Dossier Impact

Leeswijzer

In dit dossier vind je artikelen, interviews, instrumenten en leestips over het meten en managen van impact.

Voorwoord

Over het 'waarom' en 'wat' van dit dossier.

Impact management: meer dan meten en weten

Dit artikel beschrijft hoe impact meten onderdeel is van een breder proces: impact management.

Jargon buster

Een overzicht van de veelgebruikte termen en hun betekenis in het gesprek over impact

Interview met Mariet Wolterbeek

Hoe bibliotheek Z-O-U-T effectonderzoek gebruikt om de boer op te gaan.

Impact in beeld: voorbeelden uit het bedrijfsleven

Andere sectoren vertellen hun impact-verhaal (Tony Chocolonely, Kromkommer, Fair Phone, Thuisafgehaald)

Landelijk onderzoek: de impact van de bibliotheek op jeugd en lezen

Een overzicht van bestaande onderzoeken naar de effectiviteit van leesbevorderingsprogramma's

Interview met Anke Bruggeman

Hoe meet men in Dalfsen de opbrengsten van bibliotheekdiensten?

Leestip: impact evaluatie voor bibliotheekorganisaties

Recensie van een handzaam boek over impact measurement

Interview over effectmeting in FlevoMeer Bibliotheek

Taalhuisexperts vertellen over het meten van voortgang met de Taalverkenner.

 

Landelijk onderzoek: positieve effecten van volwasseneneducatie

Een overzicht van bestaande onderzoeken naar de impact van bibliotheekprogramma's

Over de grenzen: hoe meet men impact in het buitenland?

Internationale voorbeelden van onderzoek naar de impact van bibliotheken

Interview met Wilco Tuinenburg

Over de twee sporen voor effectmeting bij Bibliotheek Eemland

Leestips over de evaluatie van cultuurbeleid

Drie leeswaardige publicaties die een handvat bieden bij het evalueren van cultuur

Interview met Jeanette Braam

Hoe een onderzoek naar de maatschappelijke waarde de bibliotheek weer aan tafel krijgt bij de gemeente

Bibliotheek en gemeente. Een waardevolle relatie

Tips voor een goed gesprek met je gemeente

Fact checking: leidt voorlezen écht tot een hogere woordenschat?

Een veelgehoorde aanname gecheckt op waarheid

 

Verslag: Landelijke dag over effectmeting

Verslag en sfeerimpressie van een landelijke kennisdag (17 dec 2018)

Aan de slag met impact: instrumenten en hulpmiddelen

Overzicht van instrumenten en hulpmiddelen bij effectmeting en impact management

 

Zie alle rubrieken

Lees het hele voorwoord

Voorwoord

Impact: van bedrijfsleven tot cultuursector, overal zingt het rond. In visiestukken, fact sheets en beleidsplannen. De term is krachtig en veelzeggend, maar tegelijkertijd lastig te definiëren en lastig te meten. En waar te beginnen? Wil je met impact aan de slag, dan is het raadzaam je een beetje in te lezen. Met dit dossier helpen we je daarmee.

Meer dan meten

Heel simpel gezegd, heeft impact te maken met datgene wat bibliotheken ‘teweeg kunnen brengen’ bij bezoekers en in de samenleving. De wens om net ‘datgene’ zichtbaar te maken met onderzoek is vaak het startpunt om met impact aan de slag te gaan. Maar wie écht werkt aan impact, zet onderzoek in als middel en niet als doel. Het maximaliseren van impact is dan het hogere doel.

Zo bezien is impact het kompas waar je op koerst en kan onderzoek je helpen om op koers te blijven of je koers bij te stellen.

Dit dossier

In dit themadossier brengen we de beschikbare kennis rondom impact in de bibliotheeksector samen: inzichten uit onderzoek, goede voorbeelden en instrumenten om zelf mee aan de slag te gaan. We kijken naar Bibliotheken en we openen de blik naar buiten. We geven praktische tips en bieden ook verdieping. De ontwikkelingen op dit onderwerp gaan snel. Dit dossier vullen we dan ook continu aan met nieuwe tips, artikelen en inspirerende voorbeelden.

Onze impact

Wat willen wij met dit dossier teweegbrengen? Vooral dat jij wat meer grip krijgt op het onderwerp en enthousiasme om met impact management aan de slag te gaan. Gelukkig hoef je niet bij nul te beginnen.

Lees de volledige tekst

Impact management: meer dan meten en weten

Impact is populair. De term verschijnt steeds vaker in beleidsstukken en in publicaties en bibliotheken voelen een steeds sterkere druk om impact zichtbaar te maken. Die druk ontstaat vaak vanuit een behoefte om bestede gelden te verantwoorden aan de gemeentelijke subsidieverstrekker. Onderzoek moet dan de onderbouwing leveren van de maatschappelijke  waarde van de bibliotheek.

Impactmanagement

Dat is begrijpelijk en legitiem, maar het is een gemiste kans om het daarbij te laten. Een organisatie die serieus met impact aan de slag wil,  kijkt verder dan het externe plaatje. Impact kan tot in de haarvaten van de organisatie doorgevoerd worden. Wat levert dat voor voordelen op?

Werken aan impact

Impact centraal stellen helpt bij het stellen van scherpe en haalbare doelen, het maken van keuzes en het motiveren en onderbouwen van  activiteiten. Werken aan impact betekent nadenken over alle facetten van de organisatie: Aan welke maatschappelijke verandering willen we bijdragen? In hoeverre bereiken we die doelstelling? En doen we dan de juiste dingen, op de juiste manier?  Het meten van impact is dan slechts een onderdeel van een breder proces waarbij niet het meten, maar het maximaliseren van impact het belangrijkste doel is. We noemen dat impact management: alles wat de organisatie doet om de eigen impact te begrijpen en vergroten.

Cyclisch proces

Impact managen is een cyclisch proces van leren en verbeteren op basis van eerdere bevindingen. Op hoofdlijnen onderscheiden we drie fasen die elkaar min of meer opvolgen: het bepalen en concretiseren van de missie en doelen (impact missie); het verzamelen van data over de mate waarin doelen zijn bereikt (impact meten); en het leren en presenteren van de data (impact maximaliseren). In onderstaand model zijn de verschillende fasen en stappen weergegeven. Anders dan het model wellicht doet suggereren, is impactmanagement geen lineair proces met een vast begin en een einde. Zie het eerder als een cyclisch en iteratief proces waarbij verschillende stappen elkaar opvolgen, maar ook kunnen overlappen.

Fig 1. Fasen en stappen in het proces van Impactmanagement

Impact missie: gewenste impact bepalen en uitwerken

Het meten en maximaliseren van impact begint bij het bepalen van de impactmissie. Wat voor verandering wil je precies teweegbrengen in het leven van burgers en/of in de samenleving? Bijna elke bibliotheek heeft wel een mooi missie statement als grondslag voor haar beleid, maar vaak is die in abstracte termen geformuleerd: “de bibliotheek verbindt”; of: “burgers in staat stellen bewust en actief te participeren in de samenleving”. Wil je je impact daadwerkelijk begrijpen en vergroten, dan zul je moeten beginnen bij die missie. Een belangrijke stap bij impact management is dan ook die waarin je je impactmissie helder en concreet (her)formuleert. Je maakt daarbij expliciet welke verandering je nastreeft en hoe jouw activiteiten daar aan bijdragen. Dit doe je vooral door jezelf zoveel mogelijk vragen te stellen: Welk maatschappelijk probleem lossen we precies op? Wat betekent het precies als burgers “bewust en actief participeren”? en hoe draagt de bibliotheek daar dan aan bij? Waarom doen we dit eigenlijk en voor wie? Tot wat voor verandering moet het leiden? En bij wie?

Instrumenten zoals het “Logical Framework” en de “Theory of Change” (Nederlands: verandertheorie) kunnen je hierbij helpen. Ze bieden een kader om inzichtelijk te maken wat de link is tussen je dagelijkse activiteiten en je sociale missie. Daarbij is ook aandacht voor je stakeholders, zij zijn immers degenen bij wie je een bepaalde verandering teweeg wilt brengen. Of degenen die voor deze verandering betalen.

 

Impact meten: data over je impact verzamelen

Om effectiviteit of impact te evalueren, zijn data nodig die laten zien hoe de organisatie presteert op de impactdoelen. Het opstellen van een meetplan is daarom een eerste stap. Hierin beschrijf je welke data je wilt verzamelen, hoe en hoe vaak je dat gaat doen. Om goed te kunnen meten, moet je je impactdoelen operationaliseren, dus vertalen in concrete, meetbate indicatoren. Een ingewikkelde stap, want dit betekent dat abstracte termen als participatie, sociale cohesie, zelfredzaamheid, etc. vertaald moeten worden in meetbare eenheden. Hoe zie ik aan een persoon of die meer en bewuster is gaan participeren? En welke gegevens zeggen iets over de mate waarin verbinding teweeg is gebracht? Zo’n vertaling is essentieel om te weten welke gegevens je moet gaan verzamelen.

De methoden die je  voor je onderzoek kunt kiezen zijn gevarieerd en hebben elk hun eigen voor- en nadelen. Het is slim om je hier goed over te laten informeren, wil je de juiste keuze op het juiste moment maken. Start daarom niet meteen met het opzetten van nieuw onderzoek, maar oriënteer je op wat er al is. Naar veel bibliotheekprogramma’s is al (landelijk) effectonderzoek gedaan (bijvoorbeeld op het thema lezen & basisvaardigheden) en als je zelf wilt gaan meten zijn er wellicht bestaande toolkits of meetinstrumenten waarvan je gebruik kunt maken. Maar je kunt natuurlijk ook een bureau inhuren om de dataverzameling  voor je te doen.

Maximaliseren: interpreteren, leren en presenteren (op basis) van je data

Na het verzamelen van de data volgt de laatste stap richting impactmaximalisatie, namelijk de  analyse, presentatie en interpretatie van de verzamelde data. In deze fase geef je met je interne en externe stakeholders betekenis aan je onderzoeksbevindingen en vertaal je deze in een duidelijk verhaal en concrete verbeterpunten. In praktijk komt dat  neer op het stellen van vragen als: wat zeggen de resultaten over onze organisatie? Vinden we de score hoog of laag? Hoe verhouden de bevindingen zich tot onze doelstelling? Waar kan of moet ik bijsturen om op mijn impactdoelstellingen meer resultaat te boeken?

Hoe logisch deze fase ook lijkt, in praktijk krijgt deze vaak maar weinig aandacht. Onderzoeksrapporten worden selectief gelezen en vooral de positieve bevindingen krijgen hun plek in een jaarverslag of wervende tweet. Daarna verdwijnen ze in de welbekende la. Slechts zelden wordt een onderzoek  aangegrepen om kritisch naar de eigen organisatie te kijken en te zoeken naar verbetering. Terwijl een goede reflectie op je bevindingen (ook negatieve!) - met collega’s en externe stakeholders – je enorm kan helpen je zwakke plekken te identificeren, te bepalen of je activiteiten moet aanpassen, opschalen of stopzetten. En natuurlijk wil je je verhaal ook delen met je stakeholders. Instrumenten op het gebied van storytelling, lobby en ‘advocacy’ gaan je ook helpen het verhaal bij de cijfers goed te communiceren.

