Impact van de bibliotheek op jeugd en lezen

De bibliotheek voert tal van activiteiten uit om jeugd aan te moedigen tot meer lezen. Voor baby’s is dat BoekStart, voor schoolgaande kinderen is dat de Bibliotheek op school en voor kinderen met een taalachterstand is er de VoorleesExpress. In dit artikel lees je meer over deze verschillende programma’s die door openbare bibliotheken worden uitgevoerd en hun effecten.

Wat verstaan we onder jeugd?

In het beleid voor en onderzoek naar leesgedrag en leesbevordering voor jeugd worden verschillende leeftijdsindelingen voor jeugd en jongeren gehanteerd. In de landelijke programmalijnen zien we vaak de volgende indelingen terug:

  • Kinderen van 0 tot 4 jaar (voor- en vroegschoolse educatie, BoekStart)
  • Kinderen van 4 tot 12 jaar (primair onderwijs, de Bibliotheek op school)
  • Jongeren van 12 tot 18 jaar (voortgezet onderwijs, de Bibliotheek op school)

Ook ligt bij veel bibliotheken de grens voor het gratis lidmaatschap op 17 jaar (zie ook het artikel Jongvolwassenen en de bibliotheek).

Effect lezen en voorlezen zichtbaar op basisschool en in latere leven

Kinderen die worden voorgelezen hebben een grotere woordenschat. Ook hebben zij een grotere kans om goede lezers te worden dan kinderen die niet worden voorgelezen (Bus et al., 1994). Peuters die dagelijks 15 minuten worden voorgelezen, presteren later op school beter in taal en rekenen. Daarnaast hebben kinderen die van jongs af aan worden voorgelezen, een voorsprong op andere kinderen in hun cognitieve, sociaal-emotionele, lichamelijke en creatieve ontwikkeling (o.a. Murray & Egan, 2014; Hansen et al, 2010). Deze effecten van voorlezen zijn het beste merkbaar in de eerste jaren op de basisschool. Bij het leren lezen helpt het als kinderen thuis bezig zijn geweest met letters en woorden (Bus et al., 1994). Aan het eind van de basisschool hebben kinderen die als kleuter zijn voorgelezen nog altijd een voorsprong op andere kinderen in leesvaardigheid en bredere cognitieve vaardigheden (Kalb & Ours, 2013). Kinderen die op kleuterleeftijd veel zijn voorgelezen lezen als adolescent beter. Ook zijn ze meer gemotiveerd om te lezen en bereiken zij als volwassene uiteindelijk een hoger opleidingsniveau (Gottfried et al, 2015). De woordenschat, het leesbegrip en de basisvaardigheden van lezen, technisch lezen en spelling gaan daarnaast vooruit naarmate mensen meer zelf lezen. Jongvolwassenen die lezen scoren hoger op intelligentietesten en mate van academisch succes dan hun leeftijdsgenoten die niet lezen (Mol & Bus, 2011). Zie ook de Leesmonitor voor meer informatie over voorlezen. Meer weten over lezen op de basisschool? Lees de artikelen Effectieve samenwerking bibliotheek en basisschool en Voor- en vroegschoolse taalontwikkeling en de bibliotheek.

Doorlopende leeslijn

De bibliotheek wil lezers graag op ieder moment in hun leven bedienen. Daarom is binnen het OCW-programma Tel mee met Taal een doorgaande lijn ontwikkeld. De aanpak is ontwikkeld door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, als onderdeel van het programma Kunst van Lezen. Deze doorlopende leeslijn begint met BoekStart. Kinderen worden vervolgens middels de Bibliotheek op school voorzien in vormen van leesbevordering voor primair en voortgezet onderwijs. Extra programma’s als de VoorleesExpress, waarbij een halfjaar lang een vrijwilliger thuis langskomt bij kinderen met een taalachterstand om voor te lezen, bieden extra ondersteuning aan bijzondere doelgroepen.

Wat is BoekStart?

BoekStart is een leesbevorderingsprogramma van de bibliotheek voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Het doel is om ouders aan te moedigen om hun kinderen zo vroeg mogelijk boeken en de bibliotheek te laten ontdekken. Onderdeel van het BoekStartprogramma zijn BoekStart voor baby’s, de BoekStartcoach en BoekStart in de kinderopvang.

