast: de grafische weergave van het aantal besmettingen met het coronavirus en de daarmee sterk samenhangende curve met betrekking tot de druk op de intensive cares. Door thuis te blijven en ons te houden aan de richtlijnen van het RIVM zorgen we ervoor dat in die curve geen piek ontstaat, maar we juist kunnen spreken van een afvlakking (flatten the curve). De anderhalvemetersamenleving helpt daarbij.

Contactberoep

Ook de frontofficemedewerkers van de bibliotheek vallen er min of meer onder: de groep beroepen waarbij je onder normale omstandigheden fysiek in aanraking komt met klanten, waardoor men de kans loopt het virus over te dragen. Bibliotheken kwamen met verschillende oplossingen om dit contact tot een minimum te reduceren, zoals boekentasjes die op een vooraf afgesproken plek door de klant konden worden opgehaald. Zo ontstond het contactloos lenen.

 

Corona

Toch nog even voor de zekerheid: corona, specifiek COVID-19, is de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2. Je kunt het vergelijken met de relatie tussen aids en hiv: hiv is het virus, aids is de ziekte die je erdoor krijgt. Wordt gekenmerkt door onder meer (ernstige) klachten aan de luchtwegen en koorts. Deze ziekte leidde onder meer tot de coronacrisis, coronaverveling, coronafeestjes en coronababy’s.

Deurbeleid

Ook de bibliotheek ontkwam er in de laatste dagen voor de collectieve sluiting niet aan: het invoeren van een beleid met betrekking tot het toelaten van personen. Er werden minder personen toegelaten en mensen met klachten of een zwakke gezondheid werd verzocht de vestiging niet te betreden.

Eenzaamheidsvirus

De credits voor deze term gaan naar koning Willem-Alexander, die de term tijdens zijn speech tot alle Nederlanders op 20 maart 2020 introduceerde. Het coronavirus zorgt voor ernstige eenzaamheid, met name onder ouderen en kwetsbare groepen. En laten dit nu net belangrijke doelgroepen van de bibliotheek zijn. Veel bibliotheken deden er dan ook alles aan juist deze mensen te helpen, onder meer door al hun oudere leden op te bellen en hen te woord te staan tijdens speciale telefonische en digitale spreekuren.

Hamsterschaamte

En opeens was die leuke mascotte van die landelijke supermarktketen niet meer onze nationale held, maar een verguisde eenling. Hamsteren werd een activiteit waarvoor we ons moesten schamen. Later werd überhaupt een voet buiten de deur zetten al een reden om het schaamrood op je kaken te voelen (straat- of buitenschaamte), zoals we ons ook begonnen te schamen voor het biertje dat we deden aan de bar (horecaschaamte). De hamsteraars sloegen overigens ook toe in bibliotheekland: op de laatste dagen voor de collectieve sluiting sloegen fervente lezers massaal in.

 

In tijden van corona

Een van de belangrijkste uitdrukkingen die ontstond tijdens de coronaperiode was er een die verwees naar, jawel, een boek: puntje-puntje-puntje in tijden van corona is een verwijzing naar de boektitel Liefde in tijden van cholera, de ver¬ta¬ling van Spaans El amor en los tiempos del cólera, een ro¬man van Ga¬bri¬el García Márquez. Of dit boek tijdens de coronacrisis significant vaker is uitgeleend, moet nog worden onderzocht.

Lockdown

De lockdown: de noodmaatregel of noodtoestand waarbij een land, streek, stad of gebouw niet mag worden betreden of verlaten vanwege een gevaar of de dreiging van gevaar. In Nederland kozen we voor de intelligente versie, zoals premier Mark Rutte ‘m bestempelde: we startten uit onszelf met social distancing en gingen vrijwillig in quarantaine. Dat zorgde bij velen voor meer tijd om te lezen. Het aantal bezoeken aan de landelijke digitale bibliotheek schoot dan ook omhoog.

Ouderenuurtje

Het uur waarop supermarkten uitsluitend toegankelijk zijn voor ouderen, om deze kwetsbare groep te beschermen tegen kwaadaardige ziekte-invloeden van buitenaf. Wellicht ook een optie voor de bibliotheek wanneer die tot heropening mag overgaan.

Zorgheld

Collectief juichten en klapten we de helden van onze zorgsector toe om de door hen verrichte wonderen. Het is niet ondenkbaar dat snel een nieuw soort held volgt: de boekenheld, werkzaam bij bibliotheek of boekhandel, die ook in deze tijden het publiek dapper van leesvoer blijft voorzien. Door boekenpakketten samen te stellen, materialen langs te brengen bij hulpbehoevende ouderen en flitsende activiteiten te bedenken die ervoor zorgen dat iedereen ziet dat de bibliotheek ook in coronatijden meer dan aanwezig is.

 

Lees alle handige tools

Handige tools

Bibliotheek Campus
Bibliotheek Campus

De coronacrisis zorgt ervoor dat ruim zes duizend bibliotheekmedewerkers hun werkzaamheden vanuit huis moeten voortzetten. Bibliotheek Campus biedt een veelheid aan trainingsmateriaal voor bibliotheekmedewerkers. Het aanbod is nu tijdelijk flink aangevuld. Men kan zichzelf er onder meer bijscholen op het gebied van onder meer 21e-eeuwse vaardigheden, bedrijfshulpverlening (BHV) en kunstmatige intelligentie.

Ga naar Bibliotheek Campus >

BiebToBieb
CrisisBieb

Ook in deze tijd, waarin elkaar fysiek opzoeken voorlopig nog even uit den boze is, zoeken medewerkers van verschillende bibliotheken elkaar op om ervaringen uit te wisselen en ideeën te delen. Zij doen dat voornamelijk op het centrale platform Biebtobieb, waar onder de naam CrisisBieb dagelijks nieuwe initiatieven worden gepubliceerd. Kwesties als activiteiten, het inleveren van boeken, de ThuisBieb, het online en offline contact met gebruikers en heropeningsstrategieën worden er onder de loep genomen. Ook worden er best practices en door bibliotheken gemaakte handleidingen gedeeld.

Ga naar CrisisBieb >

GoodHabitz
GoodHabitz

Alle ruim zes duizend bibliotheekprofessionals kunnen tijdens de coronacrisis drie maanden lang gratis gebruikmaken van trainingsplatform GoodHabitz. Tot 23 juni zijn ruim 130 online trainingen opengesteld. Zo kunnen medewerkers hun algemene werkvaardigheden verbeteren. Op zoek naar meer trainingen om beter te leren presenteren, argumenteren of leidinggeven? De Volkskrant zette de grootste aanraders op een rij.

Ga naar de website van GoodHabitz >

Dossier Impact
Bibliotheekinzicht

Op Bibliotheekinzicht zijn allerlei artikelen te vinden die aansluiten bij de vraagstukken waarvoor bibliotheken zichzelf nu geplaatst zien. Op deze website bundelt de KB kennis uit diverse actuele en betrouwbare onderzoeken die inzicht geven in de staat van het openbare bibliotheekstelsel. Daarbij worden ontwikkelingen in de sector uitgelicht, ondersteund met cijfermatige gegevens en voorzien van historische en maatschappelijke context. Hiermee biedt Bibliotheekinzicht professionals en beleidsmakers richting en inspiratie voor het formuleren en evalueren van beleid. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met bezuinigingen? Of leer meer over de geschiedenis, collectie en leden van de digitale bibliotheek. En hoe meet je de impact die je als bibliotheek ook in deze tijden kunt maken? Je leest het in het Impactdossier.

Ga naar het dossier Impact >