Personeel en vrijwilligers

Lichte groei personeelsbestand

De economische recessie die zich vanaf 2010 in de overheidsinkomsten deed gelden, heeft tot gevolg gehad dat de subsidiebaten van bibliotheken zijn gekrompen. Deze teruggang heeft vooral gevolgen gehad voor het personeelsbestand. Dat werd, uitgedrukt in personen, tussen 2010 en 2013 zo’n 25% kleiner. In fte’s ging het om een teruggang van 23%. Daarna fluctueerde de omvang van de personeelsbestand nog enigszins; sinds 2016 is zowel het aantal personen als het aantal fte’s relatief stabiel. In 2018 en 2019 was zelfs sprake van een lichte stijging (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020; CBS, 2020). Voor de komende jaren ligt een verdere stabilisatie of lichte stijging in de lijn der verwachting. Zo verwachtte het merendeel van de bibliotheekdirecteuren dat de personeelsformatie in de periode 2018-2020 gelijk zou blijven (Hassel & Kools, 2018). Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) is positief over de landelijke werkgelegenheidsontwikkeling en voorziet tot 2024 over alle sectoren een werkgelegenheidsgroei van gemiddeld 0,9% per jaar. Voor bibliothecarissen en conservatoren wordt tot 2024 een uitbreidingsvraag van 14% per jaar verwacht (ROA, 2019).

Merendeel personeel werkt parttime

In 2019 waren bij alle Nederlandse openbare bibliotheken in totaal 6.908 medewerkers in loondienst, waarvan het merendeel vrouw (87%). Zowel het aantal parttimers als fulltimers steeg licht ten opzichte van 2018. Het gemiddeld aantal fte per medewerker bleef gelijk en lag net als in 2018 op 0,6 fte, op basis van een volle werkweek van 36 uur volgens de cao voor bibliotheken. Gemiddeld één op de tien bibliotheekmedewerkers heeft een contract voor een fulltime dienstverband (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020; CBS, 2020).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Personeel van openbare bibliotheken op de BES-eilanden

Vanuit de Nederlandse wetgeving is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) ook op de BES-eilanden van toepassing. In 2018 vroeg de KB als onderdeel van de jaarlijkse Gegevenslevering Wsob voor het eerst ook de bibliotheken op de BES-eilanden om gegevens over het kalenderjaar 2017. De resultaten voor de BES-eilanden zijn echter beperkter en niet direct met de resultaten voor Europees Nederland te vergelijken. Daarom is het aantal medewerkers van bibliotheken op de BES-eilanden niet in dit artikel verwerkt, maar zijn alle resultaten rondom deze bibliotheken gebundeld in een artikel over openbare bibliotheken op de BES-eilanden.

Vergrijzing personeelsbestand

Om de bezuinigingen het hoofd te bieden, is door de bibliotheekorganisaties flink gekort op het personeel. Door de hele branche, over alle functies heen, is bezuinigd, onder andere middels gedwongen ontslagen en de inzet van meer vrijwilligers. Vanwege de relatief hoge leeftijd van het personeel was een groot deel van de uitstroom via natuurlijk verloop te realiseren (Hassel & Kools, 2018). Desondanks ligt de gemiddelde leeftijd van het personeel nog steeds vrij hoog. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt zelfs dat de groep bibliothecarissen en conservatoren de meest vergrijsde beroepsgroep van Nederland is (CBS, 2017). Circa de helft van de bibliotheken is van mening dat in hun organisatie op leeftijdsgebied (bijna) geen sprake is van diversiteit in de personeelssamenstelling. In 2019 was 60% van het bibliotheekpersoneel in loondienst 50 jaar of ouder. Vooral in bibliotheken met een klein werkgebied – van minder dan 50.000 inwoners – ligt de leeftijd van het personeel hoog. Circa zeven op de tien medewerkers in deze bibliotheken is 50 jaar of ouder (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Sterke toename vrijwilligers

Dat veel vestigingen, ondanks de krimp in het personeelsbestand, open konden blijven, is mede gerealiseerd door de inzet van vrijwilligers. Bijna alle bibliotheken maakten in 2019 gebruik van vrijwilligers. Sinds 2010 is het aantal vrijwilligers flink gestegen, van circa 7 duizend tot bijna 22 duizend in 2019. De verhouding vaste medewerkers versus vrijwilligers is gemiddeld 1 op 3. In bibliotheken met een klein werkgebied – van minder dan 50.000 inwoners – is dit zelfs 1 op 6. Hoe groter het werkgebied van de bibliotheek, hoe kleiner de verhouding (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020; CBS, 2020).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Vrijwilliger neemt slechts deel personeelstaken over

In welke mate vrijwilligers taken uitvoeren die eerder door betaald personeel werden uitgevoerd, is in de sector onderwerp van discussie. In 2014 en 2017 is op initiatief van de Stichting BibliotheekWerk onderzoek gedaan naar de inzet van vrijwilligers. Ruim een kwart van de bibliotheken die met vrijwilligers werken, laat vrijwilligers taken uitvoeren die eerder in handen waren van een betaald personeelslid. Toch is nog steeds een substantieel deel van de vrijwilligersuren gewijd aan dienstverlening die buiten het normale takenpakket van het personeel ligt (Van den Berg, 2014; Von der Fuhr et al., 2018). Van de bijna 22 duizend vrijwilligers die in 2019 in de bibliotheken werkzaam waren, werd het merendeel ingezet voor activiteiten rondom taalvaardigheid of digivaardigheid (door 92% van de bibliotheekorganisaties), activiteiten rondom voorlezen (84%), het logistieke proces (81%, bijvoorbeeld voor boeken aan huis bezorgen, vervoer tussen vestigingen) en/of als gastheer of gastvrouw (77%). Het aantal uur per week dat bibliotheken vrijwilligers inzetten, verschilt sterk per organisatie. Vier op de tien bibliotheekorganisaties maken 150 uur per week of meer gebruik van de hulp van vrijwilligers. Hoe groter het werkgebied van de bibliotheek (in aantal inwoners), hoe meer vrijwilligersuren worden ingezet (Van de Burgt & Van de Hoek, 2020).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Bronnen