Ouders van baby's krijgen allereerst een waardebon voor een gratis BoekStart-pakket: een koffertje met prentenboeken en informatie over voorlezen. Baby’s worden bovendien gratis lid van de bibliotheek. BoekStart in de kinderopvang is een leesbevorderingsprogramma voor de kinderopvang. Het is een uitbreiding van BoekStart, om kinderen van 0-4 jaar, hun ouders en pedagogisch medewerkers intensief met boeken en lezen in aanraking te laten komen via de kinderopvang. De Bibliotheek ondersteunt met een aantrekkelijke (voor)leesplek in de kinderopvang, met een collectie geschikte boekjes, deskundigheidsbevordering van pedagogisch medewerkers, betrekken van ouders, een voorleesplan en samenwerking in een leesbevorderingsnetwerk. De BoekStartcoach werkt op het consultatiebureau en kan de jeugdarts en jeugdverpleegkundige ondersteunen door met ouders in gesprek te gaan, een luisterend oor te hebben en gerichte voorleesondersteuning te bieden.

 

De bibliotheek heeft een coördinerende rol binnen BoekStart en maakt afspraken met de gemeente, de jeugdgezondheidszorg en kinderopvang over de uitvoering ervan. De bibliotheek verzorgt de presentatiehoek in het consultatiebureau, reikt de BoekStartpakketten uit aan de ouders, richt een speciale hoek in voor baby's en verzorgt ouderactiviteiten. BoekStart maakt deel uit van een doorgaande lijn binnen het OCW-programma Tel mee met Taal. Boekstart vormt het begin van deze beleidslijn, gevolgd door de Bibliotheek op school basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De aanpak is ontwikkeld door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, als onderdeel van het programma Kunst van Lezen.

In december 2018 namen 146 van de 147 (basis)bibliotheken deel aan BoekStart voor baby’s. In 2018 zijn er 67.500 BoekStartkoffertjes verstuurd naar de bibliotheken. Daarnaast zijn circa 25 duizend (ouders van) baby’s bereikt via BoekStart in de kinderopvang en de BoekStartcoach (Langendonk & Van Dalen, 2019).

Wat doet Stichting VoorleesExpress?

Stichting VoorleesExpress zorgt ervoor dat kinderen met een taalachterstand extra aandacht krijgen. Een half jaar lang komt er een vrijwilliger bij hen thuis om voor te lezen. Zo wordt er samen met de ouders aan gewerkt dat taal en leesplezier een vaste plek in het gezin krijgen. Sinds 2006 is de VoorleesExpress uitgegroeid tot een landelijk netwerk in meer dan 100 Nederlandse gemeenten. In de afgelopen jaren zijn meer dan 15.000 gezinnen begeleid. Door heel Nederland zijn zo'n 40 organisaties verantwoordelijk voor de lokale coördinatie in hun regio. Dit zijn welzijnsorganisaties, bibliotheken en andere organisaties die actief zijn in het sociaal domein. Deze lokale samenwerkingspartners zijn het aanspreekpunt voor gezinnen, vrijwilligers en lokale partijen. Zij zorgen ervoor dat de VoorleesExpress aansluit bij lokaal beleid en dat er een nauwe samenwerking is met lokale partners.

Wat is de Bibliotheek op school?

Met de Bibliotheek op school gaan basisscholen en bibliotheken een duurzame samenwerking aan, waarbij bibliotheek, school en gemeente gezamenlijke afspraken maken over hun beleid op het gebied van lezen en mediawijsheid. Bibliotheek en school zetten bovendien hun deskundigheid in om, samen met ouders, het lezen thuis en op school en om het werken met digitale media te verbeteren. Alle leerlingen lenen daarbij regelmatig uit een inspirerende collectie boeken in een gezellige leesomgeving in de school en/of in een openbare bibliotheek. Alle leerlingen gebruiken een digitale omgeving voor het zoeken en uitlenen van boeken en voor het vinden van leestips en betrouwbare informatie. Er is elke dag aandacht voor vrij lezen, voorlezen en praten over boeken en er zijn activiteiten rondom leesbevordering, lezen thuis en mediawijsheid. Bibliotheek en school stellen binnen dit programma jaarlijks doelen vast rondom lezen en mediawijsheid op basis van monitormetingen bij leerlingen en leerkrachten. De aanpak is ontwikkeld en ingezet door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, als onderdeel van Kunst van Lezen. Het doel is om op basis van een aantal vastgestelde bouwstenen samen met scholen de leesmotivatie, taal- en informatievaardigheden van leerlingen te verbeteren. Bibliotheken, scholen en gemeenten werken op strategisch niveau structureel samen aan de taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen en jongeren. In totaal werd de aanpak de Bibliotheek op school in het schooljaar 2017-2018 gevolgd door 128 (basis)bibliotheken. Daarmee zijn in totaal 3.043 scholen bereikt en circa 655 duizend leerlingen (Langendonk & Van Dalen, 2019).