Impact cultuur

Impact management is een cyclisch en iteratief proces waarbij verschillende fasen en stappen elkaar continu opvolgen en overlappen: het vaststellen van doelen of strategie, bepalen met welke activiteiten je de doelen wilt behalen, checken of het werkt, aanpak of doelen bijstellen, dat weer meten, etc. Wil je als organisatie écht aan de slag met ‘impact’ is er dus meer nodig dan het (laten) uitvoeren van een mooi onderzoek. Werken aan impact betekent dat de maatschappelijke verandering die je nastreeft, het kompas biedt waarop de organisatie vaart. Om op koers te blijven moet ruimte zijn voor kritische reflectie op het functioneren van de organisatie en bereidheid om te veranderen. Dat kan spannend en lastig zijn, want het raakt ieders werk en kan leiden tot vervelende beslissingen. Maar het kan ook motiveren: samen werken aan maatschappelijk nut. Het is dan ook cruciaal om impact management te benaderen als een collectief leerproces waarbij iedereen wordt betrokken. Draagvlak onder medewerkers is cruciaal. Zij zijn degenen die data gaan verzamelen en moeten leren en verbeteren op basis van die data. Om impact te laten leven op de werkvloer is het essentieel om impactgericht werken te verankeren in organisatieprocessen. Bijvoorbeeld door dataverzameling en evaluatie een vast onderdeel te maken van overleggen, door impactambassadeurs te benoemen, of door impactgericht werken expliciet op te nemen in vacatureteksten en functieprofielen.

Jargon buster

Impact is een begrip dat omgeven is met verschillende termen en betekenissen, die lang niet overal op dezelfde wijze worden gebruikt. Iedereen gebruikt begrippen als input – output, outcome en effect,  maar in verschillende betekenissen en contexten. Ook wanneer het gaat over activiteiten in de bibliotheeksector gebruiken we begrippen als effect en impact door elkaar heen. Daarom dit overzicht met een uitleg van veelgebruikte termen in het gesprek over impact.

Input

Input heeft betrekking op de bronnen die worden ingezet om een programma of dienst te kunnen leveren. Denk aan tijd en geld, faciliteiten, materialen, oppervlakte, kennis en expertise. Input is het antwoord op de vraag: wat is er ingezet, gebruikt of geïnvesteerd om een activiteit uit te voeren?

Activiteit

Activiteiten zijn de dingen die een organisatie doet, voor bezoekers, leden, deelnemers en anderen. Activiteiten maken deel uit van de dienstverlening van een bibliotheek. Een activiteit is niet per se gericht op de ‘eindgebruiker’ van de bibliotheek, maar kan bijvoorbeeld ook voor bemiddelende organisaties zoals scholen bedoeld zijn.

Output

De output bestaat uit de direct zichtbare, tastbare of telbare resultaten van een activiteit en de mate waarin ervan gebruik is gemaakt, zoals het aantal computercursussen en het aantal deelnemers. Output is telbaar en wordt uitgedrukt in (een) numerieke waarde(n). Output kan ook betrekking hebben op tekortkomingen van de dienstverlening zoals niet gehonoreerde aanvragen of slecht bereikte doelgroepen.

Outcome

Outcomes hebben betrekking op de (positieve) verandering die met producten en diensten teweeg is gebracht in het leven van mensen of binnen de gemeenschap. Outcomes zijn vaak nauw verbonden aan doelen van een specifieke activiteit en laten zien in hoeverre een programma succesvol of effectief is. Denk aan het aantal mensen dat door een cursus in de bibliotheek beter heeft leren omgaan met de computer en het internet.

Impact

Impact betreft de verandering die een organisatie teweeg brengt op de lange termijn. Die verandering kan zowel individueel als collectief zijn, zowel positief als negatief, zowel bedoeld als onbedoeld. Waar ‘outcome’ duidt op een specifieke verandering als direct gevolg van een activiteit, gaat impact over de mate waarin een activiteit de levens en omgeving van deelnemers op bredere schaal heeft beïnvloed. Die invloeden reiken verder dan de concrete doelen van een programma en kunnen doorwerken in allerlei aspecten in het dagelijks leven en de omgeving.

Effect

Effect is een generieke term om de outcomes of impact van een activiteit te beschrijven. Effect verwijst naar ‘outcomes’ als het gaat om een verandering op korte of middellange termijn; effect verwijst naar impact als het gaat om effecten op de lange termijn en/of op het niveau van de gemeenschap.

Waarde

Waarde is het belang dat stakeholders aan bibliotheken toekennen: welke voordelen hebben zij ervaren, en welke mogelijke voordelen zien ze? In tegenstelling tot impact en outcome verwijst ‘waarde’ niet naar een verandering, maar naar de waarde die wordt toegekend op basis van de ervaring en verwachting van positieve outcomes. Waarde is een psychologisch construct en is altijd subjectief. Veel impact- of outcomestudies zijn in feite studies naar de perceptie van waarde van bepaalde bibliotheekdiensten.

Economische waarde

Een specifieke benadering van waarde die in de onderzoeksliteratuur over bibliotheken veel aandacht krijgt, is de economische waarde. Economische waarde is een subjectief oordeel over de bibliotheek, uitgedrukt in economische termen. Vaak wordt dit oordeel afgeleid uit de bereidheid van mensen om voor de bibliotheek te betalen. Die bereidheid blijkt bijvoorbeeld uit de economische keuzes die zij maken of uit de voorkeuren die zij uitspreken in een fictieve situatie.

Economische impact

Economische impact betreft de bijdrage aan het economische welzijn en de economische vitaliteit van individuen of van de gemeenschap. Bijvoorbeeld via de bestedingen van de bibliotheek en van haar personeel; de aanloop die een bibliotheek genereert voor winkels in de nabije omgeving; de economische impuls die nieuwe bibliotheken geven aan voormalig slechte wijken; en de ondersteuning aan ondernemers en burgers bij het opzetten en managen van een onderneming.

(Klant)tevredenheid

Tevredenheid is de kwalitatieve waardering (beoordeling) van de output van de bibliotheek en de kwaliteit van de dienstverlening. Tevredenheid is gebaseerd op verwachtingen en ervaringen van een bepaalde service. Een ontevreden bezoeker kan niettemin een positief effect ervaren van de bibliotheek. Tegelijkertijd kan iemand tevreden zijn zonder dat hij een effect of opbrengst heeft ervaren van de service.

 

Lees het hele interview

‘Met cijfers en jaarverslagen laad je de betekenis van de bibliotheek’

Interview met Mariet Wolterbeek

Het meten van opbrengsten is één ding,  je moet er ook mee de boer op. Dat is de visie van directeur Mariet Wolterbeek van bibliotheek Z-O-U-T als het gaat om effectmeting. Een gesprek met een bevlogen directeur over hoe je dat doet, en wat dat je als bibliotheek oplevert.

In 2016 kregen Doorn en Leersum nieuwe locaties in een mooi cultuurhuis. Prachtige gebouwen, maar de huren stegen daardoor enorm. Met een nieuwe totale begroting van zo’n anderhalf miljoen euro, besloot directeur Mariet Wolterbeek een productbegroting per locatie te maken. Wolterbeek: “Vervolgens zijn we gaan standaardiseren en hebben dat vastgelegd in een kengetallenstuk. Bijvoorbeeld: hoeveel collectie per inwoner heb je nodig, in hoeveel jaar schrijf je af en hoeveel personeel zet je in? Met die gegevens hebben we een productenboek gemaakt. In het boek staan naast het basispakket, ongeveer vijftien producten beschreven.

Pragmatisch

De bibliotheek heeft ervoor gekozen om één productenboek te maken, waarbij alle gemeenten het basispakket inkopen. Daarnaast zijn er keuzemogelijkheden, afhankelijk van de lokale focus van de gemeente. Alle gemeenten zetten in op de thema’s ‘participatie’ en ‘laaggeletterdheid’, maar Utrechtse Heuvelrug heeft bijvoorbeeld ook ‘zinvolle vrijetijdsbesteding’ als speerpunt. “De producten koppelen we bewust aan de doelen van de gemeenten en de kerntaken uit de Wsob. Daarin moet je volgens mij ook pragmatisch zijn. Een gemeente die zich aan de rechterkant van het politieke spectrum bevindt, is gevoeliger voor cijfers, en linkse gemeenteraden zijn bevattelijker voor de inhoud. Daar houden we dus rekening mee”, vertelt Mariet Wolterbeek.

Vragenlijsten

Hoe verzamelt Z-O-U-T die gegevens? Wolterbeek: “We stellen vragenlijsten op en denken als bibliotheek mee over de inhoud van de vragen; daarbij worden we ondersteund door onderzoeksbureau Strategos (voorheen Biblioconsult). Alle vragen passen bij de beleidsdoelen die we in het productenboek hebben beschreven. Zo kun je heel gericht meten.” De volgende stap, het verwerken van de lijsten, voert Strategos uit. “Zij werken met SPSS voor het analyseren en visualiseren van de data en het vraagt specialistische kennis om daarmee te kunnen werken”, legt Wolterbeek uit.

Aan de hand van de gemeten opbrengsten kijken we hoe we ons beleid kunnen verbeteren.

Mondelinge terugkoppeling

“Naast de expertise van Strategos, doen we ook zelf onderzoek”, vervolgt zij. “Om de opbrengsten van bijvoorbeeld het Taalhuis te meten, bieden we alle mensen die gebruik maken van het Taalhuis in Rhenen een gratis lidmaatschap en cursussen aan. We starten met een nulmeting en na afloop vragen we bezoekers naar wat het ze heeft opgeleverd: zijn ze taalvaardiger geworden, is hun social media-gebruik toegenomen?.” Voor het programma ‘De VoorleesExpress’ geldt een soortgelijke aanpak. Vrijwilligers nemen een vragenlijst mee naar het gezin, nemen die mondeling af en verwerken de antwoorden. Wolterbeek: “Daarnaast organiseren we dialoogtafels waarbij we bezoekers vragen om mee te denken over bijvoorbeeld de toekomst van de bibliotheek voor het nieuwe beleidsplan.”

Nieuwe betekenis

De uitkomsten van die verschillende soorten onderzoek worden verzameld in een jaarverslag. Wolterbeek: “Aan het jaarverslag besteden we veel aandacht. Vervolgens gaan we daarmee naar alle raadsfracties. Ik kan echt genieten van die gesprekken, die zijn concreet en gaan altijd over de inhoud: niet verwonderlijk, want het sluit namelijk aan bij wat een gemeente voor ogen heeft. Je moet je realiseren dat er bij veel mensen het oude beeld van een klassieke bibliotheek bestaat en dat er een kennisachterstand is over de nieuwe maatschappelijke rol van de bibliotheek. Met die gesprekken, jaarverslagen en cijfers laad je de nieuwe betekenis van de bibliotheek. Essentieel.”

Zelf beter worden

Bibliotheek Z-O-U-T is niet voor niets koploper als het gaat om effectmeting. Zij gebruikt de onderzoeksresultaten niet alleen voor verantwoording naar de politiek, maar ook voor hun eigen bedrijfsvoering. “We hebben voor verschillende onderdelen van de bibliotheek zogenaamde budgetbeheerders. Die krijgen, binnen de prestatieafspraken die gemaakt zijn met de gemeenten, de vrije hand in hoe de budgetten te verdelen. Dat geeft hen veel verantwoordelijkheid en meer werkplezier. Daarnaast kijken we aan de hand van de gemeten opbrengsten hoe we ons beleid kunnen verbeteren”, vertelt Wolterbeek, “soms moet je vaststellen dat iets niet werkt. Daartegenover staat dat we ook budget vrijmaken voor innovatie, dus er komen ook nieuwe producten bij.”

    3 gouden tips

    1. Overleg!
      Intern, maar zeker ook extern. Wees transparant over je gegevens, maak zichtbaar waar je mee bezig bent en ‘waar je van bent’. Is het ingewikkeld met een gemeente? Ga niet ‘in de macht’ zitten, maar kijk hoe je het samen kan oplossen.
    2. Productenboek maken
      Stel een productenboek en een kengetallenboek op.
    3. 3 x meten
      Meten, meten, meten: dat maakt het gemakkelijker om ‘het goede verhaal’ te vertellen.

