Leden van de openbare bibliotheek

Instroom jeugdleden door Wet bibliotheekwerk

Het aantal leden van openbare bibliotheken in Nederland wordt bijgehouden sinds 1950, met een korte onderbreking van 1996 tot en met 1998. In de periode 1950 tot en met 1994 is een langzame start van de ledenaantallen te zien, gevolgd door een versnelling en afremming. In diezelfde tijd stegen ook het aantal inwoners van Nederland en het aantal bibliotheekvestigingen. De invoering van de Wet op het openbare bibliotheekwerk in 1975 zorgde voor een extra instroom van jeugdleden tot 18 jaar, omdat zij vanaf dat moment gratis lid konden worden (Schneiders, 1997).

Leden van openbare bibliotheken op de BES-eilanden

Vanuit de Nederlandse wetgeving is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) ook op de BES-eilanden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba – van toepassing. In 2018 heeft de KB als onderdeel van de jaarlijkse Gegevenslevering Wsob voor het eerst ook de bibliotheken op de BES-eilanden gevraagd om gegevens over het kalenderjaar 2017. De resultaten voor de BES-eilanden zijn echter beperkter en niet direct met de resultaten voor Europees Nederland te vergelijken. Daarom zijn de ledenaantallen van bibliotheken op de BES-eilanden niet in dit artikel verwerkt, maar zijn alle resultaten rondom deze bibliotheken gebundeld in een artikel over openbare bibliotheken op de BES-eilanden.

Aantal fysieke leden daalt, aantal online gebruikers neemt toe

Tot halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw nam het aantal leden van de openbare bibliotheken in Nederland vrijwel continu toe. In de periode 1996-1998 vond een omslag plaats en daalde het aantal leden. Tussen 2006 en 2012 leek het totaal aantal bibliotheekleden zich te stabiliseren en schommelde het rond de 4 miljoen. Daarna zette een afname in: sinds 2011 is het aantal leden niet meer boven de 4 miljoen gekomen. Van 2014 tot 2018 lag het aantal bibliotheekleden rond de 3,7 miljoen, waarbij jaarlijks een lichte afname zichtbaar was. In 2019 telden alle 145 Nederlandse openbarebibliotheekinstellingen samen circa 3,6 miljoen leden. Zowel het aantal nieuwe als het aantal vervallen leden ligt in lijn met de ontwikkeling van voorgaande jaren (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a; CBS, 2020a). Tegenover deze daling van het aantal fysieke leden staat een stijging van het aantal gebruikers van de online Bibliotheek van 234 duizend gebruikers in 2015 tot ruim 427 duizend eind 2019 (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a; CBS, 2020b).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a; CBS, 2020a.

Leden van de digitale bibliotheek

Sinds de start in 2014 heeft de online Bibliotheek een forse groei doorgemaakt. Destijds werden via Bibliotheek.nl ruim 80 duizend nieuwe e-book accounts aangemaakt. Eind 2016 hadden 346 duizend bibliotheekleden een e-book account, eind 2019 waren dat er ruim 427 duizend. Bijna alle leden van de digitale bibliotheek zijn tevens lid van een lokale bibliotheek (97%) (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a).

Een op de vijf Nederlanders is lid van de bibliotheek

Ten tijde van de lidmaatschapsgroei was de stijging van het aantal bibliotheekleden veel groter dan de toename van het aantal inwoners. In de periode 1950-1994 steeg het lidmaatschapspercentage fors, van 2% tot 30%. Toen eind jaren negentig een omslag plaatsvond, groeide de bevolking harder dan het ledenaantal en begon het lidmaatschapspercentage weer te dalen. In 2015 was 25% van de Nederlandse bevolking nog lid van de bibliotheek, in 2019 was circa een op de vijf Nederlanders lid van de openbare bibliotheek. Het lidmaatschapspercentage per provincie loopt uiteen van 16% in Limburg tot 29% in Flevoland (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a; CBS, 2020a; CBS, 2020c). Het aandeel Nederlanders dat gebruikmaakt van een bibliotheekabonnement is vermoedelijk groter: de helft van de actieve bibliotheekleden leent wel eens materialen op zijn of haar pas voor anderen – vaak partner of kinderen (Nagelhout, 2020).


Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a.

Meer jeugdleden dan volwassen leden

In 2005 waren voor het laatst meer volwassenen dan kinderen en jongeren lid van de bibliotheek. Vanaf 2005 nam het aantal jeugdleden (tot 18 jaar) gestaag toe, tot het zich in 2015 leek te stabiliseren rond de 2,3 miljoen. In 2019 bestond circa 63% van het totale ledenbestand uit jeugdleden. Ook het lidmaatschapspercentage onder de jeugd nam sinds 2005 toe: van 56% van de Nederlandse jeugd in 2005 tot 69% in 2019 - zeven op de tien kinderen. Het aantal volwassen leden daalde in 2019 licht ten opzichte van 2018, tot circa 1,3 miljoen leden, 37% van het totale ledenbestand. Deze daling van het aantal jeugdleden (-0,2%) is echter minder sterk dan de daling van het aantal jeugdigen op de Nederlandse bevolking (-2%). Een op de tien volwassenen was in 2019 lid van de openbare bibliotheek (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a). Ook in de verdeling naar leeftijd is te zien dat het aandeel jeugdleden groot is. In de leeftijdsgroepen van 18 tot 40 jaar is het aandeel leden het kleinst; hier is de overgang van het - gratis – jeugdlidmaatschap naar een volwassen lidmaatschap duidelijk zichtbaar (KB, 2020). Het krijgen van kinderen markeert een tweede overgang: onder ouders ligt het lidmaatschapspercentage beduidend hoger (45%) dan onder mensen zonder kinderen (25%) (Nagelhout, 2020).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a; CBS, 2020a.


Bron: KB, 2020.

Contributievrijstelling voor jeugd

In artikel 13 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) is vastgesteld dat aan personen jonger dan 18 jaar geen contributie of andere geldelijke bijdrage mag worden geheven voor het uitlenen van gedrukte of overige werken, tenzij het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege hiertoe heeft besloten. In de praktijk komt dit erop neer dat jongeren tot 18 jaar in 2019 bij 92% van de bibliotheekorganisaties gratis mochten lenen. De overige bibliotheekorganisaties boden geen gratis lidmaatschap aan of hanteerden een andere leeftijdsgrens – tot 13 of 16 jaar (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020a).

Stimulans jeugdleden door BoekStart en de Bibliotheek op school

Voor een toe- of afname van het aantal leden zijn over het algemeen geen concrete oorzaken aan te wijzen. De toename van het aantal jeugdleden vanaf 2011 vormt hierop een uitzondering. In 2011 werden in het kader van het programma BoekStart 30 duizend kinderen van 0 tot 4 jaar lid van de bibliotheek. Dat verklaart grotendeels de stijging van het aantal jeugdleden in deze periode. Stijgingen tussen 2011 en 2017 zijn mogelijk te danken aan de aanpak de Bibliotheek op school, waarbij kinderen via de school gratis lid van de bibliotheek worden. In 2019 konden bijna 124 duizend kinderen in de kinderopvang, circa 698 duizend basisschoolleerlingen en bijna 170 duizend leerlingen in het voortgezet onderwijs gebruikmaken van de collectie via BoekStart in de kinderopvang en de Bibliotheek op school (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020b-d).

Minder leestijd per week

De afname van het aantal volwassen leden is een mogelijk gevolg van een maatschappelijke trend: er wordt steeds minder gelezen. Al sinds 1975 loopt de leestijd van Nederlanders terug. Destijds besteedden Nederlanders van 12 jaar en ouder in hun vrije tijd nog 6,1 uur per week aan lezen, in 2016 was dit nog maar 3,4 uur per week. Verder daalde het aantal lezers van traditionele tekstmedia, zoals boeken, kranten en tijdschriften, tussen 2006 en 2011 sterk (van 90% naar 79%). Tussen 2011 en 2016 zette deze daling in een lager tempo voort (van 79% naar 72%) en stabiliseerde de daling onder boekenlezers. Hoewel het leesaanbod de afgelopen jaren is veranderd en het digitale aanbod groeit, lezen volwassenen nog steeds veel van papier. Digitale en online tekstmedia vervangen papier niet, maar vormen een aanvulling (Wennekers et al., 2018).

Bronnen