De Bibliotheek op school in het voortgezet onderwijs

Sinds 2013 is Kunst van Lezen gestart met de ontwikkeling van de aanpak de Bibliotheek op school voor het voortgezet onderwijs. De focus lag daarbij van meet af aan op het vmbo. In totaal werd in het schooljaar 2017-2018 samengewerkt met 183 schoolvestigingen volgens de aanpak de Bibliotheek op school. Daarmee zijn circa 110 duizend leerlingen bereikt. In bijna alle gevallen ging het om vmbo-onderwijs (KB, 2019). Naast de samenwerking met vmbo-scholen zijn in 2017 de eerste pilots op havo/vwo scholen gestart. Media 2018 zijn enkele nieuwe pilots gestart, allen geconcentreerd rondom Lezen voor de Lijst. Vanaf het najaar van 2018 is het leerlingendeel van Lezen voor de Lijst geïntegreerd in Jeugdbibliotheek.nl (Langendonk & Van Dalen, 2019).


Langendonk & Van Dalen, 2019.

Positief effect BoekStart op taalontwikkeling en bibliotheekbezoek

In het tienjarig bestaan van BoekStart zijn er meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van deze specifieke interventie. Zo blijkt dat de kinderen van ouders die hun baby al voordat deze 8 maanden oud was voorlazen en meededen aan BoekStart, hoger scoren op taal. Al op de leeftijd van 15 maanden waren er positieve effecten op de woordenschat merkbaar. Daarnaast gaan meer ouders al vroeg voorlezen onder invloed van BoekStart, bezoeken BoekStartouders vaker de bibliotheek en zijn zij meer bekend met babyboekjes (Van den Berg & Bus, 2015). Onderzoek van Kantar Public in opdracht van Stichting Lezen / Kunst van Lezen toont ook aan dat BoekStartouders zeer tevreden zijn over het koffertje. Zij gebruiken de boekjes uit het koffertje redelijk vaak tot heel vaak. BoekStart heeft een positieve uitwerking op de ouders. Zij hechten meer waarde aan voorlezen, beginnen daar eerder mee en bezoeken de bibliotheek vaker dan ouders die het koffertje niet hebben opgehaald (Kantar Public, 2018). Daarnaast wordt de impact van BoekStart in de Kinderopvang getoetst middels een Monitor, die een steeds hechtere samenwerking tussen bibliotheek en kinderopvang laat zien (Heesterbeek & Hartkamp, 2018).

VoorleesExpress positieve invloed op leesplezier en ontwikkeling

Naar de effecten van de VoorleesExpress zijn veel onderzoeken uitgevoerd. Daaruit blijkt onder andere dat de kinderen die meedoen aan de VoorleesExpress beter presteren op taalvaardigheid, zoals boekoriëntatie, begrijpend lezen en verhaalbegrip. Ouders hebben meer plezier in het voorlezen, gaan intensiever voorlezen en zien het belang van lezen meer in (o.a. Broens & van Steensel, 2019; Van Buuren & Lucassen, 2010). Ook komen zij vaker naar de bibliotheek en kijken kinderen vaker en langer in boeken (Van Buuren & Lucassen, 2010). Daarnaast wordt er 5 jaar na deelname aan de VoorleesExpress door het grootste deel van de gezinnen nog steeds regelmatig (voor)gelezen. De taalomgeving thuis is verrijkt met (kinder)boeken, schrijfmateriaal en taalspelletjes. Meer dan de helft van de gezinnen ervaart 5 jaar na de VoorleesExpress meer leesplezier en een vooruitgang in het lezen (Van Doesburg, 2014).