    Links

    Lees de volledige tekst

    Impact in beeld: voorbeelden uit het bedrijfsleven

    Zo veel organisaties, zoveel manieren om impact in beeld te brengen. Met een eerlijke telefoon heb je een heldere boodschap, maar om van kromme komkommers of doodgewone afhaalmaaltijden een goed impactverhaal te maken, is meer nodig. We vinden voorbeelden bij Tony’s Chocolonely, Kromkommer, Fairphone en Thuisafgehaald .

    Afbeelding

    Tony's Chocolonely: slaafvrije chocolade

    De missie van Tony’s Chocolonely: 100% slaafvrije chocolade. Het repenmerk werkt bewust alleen in probleemgebieden, zoals Ghana en Ivoorkust, waar ze het grootste verschil kunnen maken. Voor de ruim 36,5 miljoen repen die ze verkochten in 2018, werkte Tony’s samen met meer dan vijfduizend boeren, die ze boven op hun gebruikelijke loon in totaal ook nog eens €2.283.572 aan premie gaven, om zo een leefbaar inkomen te verdienen. Daarmee is Tony’s Chocolonely uniek in het schap: vrijwel geen enkel chocolademerk kent de afkomst van zijn eigen cacao, zelfs niet als die duurzaam of gecertificeerd is. Bij Tony’s komt ruim 9,6% van de verkoopprijs bij de cacaoboer terecht, en daar zijn ze trots op.

    Zo brengt Tony's zijn impact in beeld

    Afbeelding

    Kromkommer: geredde groenten

    Kromkommer wil voedselverspilling tegengaan en redt daarom groenten met een ietwat afwijkend uiterlijk van de GFT-stapel Zo redden ze in 2018 bijna 60.000 kilo groenten, waarvan 417.000 kommen krommegroentensoep werden gegeten. Op sociale media bereikte Kromkommer nog meer mensen: het succesvolste bericht had meer dan twee miljoen lezers. Met 227 winkels, 95 restaurants en 23 webshops heeft Kromkommer inmiddels een mooie community aan partners opgebouwd. Maar bereikscijfers zeggen weinig over de werkelijke impact van Kromkommer. Die impact is er wel degelijk, want ook in de politiek laat Kromkommer van zich horen: in juni 2018 nam de Tweede Kamer de ‘KromMotie‘ aan, die de regering verzoekt zich op Europees niveau in te zetten voor het schrappen van de cosmetische eisen die aan groente en fruit worden gesteld. Zo heeft Kromkommer ook systemische impact.

    Bekijk het hele cijferoverzicht hier (PDF)

    Afbeelding

    Fairphone: duurzaam in contact

    Fairphone streeft naar een zo duurzaam mogelijke telefoon. Is alleen je scherm, camera of batterij stuk? Bij een Fairphone kun je vrijwel ieder onderdeel gemakkelijk zelf vervangen en blijft de software up to date. Ook in het materiaalgebruik zoekt Fairphone naar de beste opties: alleen wat duurzaam geproduceerd is, belandt in een Fairphone. En natuurlijk worden onderdelen van oude telefoons hergebruikt – niet alleen van Fairphones, maar ook van andere merken en modellen. Dit alles heeft zijn vruchten afgeworpen: inmiddels zijn er 135,000 telefoons verkocht vanaf 226 verkooppunten.

    Lees meer in Fairphones impact report

    Afbeelding

    Thuisafgehaald: matches tussen thuiskoks en afhalers

    Thuisafgehaald koppelt mensen die koken en mensen die graag voor zich laten koken aan elkaar: wie een restje over heeft of het eenvoudigweg leuk vindt om wat extra monden te voeden, plaatst een oproep op de site, en komt zo in aanraking bekende buurtgenoten én nieuwe gezichten. Sinds maart 2012 vonden meer dan 260.000 van zulke ontmoetingen plaats, met bijna tweehonderd langdurige matches tussen thuiskoks en afhalers die vaker van elkaars diensten gebruikmaken. Op die manier brengt Thuisafgehaald persoonlijke én maatschappelijke effecten teweeg: hulpbehoevende afhalers kunnen langer zelfstandig wonen, waardoor zij minder snel afhankelijk zijn van professionele zorg. Dit levert, zo berekende Avance voor Thuisafgehaald, per match € 2.042 tot € 4.446 aan besparingen op.

    Bekijk de details hier

    Landelijk onderzoek: Impact van de bibliotheek op jeugd en lezen

    De bibliotheek voert tal van activiteiten uit om kinderen aan te moedigen tot meer en beter lezen. Voor baby’s is dat BoekStart, voor schoolgaande kinderen is dat de Bibliotheek op school en voor kinderen met een taalachterstand is er de VoorleesExpress. Naar de effecten van al deze programma’s is uitgebreid onderzoek gedaan.

    BoekStart

    Onder invloed van BoekStart beginnen meer ouders al vroeg met voorlezen, bezoeken ze vaker de bibliotheek en zijn zij meer bekend met babyboekjes. En dat heeft effect: kinderen van ouders die hun baby’s al voordat zij 8 maanden oud zijn, voorlezen en meedoen aan BoekStart, scoren hoger op taal. Al op de leeftijd van 15 maanden zijn bovendien positieve effecten op de woordenschat merkbaar.

    VoorleesExpress

    Ook naar de effecten van de VoorleesExpress zijn veel onderzoeken uitgevoerd. Daaruit blijkt onder andere dat de kinderen die meedoen aan de VoorleesExpress beter presteren op taalvaardigheid, zoals boekoriëntatie, begrijpend lezen en verhaalbegrip. Ouders hebben daarnaast meer plezier in het voorlezen, gaan intensiever voorlezen en zien het belang van lezen meer in.

    De Bibliotheek op school

    Ook de effecten van de Bibliotheek op school zijn positief. Kinderen op dBos-scholen lezen meer en hebben een betere leesvaardigheid dan kinderen op scholen waar geen speciale aandacht is voor de boekencollectie. Ook onderzoek met een specifieke focus op niet-westerse migrantenleerlingen laat een positief effect zien van de Bibliotheek op school op de woordenschat van leerlingen.

      Afbeelding

       

      Lees het hele interview

      Van registratie naar interpretatie

      Interview met Anke Bruggeman

      De bibliotheek Dalfsen – Nieuwleusen bevond zich een aantal jaar geleden in zwaar weer: een niet zo’n beste relatie met gemeente en partners, fikse bezuinigingen, wisseling van directeuren en een fusie die niet doorging. Nu alles in rustiger vaarwater terecht is gekomen, is er ook tijd voor andere zaken, bijvoorbeeld voor het meten van opbrengsten.

      “Toen ik in 2017 aantrad als directeur, wist ik dat we eerst moesten bouwen aan het herstel van de onderlinge relaties. Er zat zoveel ‘spanning op de lijn’”, blikt directeur Anke Bruggeman terug. Er was niet alleen sprake van een slechte relatie met de gemeenten, ook met partners als onderwijs, Saam welzijn en de gebruikers van de ‘Kulturhusen’. Bruggeman: “Er was daardoor nauwelijks uitwisseling over onze doelen en waarde als bibliotheek. Daar moest verandering in komen.” De laatste twee jaar heeft de bibliotheek hard gewerkt aan het herstel van de relaties, en maakte de bibliotheek de omslag van een klassieke bibliotheek naar een bibliotheek met een brede maatschappelijke functie.

      In het archief

      Daar hoort ook het meten van de opbrengsten bij. Tot nu toe zijn die alleen geregistreerd. De bibliotheek maakte daarbij gebruik van landelijke onderzoeken zoals de Landelijke Effectenmonitor Monitor de Bibliotheek op school. Ook leverde zij gegevens aan voor de Wsob. “Zo’n vragenlijst werd dan braaf door een medewerker of cursusleider ingevuld, en belandde daarna het in het archief. Nu pas gaan we aan de slag met de interpretatie van de gegevens en de kwaliteitsmeting die daarmee samenhangt. Passen de activiteiten die we ontwikkelen ook daadwerkelijk bij onze bezoekers? En hoe kunnen we onderzoek gebruiken voor ons eigen beleid?”, zegt Bruggeman.

      Preventie als waarde

      “Het meten van opbrengsten helpt ons enorm bij het verbeteren van onze relatie met de gemeente”, vervolgt Bruggeman. De discussie over de maatschappelijke waarde van de bibliotheek was nooit gevoerd, waardoor er veel aannames waren bij wethouders en ambtenaren. Nu lukt het steeds beter die maatschappelijke waarde over het voetlicht brengen. “Heb het dan niet over kwantiteit zoals bezoekersaantallen en uitleencijfers, maar over kwaliteit: wat is de meerwaarde van de bibliotheek voor de burger?”, vertelt zij. Het is volgens haar belangrijk om de focus te leggen op wat je als bibliotheek preventief kunt bijdragen: hoe zorg je dat door bibliotheekprogramma’s burgers niet in de bijstand belanden, minder zorg nodig hebben, minder eenzaam zijn? In die preventieve kant schuilt een enorme waarde als het gaat om participatie van burgers of eenzaamheidsbestrijding. Bruggeman: “Het is belangrijk om die waarde te kapitaliseren.”

      Het meten van opbrengsten helpt ons bij het verbeteren van onze relatie met de gemeente.

      Samen presenteren

      Een van de projecten waarin dat gebeurt is het programma Digitale Inclusie. “We zijn trots dat we als kleine bibliotheek een van de landelijke koplopers zijn van dit programma dat tot doel heeft om burgers te ondersteunen bij het omgaan met de digitale overheid” licht Bruggeman toe. Om kwetsbare burgers (digi)taalvaardiger te maken, hebben drie vestigingen nu een Infopunt. “Om dat op te tuigen, was het nodig om draagvlak te creëren bij partners zoals Vluchtelingenwerk, gemeente en welzijnswerk. Nu dat staat, kunnen we ook de opbrengsten gaan meten. En helemaal mooi: die resultaten gaan we in de toekomst gezamenlijk presenteren in een jaarverslag”, vertelt Bruggeman.

      Indirecte meerwaarde

      Ook de relatie met het onderwijs is sterk verbeterd, er zijn nu veel meer scholen aangesloten bij de Bibliotheek op school. Het vraagt een flinke investering van de bibliotheek, maar met de verwachting dat het nog méér oplevert: door kinderen te ontmoeten, kun je ze enthousiasmeren om boeken mee naar huis nemen en naar de bibliotheek te gaan. Als gevolg komen ook hun ouders in de bibliotheek en nemen bijvoorbeeld deel aan een cursus. “En juist díe opbrengsten moeten we bij gemeenten onder de aandacht brengen!” zegt Bruggeman.

      Drie gouden tips

      1. Draagvlak
        “Zorg voor draagvlak bij je partners. Een klassieke bibliotheek is dat niet zo gewend, maar het is essentieel het grotere verband te zien. De rol van de bibliotheek verandert, dat vraagt ook om een andere manier van besturen en organiseren.”
      2. Zichtbaarheid
        “Maak zichtbaar waar je als bibliotheek van bent en communiceer dat ook. Ik zie vaak dat bibliotheken een mooi project hebben ontwikkeld, maar dat niemand ervan weet.”
      3. Kwalitatief
        “Zet altijd in op het kwalitatieve aspect. Daarvoor is het onontbeerlijk je activiteiten in samenhang te zien, ook in relatie met je partners. Om echt effect te sorteren, moeten we gegevens vrijer durven delen.”

      Links

      Leestip: impactevaluatie voor bibliotheekorganisaties

      Wie een bruikbaar handboek zoekt om in de eigen bibliotheek met impactmeting aan de slag te gaan, vindt wellicht antwoorden in Evaluating the Impact of Your Library van Sharon Markless en David Streatfield. Niet alleen bieden zij handvatten voor succesvol impactmanagement, ook laten ze zien wat impactmanagement soms juist zo ingewikkeld maakt. In een helder opgebouwd betoog laten de auteurs zien welke stappen men bij een gedegen impactmeting binnen de eigen bibliotheek doorloopt, zonder voorbij te gaan aan de achterliggende vragen die dit proces oproept: wat betekent dit begrip eigenlijk precies, waarom is het zo belangrijk onderzoek te doen naar impact, op welke fronten kunnen bibliotheken impact maken en wanneer ben je als organisatie eigenlijk klaar voor een impactevaluatie?

