De bibliotheek als werkgever

De arbeidsmarkt is volop in beweging. Medewerkers van de babyboom-generatie gaan met pensioen en millennials doen hun intrede. Bovendien lijkt de tijd van een levenslange loopbaan bij een en hetzelfde bedrijf passé. Op het eerste gezicht lijkt de bibliotheek in deze dynamische markt geen bijzonder aantrekkelijke speler: er wordt bezuinigd, het personeelsbestand vergrijst, digitalisering en nieuwe werkdomeinen vragen om andere competenties en een vakspecifieke opleiding ontbreekt. Toch zijn er elk jaar nieuwe medewerkers die beginnen aan een loopbaan in de bibliotheeksector. Wat zijn voor nieuwe én bestaande medewerkers de voor- en nadelen van de bibliotheek als werkgever? En hoe plaatst de bibliotheek zich binnen het grotere werkgeversveld?

Toenemend aantal medewerkers en vrijwilligers

Het aantal personeelsleden van bibliotheken in vaste dienst is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Sinds 2016 is zowel het aantal personen als het aantal fte’s relatief stabiel. In 2018 was zelfs sprake van een lichte stijging: in totaal waren er toen 6.743 medewerkers in loondienst. Het merendeel van het bibliotheekpersoneel werkt parttime. Dat veel vestigingen in de periode tot 2016, ondanks de krimp in het personeelsbestand, open konden blijven, is mede gerealiseerd door de inzet van vrijwilligers. Sinds 2010 is het aantal vrijwilligers flink gestegen, van circa 7 duizend tot bijna 20 duizend in 2018 (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Gemotiveerde medewerkers dankzij leermogelijkheden en intrinsieke motivatie

Bibliotheekmedewerkers zijn over het algemeen tevreden over hun werk: ze geven hun werkzaamheden gemiddeld een 7,4 als rapportcijfer (Cubiss & Probiblio, 2017). Dit is iets lager dan het landelijk gemiddelde (7,7) (CBS, 2018a). Men is vooral tevreden over de mogelijkheid te leren, nieuwe ideeën te implementeren en zichzelf bij te scholen. Daarnaast sluit het bibliotheekwerk aan bij een motivatiebron waarnaar veel werknemers momenteel op zoek zijn: de groeiende behoefte de gemeenschap te dienen (public service motivation). Ook vindt 70% de balans tussen zakelijk en privé in orde. Daarnaast worden de familiecultuur en de afwisseling tussen de verschillende werkzaamheden gewaardeerd. Verder blijken bibliotheekmedewerkers te beschikken over een hoge intrinsieke motivatie, die werkgevers van pas komt bij zowel werving als behoud van medewerkers (Cubiss & Probiblio, 2017).

Bron: Cubiss & Probiblio, 2017.

Minder tevreden met pensioen, werkzekerheid en salaris

Met andere zaken zijn bibliotheekmedewerkers echter minder tevreden. Zo vindt 56,7% van de bibliotheekmedewerkers het salaris niet hoog. Ook over de mogelijkheden tot persoonlijke ontwikkeling is men maar matig te spreken: 59% vindt dit voldoende. De helft van de bibliotheekmedewerkers geeft bovendien aan onvoldoende mogelijkheden te hebben om door te groeien (Cubiss & Probiblio, 2017). Minder dan de helft van de medewerkers (41,2%) is tevreden met de pensioenopbouw (Florizoone, 2017).

Bibliotheekpersoneel ervaart hogere werkdruk

Het aantal personen en de hoeveelheid fte daalde in de bibliotheekbranche de afgelopen jaren structureel. Sinds 2014 is er weer een stabilisatie te zien. In 2016 werkten ruim 6.600 personen in de branche, 200 minder dan in 2014. Het aantal fte nam tussen 2014 en 2016 zelfs licht toe naar 4.076 (Van Hassel & Kools, 2018). Toch ervaren veel bibliotheekmedewerkers een hoge werkdruk, nog meer dan het Nederlands gemiddelde (37% versus 31%) (Cubiss & ProBiblio, 2017; Integron.nl, 2016). Ook in veel andere beroepsgroepen geven medewerkers geven aan dat ze meer taken moeten uitvoeren in minder tijd. Zo laat de Arbobalans 2018 van TNO zien dat werknemers tegenwoordig hogere taakeisen en geringere autonomie ervaren dan tien jaar geleden. Deze combinatie hangt nauw samen met werkdruk en verhoogt het risico op werkstress. Dat is terug te zien in de stijging van burn-outklachten onder werknemers, van 11% in 2007 naar 16% in 2017. Ongeveer een kwart van het totaal aantal verzuimdagen houdt verband met psychische klachten, overspannenheid of burn-out (TNO, 2019). Ook in de bibliotheeksector is het overall ziekteverzuim in de laatste jaren gestegen, van 3,2% in 2014 tot 4,4% in 2018 (ArboNed, 2018).