De Bibliotheek op school in het primair onderwijs

Uit onderzoek naar de effecten van de aanpak Bibliotheek op school blijkt dat het landelijke leesbevorderingsprogramma effectief is in de strijd tegen laaggeletterdheid. Kinderen op scholen die de aanpak volgen, lezen meer en hebben een betere leesvaardigheid dan kinderen op scholen waar geen speciale aandacht is voor de boekencollectie. Zo scoren de leerlingen op scholen die deelnemen aan de Bibliotheek op school significant hoger op begrijpend lezen dan leerlingen op andere scholen (Nielen & Bus, 2016). Uit onderzoek naar de effecten van de schoolbibliotheek op het leesgedrag van niet-westerse migrantenleerlingen blijkt dat er een positief effect is op de woordenschat. Daarnaast vonden de leerlingen lezen na verloop van tijd belangrijker dan leerlingen op een school zonder schoolbibliotheek (Kleijnen, 2016).

De Bibliotheek op school po

Bron: de Bibliotheek op school, 2019.

Positieve effecten zichtbaar met Monitor de Bibliotheek op school

Met de Monitor de Bibliotheek op school worden de activiteiten op school en het leesgedrag en leesplezier van leerlingen jaarlijks in kaart gebracht en gevolgd. In de Monitor wordt ook ingegaan op de mate waarin de Bibliotheek op school wordt ingezet en de effecten die dit heeft op de leesvaardigheid van de leerlingen. Zo blijkt dat leesbevorderende activiteiten een positieve invloed hebben op de leesfrequentie en het leesplezier van de leerlingen. Ook noemen leerlingen met een actieve Bibliotheek op school meer verschillende tipgevers voor leuke boeken en kennen zij meer manieren om aan boeken te komen (Hartkamp, 2018). Ook vmbo-leerlingen met een mediatheek op school beleven meer leesplezier en lezen zij vaker dan leerlingen op scholen zonder mediatheek. Op scholen waar de bibliotheek leesbevorderingsactiviteiten uitvoert, lezen leerlingen vaker thuis een boek en gaan zij vaker naar de openbare bibliotheek dan op andere scholen (Heesterbeek & Hartkamp, 2019).

Effecten van de Bibliotheek op school

Uit onderzoek naar de effecten van de aanpak Bibliotheek op school blijkt dat het landelijke leesbevorderingsprogramma effectief is in de strijd tegen laaggeletterdheid. Kinderen op basisscholen die de aanpak volgen, lezen meer en hebben een betere leesvaardigheid dan kinderen op scholen waar geen speciale aandacht is voor de boekencollectie. Zo scoren de leerlingen op scholen die deelnemen aan de Bibliotheek op school significant hoger op begrijpend lezen dan leerlingen op andere scholen (Nielen & Bus, 2016). Middelbare scholieren profiteren voor hun leesvaardigheid sterker van leesbevorderingsprogramma’s dan basisscholieren. Zwakke lezers gaan op hun leesmotivatie weer sterker vooruit dan gemiddelde lezers. Dat is goed nieuws, omdat er in het praktijkonderwijs en het vmbo veel laaggeletterden zijn. Zij kunnen in het bijzonder profiteren van dergelijke interventies (Van Steensel et al., 2016).

Ondersteuning voor zwakke lezers

Met de pilot Aangepast lezen en Makkelijk Lezen Plein in de Bibliotheek op school is nader onderzocht wat er nodig is om het leesplezier van leerlingen met een leesbeperking te bevorderen. Deze pilot is opgezet omdat de reguliere collectie van de Bibliotheek op school niet voldoende aansloot op de behoefte van kinderen met dyslexie of grote leesmoeilijkheden. Kinderen maakten kennis met de gesproken boeken van Stichting Aangepast Lezen op Daisy-rom of via Superboek, karaokelezen met Yoleo en de Makkelijk Lezen Plein-boeken. De start met een luisterboek stimuleert de overstap naar het fysieke boek. Het gebruik van de juiste materialen en manieren, geeft zwakke lezers weer plezier in lezen. Ook de leerkrachten zien de materialen als een belangrijke toevoeging om kinderen op een leuke manier te begeleiden in het leesproces (Geevers et al, 2014 & Van der Aa et al, 2016).

Bronnen