      Evaluating the Impact of Your Library is voorzien van heldere voorbeelden en praktische tips, toegespitst op de bijzonderheden van de bibliotheeksector. Inclusief checklists en vragenlijsten die direct op de eigen bibliotheek toepasbaar zijn én geruststellende woorden: het zichtbaar krijgen van de impact van een bibliotheekorganisatie is nu eenmaal een stuk moeilijker dan het lijkt. Met verrassende oogpunten, van partners bij wie je kunt aankloppen voor hulp bij dit uitdagende proces tot ethische kwesties die bij het uitvoeren van impactgestuurde metingen komen kijken. Markless en Streatfield weten in deze compacte handleiding het complexe en specifieke proces van impactmeting in de bibliotheek van een groot aantal kanten te belichten.

      Lees het hele interview

      Dronten loopt voorop met digitale Taalverkenner

      Interview met Toon Lips, Erna Phaff en Marlies Zwanenburg

      In de acht vestigingen van FlevoMeer Bibliotheek ligt de focus op ‘maatschappelijke betekenis’. Dat vraagt om maatwerk, want geen gemeenschap is hetzelfde. In Dronten wordt – op moment van schrijven – gewerkt aan de digitalisering van de succesvolle Huis voor Taalverkenner. Een innovatie waarmee de resultaten inzichtelijk kunnen worden gemaakt én een belangrijke stap voorwaarts bij de individuele begeleiding van deelnemers.

      Aan het einde van het gesprek overheerst trots bij Toon Lips en Marlies Zwanenburg. Beide vrijwilligers van het Huis voor Taal Dronten hadden zich niet gerealiseerd dat ze iets bijzonders deden. Vanuit hun passie om mensen te helpen onderzochten ze een mogelijkheid om de Huis voor Taalverkenner te verbeteren, meer niet. Dat ze binnenkort een uniek product opleveren, dat beseffen ze pas nu ze er uitgebreid over vertellen. Erna Phaff, ontwerper van het product, zegt: “Dit project is een hele opgave. Als we de digitale Huis voor Taalverkenner hebben opgeleverd en het werkt zoals we voor ogen hebben, zijn we in Dronten echt een voorloper. We boffen dat we hier de juiste mensen bij elkaar hebben.”

      Positieve insteek

      Terug naar het begin. Eerder heeft Phaff verteld over de visie van FlevoMeer Bibliotheek en de werkwijze die daarvan het gevolg is. “Wij zijn heel gericht bezig met participatie. Onze slogan is Haal het beste uit jezelf. De deelnemers staan centraal volgens de principes Doen, Durven, Prettig voelen. Het Huis voor Taal werkt dan ook niet met een vast stramien, we bieden maatwerk. We vragen deelnemers wat ze kunnen, wat ze leuk vinden en goed in zijn, wat ze zouden willen leren, waar wij hen bij kunnen helpen. Vanuit een positieve insteek dus.”

      Om richting te kunnen geven in het lesaanbod en om de vorderingen te monitoren is in de FlevoMeer-vestiging in Lelystad de Huis voor Taalverkenner ontwikkeld. Phaff: “Als je een deelnemer tijdens de intake vraagt wat hij of zij wil leren is het antwoord vaak: alles. Door met domeinen te werken – die zijn gekoppeld aan de participatieladder – kunnen we de wensen meer specifiek maken. Onze vrijwilligers houden per deelnemer de vorderingen bij. Dat doen zij door samen met de deelnemers vragenlijsten in te vullen. Voor deelnemers die de Nederlandse taal niet goed beheersen zijn vragenlijsten met smileys ontwikkeld.”

      Papierwinkel

      Over de impact van de Huis voor Taalverkenner kunnen we kort zijn: het is een succes. Het model is de afgelopen jaren diverse keren elders in het land gepresenteerd als best practice. En toch was er binnen Huis voor Taal Dronten behoefte aan verbetering. “In de praktijk liepen we er steeds meer tegenaan dat de registratie een enorme papierwinkel is”, verklaart Zwanenburg. “Het is erg onoverzichtelijk en de ordening is een behoorlijke klus.” Lips haakt in: “De beoordeling van deelnemers is sterk afhankelijk van welke taalvrijwilliger ondersteuning biedt. De een is nu eenmaal kritischer dan de ander.”

      De oplossing voor deze onvolkomenheden? Digitalisering. Dat komt zowel de ordening als de uniformiteit ten goede. Nu wil het geval dat Lips naast taalbegeleider ook een onderneming heeft die softwarepakketten biedt aan scholen, Digiform op school. Hij bracht zijn kennis in bij de digitalisering van de Huis voor Taalverkenner, inclusief een database waarin alle gegevens samenkomen. Straks heeft iedere deelnemer een eigen E-dossier waarin de individuele voortgang wordt bijgehouden. Aan de hand van dat dossier kunnen de taalbegeleiders eenvoudiger zien waar een deelnemer behoefte aan heeft. De vrijwilligers krijgen bovendien na iedere bijeenkomst een verslag toe gemaild, dat ze kunnen delen met de deelnemer.

      Niet te ingewikkeld

      “De uitdaging was om het registratiesysteem zodanig aan te passen zonder het ingewikkeld te maken voor onze vrijwilligers”, vertelt Zwanenburg. “En we wilden niet in één keer te grote stappen zetten.” Hoewel de mogelijkheden veel groter zijn, is de digitalisering in eerste instantie beperkt tot de vragenlijsten en de database. Speciaal voor de registratie van de Huis voor Taalverkenner zijn diverse computers geprepareerd en de navigatie van het systeem is zo simpel mogelijk gehouden. Aan de hand van workshops worden de vrijwilligers voorbereid op de overstap van papier naar digitaal.

      Naast het voordeel dat deelnemers en taalbegeleiders beter inzichtelijk krijgen wat de individuele voortgang is, kan Huis voor Taal Dronten straks ook de prestaties beter over het voetlicht brengen. Phaff: “De gemeente gaat weliswaar altijd akkoord met onze verantwoording, maar wij streven zelf professionalisering na. Dankzij deze digitalisering kunnen we concreet laten zien welke fantastische resultaten we behalen. Dat we niet zomaar wat aanrommelen.” Zwanenburg: “Ons informele aanbod wordt niet altijd voor vol aangezien. Hoewel we echt goede resultaten halen, worden we niet altijd serieus genomen.”

      Flexibel systeem

      Vandaar dat de digitalisering de tijd en moeite meer dan waard is, vinden de betrokkenen. De 0-versie wordt bekostigd uit de reguliere begroting, maar Phaff hoopt in de toekomst op subsidie om het systeem te kunnen doorontwikkelen. Er zijn bijvoorbeeld ideeën om instructiefilmpjes op de portal te zetten voor zowel deelnemers als vrijwilligers. Zwanenburg: “We willen ook portfolio’s aanmaken onder de persoonlijke dossiers, met bewijsstukken van de kennis en kunde van deelnemers. Daarmee spelen we nu al in op de nieuwe inburgeringswet en denken we mee met de gemeente. Het is voor ons belangrijk dat we een flexibel systeem hebben, zodat we in de toekomst kunnen blijven inspelen op de maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe wetgeving en veranderende subsidie eisen.”

      Vanuit de gemeente dan ook niets dan lof voor het initiatief van Huis voor Taal Dronten. Tim van Schie, beleidsmedewerker laaggeletterdheid: “Om de ambitie te realiseren dat minder inwoners in Dronten moeite hebben met lezen en schrijven, is het belangrijk om te volgen waar we staan. Nog belangrijker is dat de Huis voor Taalverkenner laaggeletterde inwoners en hun taalbegeleiders helpt om aan te sluiten bij persoonlijke leervragen, bij het stellen van doelen en het monitoren van de voortgang. Huis voor Taal Dronten loopt hiermee vooruit op de landelijke doelstelling om meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van het ondersteuningsaanbod.”

      Blauwdruk?

      Ligt daarmee in Dronten een blauwdruk klaar voor bibliotheken elders in het land? “Nee”, zegt Phaff. “Natuurlijk kunnen andere bibliotheken aan de slag met de grondbeginselen onder ons systeem, maar de Huis voor Taalverkenner is een weerspiegeling van onze visie en werkwijze. Die kun je niet zomaar kopiëren. En dit digitaliseringsproject is gebaseerd op de wensen uit de dagelijkse praktijk in Bibliotheek Dronten. Ik geloof bovendien erg in een aanpak waarbij een innovatie als deze organisch ontstaat. Door mensen mee te nemen in het verbeteringsproces creëer je eigenaarschap en krijg je ze later makkelijker mee in de veranderingen. Maar wij staan zonder meer open voor vragen van collega-bibliotheken die meer willen weten.”

      3x innoveren met impact

      1. Stel de deelnemer/klant centraal
        Eén van de succesfactoren van de Huis voor Taalverkenner is dat wordt ingespeeld op de behoeften van de deelnemers. Hun wensen zijn richtinggevend. Vanuit de positieve insteek: Wat kan iemand? In plaats van: Wat kan iemand niet?
      2. Maak de innovatie niet te groot
        Uiteindelijk zijn het vaak vrijwilligers die een verandering of verbetering in de praktijk moeten uitvoeren. Kleine stapjes nemen werkt beter dan één heel grote sprong naar voren. Dat kan met een organisch product, waarmee je eerst een basis legt en vervolgens steeds nieuwe functies toevoegt.
      3. Innoveer van binnenuit
        Welke wensen leven binnen je organisatie? Welke verwachtingen hebben stakeholders als gemeenten en subsidieverstrekkers? Of je nu een standaardpakket inkoopt of zelf iets nieuws op maat ontwikkelt; maak betrokkenen deelgenoot van het traject.

      Links

      Landelijk onderzoek: positieve effecten van volwasseneneducatie

      Nederland kent verschillende groepen die op één of meerdere vlakken moeite hebben met taal. Dat kan gaan om mensen voor wie Nederlands de eerste (NT1) of juist de tweede taal (NT2) is. Binnen de bibliotheek worden verschillende programma’s uitgevoerd die deze kwetsbare burgers beter helpen lezen, spreken en schrijven, zodat zij zo goed mogelijk kunnen participeren in de maatschappij. Verschillende onderzoeken laten een positieve impact zien van deze programma’s.

      (digi)Taalhuizen: groot bereik en leerzaam voor vrijwilligers          

      (digi)Taalhuizen bieden ondersteuning bij het verbeteren van taalvaardigheid en digitale vaardigheden, bijvoorbeeld middels cursussen of met activiteiten in een Taalcafé. Van verschillende van deze programma’s is en wordt de effectiviteit onderzocht. Het aantal Taalhuizen in bibliotheken is de afgelopen jaren flink toegenomen en ook het aantal starters aan een taaltraject nam toe. Die trajecten blijken niet alleen positief voorde deelnemers, maar ook voor de vrijwilligers die hen hierbij begeleiden.

      Beter Nederlands door Taalcafé

      Vanuit hun Taalhuis organiseren bibliotheken vaak een Taalcafé. Onderzoek laat zien dat deze een belangrijke meerwaarde kunnen hebben binnen het lokale taalaanbod. Deelnemers leren er beter Nederlands spreken en overwinnen er hun angst om Nederlands te spreken.

      Betere computervaardigheden door cursus in de bibliotheek

      Ook de onderzochte Klik & Tik-cursussen (voor het opdoen van digitale vaardigheden) die vaak vanuit een Taalhuis worden aangeboden, blijken een educatieve en maatschappelijke waarde te hebben. Deelnemers leren er basale computervaardigheden die zij ook daadwerkelijk in hun dagelijks leven kunnen oefenen en gebruiken en krijgen meer durf bij het gebruik van computers.