Bibliothecarissen meest vergrijsde beroepsgroep van Nederland

In de periode 2003-2016 is het aantal oudere werkenden is in Nederland bijna verdubbeld. Dit heeft twee belangrijke oorzaken. Allereerst is de netto-arbeidsparticipatie gegroeid: het percentage mensen in deze leeftijdsgroep met betaald werk nam toe van 27,2% naar 39,7%. Daarnaast is de samenstelling van de bevolking drastisch veranderd: er vindt een zich immer doorzettende vergrijzing plaats (CBS, 2017). Bibliothecarissen en conservatoren zijn daarbij de meest vergrijsde beroepsgroep van Nederland: de gemiddelde leeftijd is 49 jaar. In 2018 was 61% van het bibliotheekpersoneel 50 jaar of ouder. De groep veertig- tot vijftigjaren blijft in aandeel gelijk, de groep veertigminners wordt langzaamaan steeds iets groter (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019.

Mogelijke instroom millennials op zoek naar zingeving

Gezien de uitstroom aan ouder personeel en de veranderende eisen aan het werk is vernieuwing en verjonging van het personeelsbestand noodzakelijk. Hoewel sommige bibliotheken er goed in slagen om te ‘vergroenen’, geeft een derde van de bibliotheekdirecteuren toch aan moeilijk jonge mensen te kunnen vinden (Van Hassel & Kools, 2018). Tot dusver is dan ook geen duidelijke toename het aantal jongere werknemers waar te nemen (CBS, 2017). Wel geven millennials in hoge mate aan op zoek te zijn naar betekenisvol werk: 34% van deze leeftijdsgroep geeft aan zingeving te ervaren wanneer bijdrage daadwerkelijk verschil maakt (Careerwise, 2018). Hier zijn parallellen te trekken met de maatschappelijke waarde van verschillende functies die openbare bibliotheken bekleden. Bovendien sluiten de wensen van veel millennials goed aan bij de nieuwe competenties die in de bibliotheekbranche nodig lijken te zijn voor een toekomstbestendig perspectief.

Nieuwe bibliotheek vraagt om nieuwe competenties

Binnen de bibliotheekbranche is behoefte aan nieuwe competenties: medewerkers moeten kunnen netwerken, projectmatig te werk kunnen gaan en beschikken over een klantgerichte oriëntatie en ondernemerschap (Oomes et al, 2011). Bibliotheekdirecteuren geven aan deze eigenschappen in andere functies te willen inzetten dan voorheen: er is een toenemende vraag naar leesconsulenten en -begeleiders, mediacoaches, projectleiders en -medewerkers en communicatiemedewerkers. Bibliotheek- en klantenservicemedewerkers, secretariaatsmedewerkers, allround bibliotheekmedewerkers en teamleiders raken daarentegen juist minder in trek (Van Hassel & Kools, 2018). Deze veranderende behoeften hebben verschillende oorzaken. Naast veranderingen in het werkveld in het algemeen speelt ook de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) mee: de bibliotheek heeft een steeds breder takenpakket, dat om andere competenties vraagt. Ook de rappe technologische ontwikkelingen spelen daarbij een belangrijke rol. Ten slotte maakt de verschuiving van het bibliotheekwezen van een collectie- naar een netwerkorganisatie dat de vraag naar enkel op het boek gerichte medewerkers afneemt, terwijl de behoefte aan werknemers met bovengenoemde competenties groeit.

Bron: Van Hassel & Kools, 2018.

Nieuwe opleiding speelt in op vraag

Om te kunnen inspelen op deze wensen van bibliotheekorganisaties hebben Cubiss en Avans+ de opleiding tot community librarian ontwikkeld. Binnen deze studie, ontworpen naar het gedachtegoed van David Lankes, wordt men getraind in het creëren van communities, het delen van kennis, het communiceren en het cocreëren – competenties die goed aansluiten bij de vaardigheden die bibliotheekorganisaties in deze tijd naar eigen zeggen nodig hebben. Volgens David Lankes is de missie van de bibliothecaris de maatschappij te verbeteren door kenniscreatie te faciliteren in de communities van zijn of haar gemeenschap. Op het programma van de opleiding staan dan ook zaken als burgerparticipatie, democratisering, collectioneren 2.0, filosofie en wetenschap (Palliser & Huysmans, 2017). Deze transities binnen het bibliotheekwezen en de bijbehorende behoefte aan andere competenties zouden goed passen bij het aantrekken van jongere medewerkers: deze generatie geeft aan behoefte te hebben aan dergelijke functies. Tegelijkertijd geven verschillende onderzoeken tegenstrijdige resultaten: het generaties lijken niet significant van elkaar te verschillen in hun flexibiliteit, erkenning of werkzekerheid (Deprez et al, 2015). Het lijkt voor de bibliotheekbranche dus niet zozeer belangrijk de juiste generatie aan te trekken, maar om in te zetten op een type met bepaalde karaktereigenschappen en competenties, die in alle leeftijdslagen te vinden zijn.

Bronnen