      Afbeelding

      Lees de volledige tekst

      Over de grenzen: hoe meet men impact in het buitenland?

      Er is een groeiende vraag naar de cijfermatige onderbouwing van de waarde van bibliotheken. In Nederland, maar ook in het buitenland. Hieronder een greep uit de vele onderzoeksinitiatieven die de afgelopen vijf jaar internationaal door bibliotheken werden opgezet om impact te meten.

      Afbeelding

      Verenigde Staten: Project Outcome

      De Amerikaanse Public Library Association ontwierp een gratis toolkit waarmee openbare bibliotheken de maatschappelijke impact van hun diensten kunnen meten. Met de instrumenten die in Project Outcome worden aangeboden, kunnen zij in kaart brengen op welke manier ze bijdragen aan een betere maatschappij. De gestandaardiseerde vragenlijsten in de toolkit zijn toegespitst op zeven belangrijke bibliotheekdomeinen, waaronder digitaal leren, werkvaardigheden en betrokkenheid bij de samenleving. Via een dashboard kunnen bibliotheken hun eigen onderzoeksgegevens analyseren en downloaden. De onderzoeksresultaten worden ook op landelijk niveau geanalyseerd. Wat blijkt? Deelnemers aan bibliotheekprogramma’s zeggen massaal door de bibliotheek nieuwe kennis en vaardigheden te hebben opgedaan en zich ook zekerder te voelen in het toepassen daarvan.

      Afbeelding

      Basisvaardigheden in Barcelonese bibliotheken

      Ook in Spanje voelen openbare bibliotheken de druk om hun effectiviteit en bijdrage aan de gemeenschap zichtbaar te maken. Daarom lieten bibliotheken in Barcelona de afgelopen jaren diverse impactstudies uitvoeren naar de effectiviteit van activiteiten op het vlak van educatie en leesbevordering. De resultaten laten een overwegend positief beeld zien. Zo leiden makkelijk lezen-clubs voor laagtaalvaardige burgers tot een toename van de leesfrequentie en de verbetering van de taalvaardigheid. En ook de trainingen op het gebied van digitale vaardigheden blijken effectief: senioren rapporteren een toename in hun gebruik van het internet en communicatieapps als gevolg van de training.

      Afbeelding

      Australië: een beter begin door de bibliotheek

      Het westen van Australië kampt met een hoge mate van laaggeletterdheid: 44% van de Australiërs beschikt niet over de vaardigheden om in het dagelijks leven en op de werkvloer te kunnen functioneren. Al op vijfjarige leeftijd zit 17% van de West-Australische kinderen in de gevarenzone: hun taal- en cognitieve vaardigheden zijn ruim onvoldoende. Deze zorgwekkende cijfers leidden in 2004 tot een ondersteuningsprogramma van de State Library of Western Australia voor 233 bibliotheken: Better Beginnings. Vanuit dit programma - vergelijkbaar met het Nederlandse BoekStart – ontvangen Australische kinderen bij hun geboorte, op twee- en vierjarige leeftijd een pakketje met boekjes. Hiermee wil men het voorlezen aan en de taalvaardigheid van kinderen verbeteren. Uit evaluatieonderzoek van de Edith Cowen University blijkt dat men op de goede weg is: ouders rapporteren dat zij door het programma meer zelfvertrouwen hebben om met hun kinderen te lezen, dat zij vaker voorlezen en dat zij vaker met de kinderen naar de bibliotheek gaan. 

      Afbeelding

      Wereldwijd: Toegang tot ICT door het Global Libraries Program

      Hoe profiteren burgers van de toegang tot ICT in de bibliotheek? Die vraag stond centraal in verschillende onderzoeksprojecten die werden uitgevoerd binnen het ‘Global Libraries Initiative’. In de periode 2002 en 2018 verstrekte de Bill & Melinda Gates Foundation vanuit dit programma verschillende meerjarensubsidies aan ontwikkelingslanden. Met de subsidies konden bibliotheken hun ICT-infrastructuur verbeteren en burgers de toegang bieden tot informatie om hun welzijn op verschillende gebieden te vergroten. De verschillende onderzoeken die wereldwijd werden uitgevoerd, laten zien dat burgers inderdaad profiteren van de verbeterde ICT in hun bibliotheek. Bezoekers geven aan beter toegang te ervaren tot informatie en technologie en hier door training ook beter mee om te kunnen gaan. Dat zorgt voor positieve verbeteringen in bijvoorbeeld hun relatie met familieleden, hun de academische prestaties en hun de arbeidspositie. 

      Lees het hele interview

      ‘Ga niet uit van cijfers, maar van waarden’

      Interview met Wilco Tuinenburg

      Als we bij effectmeting bezoekersaantallen en uitleencijfers als uitgangspunt nemen, komen we er als sector bekaaid vanaf, stelt Wilco Tuinenburg. Het is volgens hem belangrijker om als bibliotheek je maatschappelijke waarde aan te tonen. Maar hoe meet je die? Daarvoor bewandelen ze bij de Bibliotheek Eemland twee ‘sporen’.

      Het eerste ‘spoor’ meet de effecten van kortlopende activiteiten die in de Bibliotheek zelf plaatsvinden. Denk aan een Klik & Tik-cursus, een taalactiviteit of een schrijversbezoek. “We hebben als werkgroep Effectmeting een doelstellingkaart ontwikkeld”, vertelt Tuinenburg enthousiast. De kaart is kort, concreet en aangepast op de doelgroep. Op de voorkant staat de doelstelling van de activiteit en op de achterkant twee vragen: voldoet de activiteit aan de doelstelling én wat gaat u met de opgedane kennis of ervaring doen? Tuinenburg: “Hiermee meten we zowel het directe als het indirecte effect: is de gebruiker wijzer geworden van de activiteit en gaat de gebruiker deze gebruiken voor zijn verdere ontwikkeling? Zo kan iemand die aan een computercursus heeft meegedaan, nu op zoek naar werk en nieuwe contacten via social media. Vergeet dit soort afgeleide, belangrijke waarden als ‘participatie’ niet mee te nemen in de resultaten van je effectmeting.”

      Indirecte effecten

      Het tweede spoor dat de werkgroep heeft uitgezet, meet de effecten van langlopende, vaak landelijke projecten. “Omdat de projecten een langere doorlooptijd hebben, is het extra belangrijk om tussentijds te meten: zitten we wel op de goede weg?”, aldus Tuinenburg. Hij geeft het project de ‘Voorleesexpress’ als voorbeeld. De werkgroep Effectmeting bundelt hiervoor de krachten met een taalspecialist die een monitor heeft ontwikkeld waarmee de vrijwilligers de ontwikkeling van de kinderen bij kunnen houden. Daarnaast zet Bibliotheek Eemland ook hier de doelstellingenkaart in, vooral om specifieke onderdelen te meten. Wat is bijvoorbeeld de impact op de ouders? Nemen zij doordat de Voorleesexpress bij hen thuis komt, nu bijvoorbeeld ook deel aan cursussen bij het Taalhuis? “Je kijkt dus ook hier weer naar de indirecte effecten”, licht Tuinenburg toe.

      Door tussentijds te meten, kun je je programma steeds bijstellen en verdiepen.

       

      Tussentijds meten

      Een ander belangrijk project waarvan de Bibliotheek Eemland de resultaten in kaart brengt is ‘de Bibliotheek op school voor het vmbo’. Tuinenburg: “Hiervoor heeft een onderwijsspecialist een motivatiemeter ontwikkeld. Zowel docent als leerlingen vullen een vragenlijst in over hun wensen, interesses en aandachtspunten. Daarbij vragen we expliciet naar de behoefte en motivatie van de leerlingen en of ‘de Bibliotheek op school’ daadwerkelijk het effect heeft dat we voor ogen hebben. Bovendien gebruiken we ook hier de doelstellingenkaart om tussentijds effecten te meten. Daarmee kun je je programma steeds bijstellen en verdiepen. Eerst meet je bijvoorbeeld het leesplezier, maar op een gegeven moment wil je misschien ook een inschatting maken wat het betekent voor begrijpend lezen.”

      Bijslijpen

      Beide sporen zijn nog volop in ontwikkeling. Binnenkort start de Bibliotheek Eemland met het meten van de kortlopende of eenmalige activiteiten met behulp van de doelstellingkaart. Nog geen concrete resultaten dus, wel staat de werkgroep het proces helder voor ogen: stap één is het verfijnen van de doelgroepen. Iedereen heeft wel een beeld van een doelgroep, maar klopt dat beeld ook? “Stap twee is nagaan of de producten die we voor die doelgroepen hebben bedacht ook echt aansluiten. Zo niet, dan moet je daar conclusies aan verbinden. Om het mooi te zeggen: die inzichten leiden steeds tot een nieuwe waardenpropositie”, aldus Tuinenburg.

      Op maat

      De landelijke projecten lopen al langer. De eerste resultaten worden door de specialisten vooral gebruikt om aanpassingen in hun werk te doen. De volgende stap is om de resultaten te vertalen in een onderzoeksverslag. Dit presenteert de Bibliotheek aan de verschillende gemeenten. Tuinenburg: “Omdat de Bibliotheek Eemland een gebied van vijf gemeenten beslaat, wordt het verslag op maat gemaakt. Elke gemeente legt de focus op een ander gebied of heeft andere subsidiestromen. Het is goed om je daarvan bewust te zijn.”

       

       

       

      Lessons learned

      1. Gebruiker op één
        Ga altijd uit van je gebruiker. Heb je doelgroep zo helder mogelijk voor ogen en vraag of je aanbod aansluit bij de verwachtingen en interesses van je doelgroep.
      2. Hoe korter hoe beter
        Wees zo concreet en beknopt mogelijk in je vraagstelling. Wij maken geen gebruik van de landelijke effectmonitor. Die vragenlijsten zijn lang en raken volgens ons niet altijd de kern.
      3. Inzet van externen? Wees alert!
        Let op wanneer je afhankelijk bent van externen met je onderzoek. Zo hebben we eerder een onderzoek gedaan naar de effecten van schrijversbezoek tijdens de Kinderboekenweek. We vroegen daarvoor de medewerking van leerkrachten. Maar elke leerkracht heeft een andere agenda en voorkeur. Daardoor waren de resultaten te gekleurd.

      Lees de volledige tekst

      Leestips over de evaluatie van cultuurbeleid

      In de hele culturele sector is de effectiviteit van beleid en programma’s de afgelopen decennia hoog op de agenda komen te staan. Om culturele organisaties en subsidiegevers te helpen het gesprek hierover beter in te richten, bracht de Boekmanstichting in de periode 2011 – 2016 drie leeswaardige publicaties uit. In elk van deze publicaties wordt een model gepresenteerd dat bibliotheken een handvat kan bieden om hun beoordelingsrelatie met de overheid (meer) inhoudelijk vorm te geven.

      Niet tellen maar wegen

      Niet tellen maar wegen

      In ‘Niet Tellen maar Wegen’ (2011) schetsen Claartje Bunnik en Edwin Huis de trend van verzakelijking die zich de afgelopen decennia heeft voorgedaan in de relatie tussen cultuurinstellingen en overheden. Door de inzet van instrumenten voor kwaliteitsverbetering en prestatiemeting kregen afspraken tussen beide partijen steeds meer een boekhoudkundig karakter. Niet iedereen vindt dat nuttig, want bestuurders krijgen er niet mee in beeld hoe hun maatschappelijke doelen worden gediend. En de culturele instelling herkent in prestatie afspraken haar unieke karakter vaak niet. Bunnik en Huis sturen dan ook aan op een nieuw model voor sturen, meten en verantwoorden voor overheden en instellingen. Dat model gaat uit van drie vragen die elke instelling en overheid zou moeten stellen bij het beoordelen van prestaties: wat (en hoeveel) hebben we gedaan? Hoe goed hebben we het gedaan? En wat heeft de samenwerking opgeleverd? De juiste prestatie-indicatoren moeten helpen deze vragen te beantwoorden. Een lijst van zulke indicatoren wordt door Bunnik en Huis niet gegeven, maar hun adviezen bij het kiezen en gebruiken ervan, helpt de lezer om hierin een slimme afweging te maken. Voor wie het gesprek over prestaties met de overheid beter invulling wil geven, zijn ook de tien slotlessen het lezen waard.

      Effectief cultuurbeleid: Leren van evalueren

      Effectief cultuurbeleid: leren van evalueren

      In ‘Effectief cultuurbeleid’ (2012) bieden Quirijn van den Hoogen, Letty Ranshuysen, Jan Simons, Teunis IJdens en Rudi Turksema beleidsmakers handvatten voor het ontwikkelen van een betere evidence base (feitelijke onderbouwing) voor hun beleid. Ze bespreken de artistieke, economische en sociale effecten van cultuurbeleid en gaan in op de meetbaarheid daarvan.
      Als hulpmiddel bij de evaluatie van cultuurbeleid presenteren de auteurs een nieuw model. Dit model gaat uit van vier waarden die bij een goede evaluatie allemaal aan bod zouden moeten komen: de esthetische waarde, de persoonlijke waarde, de maatschappelijke waarde en het vermogen van instellingen om op de langere termijn een esthetisch aanbod te leveren aan een zo gevarieerd mogelijk publiek (de secundaire waarde). Het model vult dat van Bunnik en Huis (2011) aan, door vooral vraag twee en drie uit dit model (hoe hebben we het gedaan en wat heeft het opgeleverd?) verder uiteen te rafelen.
      Om de lezer te helpen alle waarden uit het model zichtbaar te maken, krijgt deze een aantal concrete adviezen aangereikt op het gebied van onderzoek. Ook beleidsmakers in bibliotheken, die in hun beleid meer willen steunen op bewijs, zouden hiermee in hun gedachtegang een eind op weg moeten komen.

      Naar waarde gewogen

      Naar waarde gewogen

      Naar waarde gewogen’ (2016) vormt het vervolg op ‘Niet tellen maar wegen’. Claartje Bunnik pleit hierin voor meer maatwerk en minder bureaucratie en juridisering bij de beoordeling van culturele instellingen. In beleid en bekostiging zou de waarde van cultuur voor de samenleving centraal moeten staan. Bunnik beschrijft hoe overheden en culturele instellingen hun subsidie- en beoordelingssystematiek meer inhoud kunnen geven door een breder begrip van kwaliteit te hanteren. Hiertoe presenteert ze een nieuw beoordelingsmodel waarin naast de artistiek inhoudelijke waarde ook de maatschappelijke positie, het vertrouwen in en de reputatie van de instelling een rol spelen. Daarnaast pleit ze voor meer aandacht voor de beleving, de impact en de inhoud van culturele producten bij de beoordeling van cultuur. In tien bouwstenen geeft Bunnik een aantal concrete adviezen. Hiermee kunnen overheden, culturele instellingen en andere betrokkenen het proces rondom de beoordeling van kwaliteit opnieuw in te richten. Met name de criteria en indicatoren om de verschillende kwaliteitsdomeinen te meten, kunnen bibliotheken helpen een meer integraal beeld te schetsen van hun eigen presteren.

      Lees het hele interview

      Aan de gesprekstafel dankzij een infographic

      Interview met Jeanette Braam

      Diverse bezuinigingsrondes, geen serieuze gesprekspartner meer; voor Bibliotheek Heiloo dreigde een rol in de marge. Een onderzoek naar de maatschappelijke waarde van de plaatselijke bieb voor de gemeenschap zorgde voor een ommekeer. Niet in de laatste plaats doordat de uitkomsten van dat onderzoek heel simpel inzichtelijk werden gemaakt op één A4-tje.

      In 2017 besefte Jeanette Braam dat het hoog tijd was de neerwaartse spiraal waarin haar bibliotheek zich bevond een halt toe te roepen. “In gesprekken met de gemeente kregen we keer op keer te horen dat we belangrijk werk deden, maar tijdens de laatste bezuinigingsronde werd in Heiloo wéér meer gekort op cultuur – en dus de bibliotheek – dan op andere sectoren. Dat zegt iets over de waarde die ons werd toegedicht. Zelf weten we natuurlijk maar al te goed dat we veel meer doen dan het uitlenen van boeken en tijdschriften. Blijkbaar konden we dat niet goed inzichtelijk maken.”

      Relevantie opzoeken

      Een onderzoek dan maar? Braam stak haar licht op bij collega’s en trok voor zichzelf een aantal conclusies. “We moesten meer doen dan het gebruikelijke klanttevredenheidsonderzoek, met als uitkomst dat 99,9 procent van onze klanten tevreden met ons is. Dat is heel fijn om te horen, maar het levert je niets op waar je iets mee kunt. Met een breder onderzoek kan dat wél, maar dat wordt al snel te duur voor een kleine bibliotheek zoals wij. In ben in gesprek gegaan met Probiblio, dat ruime expertise heeft op het onderzoekvlak. De uitkomst was een kleinschalig onderzoek met onderwerpen en vragen die écht relevant waren voor onze situatie.”

      Daarbij had de directeur van begin af aan voor ogen om de resultaten te presenteren op één A4-tje. “Politici – de voornaamste doelgroep die we met dit onderzoek wilden bereiken – hebben het vaak te druk om uitgebreide rapporten te lezen. Dan geef je dus veel geld uit aan iets dat zijn doel voorbij schiet. Ik wilde iets kunnen presenteren waarmee onze maatschappelijke waarde in één oogopslag duidelijk werd. Naar het voorbeeld van BiebPanel, dat resultaten op eenzelfde manier presenteert, kwamen we uit bij een infographic.”

      Welzijn en zorg

      Maar eerst het onderzoek. Dat richtte zich met name op de maatschappelijke waarde van de bibliotheek. Door deelnemers te bevragen over onderwerpen als laaggeletterdheid en eenzaamheid, waren er aanknopingspunten met de lokale politieke agenda. “Onze activiteiten hebben op allerlei manieren raakvlakken met welzijn en zorg, maar bij het gemeentelijke beleid over die onderwerpen werden wij helemaal niet betrokken”, verklaart Braam. “We wilden cijfers laten zien waarmee we konden aantonen dat ook wij gesprekspartner horen te zijn.”

      Dat lukte. Meer dan 90 procent van de deelnemers was het eens met stellingen dat Bibliotheek Heiloo hen ‘ondersteunt in hun ontwikkeling’, ‘kennis toegankelijk maakt’, ‘bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van het dorp’, ‘ontspanning biedt’ en ‘ervoor zorgt dat zij nieuwe dingen leren’. Belangrijker nog, benadrukt Braam, is dat 34 procent van de respondenten aangaf dankzij de bibliotheek ‘onder de mensen te zijn geweest’ en 17 procent zich zelfs ‘minder eenzaam voelde’. Oók een belangrijke indicatie: veel mensen zouden buren, die niet goed kunnen lezen of die niet goed overweg kunnen met een computer, doorwijzen naar de bibliotheek.

      Kanteling

      De resultaten werden goed ontvangen. Braam: “We hebben de cijfers gepresenteerd aan de lokale politiek en prominent opgenomen in ons jaarverslag van 2017. Daar hebben we vrijwel alleen maar positieve reacties op gekregen. Belangrijker nog: we merken dat er sprake is van een kanteling. We worden nu wél steeds vaker gevraagd om deel te nemen aan het maatschappelijke debat. De gemeente heeft ons zelfs gevraagd om ‘huiskamer’ te worden in het deel van Heiloo waarin wij zijn gevestigd. Er is weer sprake van een goede wisselwerking.”

      Een kleinschalig onderzoek op een laagdrempelige manier presenteren. Dat klinkt heel simpel. Is dat ook zo? Eigenlijk wel, bevestigt Braam. “Het was én niet heel erg duur (hoe duur????) én het geld dubbel en dwars waard. De uitkomsten hebben we later nog eens gebruikt in een folder en zelfs bij rapportage van onze certificering als bibliotheek. Ik verwachtte dat het ene A4-tje wellicht iets te mager zou zijn voor de CBCT, maar ook zij reageerde positief. Wat dat betreft kan ik deze werkwijze – in samenwerking met Probiblio – van harte aanbevelen. Zelf willen we dit ook vaker gaan doen, bijvoorbeeld eens in de vier jaar, met een geactualiseerde vragenlijst. Op die manier kunnen we onze maatschappelijke waarde blijvend monitoren.”

      3x onderzoeken met impact

      1. Houd het klein
        “Maak een onderzoek niet te groot. Bepaal vooraf wat je precies wilt weten en stem daar de vragen op af. Dat lijkt simpel, maar dat is het niet. Schroom niet de hulp van professionals in te roepen.”
      2. Haak aan op de lokale agenda 
        “Wat speelt er nú bij je belangrijkste stakeholders en welke rol kan de bibliotheek hierbij spelen? Als je dat inzichtelijk kunt maken, ben je automatisch interessant als gesprekspartner.”
      3. Presentatie in één oogopslag
        “Maak geen vuistdikke rapportages, maar beperk je tot de belangrijkste conclusies. Dat kan best op één A4-tje. Een infographic kan heel goed werken om resultaten in één oogopslag te presenteren.”

      Lees de hele analyse

      Bibliotheek en gemeente: een waardevolle relatie

      Als bibliotheek ben je een schatkamer vol interessante diensten en producten die grote impact kunnen hebben. Voor de gemeente is deze impact van groot belang. Door de gemeente te informeren over en te betrekken bij de programmering van de bibliotheek, overtuig je deze van je maatschappelijke rol en waarde. Maar hoe bouw en onderhoud je nu een goede relatie met je gemeente? Om bibliotheken hierbij te helpen schreef Probiblio de whitepaper Laat het goud van de bibliotheek schitteren! We nemen je mee in de belangrijkste tips.

      Afbeelding

      Structureel in gesprek

      Belangrijk is allereerst de timing van het moment waarop je bij de gemeente aan tafel zit: niet alleen bij de verantwoording, maar liefst het hele jaar door. Wacht dus niet tot je kunt communiceren over je impact, maar betrek de gemeente ook vooraf, om het samen te hebben over de vraagstukken binnen het werkgebied en de oplossingen die de bibliotheek kan bieden. Hoewel zo’n aanpak door het jaar heen meer tijd kost, blijkt die goed te werken. Bibliotheken die structureel het gesprek voeren met de gemeente rapporteren een betere en meer gelijkwaardige relatie, waarin ze serieuzer worden genomen en bij de verantwoording niet voor verrassingen komen te staan (Probiblio, 2019).

      Ken je gemeente

      Het is gemakkelijker het gesprek met de gemeente aan te gaan als je duidelijk hebt hoe deze georganiseerd is. Figuur 1 laat zien hoe de verschillende actoren binnen het totale krachtenveld van de gemeente zich tot elkaar verhouden. De gemeenten in jouw werkgebied kunnen net anders georganiseerd zijn dan in deze figuur, bijvoorbeeld vanwege de grootte of de onderlinge verbindingen en rollen van bepaalde actoren. Een overzicht van de colleges per gemeente is te vinden op de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (VNG, 2017).

      Figuur 1. De actoren binnen de gemeente.
      Figuur 1. De actoren binnen de gemeente.

       

      Bepaal je doelgroep en sluit je communicatie hierop aan

      Elk van de actoren in bovenstaand model heeft een andere verantwoordelijkheid en vraagt om een andere manier van benaderen. Een ‘onpartijdige’ ambtenaar binnen het sociaal domein heeft een andere blik, een andere interesse en een ander belang dan een lokale bestuurder van een partij met een uitgesproken profiel.

      Breng belangrijke gemeentelijke (beslis)momenten in kaart, zodat je hierop kunt inspelen

      Denk daarbij bijvoorbeeld aan de voorjaarsrapportage, de begroting voor het aankomende jaar, kadernota’s, coalitieakkoorden, collegewerkprogramma’s en specifieke gemeentelijke beleidsdocumenten op het gebied van cultuur, onderwijs of het sociaal domein. Probeer als bibliotheek inhoudelijk op het netvlies van de schrijvers en beoordelaars van deze relevante documenten te staan, zodat zij de bibliotheek meenemen in hun beleid en beslissingen.

       

      Dupliceer je aanpak per gemeente waarmee je samenwerkt

      Als je voor verschillende gemeenten werkt, zijn gemeentelijke intentieverklaringen en gezamenlijke bestuursakkoorden een optie. In dit kader is er niet één passende oplossing. Per situatie kun je op maat bespreken en beoordelen of het moment daar is om gezamenlijk afspraken te maken.

      Ken je cijfers

      Het is belangrijk dat de cijfers goed op orde zijn en dat je de hoofdlijnen helder kunt uitleggen. Het gaat hierbij niet alleen om de cijfers van je eigen bibliotheek, maar bijvoorbeeld ook om de effectonderzoeken van landelijke programma’s die je aanbiedt. Je komt overtuigend over als je de relevante informatie paraat hebt.

      Gebruik relevante informatie en onderzoek over impact

      Er zijn veel onderzoeken en informatiebronnen beschikbaar. Afhankelijk van de doelgroep bepaal je welke bron het meest geschikt is. Een ambtenaar die al jaren in het bibliotheekdomein actief is, overtuig je eerder met een gedegen rapport, terwijl je bij een nieuw raadslid of een eenmansfractie meer bereikt met een factsheet of verhalende bewijsvoering.

      Heb een positieve grondhouding bij verantwoordingsinformatie

      Mede door bezuinigingen en marktdenken komen vanuit gemeenten steeds meer vragen naar verantwoording en legitimering. Reageer constructief op dergelijke vragen, tenzij het echt te gek wordt. Geef in dat geval een alternatief. Als de gemeente deze ruimte geeft, kunt je het beste vooraf zelf bepalen hoe en waarover je je wilt verantwoorden.

      Sluit aan bij de taal en het jargon van de gemeente

      Laat je taalgebruik in je begroting, verantwoording en andere documenten aansluiten bij dat van de subsidie- of opdrachtgever. Maak expliciet wat je met termen bedoelt, zodat je zeker weet dat je dezelfde taal spreekt. Hebben jullie het bijvoorbeeld over precies hetzelfde als het gaat over participatie of zelfredzaamheid? Erg belangrijk als op dit niveau prestatieafspraken worden gemaakt.

      Maak een driepuntenplan van kansen

      Het coalitieakkoord en het collegeprogramma vormen de basis voor de uitvoeringsprogramma’s en beleidsdocumenten van de bestuurders. Hieruit kun je inhoudelijke aanknopingspunten halen waarmee je als bibliotheek reactief aan de slag gaat. Ook de analyse van coalitieakkoorden die Platform31 elke vier jaar maakt, kan daarbij handig zijn. Houd het overzichtelijk en realiseerbaar voor je organisatie. Maak bijvoorbeeld een top drie van kansen.

      Agendeer en realiseer innovatie

      Innoveer en communiceer daarover met de gemeente. Op deze manier kun je makkelijker aanvallen pareren op ‘kritische’ momenten, zoals tijdens bezuinigingsonderhandelingen. Je laat dan zien dat je de actualiteit volgt, dat er beweging zit in je bibliotheekorganisatie en dat er een proces van innovatie gaande is dat tot wasdom moet komen.

      Zoek altijd de verbinding en lobby structureel

      Lobbyen verdient structurele aandacht en kun je in de MT-vergadering regelmatig agenderen. Het is soms een proces van lange adem: je moet een relatie opbouwen en onderhouden. Dit vergt tijd en energie. Het is raadzaam om tijdig een lobbyagenda op te stellen en hier structureel aandacht aan te besteden. Ook belangrijk: lobby vanuit de eigen kracht en overtuiging. Dit maakt je geloofwaardiger. Meer tips en  informatie over lobbyen vind je op de websites van Probiblio en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB). Ook de IFLA heeft een internationaal programma gericht op advocacy.

      Zorg voor een zakelijke en duurzame relatie

      De relatie met de gemeente blijft een zakelijke relatie met gescheiden verantwoordelijkheden. Verwacht ook niet anders. Dit betekent dat je zakelijk in het proces staat, van verantwoorden tot netjes volgens de regels budgetten aanvragen. Een te vriendschappelijke relatie vertroebelt de zaak onnodig. De relatie is anderzijds wel duurzaam, soms op chemie gestoeld, en kan groeien en verbeteren.

      Zorg voor een onafhankelijke partnerrelatie

      Door het systeem van subsidies is de relatie met de gemeente er een van afhankelijkheid. Toch kun je als bibliotheek altijd een onafhankelijke en neutrale rol innemen. Dat is soms balanceren. Die onafhankelijkheid en neutraliteit kan bijvoorbeeld tot uiting komen in het collectie-, programmeer-, abonnements- en diversiteitsbeleid. Het is voor de bibliotheek goed en essentieel om deze onafhankelijkheid en neutraliteit scherp te houden.

      Streef naar een opendeurbeleid over financiën

      Een gesloten organisatie die in haar jaarverslag niet alle informatie opneemt, wekt argwaan. Wees op administratief vlak een open boek. Je wilt vermijden dat je twijfels oproept bij de gemeente en dat er extra onderzoek opgestart wordt

      Iedere collega is het visitekaartje van de bibliotheek

      Iedere collega die met de buitenwereld in contact staat, is een visitekaartje van de bibliotheek. Het is belangrijke dat iedereen zich daar ook van bewust is. Collega’s moeten dus ook goed op de hoogte zijn van de informatie die de bibliotheek verspreidt en weten welke boodschap de bibliotheek wil uitdragen. Het is ook nuttig om de netwerken van collega’s te kennen, zodat die strategisch kunnen worden ingezet.

      Betrek alle actoren

      Een veel gestelde vraag is of de bibliotheek door het jaar heen iets met de andere wethouders dan de eigen ‘cultuurwethouder’ kan doen. Het antwoord is: ja. Het contact met andere wethouders dan die van cultuur is gemakkelijk aan te halen. Hierdoor krijgt het bibliotheekwerk breder draagvlak in het college. Organiseer bijvoorbeeld een bedrijfsbezoek voor het college van burgermeesters en wethouders of voor de nieuwe raad om te vertellen wat de bibliotheek allemaal doet, bereikt en ambieert. Of programmeer één keer per jaar een debatthema waarbij je een andere wethouder uitnodigt. Ook kun je een raadslid van de oppositie uitnodigen voor de uitreiking van een certificaat, dat ondertekend is door de burgemeester. Ook de burgemeester kan fan worden wanneer je de burgercommunicatie – waarvoor hij of zij verantwoordelijk is – faciliteert. Dit hoeft niet alleen tijdens de verkiezingen plaats te vinden, maar kan het hele jaar door.

      Volg de koninklijke weg

      Hanteer bij je contact met de gemeente wel altijd de juiste volgorde: als eerst de ambtenaar, vervolgens de wethouder en ten slotte de raad. Licht eerst de behandelend ambtenaar in, bespreek de kwestie vervolgens met de portefeuillewethouder en ga daarna eventueel naar de raad. Wanneer je zaken wilt doen op andere beleidsterreinen, zoals in het sociaal domein, over gebouwen of duurzaamheid? Geen probleem; licht wel de verantwoordelijk ambtenaar en wethouder in. Essentieel is de transparantie en eerlijkheid in het proces.

      Bronnen

      Fact checking: leidt voorlezen écht tot een hogere woordenschat?

      Strakke oneliners doen het goed in jaarverslagen en interviews en het is daarom altijd handig om er een paar op de plank te hebben. Jeugd en lezen is een onderwerp dat op veel weerklank kan rekenen in de media. Zoals de uitspraak ‘15 min voorlezen per dag leidt tot 1000 woorden per jaar’. Zo’n uitspraak is gebaseerd op aannames die onderbouwd zijn met wetenschappelijk onderzoek. Maar in hoeverre klopt de stelling, en welke nuanceringen horen daarbij? NRC checkte het al in 2015. We vatten het hieronder kort samen.

      De stelling

      ‘Kind dat 15 minuten per dag wordt voorgelezen, leert 1.000 woorden per jaar’

      De aanname(s)

      Een kwartier lezen per dag levert duizend nieuwe woorden per jaar op. In de brochure Meer lezen, beter in taal uit 2011 staat: „Een redelijke schatting is dat kinderen die behoorlijk kunnen lezen 1.000 nieuwe woorden kunnen leren als zij 1 miljoen woorden per jaar lezen (ongeveer een kwartier per dag).”

      De inschatting van 1 miljoen woorden per jaar is gebaseerd op de aanname dat er 15 minuten per dag besteed wordt aan vrij lezen, met een leessnelheid van 180 woorden per minuut. En dat daarvan 1000 woorden onthouden worden die kinderen nog niet kenden.

      De nuanceringen

      De inschatting van 1 miljoen woorden is gebaseerd op de gemiddelde leessnelheid van kinderen van een jaar of 10 die vlot kunnen lezen. Het feit blijkt afkomstig uit een onderzoek uit Illinois waar kinderen uit groep 7 hebben bijgehouden hoe vaak ze in hun vrije tijd lazen. De helft van de kinderen haalde 9 minuten per dag. Met 180 woorden per minuut komen ze op 600.000 woorden per jaar. Lezen ze op school ook nog een kwartier per dag, dan komen er nog evenveel woorden bij. Ruim 1 miljoen dus.

      Ten tweede: hoeveel onbekende woorden zijn daarbij, die een kind kan bijleren? Dat is in de VS ook uitgezocht, ook in de jaren 80. In kinderboeken is 3 procent van de woorden zeldzaam; woorden als garnaal, plechtig of glippen. Dat zijn dus geen vergezochte woorden. Toch komen zeldzame woorden in gesprekken (ook van volwassenen!) nauwelijks voor.

      Afbeelding

      Om ze te leren, moet je lezen. De pedagogen houden het erop dat ze na een miljoen woorden 16.000 tot 24.000 onbekende woorden zijn tegengekomen. Als daarvan maar 5 procent beklijft (een percentage dat niet wordt onderbouwd), leren ze 800 à 1.200 nieuwe woorden per jaar. Voilà.

      Conclusie

      De bewering dat kinderen per jaar duizend woorden leren door per dag een kwartier voorgelezen te krijgen, is volgens de fact checkers te kort door de bocht. De uiteindelijke bron gaat over oudere kinderen, rond groep 7. Dat zij zoveel woorden leren door vrij lezen, is niet onderzocht, al noemen experts het aannemelijk. De fact checkers beoordeelden de stelling als half waar.

      De bronnen
      • Stephen Krashen (1993) The power of reading: insights from the research
      • Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs (2005).

      Lees de volledige tekst

      Verslag: Landelijke dag over effectmeting

      Het zichtbaar maken van impact en effect is onder bibliotheken een breed gedragen wens, maar het is ook een complex proces. Daarom organiseerde de Koninklijke Bibliotheek op 17 december 2018 een bijeenkomst voor bibliotheken rondom het thema IMPACT. De dag stond in het teken van het zelf meten van effecten bij gebruikers en het aantonen van de maatschappelijke impact van de bibliotheek in het educatieve en sociale domein.

      Afbeelding

      Impact meten en managen

      Tijdens deze landelijke dag kwamen alle stappen aan bod die je doorloopt bij het inrichten van een impact-gestuurde organisatie. Van de strategische vraag waarom je impact wilt hebben en hoe je dat gaat aantonen tot de organisatorische aspecten en het opbouwen van een pakkend verhaal over de bibliotheek. Op hoofdlijnen onderscheiden we drie fasen die elkaar cyclisch en continu opvolgen.

      Fase 1.  Impact missie

      Om impactgestuurd te werk kunnen gaan, is het belangrijk eerst je missie, prioriteiten en scope vast te stellen. Wat is de impact die we teweeg willen brengen en hoe vertalen we die in concrete impactdoelstellingen? Op welke manier dragen onze activiteiten bij aan die verschillende doelstellingen?

      Workshops

      Kirsten van Reisen (Sinzer): Impactmanagement: wat is het en waar begin je?

      Lizzy Eilbracht (Avance Impact): Veranderingstheorie: welke impact wil je meten (of bereiken)?

      Fase 2. Impact meten: dataverzameling

      Na het uitwerken van impact missie en doelen, kan de dataverzameling plaats gaan vinden. Het is slim om hiervoor eerst een onderzoeksplan op te stellen: welke onderzoeksmethode gebruiken we, en hoe voeren we het uit? Belangrijke boodschap tijdens de workshops: ga er niet altijd van uit dat je zelf meteen een volledig nieuw onderzoek moet doen. Vaak liggen er al veel onderzoeken op de plank waar je uit kunt putten, of zijn er standaard instrumenten beschikbaar die je kunt inzetten om je eigen meting mee te doen, zoals de landelijke Effectenmonitor. Wil je wel zelf onderzoek doen, dan kan dat op kwalitatieve wijze, middels interviews of groepsgesprekken, of via het verspreiden van een vragenlijst. De workshops boden hiervoor handige handvatten.

      Workshops

      Annemiek van de Burgt en Sharon van de Hoek (KB): Niet bij nul beginnen

      Marianne Hermans en Karin Rutten (KB): Aan de slag met de Effectenmonitor

      Claudia de Graauw (zelfstandig onderzoeker): Zelf aan de slag met vragenlijsten

      Mandy Goes en Roxanne de Vreede (Panteia): Zelf aan de slag met  kwalitatief onderzoek

      Fase 3. Impact managen: presenteren en leren

      Na het verzamelen van de data, is het tijd voor de analyse en interpretatie van de data. Wat zeggen de uitkomsten over de organisatie en hoe kunnen we ze omzetten in verbetering zodat onze impact gemaximaliseerd kan worden? Minstens net zo belangrijk is het formuleren van een verhaal bij de cijfers: welke boodschap kun en wil je overbrengen met de data die je hebt verzameld? Deze stap is van groot belang voor de gesprekken met stakeholders, waaronder de gemeente, en zorgt ervoor dat je op een effectgerichte manier met elkaar in gesprek blijft.

      Workshops

      Frederik Theuwis (Cubiss): Het verhaal bij de cijfers: storytelling

      René Kronenberg (Probiblio): Meten, weten en... the next step. Workshop over omgaan met je gemeente(n)

      Emma Verheijke (Sinzer): Van management naar maximalisatie

      Lees de volledige tekst

      Aan de slag met impact: instrumenten en hulpmiddelen

      Impactmonitor
      Impactmonitor

      De Impactmonitor (voorheen: Effectenmonitor) van de KB helpt bibliotheken bij het meten van de resultaten van cursussen. De Impactmonitor biedt een set standaard vragenlijsten om op eenvoudige wijze effecten te meten. Het onderzoek uitzetten en rapporteren kan ook, middels een persoonlijk bibliotheekportal.

      Ga naar de Impactmonitor >

      Proeftuinproject Meervoudig verantwoorden
      Proeftuinproject Meervoudig verantwoorden

      Om bibliotheken beter toe te rusten voor onderhandelingen met hun gemeenten startte de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) in 2017 een proeftuinproject. Doel was bibliotheken te helpen de verwachte kosten en opbrengsten van diensten beter zichtbaar te maken. Het resultaat: een methode voor het berekenen van de kostprijs voor bibliotheekdiensten én een handreiking voor bibliotheken om de effecten van bibliotheekdiensten te bepalen en meten.

      Ga naar de eindresultaten van het proeftuinproject >

      Impact Planning and Assessment Guide
      Impact Planning and Assessment Guide

      De Bill & Melinda Gates Foundation ontwikkelde een handleiding om deelnemers aan het Global Libraries Program te ondersteunen bij het plannen, evalueren en rapporteren van de impact van hun programma’s. De gids bespreekt stap voor stap wat er komt kijken bij het voorbereiden en uitvoeren van een impactonderzoek en linkt daarbij naar handzame instrumenten en hulpbronnen.

      Ga naar de Planning and Assessment Guide

      Europeana Impact Playbook
      Europeana Impact Playbook

      Samen met impactkenners ontwikkelde Europeana voor professionals op het gebied van cultureel erfgoed een handboek voor het bepalen en meten van impact. In dit eerste deel gaat men in op het identificeren en uitwerken van impact. Daarnaast wordt een eerste opstap geboden naar impactmeting. In zes stappen kan de lezer, met dank aan theorie, tools, huiswerkopdrachten en workshops, meteen zelf aan de slag.

      Ga naar het Impact Playbook For Museums, Libraries, Archives and Galleries >

      Impactwijzer
      Impactwijzer

      Om goede doelen te helpen meer impactgericht te werken, ontwikkelde De Impact Challenge – een gezamenlijk initiatief van verschillende doelen – in samenwerking met Sinzer een praktische handleiding voor impactgericht werken. Ook voor bibliotheken zijn hierin praktische tips te vinden voor het plannen, uitvoeren en evalueren van activiteiten en voor het creëren van een impactgerichte organisatiecultuur.

      Ga naar de Impactwijzer >

      Inspiring Learning for All Framework
      Inspiring Learning for All Framework

      Met het Inspiring Learning for All Framework biedt de Arts Council England’ musea, bibliotheken en archieven een kader voor het verbeteren van hun prestaties en het beoordelen van hun impact. De online toolkit helpt bij het meten van de leeropbrengsten van activiteiten. Inclusief tools en templates voor maken van vragenlijsten en verzamelen van data.

      Ga naar het Inspiring Learning for All Framework >

      Taal voor het leven
      Taal voor het leven

      Partners van Taal voor het Leven kunnen op verschillende manieren de opbrengsten van hun taalprogramma’s meten. Het gaat daarbij om programma’s met een duur van minstens zes maanden. Middels voortgangstoetsen meet men bijvoorbeeld de progressie die deelnemers maken in hun lees-, schrijf- en rekenvaardigheid. Met een vragenlijst rondom sociale inclusie kan men daarnaast meten of deelnemers – naar eigen inschatting – groei hebben doorgemaakt in hun maatschappelijke participatie.

      Ga naar de meetinstrumenten van Taal voor het Leven >

      Tool voor taalcoaching
      Tool voor taalcoaching

      Het Begint met Taal ontwikkelde een instrument om organisaties te helpen bij het organiseren, begeleiden en monitoren van taalcoaching. Bibliotheken die zijn aangesloten bij Het Begint met Taal kunnen hiermee hun taalcoachingsprogramma’s evalueren onder taalvrijwilligers en deelnemers. Ook is het mogelijk de vorderingen van een deelnemer bij te houden, zodat aan het einde van het traject duidelijk is wat de coaching heeft opgeleverd.

      Meer informatie via de website van Het Begint met Taal >

      Leerdoelencatalogus
      Leerdoelencatalogus

      De Leerdoelencatalogus is ontwikkeld om het NT2-onderwijs te kunnen toespitsen op de behoeften en mogelijkheden van cursisten. Op basis van concrete voorbeelden maakt de catalogus concreet welke rollen– consument, opvoeder, werkzoekende – cursisten in het dagelijks leven kunnen hebben en welke handelingen en vaardigheden daarbij horen. De Leerdoelencatalogus is ontwikkeld voor het formele NT2-onderwijs, maar kan ook binnen het non-formele aanbod houvast en inspiratie bieden voor een intake of evaluatiegesprek.

      Zie de website van Taaluniversum >

      BIS-monitor
      BIS-monitor

      De BIS-monitor van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is een instrument voor zelfevaluatie waarmee je als culturele organisatie beter zicht krijgt op de culturele, maatschappelijke en economische waarde van je activiteiten. Het biedt een digitale handleiding ter reflectie op deze maatschappelijke waarde. Bovendien geeft het tips voor een zelfevaluatietraject waarvan de resultaten geschikt zijn om mee te nemen in de verantwoording richting subsidieverstrekkers.

      Ga naar de BIS-monitor >

      Participatieladder
      Participatieladder

      De Participatieladder helpt het niveau van maatschappelijke participatie van mensen vast te stellen. De ladder bestaat uit zes stappen – of treden – die elk een bepaalde mate van deelname aan de samenleving weerspiegelen: van sociaal geïsoleerd tot werkend in een betaalde baan. Dit instrument kan helpen bij het bepalen van het instapniveau van cursisten en de groei die zij tijdens het doorlopen van een (taal)traject doormaken.

      Meer informatie op de site van het Platform Participatie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)

      PiëzoMethodiek
      PiëzoMethodiek

      De PiëzoMethodiek helpt mensen in een kwetsbare positie bij hun participatie, integratie en emancipatie in de samenleving. De methode kent vijf fases waarin deelnemers op basis van verschillende activiteiten – soms ook in een bibliotheek – worden gestimuleerd steeds actiever mee te doen in de maatschappij. De fasen – vergelijkbaar met die van de Participatieladder – kunnen in een speciaal deelnemersvolgsysteem worden bijgehouden.

      Ga naar de website van Piëzo voor meer informatie >

      Zelfredzaamheid-Matrix
      Zelfredzaamheid-Matrix

      De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) is een instrument waarmee behandelaars, beleidsmakers en onderzoekers in de openbare gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en gerelateerde werkvelden de mate van zelfredzaamheid van hun cliënten eenvoudig en volledig kunnen beoordelen. De matrix onderscheidt vijf gradaties van zelfredzaamheid, die op verschillende levensdomeinen kunnen worden toegepast.

      Ga naar de Zelfredzaamheid-Matrix >

      Effectenarena
      De Effectenarena

      Met de Effectenarena kun je met een groep betrokkenen de hoofdelementen van een interventie en de door hen veronderstelde effecten beschrijven. Met behulp van een schematisch overzicht brengen betrokkenen stapsgewijs in kaart waaruit hun interventie precies bestaat, wat ervoor nodig is om de interventie uit te voeren en wat volgens hen de opbrengsten zijn. De Effectenarena helpt tijdens planvorming en de uitvoering van een interventie bij het helder krijgen van acties en beoogde effecten.

      Ga naar de Effectenarena >

      Op de hoogte blijven?

      Mailinglijst

      Schrijf je in voor onze IMPACT mailinglijst en krijg een paar keer per jaar een update over nieuwe rapporten, instrumenten of inspirerende voorbeelden op het gebied van impact management en effectmeting.

      Schrijf je in voor de mailinglijst

      Impact

       

      Biebtobieb

      Biebtobieb is het online platform waarop bibliotheekmedewerkers kennis delen over verschillende onderwerpen. Deel je ervaringen rondom impact en effectmeting of leg je prangende vragen over dit onderwerp voor aan collega´s in de speciale groep over IMPACT.

      Ga naar de groep op biebtobieb

      Biebtobieb

       

      Colofon

      Aan dit dossier hebben meegewerkt:

      Redactie

      Marjolein Oomes
      Marianne Hermans

      Met bijdragen van: Anne van den Dool, Jolijn Faber en Bureau op Zolder. 

      Vormgeving

      Carlien Keilholtz

      Fotografie

      iStock, Edwin Weers. 

      Met dank aan:

      Mariet Wolterbeek, Anke Bruggeman, Wilco Tuinenburg, Jeanette Braam, Erna Phaff, Marlies Zwanenburg en Toon Lips. 

      KB Nationale bibliotheek